Philippe Elhem, Le Focus Vif (25/02/2021) (25/02/2021) appréciation 10
Né aux États-Unis au début des années 60, le free jazz a bouleversé tout ce que l'on savait de la musique afro-américaine. Très vite, l'Europe apportera sa pierre à un édifice toujours vivace et auquel la Belgique a contribué, comme le démontre cet album live où l'on retrouve trois musiciens qui bousculèrent leur époque. Le leader et bassiste du groupe Paul Van Gysegem, le (merveilleux) saxophoniste Cel Overberghe et le trompettiste, Patrick De Groote -trio dont l'âge cumulé atteint aujourd'hui presque deux siècles et demi- en furent les pionniers inventifs. Square Talks, capté sur scène en 2019, est une merveille aussi surprenante qu'inattendue. Surprenante car loin de se livrer à un revival free, les trois fantastiques s'y réinventent sans renier ce qu'ils furent. Inattendue parce que sous la forme de compositions instantanées, ils ont enfanté, ici, d'une musique libre à la musicalité tout bonnement enthousiasmante. Complété par les talentueux Marek Patrman (batterie) et Erik Vermeulen (piano), le quintette nous offre avec Square Talks rien de moins que le premier chef-d'oeuvre discographique de cette année.

Georges Tonla Briquet, Jazzenzo jazzmagazine Nederland (19/02/2021)
Stel, je leest een boek over de verscheurde kunstschilder Francis Bacon en je hebt daarbij nood aan een passende soundtrack. Deze ‘Square Talks’ van contrabassist Paul Van Gysegem en zijn kwintet is precies dat.

Wat losse basnoten, trompettist Patrick De Groote die zijn verhaal schoorvoetend afsteekt en een eerste vinnige uitwisseling met pianist Erik Vermeulen. Om beurten argumenteren ze hun standpunt en gunnen ze elkaar wat denktijd. Saxofonist Cel Overberghe stapt naar voren als moderator met extra themapunten, aanvankelijk bedaard maar nadien toch wel geanimeerder.

Alhoewel af en toe heel scherp, chargeren de vijf betrokkenen nooit om hun gesprekspartners volledig in de hoek te duwen. Ze houden zich weliswaar niet aan de traditionele regels van een huiselijk gesprek maar suggereren aan de lopende band bizarre aanverwante ideeën, liefst op de meest onverwachte momenten. Aan de anderen om hun akkoord te betuigen of hier regelrecht tegenin te gaan. Op die manier maakt het rationele van de traditionele jazzetiquette plaats voor de ongebonden stellingnames van de improvisatie.

Assertief maar nooit agressief, verontrustend maar nooit puur choquerend, rauw en bruut maar tevens verlucht met een eigenzinnige poëtica, verwrongen maar ook met plotse rechtlijnige structuren. Inhoud primeert sowieso op de vorm. Vijf heren die de taal van de improvisatie beleven zoals het hoort: ze zijn zowel uitvoerder als luisteraar. Het blijft zo dat een geluidsdrager deze kunstvorm kadreert en beperkt. De live beleving in het moment zelf blijft de aangewezen manier om hier optimaal van te genieten.

Dat was het geval op 19 september 2019 in de JazzCase-Dommelhof voor deze ‘Square Talks’. Helaas zal dat niet meer mogelijk zijn wegens het definitief sluiten van dit podium in het Belgische Neerpelt. Een waardig souvenir aan een legendarische plek.

Ben Taffijn, Nieuwe Noten Nederland (18/02/2021)
‘Square Talks’ is een tribuut aan de man die JazzCase mogelijk maakte: Cees van de Ven. Een beter album om die tien jaar te gedenken is moeilijk denkbaar want dit was in alle opzichten een memorabel concert. Ik prijs mijzelf nog altijd gelukkig dat ik erbij kon zijn die avond in september 2019. In de eerste plaats memorabel omdat daar met bassist Paul van Gysegem, trompettist Patrick de Groote en saxofonist Cel Overberghe drie iconische musici op het podium stonden, alle drie gaven ze mede vorm aan de Belgische avant-garde van de late jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. En in de tweede plaats om de wijze van musiceren van dit kwintet, verder bestaand uit pianist Erik Vermeulen en percussionist Marek Patrman en die ik destijds beschreef als: “een taal die gericht is op de schoonheid van de klank, het leggen van verbindingen, het zoeken naar nieuwe wegen in het nu en waarbij het zoeken van de schijnwerpers volledig afwezig is. Egoloze muziek.” Ach, ik ga het allemaal hier niet herhalen, lees het terug, beluister dit album en oordeel vooral zelf.

