eNR084: The Room: Time & Space by Seppe Gebruers, Hugo Antunes & Paul Lovens
Guy Peters, Enola (11/02/2019)
"De magie van goede vrije muziek bestaat er niet enkel in dat er iets ontstaat vanuit het niets, maar dat dat iets in het beste geval kan zorgen voor een meeslepend of desoriënterend effect dat collectief ervaren wordt, maar verdomd moeilijk in woorden uit te drukken valt. Dit debuut illustreert die gedachte bijzonder mooi en eigenzinnig.

Je hebt hier niet enkel te maken met een internationaal trio (België, Portugal, Duitsland), maar ook met drie generaties muzikanten die bij elkaar komen. Gebruers is een van de cruciale exponenten van de Belgische improvisatie en een muzikant die een heel eigen stijl en visie heeft ontwikkeld. Hugo Antunes hing jarenlang rond in Brussel en groeide uit tot een van de meest veelzijdige en complete bassisten van zijn generatie, met een indrukwekkende controle over diverse technieken. Percussionist Paul Lovens is een van de iconen van de vrije muziek, een enigmatisch figuur met een onwaarschijnlijk instinct en een volstrekt eigen taal (en set-up).

De drie kwamen op 17 februari 2016 samen in Kunstenscentrum Nona (Lovens noemt het in de liner notes een "gloomy little theatre") om dit album op te nemen en deden dat einde 2018 nog eens over om hun samenwerking voor te stellen. Dit is vrije muziek, maar geen freejazz. Als er al ergens aansluiting bij gezocht moet worden, dan eerder een vrije flank van de hedendaagse muziek, vooral dan door het pianowerk. Dat Gebruers gebruikt maakt van twee piano's, die bovendien gestemd zijn met een kwarttoon verschil, zorgt ervoor dat de onvoorspelbaarheid nog eens verdubbeld wordt. Het geeft de muziek een lichtjes uit de haak hangende flair, alsof er ergens een paar schroeven losgedraaid zijn en het boeltje wankel heen en weer schuifelt en in elkaar dreigt te stuiken in een benevelde waas.

De beste vrije muziek heeft een kwaliteit die je moeilijk uit kan leggen. Maar wil je het proberen, dan is het misschien een soort heimelijke synergie, een ongrijpbare coherentie, een voedende golf van inspiratie die door de ruimte tolt en sporen trekt op interactielijnen tussen muzikanten. Je hoeft nu ook niet zo ver te gaan om te beweren dat het een mystieke ervaring wordt, maar toch… je krijgt soms een spirituele geladenheid die je heel goed kan voelen, maar niet onder woorden kan brengen. Doorheen de vijf stukken, improvisaties van vier tot twaalf minuten, hoor je hoe geluid wordt rondgestrooid, met in "Room 1" meteen een combinatie van dwarrelende notenvlokken, rinkelende percussie en iele, fluitende strijkstokglijders op de bas. De overheersende indruk is er een van dosering, van drie kerels die samen voor een leeg canvas staan en simultaan en geblinddoekt kleur toevoegen.

Een leider is er niet, het is een voortdurende conversatie. Die gebeurt simultaan, maar zonder uit te draaien op spraakverwarring. Je luistert niet naar de dovemansgesprekken van De Zevende Dag, maar naar het eensgezinde gekwetter van een stel vogels die dwars door elkaar een gemeenschappelijke taal spreken. Lovens soms met tiktakkende herhalingen, hardnekkig en onvoorspelbaar als een savant, en Antunes met zijn houten klankengenerator die eindeloze variaties, accenten en kleuren blijft spuwen. In het langere "Room 6/7" wordt het spanningsveld nog duidelijker, met enerzijds een verhaal vol abstractie (strijkstokeffecten, inside piano-accenten, ruisende cimbalen en donderende basdrumstoten, dronende basgolven) die je meeneemt naar de zone van mysterie en dromen, en anderzijds de nadruk op fysieke kwaliteiten en pure tastbaarheid. Je kan je daar meteen ook Gebruers' intense, lijfelijke speelstijl bij voorstellen. Gaandeweg vervelt het samenspel dan tot het aanvoelt alsof je luistert naar een babymobiel.

