eNR103: s/t by Anemic Cinema
Guy Peters, Enola (12/04/2021)
In de eerste coronazomer debuteerde gitarist Artan Buleshkaj met een eigen kwartet. Dat werd intussen Anemic Cinema gedoopt en heeft een kloeke debuut-EP klaar. Het resultaat is een mix van jazz en metal die anno 2021 bijna een vanzelfsprekendheid geworden is. Maar iemand moest het doen.

De jonge Belgische jazz tiert welig en valt op door de gretigheid waarmee genremuurtjes gesloopt worden. Dat zorgt automatisch voor adrenaline, het besef dat er iets gebeurt, maar natuurlijk loert daar ook het gevaar dat het boeltje verwatert, een kunstje wordt en dat oppervlakkig geharrewar zich een air van zeggingskracht aanmeet of bestempeld wordt als een instant meesterwerk. Maar: als het goed is mag het gezegd worden en Anemic Cinema voegt weer een nieuwe tint toe aan het veelkleurige muzieklandschap van deze contreien.

Dat centrale spil Buleshkaj een poging doet om jazz, metal en nog wat invloeden (hier en daar een pastorale tint of kamermuziekstatigheid) bij elkaar te brengen hoeft eigenlijk niet te verbazen. HAST, waarin hij een tweespan vormt met Roeland Celis en ook materiaal aandraagt, zit soms ook al te roeren in dat potje, alleen is dit duidelijk het project van een gitarist. Die hanteert hier een grofkorrelige, regelmatig met vuile distortion rotzooiende baritongitaar die inderdaad zelden ‘jazz’ klinkt, én hij laat zich bijstaan door goed volk: Rob Banken (voorman/saxofonist van HAST en onlangs ook in de weer met Grand Picture Palace, John Ghost en Rapidman), drummer Matthias De Waele (ook Grand Picture Palace en Rapidman) en rietblazer Steven Delannoye (o.a. Chasing 8 Penguins, DelVita Group...), die intussen al even een vaste waarde binnen de Belgische jazz is.

Het is alleszins een kwartet waar Buleshkaj veel kanten mee uit kan. Bij de combinatie van jazz en metal wordt snel gedacht aan de jazzterreur van Naked City en co. Zo hysterisch gaat het er niet aan toe, en het is evenmin de wilde woestheid van The End of het proggy fileerwerk van bands à la Shining. Misschien doet de sound nog het meest denken aan Tyft of AlasNoAxis, bands waarin gitarist Hilmar Jensson ook aardig van leer kan trekken. Maar Anemic Cinema is duidelijk jonger, moderner en zelfbewuster. Er is volop vrijheid, maar binnen duidelijk afgebakende zones, terwijl bewaakt wordt dat herrie en kalmte, nervositeit en rust elkaar regelmatig afwisselen. Niet enkel om de monotonie te vermijden, maar ook om die uitersten beter te kunnen versterken.

“Solenoid Creatures” opent straf, met verkrampend samenspel dat gierende, losbandige vrijheid opzoekt en gaandeweg eensgezind op de rails belandt. Troef: het contrast tussen de gedempte, maar grove gitaartoon van Buleshkaj en de fladderende altsax van Banken. Een bas komt er niet aan te pas, maar waarom zou je ook, als je die bijvoorbeeld kan vervangen door een lekker meeronkende basklarinet (Delannoye)? Samengevat: potig, hoekig als een heavy hinkelspel én een klinkende opener. Misschien nog beter: “Poète Maudit”, met twee saxen die vrijen op een tegel en een gitaar die daarna naderend onheil aankondigt. Dan: klets, een turboversnelling, strak gestuiter tussen HAST en wijlen X-Legged Sally, met een driftige Q & A van de saxen (let er ook op hoe de alt- en tenorsax in een paar nummers vaak lijken te versmelten).

Tijd voor rust: “Lattices” lijkt aanvankelijk vooral voor zacht aanzwellende gitaar en cimbaalgetik te kiezen, maar schiet dan toch wakker. Vief en fris, al is het meer cinema dan metal. Ook afsluiter “Shrines And Effigies” kiest voor de beheersing, met klarinet en basklarinet die dromerig omspeeld worden door meerdere gitaarlagen en subtiel kleurende brushes. Ertussen zorgt “Enmity” voor een energiestoot met krappe start/stop-dynamiek, een vrije uitweiding en een wringende spanning die wordt gecreëerd met woelig drumwerk, dreigende gitaar en soms lange saxlijnen. Het doet uitkijken naar een onderhuids dreigende explosie. De beloning: een punkversnelling en goedmoedige aai over de bol.

Dat alles maakt van Anemic Cinema een prima visitekaartje en de band eentje om in het oog te houden. Anemic Cinema kan immers liefhebbers van uiteenlopende genres bij elkaar brengen, en daar kan geen mens iets op tegen hebben. Er wordt dezer dagen al genoeg teruggekropen in de duffe saaiheid van het eigen gelijk.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Philippe De Cleen, Dansende Beren (08/04/2021) ***
Gent blijft een bruisend vat van nieuwe, spannende muziek. Nadat gitarist Artan Buleshkaj als sideman deel uitmaakte van verschillende spannende projecten, kreeg het idee stilaan vorm om eens iets anders te gaan uitproberen. Muziek met een eigen kwartet, waarbij hij de primaire aandrijver van zou zijn, is nu het resultaat, in de vorm van ep Anemic Cinema.

Bij het componeren en uitwerken kwam hij al gauw terecht bij een aantal usual suspects, zoals saxofonist/klarinettist Rob Banken (H A S T, John Ghost) en drummer Matthias De Waele, maar evengoed ging hij samenwerken met Steven Delannoye (tenorsax en basklarinet). Samen vormen ze een jonge en hongerige bende avonturiers die de muziekwereld een frisse schop geven.

Al van bij opener “Solenoid Creatures” word je gewaar dat de groep een bende muzikale vrijbuiters is. Het viertal speelt er lustig op los en legt daarbij vaak erg filmische accenten. Zo valt onder meer op dat de focus op deze Anemic Cinema helemaal ligt op samenspel en het kundig in elkaar doen vlechten van verschillende instrumenten in een geheel.

Misschien wat vreemd is de energieke heavymetal-factor, die zich onder meer uit in het robuustere drumwerk. Bovendien, en dat is wel wat uitzonderlijk, laat deze groep de bas vallen, maar vangt die op door scheurende klanken via onder meer basklarinet. Ook valt er her en der een tintje klassiek op te vangen, zoals in het initieel rustig openbloeiende “Poète maudit” dat gaandeweg dan wel stevig aan rockflair wint.

Knap is ook hoe Anemic Cinema de spanning tussen rustigere passages en ronduit schurende, opwindende tracks zoals “Enmity” verder weet op te rekken. Een meer dan prima debuut-ep dus, die soms erg onverwachte en daarom ook behoorlijk spannende wegen inslaat. Anemic Cinema, onthou die naam maar voor als er weer concerten kunnen doorgaan.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Philippe Elhem, Le Vif Focus (08/04/2021)
Lauroshilau mêle les noms des musiciennes qui forment cet étonnant trio: les Belges Audrey Lauro, saxophoniste alto, Pak Yan Lau, pianiste jouant des toys piano, synthés et diverses électroniques, et la batteuse et percussionniste japonaise Yuko Oshima. Leurs deux pièces totalisant 42 minutes, enregistrées lors d'un concert donné à Padoue en novembre 2018, offrent une musique improvisée à partir d'un cadre prédéfini qui, au cri, substitue une exploration basée sur une écoute intériorisée dont la retenue peut frôler le murmure. Cette traversée musicale entremêle chacune des intervenantes dans un tissu sonore continu relevant d'une forme de minimalisme qui constitue une évolution formelle parmi les plus passionnantes apparues ces dernières années dans le domaine de l'improvisation libre. Au final, Live at Padova se révèle être une petite merveille qui, à chaque nouvelle écoute et selon l'attention que l'on porte à l'une ou l'autre des musiciennes, change la perception que nous avons de cette fascinante aventure sonore tout en la renouvelant.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Georges Tonla Briquet, Jazz'Halo (05/04/2021)
Hij is de gitarist die het verschil maakt bij groepen als H A S T en Mòs Ensemble maar Artan Buleshkaj wilde nog net iets meer. Onder de naam Anemic Cinema laat hij in het gezelschap van saxofonisten Rob Banken en Steven Delannoye samen met drummer Matthias De Waele horen tot wat dit zoal kan leiden.

Artan Buleshkaj is duidelijk een veelzijdig gitarist. Zo duikt hij op bij onder meer Brain//Child, Mòs Ensemble (binnenkort nieuw werk), Madame Blavatsky, H A S T (van wie recent nog het overtuigende ‘Ubi Sunt’ verscheen) en in het gloednieuwe project van zijn vroegere comboleraar Pierre Vaiana (‘Amuri & Spiranza’). Dat zijn composities voor Anemic Cinema gelaagd en ingenieus klinken, heeft niet alleen te maken met deze uiteenlopende activiteiten maar is ook deels te danken aan het analytisch denken dat Buleshkaj overhield aan zijn IT-verleden. Toch klinkt het werk van Anemic Cinema heel organisch. De doorgedreven jazzharmonieën zijn gekoppeld aan een rockdrive zonder het noodzakelijke buikgevoel te verwaarlozen.

Het zit allemaal verwerkt in de vijf nummers te horen op dit debuut. De verschuiving naar heavy metal en prog is daarbij tekenend. Stevige kost dus maar met subtiele links naar zijn andere stratosferen. Daartussen zit bovendien zijn voorliefde voor sciencefiction met als goeroe wetenschapper en schrijver Isaac Asimov. Dit aspect komt het sterkst naar voor in het ‘Solenoid Creatures’, een clash van saxen en gitaar gelardeerd met kosmische storingen en kubistische drumpartijen. Alsof Morphine als een feniks uit zijn as herrijst en een verbond aangaat met MDCIII. In ‘Poète Maudit’ (toeval of niet, Baudelaire de “poète maudit” bij uitstek werd honderd jaar geleden geboren) neemt het kwartet de tijd om hun sonische grammatica uiteen te zetten en er vervolgens mee aan de slag te gaan. ‘Lattices’ is een rustpunt als aanvulling van het achterliggende gedachtegoed waarmee ze goochelen. De kolkende energie van ‘Enmity’ is typisch Anemic Cinema en de perfecte soundtrack als opstap naar het BIFFF (Brussels International Fantastic Film Festival of Fantastic Film) dat doorgaat tijdens het paasverlof, zij het in digitale versie. ‘Shrines And Effigies’ is tenslotte nog eens een ingetogen en beknopte ontrafeling van de krachtlijnen die voorafgingen.

Vergeet de download en ga voor de vinyl met het buitengewone artwork van grafisch ontwerper Benoit Vangeel dat helemaal aansluit bij de psychedelica van de twee videoclips die tot nu toe verschenen. Anemic Cinema is op die manier een lust voor oog en oor in Technicolor en Sensurround. En nu maar hopen dat die concerten er zo snel mogelijk aankomen.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Marc Alenus, daMusic (03/04/2021)
Twee Violen En Een Bas, misschien kent u het oude kinderliedje wel. Hoe dan ook maakt het duidelijk dat in elk bandje of orkestje een bas zou moeten zitten. Maar niet volgens deze jongens.

Anemic Cinema trekt zich daar niets van aan. Zij doen het zonder conventioneel basinstrument. Dit avontuurlijke gezelschap laat een ander instrument die rol op zich nemen. Of ook helemaal niet. En ze houden zich ook niet aan ongeschreven wetten in verband met songstructuren of genres. Dit moet dus wel een freejazzgezelschap zijn.

En ja hoor, de motor van dit zootje ongeregeld is Artan Buleshkaj, de man die met de gitaar als angel gif spuit in de sound van H A S T, de band waarin ook saxofonist-klarinettist Rob Banken (ook bekend van John Ghost, Bravo Big Band, Kleptomatics, Bardo en RaPiDManzit) resideert. Geen wonder dat Buleshkaj (baritongitaar) hem wist te overhalen om ook hier mee te spelen. Steven Delannoye (tenorsax en basklarinet) en drummer Matthias de Waele maken het kwartet compleet.

De vier delen een liefde voor improvisatie, onvoorspelbaarheid en noise en dat is te horen aan de vijf songs tellende debuut-ep. Eerder bekropen ons al Solenoid Creatures en omhelsden we het nochtans stekelige Enmity, de twee singles uit de plaat. Dat was stevige kost met een mix van jazz- en heavy metal-elementen en het ontbreken van enige houvast. Uit deze songs kruipen was onmogelijk door de steeds van structuur veranderende muren die wel vloeibaar leken.