Dani Heyvaert, Rootstime (11/02/2021)
Wat is het fijn, vast te stellen dat Paul Van Gysegem een nieuwe plaat gemaakt heeft! Dat is namelijk niet iets, wat hij om de paar kaar doet: in bijna een halve eeuw, zijn de releases met zijn naam erop, op de vingers van één hand te tellen en toch is hij zowat de deken van de vrije jazz in onze contreien. Hij heeft ongeveer alles en iedereen begeleid, van overal ter wereld en voor jonge muzikanten is zijn werk een ijkpunt, een instituut en met deze plaat bewijst hij alweer hoe terecht die reputatie is. Free jazz, of improvisatie) jazz is werkelijk alleen voor de allergrootsten weggelegd en misschien ligt het daaraan, dat de muziek weleens als “moeilijk” of “hermetisch” weggezet wordt. Ik ga mezelf absoluut niet tot kenner uitroepen, maar mettertijd heb ik wel geleerd dat, naast het technisch vernuft van de uzikant, er voor de luisteraar eigenlijk alleen een “open oor” nodig is om van het genre te kunnen genieten.

Van Gysegem kent zowat de hele wereldscène in zijn vakgebied en dus is het nauwelijks te verwonderen, dat hij, voor de residentie, waar deze plaat het resultaat van is, een kwartet geweldige collega’s wis te strikken om met hem mee te gaan naar het Peltse Dommelhof en daar een week lang op zoek te gaan naar wat vrije improvisatie vandaag zou kunnen betekenen. Naast Van Gysegem zelf en zijn bas, horen we hier dus Cel Overberghe op saxen, de herrezen Patrick De Groote op trompet en flügelhorn, Erik Vermeulen op piano en zijn kompaan Marek Patrman op percussie en één keertje ook op trompet. Dat is een verzameling talent, waar je als luisteraar al bij voorbaat je petje voor afneemt, maar, zodra je de plaat een paar keer gehoord hebt, kun je niet anders dan daar een paar diepe buigingen aan toevoegen.

De kunde van die heren en hun vermogen om wat in hen opkomt ogenblikkelijk in klanken om te zetten, zijn simpelweg indrukwekkend en iets zegt me, dat zulks goeddeels te danken is aan wat je “ervaring” zou kunnen noemen, of “bevrijding”: je hoort en voelt dat dit gezelschap geen vaststaand kader nodig heeft, geen conventies behoeft, om de muziek, inclusief de stiltes, voor zich te laten spreken: elke noot, die de vijf produceren wordt door de anderen met liefde en respect ontvangen en behandeld. De vijf voelen kennelijk ook geen enkele behoefte om individueel te schitteren, al bevat de plaat menig moment, waarop één van hen, of een paar, de ruimte krijgt en inneemt, om geraffineerde en inventieve solo’s neer te zetten, die nochtans nergens het collectieve opzet verstoren. Deze heren communiceren via hun muziek in een taal die je misschien niet bij aanvang beheerst, maar die, na een paar luisterbeurten, helemaal open plooit en niet alleen vernuftig klinkt, maar, jawel, maturiteit en doorleefdheid etaleert.

Acht nummers maken van deze 50 minuten durende verzameling muziekjes een heuse luisterervaring, die misschien ongebruikelijk is in haar vorm, maar net daardoor, of alleszins mede daardoor, bijzonder klinkt en naar (veel) meer doet verlangen. Er zijn best wel wat stukjes op het web terug te vinden, die je een idee kunnen geven van wat de hele plaat voorstelt. Ik zou u aanraden bij opener “Haaks” of bij de afsluitende titeltrack. Wil u echt het neusje van de zalm, zoek dan even “Melancholia (for Joske)” op en dompel jezelf onder in het bijzondere universum van een kwintet dat, zo helemaal aan het begin van dit jaar, een waar meesterwerk neerzet. Paul Van Gysegem is 85 en vijfentachtig is prachtig!

Jean Claude Vantroyen, Mad Le Soir p.16 (10/02/2021)
Paul Van Gysegem est un peintre et sculpteur renommé. C’est aussi un contrebassiste apprécié. Dans cet album, le premier en tant que leader depuis 50 ans, Van Gysegem, 85 ans, entre-tisse son travail de plasticien et celui de musicien. C’est-à-dire que derrière des structures qui, pour un non-musicien comme moi, paraissent quasiment absentes, il se laisse aller à des improvisations collectives et spontanées avec les potes de son quintet : Cel Overbergh aux sax, Patrick De Groote à la trompette, Erik Vermeulen au piano et Marek Patrman à la batterie. Tous des musiciens avides d’ouverture et d’aventure. Je vous l’avoue, ce jazz libéré des formes et des contraintes me laisse les oreilles froides et peu sensibles. Malgré des fulgurances soudaines et certaines, mon amour du jazz ne va pas jusque-là.

Peter De Backer, de Standaard (09/02/2021) ****
De schoonheid blijft komen.