In "Room 3" gaat het er directer aan toe, met bokkige pianoblokken, timmerateliergeratel en explosief snarengetrek, al ontwikkelt zich snel een tegendraadse actie die iets heeft van een gesjeesde ragtime-pastiche vol hoekigheid. Monk, maar dan doorgetrokken tot een extreme uithoek. "Room 5b" is nog meer recht voor zijn raap, ontwikkelt een enorme drive door maffe percussieve klanken die voorbereiden op een rauwe puls. Het is het trio ten voeten uit: onvoorspelbaar en ongrijpbaar, op wandel door een zelfgeschapen omgeving die voortdurend van vorm verandert. Dat vergt een inspanning van de luisteraar, bij voorkeur zelfs een soort mentale tabula rasa, maar wie verwachtingen en conditionering ook maar een beetje opzij zet kan zich hier laven aan een uitermate originele en diep tastende excursie voor open oren. Al blijft het aangewezen om de muzikanten live aan het werk te zien, want vooral dan wordt de link tussen ruimte en tijd maximaal ervaren."

eNR071: Live At JazzCase by Lotz Of Music
Opduvel (06/02/2019)
"Mark Alban Lotz is een in Duitsland geboren maar in Nederland wonende fluitist. De muzikant heeft een brede en open blik als het om muziek gaat, wellicht omdat hij niet alleen in Duitsland maar ook in Thailand en Oeganda is opgegroeid. Lotz heeft zowel jazz als klassiek gestudeerd en beide aspecten komen in zijn muziek terug. Als componist en improvisator is hij ervaren, maar zijn muzikale ruimdenkendheid zorgt ervoor dat zijn muziek fris en modern blijf klinken.

Met Lotz of Music maakte de fluitist al acht albums, zij het niet steeds in dezelfde samenstelling. Anno 2019 bestaat het gezelschap naast Lotz uit Albert van Veenendaal (piano en geprepareerde piano), Jörg Brinkman (cello en effecten) en Alan 'Gunga' Purves (drums, percussie, brim bram en andere geluidsobjecten). De leider beperkt zich zelf niet tot één fluit, maar speelt piccolo, c-, alt-, bas- en contrabasfluit, het laatste instrument gemaakt van pvc-buizen. Daarnaast gebruikt Lotz zijn stem en is hij ook verantwoordelijk voor effecten.

Op Live at JazzCase, dat is opgenomen in de Dommelhof in het Belgische Neerpelt, speelt als gast Claudio Puntin mee. Eigenlijk is 'gast' hier geen juist woord, want de Zwitserse muzikant die klarinet, basklarinet, mondharp, stem en effecten toevoegt aan het instrumentarium, is een onlosmakelijk onderdeel van het kwintet dat Lotz of Music op deze cd is. Het vijftal bestaat uit vijf individuen met een eigen speelstijl, maar is typisch zo'n gezelschap waar de som meer is dan de delen.

Het instrumentarium beschouwend zou je kunnen denken met een kamermuziekensemble te maken te hebben, als je de elektronische effecten en de objecten van Purves wegdenkt. De muziek is echter onder de noemer jazz te scharen, al zijn er duidelijk modern klassieke invloeden waar te nemen. Lotz of Music musiceert met een open geest en door het instrumentarium heeft het kwintet zeer veel mogelijkheden om uit te weiden. Men houdt de boel echter netjes bij elkaar, want er is sprake van een consistent album, terwijl toch niet wordt vergeten de nodige variatie aan te brengen. Die variatie zit niet alleen in het bespelen van verschillende instrumenten, maar ook in de acht stukken die het album telt.

Daarvan zijn er zes door Lotz gecomponeerd, waaronder opener 'Of Royal Hering', waarin de schoonheid van het instrumentarium goed tot zijn recht komt en de verschillen tussen de instrumenten als cello, piano en percussie soms wegvallen. De ritmische component is belangrijk en geeft het stuk schwung. Purves is druk in de weer, zorgt voor het speelse element, maar zijn vondsten weet hij te doseren zodat het slagwerk niet te veel overheerst. Op andere momenten valt het tempo weg, horen we Lotz in duet met percussie, wat in no time omslaat in een door fluit, klarinet en cello gespeeld thema, even later gevolgd door een jazzy gedeelte, waarin het fluitspel met elektronische effecten wordt verrijkt. De opener bevat al genoeg ideeën voor een heel album, maar bij Lotz of Music past het in negen minuten.