Platgebeukt door opener Solenoid Creaturs volgt Poète Maudit, dat meer ingehouden begint en ook meer geleidelijk opbouwt. Tot de gitaar van Buleshkaj het na dik drie minuten welletjes vindt en de blazers meetrekt in een eclectische finale. De drums ondersteunen het gebakkelei, dat lekker verder gaat in Enmity, klaterlachend.

Lattices en afsluiter Shrines And Effigies leunen in alle ingetogenheid meer aan bij Poète Maudit. De eerste laat vooral Banken en Delannoye voor het voetlicht treden, die de instrumenten vrijelijk rond elkaar laten dansen in een geïmproviseerde choreografie. De afsluiter is al helemaal peis en vree met alle instrumenten in perfect symbiose, heerlijk kuierend als over een sacraal aanvoelend soldatenkerkhof en met op een bepaald moment de klarinet fladderend als een vlinder daaroverheen.

Wie rustig in het universum van Anemic Cinema wil afdalen, speelt de ep van achter naar voor af. Dat gaat net zo goed als de bandnaam van achter naar voren lezen. Wie niet bang is voor de hoge springplank, mag gerust de normale volgorde volgen. Beide afspeelwijzen leveren een spannende zwembeurt op door de vloeiende composities van Buleshkaj.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Björn Comhaire, Luminous Dash (02/04/2021)
Het zijn moeilijke tijden voor de gemiddelde bioscoop en haar gangers. Er verschijnen momenteel nauwelijks films en als ze al verschijnen, dan kan je ze enkel bekijken als je een abo hebt bij Netflix, Disney+ of een andere streamer. Algehele cinematografische bloedarmoede als het ware. Een soort van anemic cinema, toevallig (ahum) ook de naam van de nieuwe band rond gitarist Artan Buleshkaj… Voor zover de vergezochte intro voor deze bespreking.

Artan Buleshkaj kennen we van H A S T, de improviserende jazzband rond Rob Banken. En ja, diezelfde Rob Banken staat nu ook naast Artan te blinken in Anemic Cinema net als saxofonist Steven Delannoy en drummer Matthias de Waele. Een kwartet vrijgevochten jazz muzikanten die zich graag eens laten beïnvloeden door andere, wat ruigere genres en die er geen enkele moeite mee hebben zich improviserend een weg te banen door moeilijke akkoordprogressies. Improvisatie en freewheelen zijn de sleutelwoorden op deze eersteling.

Dat hoor je meteen in de eerste minuut van opener Solenoid Creatures. Wild om zich heen slaand het stof uit de luidsprekers blazen om daarna in min of meer geordende slagorde de ingedommelde jazz fan wakker te schudden. Poèt Maudit moet het hebben van een eerder filmische openingsscène met veel "plump and circumstance" die pas ruim in de helft van het nummer uitmondt in een energieke jongleer act. Borden vliegen in het rond, de messenwerper durft al eens wat minder accuraat te mikken en de clowns stuntelen zich een breuk. Nog een geluk dat er geen doden gevallen zijn!

Puin ruimen doen we in Lattice waarin het viertal hun gevoeliger kant laat horen. Ingehouden, afgemeten en met de blazers in de hoofdrol. In Enmity loopt het echter opnieuw helemaal uit de hand. Een hoogoplopende discussie leidt tot een stevig handgemeen. Er wordt over en weer geschreeuwd tot de strijdende partijen vermoeid uit mekaar gaan en de strijd onbeslist eindigt.

De bezinning volgt in afsluiter Shrines And Effigies. En hoewel Matthias de Waele op zijn drums blijft meppen alsof zijn leven ervan afhangt, brengt het nummer rust en een gevoel van afsluiten.

Anemic Cinema gaat door op het elan van wat we kennen van bij H A S T. Energie, improvisatie en instrumentale virtuositeit zoals wij die wel kunnen smaken. Een ijzersterke eerste van muzikanten die bij lange na niet aan hun proefstuk toe zijn. Het album verschijnt bij el Negocito Records en werd opgenomen en gemixt door Jonas Everaert in de Dunk!Studios. De mastering gebeurde door Karel de Backer.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Jordi De Beule, jazz & Mo (01/04/2021)
Belanden we binnenkort in moshpits op jazzfestivals? Steeds meer jonge Belgische bands injecteren hun muziek met rauwe gitaarklanken en de nodige punch. Denk recent nog aan de oproep tot revolutie van Echoes of Zoo en de afropunk van Don Kapot. En ook H A S T blies ons de voorbije jaren zonder uitzondering van onze sokken.

Met Artan Buleshkaj en Rob Banken vinden we twee leden uit die laatste band nu terug in het nagelnieuwe Anemic Cinema. Dit kwartet daagt zichzelf uit door te spelen zonder conventioneel basinstrument, waardoor alle leden deze rol kunnen opnemen onderweg. Dynamiek troef dus op de 5 stukken op deze EP.

Openen doen we met Solenoid Creatures, een schermutseling tussen metal en freejazz die gaandeweg eerder een verhitte discussie wordt. Na deze korte, energieke introductie is het aanvankelijk uitblazen in Poète Maudit, waar de blazers mekaar prachtig invullen. Hier klinkt ongetwijfeld de invloed van modern klassiek door, maar niet zonder dat alles halverwege een stevig rockrandje krijgt. Jazz met knaldrang.

Een echt rustpunt krijgen we pal in het midden van de plaat met Lattices: sfeer en klankkleuren halen het even van energie, de blazers worden haast romantisch, van de drums horen we vooral zingende cymbalen. Het is de stilte voor de storm die Enmity heet. Het kwartet, met Buleshkaj voorop, ontbindt hier al zijn duivels in een nummer vol tempowisselingen alvorens uit te doven in het open, gelaagde Shrines and Effigies - een dromerig duet tussen klarinetten om deze veelzijdige plaat af te ronden in schoonheid.

Een stevig genreslopend plaatje.

eNR095: s/t by Bloom
Claude Loxhay (01/04/2021)
Le quintet Bloom est en partie une émanation de L'Oeil Kollectif, groupe de musiciens en résidence à l'An Vert. C'est le cas du saxophoniste Bruno Grollet qui fait partie du Double Quartet de L'Oeil Kollectif, est membre d'un quartet avec Quentin Stockart et d'un quintet avec Louis Frères (qui, depuis peu, fait partie du septet Rêve d'Éléphant Orchestra). C'est aussi le cas de Clément Dechambre (as, bcl), membre aussi du Double Quartet de L'Oeil Kollectif et de l'Orchestre du Lion, avec Michel Massot et Michel Debrulle. A la contrebasse, Manolo Cabras, fondateur de Basic Borg avec Lynn Cassiers et d'un quartet avec Jean-Paul Estiévenart, mais aussi membre du quartet de Ben Sluijs, d'Heptatomic d'Eve Beuvens, du trio de Manu Hermia, du trio d'Erik Vermeulen et sideman de l'Américain Charlie Gayle. A la batterie, Alain Deval, membre de L'Oeil Kollectif, de Collapse, du Random House de Thomas Champagne. Enfin, à la guitare, Quentin Stockart, membre d'un trio avec le contrebassiste Nicola Lancerotti, d'un duo avec le guitariste Benjamin Sauzereau et fondateur d'un quartet avec Bruno Grollet, Tom Malmendier et Audrey Lauro au saxophone. Pour cet album, six compositions de Stockart qui alternent avec de courtes séquences d'improvisation collective. De belles séquences à deux saxophones (alto-ténor) dont certaines trames mélodiques rappellent la rencontre entre Ornette Coleman et Dewey Redman, notamment pour l'album « Paris Concert » (« De Nouveau », « Quantum »), ou parfois avec une sonorité écorchée (« Tuft ») mais, à certains moments, plus apaisée (« Kimchi »). Parfois, le ténor dialogue avec la clarinette basse (« Response »). La guitare peut aussi se faire plus violente (« Quasi Electric Response ») et certaines séquences d'improvisation collective se font bruitistes (« Hum »). Une photographie d'un jazz en pleine évolution.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Dick Hovenga, Written in Music (31/03/2021) ****1/2
Artan Buleshkaj is weer zo'n geweldige en jonge gitarist uit het Vlaamse. De meesten zullen hebben kennen als één van die twee gitaristen uit het geweldige HAST die de band niet alleen hete pepers maar ook buskruit geven. Met Anemic Cinema heeft hij nu ook zijn eigen kwartet en hun eerste EP verdient alle aandacht.

Mooi om naast die zo geweldig getalenteerde Buleshkaj ook Rob Banken op altsax/klarinet (natuurlijk ook van HAST maar ook John Ghost en zoveel meer), Steven Delannoye op tenorsax/basklarinet en Matthias de Waele op drums in de band te zien. Een heerlijke verzameling beloftevolle muzikanten bij elkaar dus weer.

De muziek van Anemic Cinema stuitert op hun eerste EP lekker door elkaar. Juist omdat er twee blazers in de band zitten en de drums en gitaar als ze er voor gaan ook echt voor gaan komt er een verrukkelijke dynamiek los. Als ze de diepe jazz induiken al net zo. Anemic Cinema is echt weer zo'n Vlaamse band die jazz een volstrekt nieuwe kant opduwen.

De EP opener Solenoid Creatures met z'n stevig, tegen metal aanleunende, gitaarpartij, luid klapperende drums en heerlijk vrij spelende saxen (en klarinet als relaxte tegenreactie) klinkt als het overdonderende dwarse begin waar we al op hoopten. Het door de 2 saxen opgezette Poète Maudit (miskende of maatschappelijk onaangepaste schrijver) doet volledig recht aan de titel van de compositie. Rustig in opbouw, volledig door het dak gierend in uitwerking. Fantastisch gespeeld en buitengewoon aanstekelijk.

Lattices is de derde van de vijf, mooi lange, stukken die de EP kent en is en ingenieus tegelijk meer ingetogen vrije compositie waarin de impro geest van de mannen vrij spel krijgt. Machtig spel van Banken en Delannnoye. Enmity start daarna dan weer zo overrompelend als de openingstrack met Buleshkaj excellerend naar de metal leunend om vervolgens met zijn mannen naar introspectief terug te keren om alvorens luid gierend o zo ingenieus met geweldig spel uit de bocht vliegen. Verrukkelijk!

EP afsluiter Shrines and Effigies drijft dan weer op het fraai ingetogen spel van Buleshkaj en de twee blazers, met prachtig klarinet soleerwerk, waar De Waele met wederom lekker gevarieerd drumspel fraai op aanvult.

Van HAST wisten we al dat Buleshkaj, naast de al net zo geweldige Edmunt Lauret, een geweldige gitarist is die met avontuurlijk spel dat vaak flink uit de metal put, en hemelhoog talent is. Ook als componist imponeerde hij daar al (Op Elk Potje Past Een Dekseltje) maar wat hij voor zijn nieuwe band schreef is al net zo indrukwekkend.

Anemic Cinema is een heerlijke nieuwe band die met hun eerste EP volop overtuigt. Zalig hoeveel er steeds in elke compositie gebeurt en hoe de muzikanten hun vrijheid vinden om tussen alle structuren heen te bewegen. Wij zijn alweer helemaal om. Anemic Cinema rules!

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Bart Cornand, Knack (31/03/2021)
Enkele weken geleden kwamen de gekken van HAST nog voorbij met hun album Ubi Sunt. De helft van die bende, baritongitarist annex scheurijzer Artan Buleshkaj en altist-klarinettist Rob Banken hadden kennelijk nog een ander ei te leggen, en nodigden twee kleppers uit de improscene uit: Steven Delannoye (tenorsax en basklarinet) en Matthias de Waele (drums). U merkt: geen bas, maar aan gegruizel geen gebrek. Het resultaat, Anemic Cinema, slaat je eerst de kop in met een mix van metal en vrije improvisatie (Solenoid Creatures, Poète Maudit), maar zalft ook met Lattices, een ingetogen stuk met welkom contrapunt tussen de gitaar en de blazers. Enmity danst even liefelijk verder, maar springt dan laffelijk in je nek. Shrines and Effigies rijkt naar het hogere. Kortom: Buleshkaj en co. trokken hun ogen tot spleetjes samen toen ze dit album maakten. Van venijn, maar ook van speelplezier.

eNR097: LOI by Raf Vertessen Quartet
John Sharpe, All About Jazz (29/03/2021) ****1/2
Belgian drummer Raf Vertessen's quartet unites a mouth-watering array of talent, and he keeps them busy on his leadership debut LOI. Since arriving in Brooklyn, in 2016, Vertessen has dug in deep, enlisting saxophonist Anna Webber, trumpeter Adam O'Farrill and bassist Nick Dunston, all acclaimed leaders in their own right, to realize his charts in a way which allows them full expression while at the same time respecting compositional boundaries drawn largely from the free jazz vernacular.

