Bruce Lee Gallanter, the Downtown Music Gallery NY (04/03/2022)
Les Chroniques is a chamber ensemble which features: Benjamin Sauzereau on guitar & compoistions, Pierre Bernard on flutes, Erik Bogaerts on saxes, Eric Bribosia on piano & keyboards, Lennart Heyndels on bass and Jens Bouttery on drums & keyboards. I know very little about most of the members of this sextet although bassist Lennart Heyndels does play in the Kaja Draksler Octet. This disc was recorded live at De Krook in Ghent and at Jazz Station in Brussels, both in Belgium. The first song, “Le duplicata”, is a lovely, austere, enchanting piece with a majestic intro, often somber with swirling guitar, keyboards, sax & flute all floating on top, finally coming together for a prog-like last section. On “L’autre malentendu”, that majestic, proglike sound expands and gets more intense with some wailing sax in the back ground. One of the things I like most about this disc/band is that some prog bands are a too heavy handed and/or overly complex. This is never the case here as all the pieces start off modestly and soon move in thoughtful written parts with few solos yet still much spirited ensemble interplay. On “Le subterfuge”, guitarist Benjamin Sauzereau gets a chance to stretch out and solo, a modest yet still engaging solo. For “Presque convive”, Mr. Sauzereau stretches out further, playing a spirited solo with the rest of the band rising and falling in waves around him, very cool! What I like most about this is that it sounds like it was well thought out first, the pieces fit together and are part of a larger picture of puzzle. “Les aventures d’Ignace Dabrowski” unfolds like a slow moving fairy tale, telling us a short story as it evolves. Although I’ve only listened to this disc a few times, I can hear how it has a central story that connects all of the pieces. It will take some time to figure some of these stories out but it is well worth that effort. Sometimes progressive ideas do come from an unlikely source.

Herman te Loo, Jazzflits 368 p.6 Nederland (20/12/2021)
De Franse gitarist Benjamin Sauzereau woont en werkt in Brussel, en daar heeft hij het sextet Les Chroniques de l’Inutile om zich heen geformeerd. Het is een uitgelezen gezelschap dat zijn composities (improvisatorisch) vlees op de botten geeft. Want waar de groep in uitblinkt, is het aan de haal gaan met compositorische slimmigheden. Sauzereau is namelijk goed in het verzinnen van goede intro’s, verrassende wendingen en een speelse opbouw. Neem nu ‘L’Autre malentendu’, dat opent met een Erik Satie-achtig pianostukje, maar vervolgens terechtkomt in een heerlijk rauwe tenor-saxsolo van Erik Bogaerts, die naar een emotionele climax toe stuurt, opgestuwd door de rest van de band. Een korte piano-epiloog doet je als luisteraar vervolgens even met de ogen knipperen. De Fransman heeft daarnaast een voorkeur voor speelse, licht melancholieke walsjes in 6/8 maat. In ‘Une Question impertinente est une question pertinente’ loopt dit uit in een tongue-in-cheek Latin nummer à la Marc Ribot y Los Cubanos Postizos. Het hele album, dat live werd opgenomen tijdens twee concerten in 2019 (in Gent en Brussel), ademt een sfeer van prettige verwarring, met een lichte toets en een echt bandgevoel. Sauzereau leverde weliswaar het materiaal, maar hij is wars van egotripperij en dat geldt voor de andere vijf evengoed. Liefhebbers van het werk van Jeroen Kimman (Orquesta del Tiempo Perdido) zullen zich erg thuis voelen bij deze band met de fijn-ironische naam. Want wat is er nou een heerlijker nutteloos tijdverdrijf dan het luisteren naar deze Belgen (en die ene Fransman)?

Raphaël Benoit, Citizenjazz FR (28/11/2021)
Trouver Les Chroniques de l’Inutile, le projet du guitariste Benjamin Sauzereau, au catalogue de l’excellent label flamand El Negocito Records, tombe vite sous le sens. Le musicien, qu’on a connu aux côtés d’Eve Beuvens ou d’Hélène Duret, distille ici ses compositions dans cet ensemble qui mélange musique écrite et improvisation débridée. Après un premier album, Virgule (2017, sur le même label), voici l’Occurrence, enregistré en concert.