Piano en percussie openen 'Quasimodo', waarin speelse jazz, Zuid-Amerikaanse ritmiek en klassieke muziek zijn verwerkt. Het is een combinatie die tot een geforceerde kruisbestuiving zou kunnen leiden, maar niet zo bij dit vijftal, dat zijn dadendrang op natuurlijke wijze in verschillende genres verpakt. Het klassieke thema waarmee wordt geëindigd is wonderschoon.

Het lange 'Nistru' start vervolgens rustig en goed aansluitend op het vorige stuk. De piano verzorgt de ondergrond en de cello speelt een repeterend patroon waaroverheen Lotz en Puntin een vrije rol hebben die zij op subtiele wijze invullen. Bij Lotz of Music blijft echter niets hetzelfde, hoewel de basis van het stuk overeind blijft. De rollen van de verschillende instrumenten wisselen en de intensiteit van het spel neemt toe. Fluit en (bas)klarinet lijken zo nu en dan te vliegen. Aan het eind keert de rust terug.

In 'Waiting For Prey', dat gebaseerd is op een klein tweetonig motief, horen we onder andere een zware fluit, elektronica, losse pianoriedels, hi-hat en bekkens, waarmee een bijna ondraaglijke spanning wordt gecreëerd. Een sardonische lach valt de luisteraar ten deel. Hier is iets duisters in het spel, alsof je je in een rariteitenkabinet bevindt met een vijandige sfeer. De fluit van Lotz speelt een repeterend thema aan het begin van 'Strollin' A Reef', dat iets meer jazzterrein opzoekt, waar de geluiden van Gunga een andere draai aan geven. Lotz toont zijn kunnen in een virtuoze solo.

'Improvisation' is van Brinkman en Puntin. Het pizzicato spel van Brinkman wordt vakkundig ontregeld door Gunga en Puntin legt aavankelijk accenten maar speelt daarna een gevoelvolle melodie over het cellospel heen. In 'Tamago' spelen fluit en klarinet unisono het thema, terwijl de piano zware accenten legt en het slagwerk daar doorheen laveert. Daarna volgt een solo voor cello, terwijl Van Veenendaal zijn accenten blijft herhalen, nu ondersteund door speelse en humoristische klanken van Gunga, die een hele doos met geluidsvoorwerpen tot zijn beschikking heeft.

Het album eindigt met 'The Egg Jam Encore', dat is gebaseerd op 'El Uvo' ('The Egg') van de Braziliaanse componist Hermeto Pascoal. Puntin verzorgt het ritme op zijn mondharp, Lotz speelt thema en improvisatie, soms lijkt het zelfs tegelijkertijd. De klankkleur van het stuk is beduidend lichter dan die van de overige stukken en met dit stuk eindigt Live at JazzCase op aanstekelijke wijze. Een perfect einde van een kleurrijk album vol muzikaliteit, speelse vondsten, aantrekkelijke klankencombinaties en speelplezier."

eNR082: s/t by Mephiti
Ben Taffijn, Draai om je Oren (19/01/2019)
"Mephiti is een Vlaams/Europees sextet rondom saxofonist Erik Bogaerts, met verder de broers Bert en Stijn Cools, Ruben Machtelinckx, Indrė Jurgelevičiūtė en Brice Soniano. Hun debuutalbum kwam onlangs uit in bij El Negocito.

Wie deze musici kent - en dat zou zo maar kunnen, ze zijn immers allen in meerdere samenstellingen actief - weet dat de muziek op dit album van een ingetogen karakter zal zijn, harmonisch en voorzien van meer dan vleugje folk. Alleen al de instrumentatie waarin de snaren zijn oververtegenwoordigd duidt hierop. Met twee gitaristen, Bert Cools en Machtelinckx, bassist Soniano en Jurgelevičiūtė op kanklès (een soort zither) zijn zij ruim vertegenwoordigd. Dat gegeven geeft een geheel eigen karakter aan de muziek en vooral die kanklės is daarbij natuurlijk vrij ongewoon.