Opening with the title cut, Vertessen offers the first intimation of the jostling camaraderie between the horns which illuminates the album. It begins as an aural stretching exercise, sustaining long sounds which repeat and fray until unfolding into measured colloquy. From there a catchy riff emerges, around which tenor saxophone and trumpet cavort and color. The interaction between Webber and O'Farrill comes in a variety of guises—conversational, supportive and in simultaneous flight—but continually morphs between the different modes, even during the course of a single piece.

Smart programming engenders a suite-like vibe, as the early tracks—often working with skeletal thematic elements which surface gradually and unexpectedly—hold something back, barely reaching the boil. As a result, the longer pieces, with their harder edges and greater individual opportunities, later in the program pack an even bigger punch. Several numbers run together into extended blocks successfully melding together diverse feelings into an overall rich and satisfying tapestry, cloaked in ambiguity and surprise.

Cameos pepper this ensemble music. Vertessen nudges, hints and, occasionally, attacks but, in keeping with the collective ethos, only takes the briefest of solos on the final "#2," which transmutes into a spacious duet with Dunston's elongated tone elaborations. Elsewhere the bassist toggles between pizzicato punditry and insistent patterns which reinforce the structural foundations. Morse-coded urgency erupts on "Layers" as Vertessen taps into Webber's flair, so well showcased on her own Rectangles (OOYH, 2020), for using limited material to generate seemingly endless possibilities. O'Farrill serves as a potent foil to the saxophonist, sometimes more melodic, but often venturing equally far out.

Whether it is the clattery percussion framed by abstract murmurs, scrapes, and flurries on "#4," the lurching staccato unisons of "Fake 3:7," or the woozy late-night atmosphere invoked as trumpet and tenor sax circle around each other on "#14," Vertessen's ghostly frameworks hit the sweet spot while retaining freshness and looseness. It makes for a carefully plotted excursion which lands with the laid-back glow of a saunter in the park.

eNR107: s/t by Orange Moon
Georges Tonla Briquet, Jazzenzo Nederland (25/03/2021)
Orange Moon is een pianotrio dat musiceert ver van de gebruikelijke typeringen. Niet echt verwonderlijk wanneer je drie totaal verscheiden persoonlijkheden als Manolo Cabras, Hendrik Lasure en Mathieu Calleja bij elkaar plaatst.

Gedurende een paar jaar had Brussel er vorig decennium een jazzlaboratorium bij. Onder leiding van Lionel Cataldo was Bravo goed op weg een even belangrijke rol te vervullen als de legendarische Kaai vijfentwintig jaar eerder. Zowat iedereen kwam er over de vloer, tot grote namen uit de internationale scene. Maar de plek in de Aalststraat was vooral een Belgische aangelegenheid. Het was daar dat heel wat groepen uit de jonge lichting ontkiemden. Gasten als Antoine Pierre, Igor Gehenot, Jean-Paul Estiévenart en Bram De Looze brachten er vele avonden en nachten door. Maar ook de oudere garde van de Kaai zakte graag af naar Bravo met Fabian Fiorini, Ben Sluijs, Erik Vermeulen en Manolo Cabras voorop. Het was deze laatste die het idee kreeg om samen met de piepjonge toetsenist Hendrik Lasure en polyvalente drummer Mathieu Calleja een eigenzinnig trio te vormen.

Helaas sloot Bravo in 2016 de deuren maar Cabras, Lasure en Calleja bleven gelukkig in hun trio geloven. In 2019 kwamen ze drie dagen samen in de home studio van Cabras. Uit die sessies werd 'Orange Moon' gedistilleerd. Het zoveelste pianotrio? Denk maar anders, aldus Cabras: "Orange Moon verschilt dag en nacht met bijvoorbeeld het trio van Marek Patrman, Erik Vermeulen en mezelf in die zin dat de ritmesectie meestal de pianist volgt. Hier is het drummer Calleja die hoofdzakelijk de richting bepaalt. Die gast is een heuse colorist. Ik vergelijk hem met Eric Thielemans. Daarnaast heb je dan Hendrik Lasure die voor de gelegenheid plaatsneemt achter een akoestische piano en alle elektronische snufjes achterwege laat. Dat hij, net als Bram DeLooze, grote fan is van Jozef Dumoulin en de New Yorkse scene met Craig Taborn, komt hier goed van pas. Ik stel mij op als de 'missing link' tussen die hedendaagse stroming en de 'oldskool' improvisatie".

Zo klinkt deze cd ook. De basispartituren worden omzichtig schuifelend ingevuld en verrijkt met de improvisatietechnieken van deze drie muzikanten met een heel aparte achtergrond. Toch mondt hun samenspel nooit uit in een kunstzinnige stijloefening van diverse generaties. "Play like water," zei Miles Davis ooit tegen Airto Moreira toen deze hem vroeg hoe hij het best kon spelen. Een raad die dit trio deskundig opvolgt bij de uitvoering van vier pure improstukken en zeven eigen composities van de verschillende groepsleden. Ze passen daarbij op sublieme wijze de (architectuur)wetten van de tensegrity (tension-structural integrity) toe.

Noem het desnoods kamerjazz maar dan wel met de nodige branie en originele invalshoeken. Alsof ze de 'Poetics of Relation' van de Caraïbische filosoof Edouard Glissant extrapoleren naar jazz en vrije improvisatie. Hoog tijd dat dit trio terug op een podium staat.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Herman te Loo, Jazzflits Nederland nummer 354 p.7 (22/03/2021)
Van de uit Hong Kong afkomstige (maar in Brussel woonachtige) toetsenspeelster Pak Yan Lau besprak ik al eerder een intrigerende cd met de Franse (prepared) pianist Lionel Malric ('Duo pour 454 Chordes'; zie Jazzflits 310). Samen met altsaxofoniste Audrey Lauro en drumster Yuko Oshima vormt ze het trio Lauroshilau, dat met dit live-album debuteert. Net als op dat eerder genoemde album wordt er voluit geïmproviseerd, met als doel het neerzetten van intrigerende, surrealistische soundscapes. De drie dames werken aan een totaalgeluid waarin de afzonderlijke elementen van ondergeschikt belang zijn. De afzonderlijke noten worden zelden scherp aangezet, waardoor het gevoel van één doorgaande flow versterkt wordt. Lauro is soms even herkenbaar in de stroom met minimalistische, Evan Parker-achtige figuren, en soms horen we van Oshima iets van een doorgaand ritme. Maar het grootste deel van de 42 minuten durende improvisatie is het raden naar wie wat speelt. Het is volstrekt irrelevant. De luisteraar moet zich maar laten meevoeren en de plaat gebruiken als een soundtrack voor een imaginaire film in het hoofd.

eNR095: s/t by Bloom
Herman te Loo, Jazzflits Nederland nummer 354 p.8 (22/03/2021)
Op het titelloze debuutalbum van het Belgische kwintet Bloom staan de composities (van de hand van gitarist Quentin Stokaert) en de vrije improvisaties keurig om en om. Dat is misschien een flauwe constatering, maar er is echt een hoorbaar verschil tussen de tracks waar gecomponeerd materiaal het uitgangspunt was en daar waar dat niet het geval was. De jonge Stokaert (bouwjaar 1988) schrijft weliswaar geen doorwrochte composities, maar levert wel aardige thema's en soms ook tempo- en maatwisselingen en andere vormen die de stukken interessant maken. Neem nu de opeenvolging van 'Kimchi' en 'Quasi electric response' bij wijze van contrast. In het eerste stuk pakt Manolo Cabras het vriendelijke, elegante thema op om er een lenige, melodieuze bassolo mee op te bouwen. In het tweede stuk horen we sobere, pointillistische impro waarin eigenlijk niet zoveel gebeurt en die richting ontbeert. Nu is het niet zo dat alle improvi- saties op het album aan dit euvel lijden, maar het verschil is wel opvallend. Als beide samengaan, is het resultaat extra boeiend. 'Chi' lijkt in het begin een open improvisatie, maar dan ontwaken gitaar en contrabas om samen op te trekken richting een liedje. Een mooie vorm, die zonder al te veel dwang tot een boeiend improvisatieresultaat leidt.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Georges Tonla Briquet, Jazz'Halo (19/03/2021)
Achter de naam Lauroshilau gaan drie eigenzinnige madammen schuil die al een decennium lang de internationale improvisatiewereld afschuimen en overal hun stempel zetten met een doorgedreven mix van electro acoustics. Zo deden ze dat op 30 november 2018 in Padua (Italië) maar ook recent nog in Werkplaats Walter (Brussel).

Lekker in het oor klinkende deuntjes of vlotte melodieën moet je niet verwachten bij dit trio gevormd door Audrey Lauro, Yuko Oshima en Pak Yan Lau. Met respectievelijk saxofoon, drums en allerlei (speelgoed)toetsen opteren ze om de meest bedwelmende soundscapes te creëren, liefst instant. Ze doen dit af en toe aan de hand van basisvoorbereidingen op gebied van klank en textuur maar bovenal verkiezen ze de interactie van het moment. Vrijheid maar nooit teveel is daarbij hun leidraad. Door beperking kan je de focus scherper stellen is nog zo een van hun motto’s.

Wat deze theorie concreet oplevert, valt te beluisteren op deze live cd. Een lange uiteenzetting van zo een veertig minuten waarbij ijle klanken, scherpe tonen, doelgerichte luchtverplaatsingen en percussiefantasieën vloeiend in elkaar overgaan. Ze nemen de tijd om hun verhaal uit te rollen en reiken hints aan maar echt zekerheid krijg je nooit als luisteraar. De drie bepalen samen telkens de definitieve richting. Langzaam worden de contouren van hun plannen net iets duidelijker maar het blijft steeds gissen naar het eindresultaat. Af en toe plaatsen ze een uitroepteken in deze abstracte schijnwereld zoals hier na een kwartier wanneer Lauro vlijmscherpe saxofoonriedels uit haar instrument tovert.

Basis van alles is een esthetische vorm van suggestie die ze hanteren aan de hand van diverse technieken en tegenstrijdigheden in dynamiek. Stilte maakt daarbij deel uit van de muziek, evenals plotse harde uitvallen. Opmerkelijk in Padua was dat er zelfs geen akoestische piano was, Pak Yan Lau ging aan de slag met synthesizer en haar wonderdoos boordevol speelgoed. Alle drie hanteren ze natuurlijk gretig electronics en effecten al dan niet geplukt uit hun eigen archief.

De kracht van dit trio is dat elk optreden anders uitdraait, zoals recent (7 maart 2021) vastgesteld kon worden tijdens een streaming concert vanuit Werkplaats Walter. Om in dergelijke omstandigheden niet te verzanden in triviale concepten of readymades waardoor je als kijker na tien minuten naar een magazine of biertje grijpt, moet je van goeden huize zijn zoals deze drie dames. Bovenal dient vooral ook de regie met de nodige fantasie en branie uitgewerkt worden. En dat is steeds het geval bij Werkplaats Walter.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Bernard Lefèvre, Jazz'Halo (19/03/2021)
In de jaren 60 was de Gentse beeldhouwer, schilder, graficus en jazzbassist Paul Van Gysegem (1935) het boegbeeld van de freejazz. Samen met Patrick De Groote en Cel Overberghe groeide de aanzet van het Avant-garde festival in het Gravensteen in Gent.

Met ‘Boundless’ (El Negocito Records 2017) kwam Paul Van Gysegem na zovele jaren opnieuw in de kijker, samen met Patrick De Groote en Chris Joris. En in september 2019 nodigde hij de vertrouwde rasmuzikanten van het eerste uur uit en verruimde zijn kwintet met pianist Erik Vermeulen en drummer Marek Patrman voor een opname in september 2019 bij Jazzcase (Pelt). Die fijne locatie van Cees van de Ven moest intussen helaas de deur sluiten.

En natuurlijk past dit bij het alternatieve label van Roger Verstraete. Hij brengt de opname nu uit met een hoesafbeelding uit het werk ‘Scores’ (2016) en binnenin een schilderijweergave (2018) van Paul Van Gysegem.

Laat je niet afschrikken door de sixties referenties, Paul van Gysegem toont zich als herboren en blikt niet terug op het verleden. ‘Square Talks’ klinkt vanaf het begin ontvallend fris en open (‘Haaks’), leidt tot verkennende met wisselende conversaties (‘Brisk’, ‘Wings’), wervelende expressie (‘Shout’, ‘On The Edge’), en zelfs vrij poëtische en introspectieve uitdieping (‘Woodpecker’, ‘Melancholia’ - met Cels persoonlijke herinnering aan Joske), maar is zeker vrijgevochten en free (‘Square Talks’).