Les contours des Chroniques de l’Inutile sont indéfinis. D’abord sur la formation en elle-même. Tantôt quartet, tantôt septet - comme sur le premier album -, c’est un sextet qui officie sur l’Occurrence. Ensuite, la subtilité de la musique se joue dans la même opacité pour ce qui est du définissable. Un goût prononcé pour les mélodies, les morceaux aux airs de chansons, le jazz et la musique de chambre qui se laissent glisser dans des virages improvisés, pour des sorties de route incontrôlées. Les ambiances vont donc de la ligne droite au rebondissement.

L’ensemble est solide, porté par une interprétation maîtrisée, une cohésion de groupe sans accroc. Il faut dire que pour interpréter ses neuf compositions, le guitariste s’est entouré de musiciens qu’il connaît bien, avec lesquels il a joué dans d’autres configurations. Les mélodies se posent sur des rythmiques sautillantes, pleines de secousses qu’on ne voit jamais venir. La musique parfois se délite en petites particules qui empruntent des directions opposées, tout en ne perdant jamais le fil du collectif, et le rassemblement autour d’un thème arrive comme une évidence. Il y a à découvrir en permanence, et beaucoup de plaisir à puiser dans cette unique occurrence.

Gert Derkx, 0pduvel (14/11/2021)
Het laatste te bespreken album is er een van een wat groter gezelschap, want Les Chroniques de l’Inutile is een sextet bestaande uit Benjamin Sauzereau (gitaar), Erik Bogaerts (saxofoons), Pierre Bernard (fluiten), Eric Bribosia (piano en keyboards), Lennart Heyndels (bas) en Jens Bouttery (drums en keyboards). Het tweede album van dit gezelschap, na Virgule uit 2017, is getiteld L’occurrence (concert takes) en bevat opnames van concerten die werden gegeven in De Krook in Gent op 6 april 2019 en Jazz Station in Brussel op 30 oktober 2019.

De muziek van Les Chroniques de l’Inutile is een kruising tussen jazz en kamermuziek. Voor het compositorische gedeelte is gitarist Sauzereau verantwoordelijk. Het sextet zoekt en vindt een balans tussen vrijheid en organisatie, waarbij naar eigen zeggen muzikale ongelukjes worden gevierd, meningsverschillen worden verwelkomd, vergissingen voer zijn voor creativiteit, toevalligheden een bron van plezier zijn en plezier een paspoort naar de essentie is.

De woorden ‘jazz’ en ‘kamermuziek’ kunnen bij dit gezelschap in ruime zin worden opgevat. De muziek kent geen genregrenzen en regelmatig worden elementen uit verschillende genres gebruikt. Bovenal weten de muzikanten steeds de balans te bewaren tussen serieuze en lichtere elementen. Er is mondjesmaat wat humor in de muziek te vinden. Opener ‘Le Duplicata’ vertrekt vanuit een gitaarmotief, waarop door de andere muzikanten op wordt voortgeborduurd. Er is ook plek voor ontregeling, getuige het gedeelte waarin fluit, bas en drums vrij spel hebben en de structuur even wordt losgelaten. De muziek klinkt helder en elk instrument valt op zijn plek, bewust of onbewust en precies in het spel van de anderen of juist – bijna pesterig – net ernaast.

In ‘L’autre Malentendu’ wordt een thema geïntroduceerd door de piano, niet precies volgens het voorschrift, zo lijkt het, maar met de vrijheid om dat thema ook te omspelen. Het stuk krijgt een ballad-karakter zodra Bogaerts op saxofoon een gloedvolle solo brengt, die een vrij volle begeleiding krijgt van de overige instrumenten, waarvan de drums de meest vrije rol vervullen. Het stuk bouwt fraai op en het gezelschap bewijst dat je een ballad ook een flinke kracht mee kunt geven, waardoor saaiheid nooit de kans krijgt om toe te slaan. Een stuk luchtiger klinkt daarna ‘Une Question Impertinente Est Une Question Pertinente’, dat een beetje lome groove heeft en waarin de instrumenten allemaal een duidelijk te onderscheiden invloed hebben. Sauzereau is de begenadigde solist en daarmee de meest opvallende muzikant, maar ook de percussieklanken van Bouttery komen sterk naar voren.