Klinkt 'Shilly' nog wat verstild en ingetogen, in 'Hymne I' krijgen we boeiende ritmische patronen, voorzien van spannende wendingen. Het bijzondere geluid van de kanklès met zijn wat droge klank komt mooi tot zijn recht in het ritmische patroon van 'Hanneke', dat Bogaerts een prima achtergrond biedt voor een verhalende saxsolo. In 'Krevelstraat' kabbelen de klanken in een rustig tempo op mooi slagwerk van Stijn Cools en puik basspel van Soniano. Ingetogen klanken ook in het tweede deel van 'Hymne'. Hier valt met name het samenspel tussen de twee gitaristen op, subtiel en uiterst harmonieus.

Naast de 'Krevelstraat' komt ook de 'Oude Steenweg' aan bod. Cools verklankt met zijn slagwerk de stenen, alsof hij ze op maat aan het hakken is. Tot slot krijgen we nog 'Kat Kreupel'. De associaties die je bij zo'n titel hebt, worden gelukkig niet waargemaakt."

eNR088: plant by 2000
Jean - Michel Van Schouwburg, orynx improvandsounds blogspot (14/01/2019)
"Après 1000, soit Jan Klare saxophone Bart Maris trompette Wilbert De Joode contrebasse et Michael Vatcher percussions), voici 2000. Le quartet 1000 est devenu 2000, un sextet avec la violoncelliste Elisabeth Coudoux et le tromboniste Steve Swell. 2000 fonctionne à l'empathie, l'écoute et l'imagination. Une musique qui emboîte des structures subtilement consonantes et minimalistes en sonorités recherchées, suspendue et dont le souffle s'enfle dans des crescendos de notes tenues, drones jazz vibrantes. Les deux cordistes ont trouvé une belle complicité en phase avec l'esprit de corps des souffleurs. Des fanfares de deux notes en carillon naissent des tuilages invisibles. Tout cela, et encore beaucoup d'autres choses, font de 2000 un groupe de jazz réellement d'avant-garde à nulle autre pareil. Vatcher semble jouer à peine ou alors mène la danse comme dans chills où chaque intervention individuelle se télescope avec celles des autres alors que grogne la contrebasse. Cette pièce est d'une légère subtilité rythmique sursautant dans les harmonies. Pas de « solos », mais un arrangement simultané de l'improvisation qui évolue au fil du disque. Chaque morceau de musique apporte son plaisir propre : les musiciens ont beaucoup travaillé cette musique à six qui allie une grande simplicité à la plus profonde subtilité. Quand le swing s'invite on a droit à des surprises. Un excellent travail qui a le mérite de démontrer aux amateurs de jazz moderne qu'une autre musique est possible qui échappe aux lieux communs. J'apprécie beaucoup leur véritable originalité qui repose sur un son collectif qui entraîne le rêve."

eNR082: s/t by Mephiti
Dave Sumner, Bird is the Worm (14/01/2019): Best of 2018 #20
"When I made this album one of my Best Jazz on Bandcamp recommendations, I stated that the takeaway of this album is that there are countless ways to express a state of serenity. The Mephiti sextet possess a strong melodic perspective, and the substance of their vision is revealed in the nuanced way they allow each to emerge, slowly, patiently, like nurturing a small flame into a roaring fire. Four of the instruments are stringed, with two guitars, bass and a kantele, and the way they delicately weave melodic patterns is not unlike Bill Frisell's masterful use of loops and effects. Just a gorgeous recording that kept getting better over time."

eNR071: Live At JazzCase by Lotz Of Music
Jazz'Halo, Georges Tonla Briquet (10/01/2019)
"Mark Alban Lotz is een Duitse Nederlander en een buitengewone fluitist die op een ongewoon arsenaal aan fluiten de meest uiteenlopende muziek met de meest uiteenlopende musici maakt. Dat maakt elk project van hem en zijn Lotz of Music weer spannend en avontuurlijk. Als het duo Food Foragers met de Schots-Nederlandse drummer/percussionist Alan "Gunga" Purves maakte hij in 2018 nog een magnifiek en humoristisch album, en nu ligt er een album dat de eerste samenwerking met de Zwitserse klarinettist Claudio Puntin vastlegde tijdens Jazzcase in het Belgische Neerpelt eind 2016.