Pianist Eric Vermeulen bewijst hoe inventief en raak hij met toetsen omgaat. Patrick De Groote en Cel Overberghe zijn de kleurrijke bruggenbouwers, Paul Van Gysegem de drijvende inspiratie en Marek Patrman de subtiele finesse (‘On The Edge’).

‘Square Talks’ vraagt een onvoorwaardelijke benadering, eens je in het muziek verzeild geraakt, kun je je er moeilijk van losmaken en valt er telkens opnieuw wat te ontdekken. Uiteraard is een livebelevenis de beste voorwaarde om de diepte van deze muziek te ervaren!

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Marc Alenus, daPremière daMusic Telex (19/03/2021)
Exact een maand geleden deelden we met u Solenoid Creatures, de eerste single van Anemic Cinema, het project van H A S T-gitarist Artan Buleshkaj waarin Rob Banken de altsaxofoon en de klarinet bespeelt, Steven Delannoye te horen is op tenorsax en basklarinet en Matthias de Waele de drumvellen geselt. Vandaag hebben we de première van de clip van Enmity.

De titel betekent zoveel als “diepgewortelde haat”, maar in vergelijking met Solenoid Creatures gromt de basgitaar van Buleshkai hier minder dreigend. Niet dat deze improvisatie volledig gespeend is van enige metal-invloed, maar het gaat toch meer om tandenknarsen dan om een niets ontziende uitbarsting, ook al omdat het vooral de blazers en de drums zijn die de hoofdrol opeisen. Anemic Cinema klinkt hier dus minder visceraal, maar nog altijd verrassend zoals een plots uitbarstende vulkaan.

De clip bij Enmity is net als bij Solenoid Creatures van de hand van Benoit Vangeel die ook al werkte voor o.a. Peenoise, Doodseskader en Steiger. Hij ging aan de slag met beelden van lava, die hij zo fel bewerkte dat ze bijna onherkenbaar waren, maar toch nog altijd dat vloeiende en knarsende hebben dat ook in de muziek zit.

Daal mee af in de ziedend hete wereld van Anemic Cinema.

eNR107: s/t by Orange Moon
Ferdinand Dupuis-Panther, Jazz'Halo (17/03/2021)
Orange Moon – das sind der von SCHNTZL bekannte Pianist Hendrik Lasure, der Kontrabassist Manolo Cabras und der Drummer Mathieu Calleja.

Dabei hören wir auf dem vorliegenden Album nicht nur Kompositionen der einzelnen Musiker, sondern auch Gemeinschaftsarbeiten wie „Last Call“, „Propositions“, „Let's Dance“ und „Carote“, der Schlusstitel. Eröffnet wird das Album mit der Komposition von Henrik Lasure namens „Viscositeit“. Das „Andante N°2“ und „To The Teachers“ stammen hingegen von Manolo Cabras und „Crystal Baby“ sowie „Moulin Le Retour“ von Mathieu Calleja.

Weiche Tastenwellen treffen in „Viscositeit“ auf langwellige Bass-Schwingungen. Hendrik Lasure entwickelt nach und nach ein perlendes Klangband, derweil Mathieu Calleja sein Schlagwerk sehr zurückgenommen einbringt, mit Blechrauschen vor allem. Und „solistisch“ lässt der Pianist des Trios den Track ausschwingen. In ähnlichem Duktus kommt „Andante N° 2“ daher. Dabei lässt der Bassist sich mit tiefer sonorer Stimme vernehmen. Lyrisch angelegt ist das Spiel von Henrik Lasure. Man hat beim Zuhören das Bild von fein rieselnden Schneeflocken vor Augen. Dieses Bild wird weggewischt, sobald Manolo Cabras mehr in den Vordergrund drängt.

Und doch ist es der Pianist, der immer wieder im musikalischen Mittelpunkt steht, auch im Fortgang des Stücks mit zerbrechlich-kristallinen sowie rollenden Klangbildern. Auch wenn „Moulin Le Retour“ aus der Feder des Bassisten stammt, heißt das nun nicht zwangsläufig, dass die Klanglinien allein vom Bassisten bestimmt werden. Zu Beginn hören wir eher ein Wechselspiel zwischen dem Tieftöner und dem Schlagwerker, der es klappern und klirren lässt. Danach steigt Henrik Lasure ins Geschehen ein, verhalten und Klänge mit Pause durchsetzend. Der Musik wohnt dabei eine gewisse Trägheit inne, so als würde eine sommerliche Hitzewelle das Leben verlangsamen.

Gemeinsam erarbeitet wurde „Last Call“: Im Zwiegespräch vernehmen wir anfänglich den Bassisten und den Pianisten. Beide lassen kurze Klangtropfen hören. Dabei gibt es keinen richtigen Spannungsbogen, scheint ein Höhepunkt nicht angesteuert zu werden. Schrill sind die Töne, die wohl der Schlagzeuger durch das Langstreichen seines Sticks an Blechrändern erzeugt. Das lässt kurz aufhorchen, aber das war es dann. Zum Schluss noch ein Wort zu „Crystal Baby“. Mathieu Callejas steht dabei im Fokus, durch Taktaktak und Blechschrillen. Dazu röhrt der Bass von Manolo Cabras, ehe dann gleichsam aus dem Off bedächtiger Tastenfluss wahrnehmbar ist.

Wie auch die anderen Stücke hat man den Eindruck, das Trio verharre in ihren Kompositionen und Improvisationen in der allgegenwärtigen Kontemplation. Klangvolle Eruptionen sind nicht festzustellen. Zu entwickelnde Höhepunkte sind nicht Teil des musikalischen Konzepts. Die Klanglandschaft, die vor dem Hörer ausgebreitet wird, bleibt eben und flach, selbst kleine Klangkuppen sind nicht vorhanden. Das muss man als Konzept wirklich mögen, oder?

eNR097: LOI by Raf Vertessen Quartet
Eric Therer, Jazzaround magazine (15/03/2021)
De l’adolescence de Raf Vertessen passée dans les Flandres, on ne sait rien ou pas grand chose. Sa brève biographie nous indique un déménagement à Brooklyn en 2016, à la fois un point de chute et un point de départ d’une nouvelle aventure, aux côtés de figures tutélaires bienveillantes telles celle des deux Joe : McPhee et Morris. C’est là que notre gaillard prend son envol véritable. Ce premier disque en quartet le voit sceller des relations initiées et nourries au sein de la scène avant-gardiste new-yorkaise. Ainsi, avec la saxophoniste (ténor) Anna Webber, le trompettiste Adam O’Farrill et le contrebassiste Nick Dunston. Batteur inventif, industrieux, Vertessen a de toute évidence été bercé et influencé par la musique émanant de son voisinage immédiat mais aussi celle léguée par le formidable héritage free et progressif des années 60. Oscillant entre élans énergiques et moments plus introspectifs, à l’image de la plage finale d’une grande quiétude retrouvée, il signe l’ensemble des neuf pièces alignées ici. Agé à peine de 27 ans – un âge à la fois miraculeux et fatal en musique – Raf Vertessen aura beaucoup à dire et à remuer dans les années à venir. Ceci n’est qu’un début. Mais un début assurément remarqué et remarquable.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Ferdinand Dupuis-Panther, Jazz'Halo (14/03/2021)
Paul Van Gysegem ist nicht nur Musiker, sondern auch Bildhauer und Maler. So verwundert es nicht, dass das Cover von ihm gestaltet wurde. Es stammt aus der Serie „scores“ aus dem Jahr 2016. Zu sehen sind schlierige über horizontalen Linien, die an Notenlinien denken lassen. Insgesamt scheint die Arbeit der Richtung des Informel zugeordnet werden zu können. Auch an die „Kritzeleien“ von Cy Twombly muss man beim Anblick der Coverkunst denken. Doch im Weiteren soll es nicht um den bildenden Künstler Van Gysegem gehen, sondern um den Kontrabassisten, der sich der freien Improvisation verschrieben hat. Seit 1965 ist er mit verschiedenen Musikern in Belgien aufgetreten, darunter Fred Van Hove und den beiden im jetzigen Quintett vertretenen Musikern Patrick De Groote (trumpet/flügelhorn) und Cel Overberghe (tenor and soprano saxophone). Die Band wird vervollständigt durch den Pianisten Erik Vermeulen und den Perkussionisten Marek Patrman. Zu erwähnen ist außerdem, dass Van Gysegem Mitbegründer des Avantgarde-Jazz-Festivals auf dem Gravensteen (Gent) war.

Aus den Liner Notes von Guy Peters scheint mir nachstehende Bemerkung besonders erwähnenswert: „Don't judge a man by the size of his discography. Paul Van Gysegem can only be heard on a handful of releases, but he played a crucial role in the development and visibility of improvised music in Belgium. More than half a century ago, he started inviting international heavyweights to Ghent and performed with many of them. Aorta, recorded by his Sextet in 1971, was one of the key documents of that turbulent era and was rightfully reissued by French Futura label in 2011. However, let's not focus too much on accomplishments of the past. As the music on this new album confirms, Van Gysegem has never been one to look back on the 'good old days' and rehash what has been done before.“

Nach langer Zeit liegt nun Van Gysegems neuestes musikalische Werk als CD und als Vinyl vor. Und die Fachpresse ist voll des Lobes: "De leider zelf imponeert met sonoor strijkwerk en solistische bijdragen die ademen. Hij plaatst zich hiermee in een categorie van leeftijdsgenoten als Barre Phillips of de onlangs overleden Gary Peacock." [Herman te Loo, Jazzflits NL nummer 353 p.11 (08/03/2021)] Und eine andere Stimme: "Deze cd is dus een absolute aanrader, puur luistergenot ! Voor mij al cd van het jaar 2021, en er zal veel moeten gebeuren om deze te overtreffen!" [Kris Vanderstraeten, Jazzepoes (08/02/2021)]

„Haaks“ und „Brisk“ sind zu Beginn des Albums zu hören. Des weiteren wurden Titel wie „Shouts“, „Wings“ und „Woodpecker“ eingespielt. Das Titelstück „Square Talks“ bildet den Abschluss des Albums. Alle Kompositionen entstanden im Moment und aus dem Moment heraus und wurden live aufgenommen. Zum harten Schwingen der Saiten vernimmt man bei „Haaks“ eine aufgeregte und aufgebrachte Trompetenstimme. Zwischentöne setzt der Pianist mit energievollen Tastensetzungen. Dazu gibt es ein kurzes Taktaktak des Schlagzeugers. Aufbrausend in der Stimme ist nach wie vor Patrick de Groote, der auf einen in Erdfarben getönten Bass trifft. Zeitweilig „duellieren“ sich Bass und Schlagwerk, als wären sie Ja- und Neinsager. Cel Overberghe tritt mit seinem Holzbläser hinzu, der sich stimmlich hier und da überschlägt. Gelegentlich vernimmt man aber auch weichgezeichnete Saxofonpassagen. In toto klingt das, was wir hören, eher nach Aufschrei, auch in der Melange aller Beteiligten.

Für Beruhigung sorgt nicht einmal der Bass. Wirrwarr wird bis zum letzten Takt zelebriert. Unordnung wird zur Ordnung gemacht, oder? Bewegt und mit gewissen Redundanzen zeigt sich der Pianist Eric Vermeulen in „Brisk“. Man hat im Übrigen den Eindruck, dass nicht nur der Pianist das Bild von rasch dahin ziehenden Cirruswolken malt. Nur der Bassist Van Geysegem setzt auf Bodenständigkeit. So gibt es widerstreitende Stimmen im Ensemble, in dem auch dramatisches Drumming für Bewegung sorgt, mal ganz abgesehen von Cel Overberghe an den Holzbläsern. Im weiteren Verlauf sind es nicht nur Cirruswolken, die wir als Bild aus der Musik destillieren können, sondern auch Windböen, die durch das Kronendach von Laubbäumen streifen. Man hört gleichsam auch die im Wind schwirrenden Oberleitungen. Für eine gewisse Entspannung sorgt der Bassist, knurrend mit tiefer Stimme. Wie ein Rufer, der wichtige Botschaften zu verkünden hat, hört sich Patrick de Groote in „Shouts“ an. „Hört mal her!“ ist der Beginn der Botschaft, in die auch der Saxofonist des Quintetts eingebunden ist. Kurze Entrüstungen hören wir hier, dort eher Beschwichtigungen. Selbst der Pianist, der sich im Diskant versteigt, tritt als Mahner und Rufer auf, wenn auch nicht so lautstark wie der Trompeter und der Saxofonist des Ensembles. Zwischenspiele des Pianisten Eric Vermeulen bringen Entspannung mit linearen Klanglinien.

