Riccardo Luppi - tenor saxophone, flutes
Manolo Cabras - double bass
Lynn Cassiers - voice, electronics
João Lobo - drums

 

Duration:
Release: 04.12.2010
Recording: Paolo Casati
at the Teatro dell'Arte at the AH-UM Jazz Festival, Milano , Italy (16.11.2008)
Mix & Mastering: Manolo Cabras
Producing: Rogé Verstraete
Fotografie: Antonio Ribatti
Artwork / Lay-out: Dries Verstraete

 

kort: Registratie van een geïmproviseerd live-concert vanop het 7de AH-UM Milano Jazz Festival op 16 november 2008, in het Teatro dell'Arte.

Riccardo Luppi's Mure Mure started out off a meeting between Riccardo Luppi himself and bassplayer Manolo Cabras, at the Padova Jazz Festival 2006 with Alberto Taccini and Tiziano Tonnoni. After this experience it was clear for Luppi and Cabras that they shared a common approach in making music that they wanted to explore in the form of a new project.
Manolo Cabras' constant flow of rhythmical melodies in form of counterpoint, naturally blends to the more leading lines of Riccardo Luppi that with his expressive sound gradually constructs the story. The concept of composing free forms maintaining a strong overview on the shape of an entire concert is surely a major concern in their vision of music. The need to express melodies and counterpoint in as many different timbres as possible, leaded to the choice for the singer Lynn Cassiers that includes also words and electro-acoustic soundtextures in her personal language of 'treated voice'. As well as for Joao Lobo with his unusual variety in soundpalette and remarkable vieuw on his role in instant composition, the choice for him to complete this quartet, had seemed obvious from the very start.
Riccardo Luppi's Mure Mure is mainly dedicated to explore the unknown spaces in between the bigger lines of already existing structures in music.

 

 

 

1. Travelling pangae - 12:19

2. Caronte's bell - 9:57

3. Mure mure mure - 9:46
4. Cross fades - 9:50

5. Sure enough - 11:11
6. Any ghost up there? - 4:21

 

Mure Mure is an improvisers collective.
All musics are instantly composed during performance. Titles by Riccardo Luppi

 

 

 

 

Press

"De Italiaanse tenorsaxofonist Riccardo Luppi heeft een sound die soms erg sterk op die van de Amerikaan David S. Ware lijkt, en dat terwijl de ritmesectie die hem hier ondersteunt (bassist Manolo Cabras en drummer João Lobo) met even veel verve de vrije oorden opzoekt. Sommige passages zijn duidelijk geworteld in de freejazzrevolutie van de jaren zestig (denk aan Albert Ayler, Archie Shepp en Pharoah Sanders), met een bluesy schwung en nerveus onderliggend gerammel dat misschien niet echt 'swingt', maar dan toch een immense dynamiek aan het geheel geeft. Wat dit kwartet een ongewone, zelfs markante sound geeft, is de aanwezigheid van Lynn Cassiers (zie ook Jozef Dumoulins project Lidlboj), een jazzzangeres met een zwak voor elektronische speeltjes en manipulatie, die regelmatig erg bepalend is voor het totaalgeluid. Is het soms al zoeken naar pure (free-)jazz bij deze band, dan sleurt zij haar drie kompanen vaak mee in haar kielzog, op weg naar een avant-gardewereld, waar elektro-akoestisch experiment en rotzooien met textuur dominant zijn. Hoewel ze ongetwijfeld een aardig stukje kan zingen, krijg je dat zelden te horen; die stem wordt immers verwerkt met loops, vervormd en bewerkt, en breekt soms resoluut met het conventionele door te kiezen voor het met noise flirtende experiment, wat niet altijd even goed uit de verf komt. Bij het onheilspellende 'Caronte’s Bell' denk je meteen aan Diamanda Galás' hysterie en tijdens het etherische 'Cross Fades' zorgt haar sirenengezang voor een verrukkelijk contrast met Luppi's klaagzang op de tenorsax, maar in 'Sure Enough' blijft het vooral steken bij kinderlijke theatraliteit. Gelukkig krijgt de tweede helft van het stuk nog een potige free-jazz wending "(...)."
Guy Peters, Draai om je Oren (06.03.11)

"J’avais reçu ce disque, étrange et fascinant, édité par El Negocito Records, mais je n’avais jamais eu l’occasion d’en parler. Il a été enregistré live, lors du festival Ah-Um à Milan en 2008. Totalement improvisé. Un ovni. Un must. "(...)"Le premier morceau est une lente progression plaintive. Telle le chant d’une sirène, Lynn nous ensorcelle. Puis tout devient nerveux. Comme une mouche prisonnière d’un verre, le sax tente de s’échapper. Les rythmes deviennent erratiques, Manolo tire sur les cordes de sa contrebasse, Joao casse aussitôt les tempos qu’il initie… On plonge ensuite dans un rêve d’enfant. Ambiance amniotique, sourde, feutrée. Le rêve est légèrement agité. L’archet de Manolo grince tendrement, Riccardo dépose un souffle chaud et rassurant. Joao s’aide de sachets plastiques pour frotter les peaux des tambours. Lynn ressort ses kazoo, clochettes, petites cymbales, hochets. Elle chante une histoire sans image. On flotte entre rêve et réalité, entre angoisse et apaisement, entre nervosité et langueur. Le quartette nous emmène dans un monde musical étonnant, il tente de nous câliner, de nous bercer, de nous blesser aussi, et de nous perdre… pour mieux nous rattraper au dernier moment. L’expérience est déroutante, mais tellement excitante. Il y a une telle connivence entre les musiciens, qu’ils peuvent improviser des histoires comme ils veulent. C’est un cadavre exquis. Exquis. (...)." (A+)
Jazzques, Jacques Prouvost (14.06.2011)