Alan Purves is ook weer van de partij, net als de onvolprezen pianist Albert van Veenendaal die op piano en geprepareerde piano speelt. Daarnaast speelt ook cellist Jörg Brinkman mee, en dat betekent dat je hier een band hoort met musici die volledig aan elkaar gewaagd zijn, dat wil zeggen musici die het avontuur volledig aandurven en die niet terugdeinzen voor humor en onzin. Puntin speelt overigens naast klarinet ook basklarinet en mondharp.

Trek daaruit niet de conclusie dat je hier te maken hebt met een band die alleen maar lol zit te trappen, want niets is minder waar – hier wordt serieus geïmproviseerd op het scherpst van de snede, en iedereen houdt het voor iedereen bloedspannend, zodat je als luisteraar ook de hele tijd op het puntje van je stoel zit. Jazz, kamermuziek, wereldmuziek en hedendaagse muziek worden hier naadloos aan elkaar gelast op een losse, soepele manier waar je met open mond naar zit te luisteren."

eNR070: Live In Neerpelt by Jozef Dumoulin & Lidlboj
Jazz'Halo, Georges Tonla Briquet (10/01/2019)
"Net als in de film 'Close Encounters' wordt eerst een alfabet voorgesteld. Saxofoon, stem en electronics slagen er vervolgens in om met het basispakket de eerste zinnen te vormen. Stilaan worden meer details aangevuld tot uiteindelijk een eerste nogal dromerig kortverhaal van tien minuten uitgewerkt geraakt. Het hierop volgende hoofdstuk bevat een meer expliciete inhoud met in de hoofdrollen een tollende sax en een Fender die een parallelle wereld onthult. Lynn Cassiers kruipt nog een paar keer in de huid van de verleidelijke sirene met Bo Van der Werf (baritonsaxofoon, electronics), Dries Laheye (bas), Eric Thielemans (drums) en Jozef Dumoulin (toetsen, fx) als haar vier lijfwachten die haast niet van haar zijde wijken. Op 13 januari 2011 openden ze voor drie kwartier de deur naar een andere dimensie. Spijtig dat er met deze bezetting nooit een concreet vervolg kwam na dat concert."

eNR072: Rumble, VLEK In Neerpelt by VLEK
Jazz'Halo, Georges Tonla Briquet (10/01/2019)
"Zoals VLEK lopen er niet veel rond. Het gezelschap, opgericht in 2009, mag zich zelfs "house band" van zaal Paradox (Tilburg, NL) noemen. Twee cd's brachten ze uit. 'Rumble' is de derde en een vierde verschijnt zowat tegelijkertijd.

De combinatie van saxofoon (Edward Capel), trompet (Jeroen Doomernik), trombone (Hans Sparla), gitaar (Jacq Palinckx), toetsen (Bart van Dongen), contrabas (Bert Palinckx) en drums (Pascal Vermeer) levert uiterst uiteenlopende muziekjes op. De speelse pop en knipogen naar Franse en Italiaanse soundtracks uit de jaren zestig van de openingstrack 'GLOP', lijken zo geplukt uit het repertoire van de Finse groep Mopo. 'Mr. Emmerson takes a walk in the sun' klinkt inderdaad als de begeleidende muziek bij een wandeling maar dan eerder eentje bij sluitingsuur van de clubs waarbij onderweg af en toe onverwachts nog een deur openzwaait en een late klant buiten sukkelt. 'RumbaRumble' heeft veel weg van een gemuteerde versie van afrobeat terwijl 'Music on the far side of the moon' aanvankelijk ingezet wordt als een licht zwevend Scandinavisch sfeerstukje tot alles ontaardt in rockende jazz à la Don Kapot en MDCIII. De spielereien van 'Intermezzo1' krijg je er zomaar bovenop. Het moet daar heel plezierig geweest zijn op 21 april 2016 toen dit werd ingeblikt."

eNR071: Live At JazzCase by Lotz Of Music
Jazz'Halo, Georges Tonla Briquet (10/01/2019)
"Jazzcase zorgt regelmatig voor premières. Dit is er zo eentje. Op 15 september 2016 stond Lotz Of Music voor het eerst samen op een podium met Claudio Puntin. Twee sets van een uur lang improviseerden ze er lustig op los. Hieruit distilleerden ze vijftig minuten muziek van het verrassende type.