Atemrauschen spielt bei „Wings“ eine nicht unwesentliche Rolle im Klanggemälde. Dieses Rauschen endet in hochtönigen Klangeruptionen, zu denen der Bassist tiefe Akzente setzt. Aus dem Rauschen kristallisiert sich schließlich eine lineare Trompetenstimme heraus, ehe dann Eric Vermeulen rinnende und sprudelnde Klangelemente aneinanderfügt. An „Flügel“ und „Fliegen“ – so wie es der Titel verheißt – muss man beim Zuhören nicht unbedingt denken. Bei „Woodpecker“ lauscht man nicht dem distinkten Klopfgeräusch, das der Specht bei der Nahrungssuche macht, und wenn dann nur gelegentlich, dank des Bassisten. Stattdessen hören wir einen röhrenden Bass und das Tastenrinnsal, das uns Eric Vermeulen präsentiert. Zudem hören wir ein nervöses Saitenzupfen. Nur mit viel Fantasie kann man im weiteren Spiel von Vermeulen das Tok-Tok des mit dem spitzen Schnabel in die Baumrinde schlagenden Spechts vernehmen. Sirrend äußert sich Patrick de Groote mit gedämpfter Trompete. Aber wo ist der Specht? Zum Schluss verstricken sich die Musiker in „Square Talks“. Doch was sind eigentlich „Quadratische Gespräche bzw. Platzgespräche“? Die Bläser sind lautstark und überschlagen sich in ihrem Sprechfluss. Eric Vermeulen scheint mit seinen akzentuierten Tastenklängen auf Bedacht hin orientiert. Derweil scheinen sich die beiden Bläser nicht grün zu sein. Rede und Gegenrede wechseln sich ab. Argumentationsfäden werden gesponnen, ob nachvollziehbar oder auch nicht. Irgendwann beruhigt sich der Bläserzwist und es ist an Eric Vermeulen zu reden. Doch dazu hat er nur kurz Gelegenheit, ehe dann wieder die Bläser am Zuge sind. Insgesamt hat man das Bild vor Augen, dass nicht miteinander gesprochen wird, sondern gegeneinander.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Eddy Westveer, Jazzradar Nederland (14/03/2021)
Paul Van Gysegem heeft vanuit zijn veelzijdige persoonlijkheid een manier gevonden om de actuele jazzmuziek te verweven met zijn werk als kunstschilder en beeldhouwer. De vormentaal die hij hanteert staat dicht bij de geest en de structuur – de manier van denken – van de muziek die hij speelt. In de geïmproviseerde muziek vindt hij het belangrijk om een verwante ingesteldheid te ontdekken bij hen die samenkomen om muziek te maken. Hij geeft vanaf 1965 als bassist talrijke concerten in zowat heel België en richt in de loop der jaren ook meerdere groepen op met wisselende bezettingen. Hij is medebezieler van de Avant Garde Jazzfestivals in het Gentse Gravensteen eind jaren ‘60 en van vele Jazzconcerten. Hij musiceert samen met Belgische toonaangevende muzikanten alsook buitenlandse markante jazzmusici waarmee hij een nauwe band heeft (bv. Fred Van Hove) of had (bv. Mal Waldron).

DOMMELHOF
De Dommelhof met de ambtelijke en weinig uitnodigende toevoeging “Provinciaal Domein” is de instelling voor podiumkunsten, cultuur en sport van de Belgische provincie Limburg. Het enigszins besloten complex herbergt onder meer theater-, vergader-, expositie- en repetitieruimte plus verblijfsgebouwen met restaurant en hotelfaciliteiten. Ook het omliggende klankenbos behoort tot Dommelhof. Tussen de bomen ligt daar een unieke verzameling spannende klankinstallaties verborgen. De 17 installaties van internationale klankkunstenaars staan verspreid in het Provinciaal Domein Dommelhof en hebben tot de verbeelding sprekende titels: Aandacht, Composed Nature, Fluisteroren, Houses Of Sound, Muziekdozen, Oor van Noach en Schwungbumm om er maar eens wat te noemen.

JAZZ CASE
Gepassioneerd jazzliefhebber en -fotograaf Cees van de Ven organiseert er sinds 2006 zijn JazzCase-concerten. Bij JazzCase ontstonden fraaie samenwerkingen doordat muzikanten vaak in residentie verbleven. Het accent bij deze concerten lag vooral op de avontuurlijke muziek. En daarmee zijn we in deze uitgebreide inleiding beland bij de oudste (85) actieve improvisator in Vlaanderen –Paul Van Gysegem– die met de opname Aorta (1971) met zijn sextet met o.a. Pierre Courbois en Jasper van ’t Hof de Europese improvisatie op de internationale kaart zette. En vijftig jaar na dato heeft de muziek van zijn Quintet aan zeggingskracht niet ingeboet. De op 8 februari 2021 gereleasde Square Talks werd live opgenomen op 19 september 2019 op het podium van Dommelhof in Neerpelt. Met geestverwanten Cel Overberghe op saxen, Patrick De Groote op trompet en flugelhorn, de gelauwerde pianist Erik Vermeulen en slagwerker Marek Patrman klinkt deze opname misschien wel als in de nieuwsgierige begintijd van de free-jazz. De nummers die ter plekke ontstonden zullen nooit meer hetzelfde klinken. De acht nummers klinken vreedzaam en beeldend (Woodpecker), dan weer donker en onheilspellend (Shouts), maar altijd op zoek naar de volgende noot, naar nieuwe muzikale routes en het contact met de andere muzikanten. Het verloop van de muziek is vaak onvoorspelbaar en wispelturig (Haaks). De interactie tussen de muzikanten is altijd spontaan en onderzoekend op het scherp van de snede. Samenwerking is het uitgangspunt in alle nummers. Subtiele en korte solo’s gaan snel weer over in samenspel. Van Gysegem bepaalt met een zachte basmelodie vaak de atmosfeer en laat de luisteraar zich inleven in de ziel van de scheppende muzikant (Melancholia).

Beoordeel een man niet op de omvang van zijn discografie. Paul Van Gysegem is slechts op een handvol releases te horen, maar hij speelde een cruciale rol in de ontwikkeling en zichtbaarheid van geïmproviseerde muziek in België. Met Square Talks deelt hij een prachtig concert!

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
United Mutations (13/03/2021)
September 19, 2019, the Paul Van Gysegem Quintet performed at JazzCase at the Dommelhof in Pelt, Belgium.
Next to Paul Van Gysegem (double bass), the ensemble featured Cel Overberghe (tenor and soprano sax), Patrick De Groote (trumpet and flügelhorn), Erik Vermeulen (piano) and Marek Patrman (percussion and trumpet).

This is improvised music at its best. Spontaneous, interacting, both giving and taking space. Beautiful.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Jacques Prouvost, Jazzques (11/03/2021)
The best way to listen to a free jazz record is to start from the beginning. It seems obvious. But that's my theory to understand, follow and let myself be surprised by getting a foot not possible. Still, of course, musicians need to get along, talk to each other, exchange, build, deconstruct, doubt, get lost, get back together...
Well, with "Square Talks", Paul Van Gysegem quintet album, this is what happens. And it's enjoyable!
So let's start from the beginning. The 85-year-old double bass player (who was one of the pioneers, at the time, of this music in Belgium) launches the first notes on which his old accomplice, trumpeter Patrick De Groote bounces. Then come join them Cel Overberghe (other monument) at the raging sax or nervous and pinch soprano, then Marek Patrman at drums and the untenable pianist Erik Vermeulen, more inspired than ever. It's popping everywhere!
Recorded live at JazzCase in Pelt, the quintet unfolds spontaneous compositions and improvisation as incandescent as unlikely with an amazing verve. Nothing can stop these five!
Ideas - not as abstract as one might imagine - follow each other. Every track, to evocative tracks, - from "Haaks" to ′"Melancholia (for Joske)" (the most ′"jazz" of them all) to "Brisk", "Shouts" or "On The Edges" - are built in straight up. Instant Creation! Freedom! Trance!
And we end with the explosive "Square Talks" where everything is (even more) allowed!
This album, witnessing an indestructible feist, takes you to the guts from start to finish! And it's amazing!

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Herman te Loo, Jazzflits NL nummer 353 p.11 (08/03/2021)
Bij velen zal de naam van de Belgische bassist Paul van Gysegem geen luide bellen doen rinkelen. Behalve een heruitgave, in 2011 van een lp (‘Aorta’ uit 1971) en een cd uit 2017 (‘Boundless’), is er op plaat weinig van hem te horen. Maar wie hem op ‘Square Talks’ met zijn kwintet aan de slag hoort, kan niet anders dan concluderen dat de tachtiger een formidabel instrumentalist is. Voor het album (live opgenomen in Neerpelt in 2019) omringde hij zich met twee generatiegenoten (trompettist Patrick de Groote en saxofonist Cel Overberghe) en twee relatieve ‘jonkies’: pianist Erik Vermeulen (61) en drummer Marek Patrman (50). In hun geheel geïmproviseerde muziek doen ze wat je van zulke ervaren muzikanten mag verwachten: heel goed naar elkaar luisteren. Het vijftal laat elkaar aan het woord en gaat niet woest tekeer zoals je dat in de hoogtijdagen van de free jazz zou verwachten. Bovendien etaleert de groep een fraai gevoel voor lyriek, waarbij vooral De Groote het voortouw neemt. Een warme, vocale trompetstijl, waar geen enkel embouchureprobleem vat op lijkt te hebben gekregen. Helaas geldt dat niet voor het sopraan-saxspel van Overberghe, dat af en toe over het randje van de zuiverheid gaat. Op tenor is hij wel degelijk een krachtige blazer die met brede streken zijn verhaal schildert. Vermeulen is al jaren een lyrische grootheid in de Belgische jazz en de drumpartner uit zijn trio, Patrman, weet hij blindelings te vinden. De leider zelf imponeert met sonoor strijkwerk en solistische bijdragen die ademen. Hij plaatst zich hiermee in een categorie van leeftijdsgenoten als Barre Phillips of de onlangs overleden Gary Peacock.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Eyal Hareuveni, Salt Peanuts (07/03/2021)
The trio lauroshilau – Belgian alto sax player Audrey Lauro and sound artist and toy piano player Pak Yan Lau (who has roots in Hong Kong) and Japanese, France-based drummer Yuko Oshima, explores highly personal strategies to free-improvisation, ranging from minimalist and electro-acoustic, ambient soundscapes to free-form bursts of energy. The trio was founded in 2013 and «Live in Padova» is the sophomore album of the trio, following the self-titled debut album (Creative Sources, 2014), and was recorded live at Centro d'Arte Padova in November 2018.

Lauro has a wealth of experience in the Belgian experimental music scene, having played with Marc Ribot, Veryan Weston, Peter Evans, Carlos Zingaro and Sabu Toyozumi. Pak Yan Lau has shared music with wonderful musicians such as Chris Corsano, Akira Sakata, Mette Rasmussen, Eve Risser. These gifted improvisers refuse to surrender to any established music form or convention, but follow their very own strong but enigmatic logic, simply letting the music happen.

The 40-minute piece negotiates patiently and slowly with silence, extended breathing techniques and other extended percussive techniques and subtle, mysterious sounds, often sketching tense cinematic narratives. This bewitching piece develops, shifts and morphs in an organic flow between quiet and contemplative segments and restless, disquieting ones, stressing highly attentive and conversational interplay, and with a strong focus on timbre and pure sound. The live setting, as well as the profound, mutual understanding of Lauro, Yan Lau and Oshima, promises that every sound seems inevitable and beautifully strange, and all these sounds accumulate into fascinating labyrinthine textures.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Guillaume Belhomme, Le Son du Grisli FR (07/03/2021)
Avec Audrey Lauro (saxophone alto et préparations) et Pak Yan Lau (piano-jouets, synthétiseurs et électronique), Yuko Oshima forme Lauroshilau, formation-valise, de ces valises qui auraient ému Petiot : imaginez, trois corps à l'intérieur. C'est ainsi un trio qui fut enregistré le 30 novembre 2018 au Centre d'Arte de Padoue.