Waar vaak vanuit een thema de vrijheid wordt gezocht, daar werkt ‘Le Subterfuge’ andersom, want het groovende ritme en het thematische gedeelte volgen na een vrije start. Het ritme van bassist Heyndels en drummer Bouttery is bijzonder aanstekelijk en biedt de andere muzikanten volop mogelijkheden tot expressie. Bernard en Bogaerts cirkelen om elkaar heen, Sauzereau soleert afwisselend en Bribosia doet dat sprankelend. Soms neemt het sextet de tijd om aan een stuk te bouwen, zoals in ‘Presque Convive’, dat met aftastende keyboardklanken begint, waarvanuit de gitaar zich meldt met galmend spel. Pas na drie minuten worden drums en bas ingezet, in een traag tempo een aanzet gevend tot de structuur die daarna gevonden wordt. Langzaam nemen ook de zwaarte en de intensiteit toe.

Melodisch gitaarspel vormt de leidraad in ‘Bucuresti’, waarbij de ruggengraat wordt gevormd door het soepele bas- en drumspel. De muziek ademt, heeft een aangename vibe en een mooie dynamiek. ‘Joseph’ is daarna een stuk trager en doet in het eerste gedeelte qua klankkleur aan werk van Bill Frisell denken. Het spel is beheerst en de muziek heeft ook lucht op de momenten dat de totaalklank voller wordt. Mooi zijn de vrije invullingen van drums en bas. Na ruim drie minuten krijgt het stuk meer vorm, als het tempo wat omhoog gaat en een ritme wordt gecreëerd. De saxsolo van Bogaerts is verfijnd en past goed in het muzikale bed dat daarvoor door het ensemble is gemaakt.

Met bijna twaalf minuten op de teller is ‘Les Aventures d’Ignace Dabrowski’ het langste stuk op het album. Ook hier neemt het zestal de tijd om het stuk op te bouwen. In die opbouw heeft ieder zijn rol. In het begin valt het hoge basspel op. Na drie minuten komt iets van een thema naar voren, maar het is eenmalig en het bevindt zich midden in de opbouw naar een korte climax. Daarna volgt het thema nogmaals, maar nu als opmaat voor een saxsolo. Het is alsof een belofte wordt gedaan die verderop pas wordt ingelost, zodat je als luisteraar geboeid daarop blijft wachten. Maar er zijn meer verrassingen: na nogmaals kort het thema lijkt Bouttery een marsritme in te zetten. Dat wordt het uiteindelijk niet, maar het is zo’n moment waarop de oren zich extra spitsen. Het korte thema volgt nog een paar keer, het duidelijkst rond de negende minuut, waarna het stuk stemmig wordt uitgeluid, met een hoofdrol voor Bernard op fluit en Bribosia op piano.

Het album wordt besloten met ‘Robert Mikulandric’, een stuk waarin wordt gespeeld met starten en stoppen en soms met stilte, die dan weer wordt opgevuld door het geluid van een baby die zich kennelijk in het publiek bevindt. De muzikale invulling wordt redelijk klein gehouden, terwijl toch weer elk ensemblelid aan bod komt. Het is een fraai einde van een album waarop het sextet steeds de juiste wegen vindt om vanuit een basisidee tot spontane en gevarieerde muziek te komen. Nergens vervalt het zestal in flauw ensemblespel, want steeds is in de muziek een prikkel aanwezig die de aandacht trekt. 64 minuten is best lang voor een album, maar er staat geen seconde te veel op L’occurrence (concert outtakes).