Mark Alban Lotz (piccolo, fluiten), Albert van Veenendaal (piano), Jörg Brinkmann (cello) en Alan Purves 'Gunga' (drums, percussie) dialogeerden met de Zwitserse Claudio Puntin (basklarinet, klarinet, mondharp) dat het een lieve lust was. Titels als 'Of Royal Hering', 'Strollin' A Reef' en 'Quasimodo' wijzen erop dat de meest diverse onderwerpen aangesneden werden. Het leidde bijwijlen tot vertrouwde klanken maar dan in een onverwacht perspectief geplaatst. Neurotische passages werden vervlochten met vrije associaties. Beklemmende passages volgden op spatieuze intermezzo's. Alles kwam uiteindelijk tot een goed einde, getuige de vrolijke afsluiter 'The Egg Jam Encore'. Heel wat samenhangender en toegankelijker dan je zou verwachten."

eNR084: The Room: Time & Space by Seppe Gebruers, Hugo Antunes & Paul Lovens
Avantscena (06/01/2019)
"The Room: Time And Space" is an album of "El Negocito" records, which was released on 2018. Album was recorded by Seppe Gebruers (two grand pianos, tuned a quarter tone apart), Hugo Antunes (prepared and unprepared double bass) and Paul Lovens (drumset with cymbals and gongs). These three musicians are creative and innovative jazz musicians. They are the central figures of European and Scandinavian, as well as international avant-garde jazz scene. All three have driving, energetic and suggestive playing style. Unheard tunes, sparkles, twisting and ambitious decisions, sharp and aggressive sounds, active and dynamic mood, spontaneous bursts of energy and colorful surprises – that's just a part of the base of their playing style. All music is based on wide stylistic variety. European, especially Scandinavian, and American avant-garde jazz is connected all together with own styles, unique sound and fascinating musical decisions. Musicians like to make innovative and experimental ways of playing or decisions – they construct new forms, refuse the old rules and make evocative and modern instead of them. The basics of 1960's and 1970's roots of experimental jazz also are brought here along with pure, unique and original elements, originally created by each musician.

"The Room: Time And Space" is filled with adventurous and bright musical decisions and innovations. The music is based on avant-garde jazz and its various traditions, but has some intonations of experimental music and academic avant-garde. Academical intonations are brought in here by specific combos and prepared instruments. The synthesis between avant-garde jazz, experimental music and a little bit of academic avant-garde creates bright, exotic and interesting sound. Musicians are experimenting in all sections, but the most – at instrumentation's section. Exotic combo, special effects, quarter tone, prepared and unprepared instruments – all these elements effect whole sound and bring a little of academical or experimental music tunes to it. The instrumentation is made organically, with impressive and professional methods. Traditional ways of playing are grouped all together with sound experiments, special effects, electronics, synthesized tunes, crazy, home-made or weird playing techniques or simply gorgeous sounds. The music is based on open form, abstract structure and rich facture. It contains colorful, polyphonic and bright musical pattern – it has dozens of colors, expressions, rhythms, timbres and other elements of musical language. Seppe Gebruers creates the main mood and gives the main tune to the improvisations by using two pianos, who are tuned a quarter tune. It's an interesting and exotic combo, who isn't used frequently at avant-garde jazz. Two piano solos are based on silmunateous changes and turns of moods. From abandoned and depressive it gets straight to expressive and vivid, dramatic or luminous solos or light and gentle excerpts. Sometimes music is very similar to cosmic, subtle, meditative or relaxing mood. Sharp chords, aggressive and effective playing manner, bright expressions, energetic solos, flowing and dizzy passages, roaring roulades – these and other elements are used here in spontaneous and impressive way. The academical playing techniques are connected with wild free improvisations, surprising and luminous solos, adventurous culminations and other similar elements. Piano melodies are colorful and tremendous – it's sparkling and twisting with special effects, shocking experiments, bright and fresh sounds, colors and rhythms. A special combo is created with prepared and unprepared bass. It makes an interesting and evocative combo with piano. Hugo Antunes is fusing together contemplative, deep and electric tunes, tight and solid bass line, ambient timbres, weird and strange sounds, who go directly to dramatic culminations and passionate solos. These elements are combined in delicate and organic way – it creates effective, driving, or cosmic and surrealistic mood. Bass melodies are on the middle of the solid and engaging melodic line and bright rhythmic section. It suits well with active and sparkling piano, and with energetic, tremendous and luminous drums. Paul Lovens creates real roaring and terrific storm – numerous of timbres and rhythms are used for that. Perturbating, breaking and impressive free improvisations, expressive and scandalous culminations, dramatic risings, bright drum rolls, effective sessions or subtle, gentle and sensible excerpts form marvelous sound. The music is moving, engaging and innovative – it's made by three great jazz masters in turbulent, wild and simply crazy collective improvisation."