C'est ici la seconde référence de la discographie du trio. Les toiles que tendent l'électronique et les éléments de batterie invitent à prendre dès le début de l'improvisation un peu de distance avec l'écoute même. Les sons prendront place autour d'elle : fonte, approche, fuite, toutes en équilibre, et qui tournent. Ici et là, les trois musiciennes se permettent une incartade : c'est d'abord le saxophone qui invective, puis un tambour qui gronde, enfin l'électronique qui avale l'entière composition. Si les cartes n'en sont pas brouillées, elles s'envolent. Nous les regardons retomber, disparaître.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Cees van de Ven, Draai om je Oren (05/03/2021)
Met Lauroshilau visa versa Mars
De cd schuift in mijn speler juist op het moment dat Marsrover Perseverance geland is op Mars. Deze gaat de komende jaren ondermeer op zoek naar sporen van vroeger leven. Spannend !
Over consistentie gesproken, wat een toeval. Vanaf het begin van de cd is de associatie van wat je hoort en de verbeelding van het desolate Marsoppervlakte langdurig aanwezig.

Het onbekende, vreemde en spannende van deze missie en wat het nog teweeg gaat brengen is ook van toepassing op wat deze muzikale thriller met je doet.

Het is fascinerend dat je in deze lange soundscape totaal geen behoefte hebt te weten welk instrument je hoort maar enkel gefocust bent op geluid, klankbeeld en de subtiele detailleringen ervan. Minimal electro acoustic soundscapes met doorzicht en fijnzinnige, zachtaardige geluiden allerhand. Pure schoonheid !

Hoewel je dit concert maar wát graag live had willen meebeleven, maakt de door Giovanni Di Domenico uitstekend gemasterde cd je aangenaam deelgenoot van wat de musici aan saamhorigheid, intense interacties en empathie tot stand hebben gebracht.

Na ruim veertig minuten land je, een zalige muzikale belevenis rijker, weer terug op aarde.

Wederom een parel in de el Negocito Record collectie.

eNR095: s/t by Bloom
Dani Heyvaert, Rootstime (04/03/2021)
Voor een niet-kenner als ondergetekende, is dit een nieuwe naam. Mensen die het wereldje wel kennen, weten dat dit vijftal enkele jaren geleden al een mini’tje uitbrachten met dezelfde titel en dezelfde hoes, maar niemand zal het me kwalijk nemen, als ik deze full-CD als “debuut” bestempel. Enfin, dat hoop ik toch…

Bloom is de groepsnaam waarachter zich vijf mensen uit de impro-scene schuilhouden. Eentje van hen, gitarist Quetin Stokart, kan je kennen van bij Edi Olvitt of als kompaan van Tom Malmendier en Frans Van Isacker. Hij is op deze plaat verantwoordelijk voor de even nummer, terwijl de oneven nummers het resultaat zijn van collectieve improvisaties van alle bandleden samen. Op tenorsax is er Bruno Grollet, in wiens Quartet Stokart ook gitaar speelt. Altsax en basklarinet zijn in handen van Clément Dechambre en aan de bas bepaalt Manolo Cabras het verloop der gebeurtenissen. Zijn naam kennen we dan weer van bij zijn eigen Quartet en van opnames met Lynn Cassiers, Eve Beuvens en Erik Vermeulen, terwijl we drummer Alain Deval wel eens aan het werk zagen met Toine Thijs en destijds met Collapse. Best wel wat ervaring bijeen dus en dat uitte zich die 17de en 18de april van 2019, toe de vijf in Werkhuis Walter aan de slag gingen, eerst met de zes composities van Stokart en gaandeweg, om niet te zeggen tussendoor, sloeg de collectieve impro-bacil toe en daaruit resulteerden nog eens vijf -eerder korte- stukken, zodat de hele oogst precies de twee kanten van een elpee vult.

Ik vermeldde het al; de nummers van Stokart worden netjes met de collectieve improvisaties afgewisseld en dat doet de plaat veel goed. Je mag immers niet onderschatten welke inspanning muziek als deze vergt van de luisteraar. Opener “De Nouveau” lijkt een beetje op de openingstoespraakjes, die je wel eens hoort bij een vormingssessie: iedereen stelt zich voor, het afsprakenkader wordt overlopen en zodra alles voor iedereen duidelijk is, worden de echte werkzaamheden aangevat. Op het collectieve vlak is dat “Monotone” een flikkerende, hyperkinetische track die zijn titel niet helemaal gestolen heeft. Dat is trouwens iets wat ik me al langer afvraag: hoe verzint een artiest een titel voor iets dat hij net gecomponeerd heeft? Bij “Kimchi” kan ik mij iets Koreaans voorstellen, maar “tuft”, “Kale”, “Hum” en “Chi”…? Ik ken dan weer wel net voldoende Luikse dialectwoorden om te weten dat “Tchinisse” zoveel betekent als “klein dinhetje”, iet wat zeker gepast is voor een nummertje van nauwelijks 76 seconden.

Soit, dat neemt allemaal niet weg dat de vijf heren enkele heel straffe dingen ineen wisten te draaien: dat lijken in het begin momentopnames of snapshots te zijn, maar als je een paar keer opnieuw luistert, merk je dat de dingen toch iets geraffineerder ineen zitten dan dat. De vijf zijn weliswaar ieder met zijn eigen ding bezig, maar ze verliezen nooit uit het oog dat het uiteindelijk om het groepsresultaat zal draaien en dat ze dus best als één team spelen. Dat doen ze en zo leveren ze een heel fijne, absoluut niet te moeilijke plaat af, die uitnodigt om de band live te gaan bekijken.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Dani Heyvaert, Rootstime (04/03/2021)
Een van de vele, vaak al te goed bewaarde geheimen uit de Belgische jazz-scene bestaat uit drie dames die vanuit Brussel langzaamaan bezig zijn zich naar de wereldtop van de improvisatiewereld te spelen. Saxofoniste Audrey Lauro, drumster Yuko Oshima en toetseniste Pak Yan Lau zijn van die typische muzikale duizendpoten, die in meerdere projecten te bekijken en beluisteren zijn, en dus af en toe ook samen optreden. Dat gebeurde dus ook die30ste november 2018, toen ze aan de slag waren in de Centro d’Arte in het Italiaanse Padua. Dat concert werd opgenomen en bleef in de lade liggen tot ergens in mei 2020 iemand aan de masters begon te werken en nu, een dik half jaar later het Gentse El Negocito Records -huis van vertrouwen voor muzikanten die ver van de platgetreden paden actief zijn- de plaat uitbrengt.

Eén nummer slechts op de CD, maar dan wel eentje van ruim 42 minuten, waarin de drie muzikanten , zonder zich aan enig vormvoorschrift te houden, een heel eigen muzikale taal weten te ontwikkelen. Dat schuurt en wringt, dat streelt en bijt, dat doet vanalles, maar het resultaat is wel heel bijzonder: beginnend bij een minimale electro-akoestische soundscape, wordt langzaam toegewerkt naar een uitbarsting van energie, die al evenmin aan vormvereisten lijkt te voldoen, aar die wonderwel de weg bereiden voor enkele ronduit raadselachtige passages, waarin klanken en stiltes vrolijk over elkaar heen buitelen.

Voor veel mensen zal dit als “herrie” overkomen, maar wie wil luisteren, zal ontdekken dat de drie zorgvuldig het stuk opbouwen en een spanningsboog weten te creëren, die een heus muzikaal verhaal overspant. Doordat het hier om live-opnames gaat, ben je als luisteraar getuige van iets heel bijzonders: er is de interactie tussen de drie muzikanten, die elkaar blindelings lijken aan te voelen, maar er is evengoed de onuitgesproken interactie met het publiek. Kennelijk voelen de muzikanten dat dat publiek verwachtingen heeft en spelen ze in op het aanvoelen dat zij van die verwachtingen hebben.

Dat subtiele, haast onmerkbare en bij momenten nauwelijks hoorbare samenspel van elementen -je voélt als het ware hoezeer de aanwezige luisteraars op het puntje van hun stoel zitten- leidt tot een heel bijzondere luisterbeleving. Dit is 42 minuten haast ademloos luisteren, want als je even niet oplet ben je één of andere noot of lijn kwijt en je moet dit dus meermaals kunnen beluisteren, voor je de hele gebeurtenis doorhebt. Jammer genoeg is dit geen DVD geworden, want ik ben er van overtuigd dat ook het visuele aspect nog voor een extra had kunnen zorgen.

eNR107: s/t by Orange Moon
Bart Cornand, Knack Magazine (03/03/2021)
Toen in het najaar de gordijnen van de Belgische podia opnieuw werden dichtgetrokken, verdwenen ettelijke projecten in de plooien van de geschiedenis. Zo verging het ook Orange Moon, een album van het trio Hendrik Lasure (piano), Manolo Cabras (contrabas) en Mathieu Calleja (drums). Omdat dat al te jammer is, leggen wij de tijd even in een lus. Orange Moon laat namelijk een andere Lasure horen, weg van de speelse tegendraadsheid van zijn band Schntzl. Cabras en Calleja maken in de jonge Bruggeling een zin voor lyriek wakker die we niet van hem hadden verwacht. Luister naar zijn compositie Viscositeit, de perfecte opener met zo veel gravitas dat je de plaat gegarandeerd wilt uitzitten tot het einde. Kortom, een uitstekende band die een tweede kans verdient. Misschien wel op een beroemd jazzfestival in - we zullen voorzichtig zijn - midden augustus?

eNR097: LOI by Raf Vertessen Quartet
Ken Waxman, Jazzword.com Canada (26/02/2021)
Shining example of modern mainstream improv except for those who figure Jazz evolution ceased around 1960, this maiden voyage by Belgium-born, Brooklyn-based drummer Raf Vertessen showcases his compositional skills as much as his drumming. That's serendipitous since the drummer, who has also worked with the likes of Ches Smith and Ingrid Laubrock is a colorist rather than a basher.

His choice of associates shows his good taste as well. Trumpeter Adam O' Farrill and bassist Nick Dunston are busy with many New York ensembles, as is tenor saxophonist Anna Webber, who additionally leads her bands. Actually a suite rather than a collection of random tunes, each of the performances blends into and sets up the subsequent tracks. Rambling and harmonized the group moves at various tempi exposing flashes of capillary high pitches and reed slurs, string clumps and woody drum splats, rumbles, rim shots and cymbal claps. Attaining more unity as the program evolves, mid-range bass string rubs and drum bounces help amplify more exploratory impulses from the horn players encompassing contrapuntal variants from top-of-range whistles and renal scoops from Weber that explode into glossolalia met by O'Farrill's packed flutter tonguing. The place-marking stop-time march that is "FAKE" accents the dramatic elation that characterizes the second half of the suite.

Climax and resolution comes with "Cardinali 2+3" and "#2", the final tracks, as brassy whines and reed split tones move up and down the scale finally reaching concordance when Webber's double tongued exposition joins with O'Farrill's sharp arpeggios and Vertessen's cymbal slaps and drum clumps. This turns the melancholy theme into a final expression of up-tempo triumph. That noun could probably define LOI in general. Hopefully soon there will be a follow-up to this impressive debut.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Le Focus Vif (25/02/2021)
apreciation 10 Né aux États-Unis au début des années 60, le free jazz a bouleversé tout ce que l'on savait de la musique afro-américaine. Très vite, l'Europe apportera sa pierre à un édifice toujours vivace et auquel la Belgique a contribué, comme le démontre cet album live où l'on retrouve trois musiciens qui bousculèrent leur époque. Le leader et bassiste du groupe Paul Van Gysegem, le (merveilleux) saxophoniste Cel Overberghe et le trompettiste, Patrick De Groote -trio dont l'âge cumulé atteint aujourd'hui presque deux siècles et demi- en furent les pionniers inventifs. Square Talks, capté sur scène en 2019, est une merveille aussi surprenante qu'inattendue. Surprenante car loin de se livrer à un revival free, les trois fantastiques s'y réinventent sans renier ce qu'ils furent. Inattendue parce que sous la forme de compositions instantanées, ils ont enfanté, ici, d'une musique libre à la musicalité tout bonnement enthousiasmante. Complété par les talentueux Marek Patrman (batterie) et Erik Vermeulen (piano), le quintette nous offre avec Square Talks rien de moins que le premier chef-d'oeuvre discographique de cette année.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Tijs Delacroix, Dansende Beren (20/02/2021)
The gift that keeps on giving: de Belgische jazzscene. Vooraleer je het weet, is er in een oogwenk een nieuwe formatie opgestaan. Ditmaal presenteren wij je op een stijlvol dienblad het project rond veelgevraagd gitarist Artan Buleshkaj: Anemic Cinema. Een broeierige mix van modern klassiek, metal en (vrij) geïmproviseerde muziek. Buleshkaj laat zich in dit project omringen door drie van de meest avontuurlijke jonge muzikanten uit de Belgische jazz/impro-scene: Rob Banken (altsaxofoon, klarinet), Steven Delannoye (tenorsaxofoon, basklarinet) en Matthias de Waele (drums).