Jean-Pierre Goffin, JazzMania / Jazz'Halo (26/10/2021)
Guitariste français installé en Belgique depuis pas mal d’années, Benjamin Sauzereau se révèle avec son groupe « Les Chroniques de l’Inutile » comme un des compositeurs les plus aventureux de sa génération. Le premier volet de ce projet avait déjà aiguillé nos sens par la richesse de ses sonorités, son penchant pour l’improvisation et l’art de bien s’entourer : le trop rare Pierre Bernard aux flûtes, Eric Bogaerts aux saxophones, Eric Bribosia aux claviers, Lennart Heyndels à la basse et Jens Bouttery à la batterie. Seul le saxophoniste Gregor Siedl (1) n’apparaît plus dans cette deuxième mouture du projet intitulé « L’Occurrence », constitué de deux enregistrements en public, l’un à la bibliothèque « De Krook » à Gand le 6 avril 2019 lors des Belgian Jazz Meetings, l’autre à la Jazz Station en octobre de la même année. Huit compositions aux titres parfois énigmatiques – cherchez les traces de Robert Mikulandric ( un spécialiste du curling ?) ou de Ignace Dabrowski (un chercheur scientifique ?) – toutes du guitariste illustrent les inspirations surréalistes de celui-ci. « Le Duplicata » s’ouvre sur la guitare seule, comme le fil tendu sur lequel flûte, piano et sax jouent à l’équilibriste, avant que l’ensemble ne se retrouve dans un décor sonore plus dramatique. « L’Autre Malentendu », comme une trame lente et inexorable, culmine sur un solo de sax en crescendo. On découvre bien un petit côté latino sur « Une Question impertinente est une Question pertinente », un versant plus rock sur « Le Subterfuge », mais c’est bien là les seuls repères dans cette musique où les frontières entre écriture et improvisation sont mouvantes. La surprise est toujours au rendez-vous sans toutefois nuire à la cohérence. Dans chacun de ses albums – on pense au précédent « Chroniques de l’Inutile », mais aussi au « Solo » où on retrouve « Le subterfuge » – la patte du guitariste est singulière et captivante.

Joris Preckler, Klara (19/10/2021) de keuze van Klara
Wat?
Na Virgule (2016) is er nu het album L'occurrence (concert takes). Materiaal live opgenomen tijdens twee concerten in 2019. Deze zeskoppige band klinkt als een hecht collectief en speelt composities van Sauzereau. Het is kamermuziek die laveert tussen jazz, vrije improvisatie, klassieke muziek en filmmuziek. Zo voelt hun muziek ook aan: heel organisch en continue in beweging. Ditmaal minder impressionistisch dan Virgule, deze livetakes getuigen van meer experiment en contrast voorzien van een grootse speelsheid. Je mag af en toe een stevige dreun verwachten. Na een stukje piano vol tegendraadse ritmes barst het sextet los in een kolkend geheel waarin akoestische soudscapes je opwachten. Muziek die tegelijkertijd klein en groots klinkt. Gebracht met veel overtuigingskracht, diepte en scherpte.

Waarom?
Les Chroniques de l'Inutile zijn al geruime tijd een vaste waarde maar ze zijn een band steeds in transitie, opzoek naar andere geluiden en formaties. Die openheid maakt hen net zo boeiend. Deze fascinerende musici hebben oog voor het muzikaal herbronnen, verdiepen en (her)ontdekken.

Jean-Claude Vantroyen, Le Soir (22/09/2021)
Benjamin Sauzereau à la guitare, Pierre Bernard aux flûtes, Erik Bogaerts aux sax, Eric Bribosia aux claviers, Lennart Heyndels à la basse et Jens Bouttery à la batterie. Voilà les « inutiles » qui ne le sont vraiment pas : ils explorent la frontière entre musique écrite et musique improvisée et on le ressent magnifiquement dans cet album enregistré live à De Kroon à Gand et à la Jazz Station à Bruxelles en 2019. Benjamin compose tous les morceaux puis laisse de la liberté à chacun. « Ma musique est comme un Rubik’s Cube, il faut qu’on la manipule pour qu’elle existe. Dans cet album live, je crois que l’essence du groupe est capturée. » Il faut plonger dans cet album et s’y laisser aller comme on fait la planche sur la mer. La musique s’impose alors, dans toute sa sophistication et sa beauté. Et on plane…

Georges Tonla Briquet, Jazzenzo (03/09/2021)
Wie het Brusselse sextet Les Chroniques de l’Inutile nog nooit live aan het werk hoorde, kan deze schade nu deels inhalen door een verzameling concertopnamen opgebouwd als een ‘roman fleuve’.