eNR084: The Room: Time & Space by Seppe Gebruers, Hugo Antunes & Paul Lovens
Stef Gijssels, The Free Jazz Collective (05/01/2019) ****1/2
"And now for something completely different. The trio are Seppe Gebruers on piano, Hugo Antunes on bass and Paul Lovens on drums, or a Belgian, a Portuguese and a German; or a 28-year old, a 44-year old and a 73 year old ... and none of this matters. Quite to the contrary, the trio perform as if they have played together for ages. Lovens is one of the icons of free improvisation, a master of percussive effect and story-telling, and Antunes also no longer needs introduction to our readers, maybe with the exception that he did his bachelor both in Amsterdam and later in Brussels, where he currently lives. Gebruers is one of the up and coming musicians in Belgium, and part of the "Live In Ljubljana" album with Luis Vicente and Onno Govaerts.

On this album, the music is equally mysterious, combining an inherent weightlessness with a real physical presence of the instruments, creating both intimacy and a sense of space. Gebruers plays on two grand pianos which are tuned with a quarter tone difference, leading to a strange dissonance, that sounds fresh and appealing (at least to this guy), and at times imitated by both bass and percussion. Nobody takes the lead, and they allow the music to grow and develop by itself, clearly listening carefully what the other two are doing, resulting in a very focused and cohesive sound of sonic particles and splinters locking into each other, creating a forward moving dynamic in the process.

Paul Lovens explains the title in more length in the album sleeve, but here's the last paragraph : "There are rooms that invite you to seek shelter whereas other rooms seem to help you to concentrate, or they pull out of you thoughts and behaviour that has been waiting inside you to be awakened. Seppe, Hugo and myself met in this little gloomy theatre, and because we were ready to receive, the room took power over us. It is impossible to describe what it did to the three of us, but I find comfort in what Ludwig Wittgenstein told us: "Whereof one cannot speak, thereof one must be silent". Still, you can do what we did: listen".

The result is pure magic."

eNR064: The Ear Cannot Be Filled With Hearing by Giovanni Di Domenico & Abschattungen
Stef Gijssels, The Free Jazz Collective (05/01/2019) ****
"Di Domenico is a composer and musician with a broad musical background, originally self-taught, he received more formal training in his twenties. The fact that he is self-taught may be an obstacle for some, but not for Di Domenico, whose sense of listening is exceptional, as well as his skill at absorbing music in a natural way. We've reviewed around fifteen albums with him so far, in very different types of ensembles and sonic universes, demonstrating his versatility and eclecticism.