Debuutsingle "Solenoid Creatures" begint wat als een duistere metaltrack, krakende frequenties, wachtend op een rammende drum en schorschreeuwende grunt. Dit verwachtingspatroon lost de band niet in, want na welgeteld tien seconden rolt er een wall of basloze-sound uit onze luidsprekers. Basloos, zeg je? Een bewuste zet van de band om zichzelf zo uit te dagen om de andere instrumenten het van fundament van een traditioneel basinstrument op zich te laten nemen. Op deze single is er van muzikale bloedarmoede (vertaling: anemic) helemaal geen sprake; fragmentarisch- en improgewijs horen we ruim vier minuten lang een stevige, volle brok freejazz. Kernmerkend in deze track is de vervaarlijke tweestrijd tussen de vettige, vuile gitaarsound en de kermende sax en klarinet. Een strijd die pittig lang standhoudt zonder aan intensiteit in te boeten.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Georges Tonla Briquet, Jazzenzo jazzmagazine Nederland (19/02/2021)
Stel, je leest een boek over de verscheurde kunstschilder Francis Bacon en je hebt daarbij nood aan een passende soundtrack. Deze ‘Square Talks’ van contrabassist Paul Van Gysegem en zijn kwintet is precies dat.

Wat losse basnoten, trompettist Patrick De Groote die zijn verhaal schoorvoetend afsteekt en een eerste vinnige uitwisseling met pianist Erik Vermeulen. Om beurten argumenteren ze hun standpunt en gunnen ze elkaar wat denktijd. Saxofonist Cel Overberghe stapt naar voren als moderator met extra themapunten, aanvankelijk bedaard maar nadien toch wel geanimeerder.

Alhoewel af en toe heel scherp, chargeren de vijf betrokkenen nooit om hun gesprekspartners volledig in de hoek te duwen. Ze houden zich weliswaar niet aan de traditionele regels van een huiselijk gesprek maar suggereren aan de lopende band bizarre aanverwante ideeën, liefst op de meest onverwachte momenten. Aan de anderen om hun akkoord te betuigen of hier regelrecht tegenin te gaan. Op die manier maakt het rationele van de traditionele jazzetiquette plaats voor de ongebonden stellingnames van de improvisatie.

Assertief maar nooit agressief, verontrustend maar nooit puur choquerend, rauw en bruut maar tevens verlucht met een eigenzinnige poëtica, verwrongen maar ook met plotse rechtlijnige structuren. Inhoud primeert sowieso op de vorm. Vijf heren die de taal van de improvisatie beleven zoals het hoort: ze zijn zowel uitvoerder als luisteraar. Het blijft zo dat een geluidsdrager deze kunstvorm kadreert en beperkt. De live beleving in het moment zelf blijft de aangewezen manier om hier optimaal van te genieten.

Dat was het geval op 19 september 2019 in de JazzCase-Dommelhof voor deze ‘Square Talks’. Helaas zal dat niet meer mogelijk zijn wegens het definitief sluiten van dit podium in het Belgische Neerpelt. Een waardig souvenir aan een legendarische plek.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Marc Alenus, daPremière daMusic Telex (19/02/2021)
Artan Buleshkaj, gitarist bij o.a. H A S T en Madame Blavatsky legt ook nog muzikale eieren met eigen groep Anemic Cinema met Rob Banken van H A S T op altsaxofoon en klarinet, Steven Delannoye op tenorsax en basklarinet, Matthias de Waele op drums en hijzelf op baritongitaar.

Op 2 april debuteert dat kwartet met een ep die ook de naam van de band draagt. Daarop combineren de vier improvisaties, hedendaagse klassieke muziek en... metal. Maar door het ontbreken van een conventioneel basinstrument worden de muzikanten uitgedaagd en geprikkeld.

Waartoe dat leidt, verraadt de eerste single Solenoid Creatures. Deze wezens laten zich duidelijk niet temmen. Ze grommen en knappen, kronkelen rond elkaar heen en bijten in de eigen staart om dan weer poeslief en verleidelijk om een aaitje te bedelen.

Toch maar op je vingers letten! Wij mogen als eersten de kooi open zetten:

eNR107: s/t by Orange Moon
Ben Taffijn, Nieuwe Noten Nederland (18/02/2021)
Maar laten we beginnen met het titelloze debuut van Orange Moon, ofwel pianist Hendrik Lasure, bassist Manolo Cabras en drummer Mathieu Calleja. Wat direct al opvalt is dat dit trio een neutrale naam draagt en niet die van de pianist, iets wat we bij pianotrio’s nogal eens tegenkomen, verder leverden ook alle drie de leden composities. En dat hoor je terug in de muziek, waarin de rolverdeling zeer gelijkwaardig is. Verder valt op dat het allemaal zeer ingetogen, dromerige stukken zijn. Lesure’s speelt afgewogen, zijn bijdrage nauwkeurig doserend, Cabras vinden we melodieus plukkend aan zijn bas, hij heeft weinig noten nodig om te zingen, zie ‘Andante No2’. Iets dat we ook kunnen zeggen van Calleja, in de meeste gevallen beroert hij zijn trommels nauwelijks, met als mooi voorbeeld ‘Moulin Le Retour’. Muziek dus die uitstekend past bij deze maanden van mistroostigheid, regen, wind en lockdowns. Orange Moon houdt ons overeind.

el NEGOCITO Records
Ben Taffijn, Nieuwe Noten Nederland (18/02/2021)
De Belgische jazz staat in volle bloei, dat merkten we reeds eerder op. En dat ondanks het feit dat ook daar de musici natuurlijk zwaar zijn getroffen ten gevolge van alle beperkingen. Cd’s worden er gelukkig nog wel gemaakt, bijvoorbeeld door het onvolprezen El Negocito, dat eigenzinnige label uit Gent.

eNR097: LOI by Raf Vertessen Quartet
Ben Taffijn, Nieuwe Noten Nederland (18/02/2021)
Raf Vertessen verruilde in 2016 België voor de VS en kwam terecht in Brooklyn, New York. Vandaar dat we op het in de Loft in Keulen opgenomen ‘LOI’ tenorsaxofoniste Anna Webber tegenkomen, trompettist Adam O’Farrill en bassist Nick Dunston. Het titelstuk, ‘LOI’ klinkt direct al prachtig strak maar ook zeer spannend: hier staat iets te gebeuren! Een belofte die na een vrij ingetogen frase, let hier op de bijdrages van de blazers, volledig wordt ingelost. Als het vuurwerk dan los breekt, is het ook niet meer te stuiten. Een patroon dat we ook in ‘#4’ ontwaren, hier na trillende blazerslijnen, waarbij het geluid veel wegheeft van een zwerm insekten. Het gaat over in een schroeiende spanning, bijna stroef slagwerk van Vertessen, gruizig spel van Dunstun en heftige klanken van de blazers. Wat het meest kenmerkende is aan dit album is die strakke wijze waarop Vertessen zijn nummers vormgeeft. Het zit in de groove die deze drummer, samen met Dunston creëert, maar vooral ook in de blazers, die opvallend vaak unisono optrekken. Naast de voorgaande stukken moet in dit verband ook ‘FAKE 3:7’ worden genoemd. Het begin van ‘Layers’ is in feite een klanksculptuur, elektronica wordt hier niet ingezet, maar de klankwereld doet er zeker aan denken. Dan zetten de blazers in met repetitieve patronen, vooral de bijdrage van O’Farrill, met demper valt daarbij, op en loopt het tempo gestaag op.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Ben Taffijn, Nieuwe Noten Nederland (18/02/2021)
‘Square Talks’ is een tribuut aan de man die JazzCase mogelijk maakte: Cees van de Ven. Een beter album om die tien jaar te gedenken is moeilijk denkbaar want dit was in alle opzichten een memorabel concert. Ik prijs mijzelf nog altijd gelukkig dat ik erbij kon zijn die avond in september 2019. In de eerste plaats memorabel omdat daar met bassist Paul van Gysegem, trompettist Patrick de Groote en saxofonist Cel Overberghe drie iconische musici op het podium stonden, alle drie gaven ze mede vorm aan de Belgische avant-garde van de late jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. En in de tweede plaats om de wijze van musiceren van dit kwintet, verder bestaand uit pianist Erik Vermeulen en percussionist Marek Patrman en die ik destijds beschreef als: “een taal die gericht is op de schoonheid van de klank, het leggen van verbindingen, het zoeken naar nieuwe wegen in het nu en waarbij het zoeken van de schijnwerpers volledig afwezig is. Egoloze muziek.” Ach, ik ga het allemaal hier niet herhalen, lees het terug, beluister dit album en oordeel vooral zelf.

eNR093: Rorschach
Herman te Loo, Jazzflits Nederland nummer 352 p.17 (16/02/2021)
Dat de Rohrschachtest, waaraan dit kwartet zijn naam dankt, dit jaar zijn honderdjarig bestaan viert, is vermoedelijk toeval. De opnamen van het titelloze debuutalbum vonden namelijk al plaats in de zomer van 2017. De vrije associatie, die de test in gang zou moeten zetten naar aanleiding van een inktvlek op een dubbelgevouwen stuk papier, is natuurlijk een metafoor voor de vrije improvisatie. De zeven stukken op de cd kennen dan ook geen namen van componisten – sterker nog, ze hebben zelfs niet eens een titel. Die mag de luisteraar er zelf bij associëren. Het kwartet van twee pianisten (Seppe Gebruers en Erik Vermeulen) en twee drummers (Eric Thielemans en Marek Patrman) biedt daartoe voldoende gelegenheid, want de muziek is gevarieerd. Zelden stappen de twee instrumentenkoppels in de valkuil van het volspelen. Het geheel blijft open en helder, zelfs in de heftigste Cecil Taylor-achtige passages. Met de op- en afbouw en de dynamiek zit het wel snor, zoals je van deze ervaren improvisatoren mag verwachten. Vaak zoekt het viertal de abstractie op, maar ze schrikken er ook niet voor terug om stuwende ritmes en lyrische momenten in te bouwen. Of de groep het in zich heeft om een ‘working band’ te worden, valt te betwijfelen. Jazzclubs met twee gelijkwaardige vleugels zijn immers niet zo dik gezaaid.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Dani Heyvaert, Rootstime (11/02/2021)
Wat is het fijn, vast te stellen dat Paul Van Gysegem een nieuwe plaat gemaakt heeft! Dat is namelijk niet iets, wat hij om de paar kaar doet: in bijna een halve eeuw, zijn de releases met zijn naam erop, op de vingers van één hand te tellen en toch is hij zowat de deken van de vrije jazz in onze contreien. Hij heeft ongeveer alles en iedereen begeleid, van overal ter wereld en voor jonge muzikanten is zijn werk een ijkpunt, een instituut en met deze plaat bewijst hij alweer hoe terecht die reputatie is. Free jazz, of improvisatie) jazz is werkelijk alleen voor de allergrootsten weggelegd en misschien ligt het daaraan, dat de muziek weleens als “moeilijk” of “hermetisch” weggezet wordt. Ik ga mezelf absoluut niet tot kenner uitroepen, maar mettertijd heb ik wel geleerd dat, naast het technisch vernuft van de uzikant, er voor de luisteraar eigenlijk alleen een “open oor” nodig is om van het genre te kunnen genieten.

Van Gysegem kent zowat de hele wereldscène in zijn vakgebied en dus is het nauwelijks te verwonderen, dat hij, voor de residentie, waar deze plaat het resultaat van is, een kwartet geweldige collega’s wis te strikken om met hem mee te gaan naar het Peltse Dommelhof en daar een week lang op zoek te gaan naar wat vrije improvisatie vandaag zou kunnen betekenen. Naast Van Gysegem zelf en zijn bas, horen we hier dus Cel Overberghe op saxen, de herrezen Patrick De Groote op trompet en flügelhorn, Erik Vermeulen op piano en zijn kompaan Marek Patrman op percussie en één keertje ook op trompet. Dat is een verzameling talent, waar je als luisteraar al bij voorbaat je petje voor afneemt, maar, zodra je de plaat een paar keer gehoord hebt, kun je niet anders dan daar een paar diepe buigingen aan toevoegen.