Het sextet rond gitarist Benjamin Sauzereau (Book of Air, Warm Bad, Jens Maurits Orchestra) bracht in 2017 het debuutalbum ‘Virgule’ uit. Voor de aansluitende optredens gebruikten ze dit materiaal als startbasis om telkens af te wijken naar aansluitende filmische sfeerscheppingen. Details werden uitvergroot met toevoeging van andere verrijkende elementen.

Ondertussen componeerde Sauzereau heel wat nieuwe muziekjes die live opgenomen werden in de Gentse hippe bibliotheek De Krook (6 april 2019) en de Brusselse club Jazz Station (30 oktober 2019). Het is een logisch vervolg op ‘Virgule’, zij het met de nodige aanpassingen en vooral bredere uitvalshoeken.

Aan de hand van ‘Le Duplicata’ onthult het sextet opbouw en ontwikkeling van het scenario. Over de akoestische gitaarklanken, die aanleunen bij de klassieker ‘Estudio en Mi de Rubira’, wordt al snel een donkere sluier gehuld met licht zwevende pianonoten, donkere baslijnen en drumgeroffel. Verdraaide fluittonen en saxofoongewriemel verhogen vervolgens de onheilspellende setting. Meteen voldoende bouwstenen om hiermee verder aan slag te kunnen. Afwisselend kiezen de verschillende instrumentalisten voor nieuwe opties en vertakkingen. Zoals saxofonist Erik Bogaerts die het hele gezelschap steeds vervaarlijk dicht bij een afgrond voert (‘L’autre malentendu’!). In ‘Une question impertinente est une question pertinente’ is het Sauzereau maar vooral Bouttery die de weg openen naar een latin-getinte regio. Het is niet verboden hierbij te denken aan Marc Ribot Y Los Cubanos Postizos.

‘Le subterfuge’ klinkt dan weer als een handleiding over hoe de wisselwerking tussen rock en jazz te stimuleren. Via ‘Presque convive’ laten ze de luisteraar belanden in de nevelen van het onderbewustzijn vooral dankzij de spacy gitaarpartijen van Sauzereau. Alsof opnamebanden van Bill Frisell en Jimi Hendrix onderling gemixed werden en vervolgens vertraagd afgespeeld. ‘Joseph’ is het moment om de meer spirituele kant van het gezelschap te belichten terwijl ‘Les aventures d’Ignace Dabrowski’ en ‘Robert Mikulandric’ schoolvoorbeelden zijn van hoe een kluwen spielereien op langzaam voortschrijdende manier uiteindelijk toch tot een helder afgelijnd beeld om te vormen. Het ontledingsmechanisme van respectievelijk een (fictieve) schrijver en een (willekeurige) wetenschapper geïllustreerd aan de hand van een eigen muzikale grammatica die gebaseerd is op partituren specifiek geschreven om net hiervan te kunnen afwijken.

Elk nummer staat zo synoniem voor het openplooien van een andere dimensie zoals in 3D kinderboeken waarin decors en personages rechtop gaan staan bij het omdraaien van een bladzijde. Knap hoe Dries Van Ende alles aan elkaar laste als een lange suite.

Achter de (surrealistische) titels schuilen filosofische levensopvattingen van componist Sauzereau die hij soms al eens nader toelicht tijdens de concerten. Maar net als voor de muziek geldt hier dat de luisteraar zijn eigen fantasie de vrije loop mag en moet laten. Dat levert bij elke beluistering nieuwe beelden op, net als bij de optredens. Het continu verrassende element van jazz dus. Kunstig uitgegeven in digipack met grafisch werk van Gregor Siedl. Om Magritte te parafraseren, “Ceci n’est pas une musique de chambre“.

Het recente concert in het Mechelse gerestaureerde dominicanenklooster Het Predikheren (een organisatie van Jazzzolder Mechelen) was een illustratie van hoe Sauzereau en C° al deze microkosmossen manipuleren en omvormen tot nieuwe eenheden. Imponerend hoe ze telkens het publiek wisten te leiden en vooral misleiden.

 

 

 

 

 

MN Web Design