With Abschattungen, Di Domenico brings us a great mixture of rhythmic free jazz. "Infra-Thin", the first track, has a Miles Davis-like beat, but then as the foundation for a much free-er interplay by this band of musicians. His explicit inspiration are Sun Ra's "Lanquidity" and Gruppo Di Improvvisazione Nuova Consonanza's "The Feedback", if these are known references, combining 'futuristic sounds indebted to black music'. The big difference is that there is no real soloing as was the case in the inspiration albums, but rather a collective sound with once in a while a single voice that escapes out of the band (Blondiau's trumpet, Damianidis' guitar, ...) and that shifts between short arranged themes that work as anchor points and total freedom. Yet it is not fun and funk. The dark "Instruments Of Darkness", is a kind of resting point on the album, slower, ominous, a-rhythmic, with a more prominent role of Di Domenico's piano in the middle section. Even if different from the other tracks, it kind of consolidates the unity of the whole album, adding a suite-like effect to it.

... and it works. It works well actually: the solid pulse, the electric bass and the drums lay a really solid and hypnotic foundation for a kind of music than could go on forever, with all the horns, the guitar and the keyboard weaving a dense and warm collective free sound without evolving into chaos. There are no outbursts of anger or changes of energy, no contrasts between silent and high volume moments ... the listener gets taken on board for a psychedelic journey that is both welcoming and infectious.

It is not free jazz, but it is well worth listening to."

eNR070: Live In Neerpelt by Jozef Dumoulin & Lidlboj
Stef Gijssels, The Free Jazz Collective (05/01/2019) ***
"One of the reasons why keyboardist Jozef Dumoulin has not been reviewed often on our blog, is simply because his approach to music, even if unique and eclectic at the same time, is always just that little touch outside of the profile of the adventurous music that we cherish. Does that mean that Dumoulin not adventurous? No, not at all, and quite to the contrary even, but he develops new musical avenues within given idioms, and even if the bands he plays in are quite distinct, his approach to music and to his instruments remains unique. He likes subtle changes and precise gestures rather than bombast and volume, he likes his playing and music to have a floating, mysterious quality that permeates the entire sound in an unhurried but determined way. He has released albums with musicians as diverse as Magic Malik, Reggie Washington, Jerôme Sabbagh, Keiji Haino, Benoît Delbecq and Nate Wooley.

On this album we find him back with his no longer existing band "Lidlboy", with Lynn Cassiers on voice and electronics, Bo Van der Werf on baritone saxophone and electronics, Dries Laheye on bass and effects, Eric Thielemans on drums. The music is "poppy", with Cassier's vocals preciously drifting over a strange texture of light-footed music that is rooted in jazz, yet equally borrows from rock and traditional music. Some of Robert Wyatt's later work come to mind."

eNR068: s/t by FUNDAMENT
bertl, freiStil #82 jan/feb
"Von einem Ensemble, das aus fünf Kontrabässen, einem Tubax, einem Bass- und zwei Baritonsaxofonen, zwei Tubas und einer Posaune zusammengesetzt ist und dessen Mitglieder sich auch noch gutturalen Gesangs befleißigen, lässt sich wahrlich behaupten, dass ihm das musikalische Fundament ein besonderes Anliegen ist. Inwieweit allerdings der Konsum einer Dokumentation musikalischer Ereignisse, für die es wesentlich ist, dass die Spielerinnen und das Publikum auf verteilten Orten im Raum positioniert sind, mittels Stereo-Tonträger tatsächlich auch nur einigermaßen an das bei einer Aufführung vor Ort Erfahrene heranreichen kann, ist aber wohl ziemlich fraglich. Improvisatorische Entwicklung spielt bei Fundament nur eine sehr untergeordnete Rolle, es geht vielmehr um das Nebeneinanderstellen und Aneinanderreihen verschiedener musikalischer Episoden im Raum. Diese Episoden, ineinander übergehend, oder voneinander getrennt, beinhalten etwa aus, oder in, der Tiefe Glissandiertes, dort Waberndnes und Flächiges, aus dem höher Tönendes wie Säulen emporragt, sowie auch stärker Bewegtes, was an gekräuselte und schließlich mehr in Wallung geratende Oberflächen weiter, dunkler Gewässer denken lässt, über die der eine oder andere Partikel wie irrlichternd herumflackert. Wie man sieht, mag aber doch schon die CD-Aufnahme Eindrücke hervorzurufen – das Ganze ist abwechslungreich, interessant und spannend."