Nu al tien jaar blijft het Gentse El Negocito Records koppig tegendraadse muziek uitbrengen. Deze cd van bassist (en beeldend kunstenaar) Paul Van Gysegem, zijn eerste onder eigen naam in bijna vijftig (!) jaar, past als gegoten bij de avant-garde-esthetiek van het label. In acht geïmproviseerde stukken, live opgenomen in september 2019 bij Jazzcase (Pelt), gaat Van Gysegem het gesprek aan met Patrick De Groote (trompet), Cel Overberghe (sax), Erik Vermeulen (piano) en Marek Patrman (drums). Dat leidt in het openingsnummer ‘Haaks’ meteen al tot prikkelende conversaties – met De Groote en Overberghe speelde de bassist ook al samen eind jaren 60, toen hij mee de befaamde freejazzfestivals in het Gentse Gravensteen organiseerde. ‘Brisk’ start als een storm, met wervelend pianospel van Vermeulen – de hele cd lang in grote doen. De muziek is vaak hoekig, een zeldzame keer lyrisch – ‘Melancholia’ doet zelfs wat aan ‘Lonely woman’ van Ornette Coleman denken. Boeiende cd waar je bij elke luisterbeurt meer schoonheid in ontdekt.

Kris Vanderstraeten, Jazzepoes (08/02/2021)
De prachtige muziek op de cd "Square talk" verdient alle aandacht en muzikale superlatieven die ik in huis heb. Alles is aanwezig : stijl, veel subtiliteit, concentratie, emotie, swing en ruimte, timing, creatieve ideeën en dat allemaal door de grote unieke muzikale verbondenheid tussen deze muzikanten. Ieder van deze acht korte nummers zijn dan ook schitterende juweeltjes ! Dit is geen heftige militante freejazz met schreeuwende blazers ,bonkende pianisten en zwetende drummers. Eerder "onderkoelde" vrije muziek met klare abstracte improvisaties waarin iedere muzikant eigen ruimte tot expressie heeft. Soms hoor ik er zelf een soort soundtrack in voor zwart-wit kunstfilms uit de sixties of seventies ! Bassist Paul Van Gysegem schetst en strijkt sierlijke abstracte lijnen en puntige klanken, met veel intensiteit en gevoel voor detail, zijn ingebeelde partituur is de geweldige schilderij op de kaft van deze cd. Vol vuur, zacht en high pitch glijden de dialogen, solos en abstracte klanken van de creatieve trompet van Patrick De Groote en dito tenor en sopraan saxofonist Cel Overberghe over de prachtig lyrische pianoklanken van pianist Erik Vermeulen, met jazzy touch ! Het fris en zéér subtiel percussiewerk van percussionist Marek Patrman in voortdurende dialoog met de bas schittert met zingende cimbalen, juist geplaatste tikjes en takjes en helder snaar en trommelwerk. ( voor mij een ontdekking !) En heel belangrijk ook, is de geweldig mooie live opname van Piet Vermonden, noem hem zesde muzikant van dit quintet.

Deze cd is dus een absolute aanrader, puur luistergenot ! Voor mij al CD van het jaar 2021, en er zal veel moeten gebeuren om deze te overtreffen !

Pierre Dulieu, Dragonjazz (08/02/2021)
Entrelacer sa musique avec sa propre peinture et/ou sculpture n'est pas une chose banale. C'est pourtant ce que tente de faire régulièrement le contrebassiste Paul Van Gysegem. Surtout connu du grand public pour sa monumentale sculpture à la Station Saint-Pierre à Gand, Paul est aussi une figure importante du jazz avant-gardiste depuis au-moins 1965 ainsi qu'un peintre renommé de formes abstraites qui excitent l'imagination (voir le dessin de la pochette de Square Talks, pensé comme une partition, qui fait partie de la série "Scores").

Pour cet album en quintet avec le saxophoniste Cel Overberghe, le trompettiste Patrick De Groote, le pianiste Erik Vermeulen et le batteur Marek Patrman, le contrebassiste dessine des formes musicales qui émergent lentement du chaos. Sur Haak par exemple, les musiciens agissent comme des sculpteurs qui, partant d'un bloc de pierre brute, révèlent progressivement l'objet qui y était caché. Mais ici, il s'agit d'une œuvre collective, chacun attaquant la matière à sa façon pour finalement contribuer à une forme sonore dense et précise même si elle rend obsolète toute rassurance mélodique et toute tentative de définition.

Ce free-jazz varie d'un titre à l'autre. En dépit de leur déconstruction, certains morceaux accaparent par leur climat apaisé comme Malancholia For Joske qui sonne presque comme un jazz improvisé normal. D'autres comme Shouts, dont le nom affiche clairement les intentions, sont l'expression d'une esthétique radicale qui provoque mais intrigue. D'autres encore, comme Woodpecker, inventent des bruits en se jouent des codes du jazz pour finalement développer une atmosphère évocatrice.

Cette musique abstraite qui conviendrait parfaitement comme bande sonore d'une exposition des œuvres de Paul Van Gysegem plaira surtout aux amateurs de jazz libre ou aux fidèles des galeries d'art contemporain (comme le S.M.A.K. - Stedelijk Museum voor Actuele Kunst - à Gand) qui exposent les secrets et les déchirures du monde réel plutôt que ses apparences visibles.