De kunde van die heren en hun vermogen om wat in hen opkomt ogenblikkelijk in klanken om te zetten, zijn simpelweg indrukwekkend en iets zegt me, dat zulks goeddeels te danken is aan wat je “ervaring” zou kunnen noemen, of “bevrijding”: je hoort en voelt dat dit gezelschap geen vaststaand kader nodig heeft, geen conventies behoeft, om de muziek, inclusief de stiltes, voor zich te laten spreken: elke noot, die de vijf produceren wordt door de anderen met liefde en respect ontvangen en behandeld. De vijf voelen kennelijk ook geen enkele behoefte om individueel te schitteren, al bevat de plaat menig moment, waarop één van hen, of een paar, de ruimte krijgt en inneemt, om geraffineerde en inventieve solo’s neer te zetten, die nochtans nergens het collectieve opzet verstoren. Deze heren communiceren via hun muziek in een taal die je misschien niet bij aanvang beheerst, maar die, na een paar luisterbeurten, helemaal open plooit en niet alleen vernuftig klinkt, maar, jawel, maturiteit en doorleefdheid etaleert.

Acht nummers maken van deze 50 minuten durende verzameling muziekjes een heuse luisterervaring, die misschien ongebruikelijk is in haar vorm, maar net daardoor, of alleszins mede daardoor, bijzonder klinkt en naar (veel) meer doet verlangen. Er zijn best wel wat stukjes op het web terug te vinden, die je een idee kunnen geven van wat de hele plaat voorstelt. Ik zou u aanraden bij opener “Haaks” of bij de afsluitende titeltrack. Wil u echt het neusje van de zalm, zoek dan even “Melancholia (for Joske)” op en dompel jezelf onder in het bijzondere universum van een kwintet dat, zo helemaal aan het begin van dit jaar, een waar meesterwerk neerzet. Paul Van Gysegem is 85 en vijfentachtig is prachtig!

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Jean Claude Vantroyen, Mad Le Soir p.16 (10/02/2021)
Paul Van Gysegem est un peintre et sculpteur renommé. C’est aussi un contrebassiste apprécié. Dans cet album, le premier en tant que leader depuis 50 ans, Van Gysegem, 85 ans, entre-tisse son travail de plasticien et celui de musicien. C’est-à-dire que derrière des structures qui, pour un non-musicien comme moi, paraissent quasiment absentes, il se laisse aller à des improvisations collectives et spontanées avec les potes de son quintet : Cel Overbergh aux sax, Patrick De Groote à la trompette, Erik Vermeulen au piano et Marek Patrman à la batterie. Tous des musiciens avides d’ouverture et d’aventure. Je vous l’avoue, ce jazz libéré des formes et des contraintes me laisse les oreilles froides et peu sensibles. Malgré des fulgurances soudaines et certaines, mon amour du jazz ne va pas jusque-là.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Peter De Backer, de Standaard (09/02/2021) ****
De schoonheid blijft komen.

Nu al tien jaar blijft het Gentse El Negocito Records koppig tegendraadse muziek uitbrengen. Deze cd van bassist (en beeldend kunstenaar) Paul Van Gysegem, zijn eerste onder eigen naam in bijna vijftig (!) jaar, past als gegoten bij de avant-garde-esthetiek van het label. In acht geïmproviseerde stukken, live opgenomen in september 2019 bij Jazzcase (Pelt), gaat Van Gysegem het gesprek aan met Patrick De Groote (trompet), Cel Overberghe (sax), Erik Vermeulen (piano) en Marek Patrman (drums). Dat leidt in het openingsnummer ‘Haaks’ meteen al tot prikkelende conversaties – met De Groote en Overberghe speelde de bassist ook al samen eind jaren 60, toen hij mee de befaamde freejazzfestivals in het Gentse Gravensteen organiseerde. ‘Brisk’ start als een storm, met wervelend pianospel van Vermeulen – de hele cd lang in grote doen. De muziek is vaak hoekig, een zeldzame keer lyrisch – ‘Melancholia’ doet zelfs wat aan ‘Lonely woman’ van Ornette Coleman denken. Boeiende cd waar je bij elke luisterbeurt meer schoonheid in ontdekt.

eNR107: s/t by Orange Moon
Eric Therer, Jazzaroundmag (09/02/2021)
Un premier disque dépourvu de titre en guise de carte de visite pour ce trio qui demeure, pour l’heure inconnu, même si chacun de ses musiciens aligne moult références. Au piano, le Brugeois Hendrik Lasure qui a collaboré, entres autres, avec le quartet d’An Pierlé et le combo pop jazz Bombataz et qui a écrit la musique de plusieurs pièces de théâtre. A la contrebasse, le Sarde Manolo Cabras, établi à Bruxelles et opérant régulièrement aux côtés de Ben Sluijs, Manuel Hermia, Eve Beuvens, Erik Vermeulen, Lynn Cassiers… A la batterie, le Français Mathieu Calleja, également basé à Bruxelles et actif entre autres au sein du collectif de percussions Sysmo. Chacun des trois participe à part égale à la composition de la petite douzaine de morceaux réunis ici. Aucun ne s’arroge un rôle tutorial ou ne cherche à prendre l’ascendant sur les autres. Tout est affaire ici d’équilibre et de respiration. Une démarche qui percole d’ailleurs sur un style aéré et délicat. On a rapproché leur musique de celle émanant des trios de Paul Motian ou de Jimmy Giuffre. Cette comparaison n’est pas sans fondement, elle s’avère même pertinente.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Kris Vanderstraeten, Jazzepoes (08/02/2021)
De prachtige muziek op de cd "Square talk" verdient alle aandacht en muzikale superlatieven die ik in huis heb. Alles is aanwezig : stijl, veel subtiliteit, concentratie, emotie, swing en ruimte, timing, creatieve ideeën en dat allemaal door de grote unieke muzikale verbondenheid tussen deze muzikanten. Ieder van deze acht korte nummers zijn dan ook schitterende juweeltjes ! Dit is geen heftige militante freejazz met schreeuwende blazers ,bonkende pianisten en zwetende drummers. Eerder "onderkoelde" vrije muziek met klare abstracte improvisaties waarin iedere muzikant eigen ruimte tot expressie heeft. Soms hoor ik er zelf een soort soundtrack in voor zwart-wit kunstfilms uit de sixties of seventies ! Bassist Paul Van Gysegem schetst en strijkt sierlijke abstracte lijnen en puntige klanken, met veel intensiteit en gevoel voor detail, zijn ingebeelde partituur is de geweldige schilderij op de kaft van deze cd. Vol vuur, zacht en high pitch glijden de dialogen, solos en abstracte klanken van de creatieve trompet van Patrick De Groote en dito tenor en sopraan saxofonist Cel Overberghe over de prachtig lyrische pianoklanken van pianist Erik Vermeulen, met jazzy touch ! Het fris en zéér subtiel percussiewerk van percussionist Marek Patrman in voortdurende dialoog met de bas schittert met zingende cimbalen, juist geplaatste tikjes en takjes en helder snaar en trommelwerk. (voor mij een ontdekking !) En heel belangrijk ook, is de geweldig mooie live opname van Piet Vermonden, noem hem zesde muzikant van dit quintet.

Deze cd is dus een absolute aanrader, puur luistergenot ! Voor mij al CD van het jaar 2021, en er zal veel moeten gebeuren om deze te overtreffen !

eNR097: LOI by Raf Vertessen Quartet
George W. Harris, Jazz Weekly US (08/02/2021)
Anna Webber plays tenor sax, Adam O’Farrill is on trumpet, Nick Dunston plays the bass with Raf Vertessen leading from the drums on this collection of originals by the stick man. The horns puff like cirrus clouds on the mournful “LOI” and hover with long tones during “#1”. Things get a bit squawky with some mouthpiece musings and tonal trials on “Layers” and the horns get into a Neopolitan traffic jam during the rush hour of “#4” with buzzing, bowing and crashes on fender benders. Some loose Mingusy moments pop up on “Cardinali 2+3” and the team hobbles along like a three legged race to “FAKE 3:7”. Dangling conversations.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Pierre Dulieu, Dragonjazz (08/02/2021)
Entrelacer sa musique avec sa propre peinture et/ou sculpture n'est pas une chose banale. C'est pourtant ce que tente de faire régulièrement le contrebassiste Paul Van Gysegem. Surtout connu du grand public pour sa monumentale sculpture à la Station Saint-Pierre à Gand, Paul est aussi une figure importante du jazz avant-gardiste depuis au-moins 1965 ainsi qu'un peintre renommé de formes abstraites qui excitent l'imagination (voir le dessin de la pochette de Square Talks, pensé comme une partition, qui fait partie de la série "Scores").

Pour cet album en quintet avec le saxophoniste Cel Overberghe, le trompettiste Patrick De Groote, le pianiste Erik Vermeulen et le batteur Marek Patrman, le contrebassiste dessine des formes musicales qui émergent lentement du chaos. Sur Haak par exemple, les musiciens agissent comme des sculpteurs qui, partant d'un bloc de pierre brute, révèlent progressivement l'objet qui y était caché. Mais ici, il s'agit d'une œuvre collective, chacun attaquant la matière à sa façon pour finalement contribuer à une forme sonore dense et précise même si elle rend obsolète toute rassurance mélodique et toute tentative de définition.

Ce free-jazz varie d'un titre à l'autre. En dépit de leur déconstruction, certains morceaux accaparent par leur climat apaisé comme Malancholia For Joske qui sonne presque comme un jazz improvisé normal. D'autres comme Shouts, dont le nom affiche clairement les intentions, sont l'expression d'une esthétique radicale qui provoque mais intrigue. D'autres encore, comme Woodpecker, inventent des bruits en se jouent des codes du jazz pour finalement développer une atmosphère évocatrice.

Cette musique abstraite qui conviendrait parfaitement comme bande sonore d'une exposition des œuvres de Paul Van Gysegem plaira surtout aux amateurs de jazz libre ou aux fidèles des galeries d'art contemporain (comme le S.M.A.K. - Stedelijk Museum voor Actuele Kunst - à Gand) qui exposent les secrets et les déchirures du monde réel plutôt que ses apparences visibles.

eNR093: Rorschach
Akim A.j. Willems, Cultuurpakt (02/02/2021)
RORSACH ROERT JE ZIEL (OM)

Achtenveertig Uren

Twee pianisten (Seppe Gebruers en Erik Vermeulen) en twee drummers (Eric Thielemans en Marek Patrman) met een grote voorliefde voor improvisaties sluiten zichzelf gedurende twee dagen (31.07/01.08.'17) op in een studio en wandelen nadien buiten met zeven auditieve vlekken onder de armen waarmee ze je ziel willen omroeren en naar de donkerste plekken in brein willen peilen.

Doe-Het-Zelfhulp

De in 1921 in de psychiatrie geïntroduceerde Rorschach-test bestaat uit tien platen met inktvlekpatronen waar patiënten vrij bij moeten associëren; de psycholoog of psychiater van dienst interpreteert op zijn beurt die associaties.

"Rorschach" telt slechts zeven auditieve vlekken, maar vergis u niet: het is minstens evenveel een psychologische test dan een cd om te beluisteren.

De zeven tracks op "Rorschach" bleven titelloos. "Please, title the music pieces with your own associations. Thanks." staat er op de achterzijde van de hoes. Wij trokken onze schoenen uit, legden ons op de fauteuil en vroegen onze psy om op 'play' te drukken.

eNR096: Impermanent by Daniele Martini Quartet
Akim A.j. Willems, Cultuurpakt (28/01/2021)
JAZZ ALS MEMENTO MORI

In Memoriam

"My warmest feelings go to everyone who gave me support during the extraordinary events that were unfolding while this music was being written", lezen we in de liner notes van "Impermanent". En ook: "In loving memory of Francesca Martini". Daniele Martini – de Romeinse, maar al geruime tijd in Brussel wonende, tenorsaxofonist – verloor zijn jongere zus tijdens het schrijven van de muziek voor deze cd. Dat verlies wordt weerspiegeld in tracktitels als "For those who stay" of "Impermanent" – de twee composities waar de cd mee opent – en wordt vertaald in de contemplatieve sfeer van de cd.

Niet uit de band

Daniele Martini schreef zes sterke composities; de inherente kracht ervan wordt versterkt door de interactie tussen Martini en zijn medemuzikanten in het kwartet: Bram De Looze op piano (die tijdens de opnames in 2016 nog als een 'aanstormend talent' door het leven ging), Manolo Cabras op contrabas en Joao Lobo op drums.

De derde compositie is de meest in het oog springende compositie op "Impermanent". Het fundament van deze track is de geïmproviseerde jazz die kenmerkend is voor Martini, maar gebracht op getemperde wijze. "Cells" springt in het oog, maar zeker niet uit de band.

Meditatie

Met de vierde en vijfde compositie sluipen meditatie en spiritualiteit de cd binnen. "Auroshika" klinkt zoals dit bekende, Indiaase wierookmerk ruikt en de "Fang Song Song" geeft in de titel mee wat je het best doet tijdens het luisteren: 'fang song' – wat zich uit het Chinees laat vertalen als 'ontspannen'.

Born – Work – Sad – Happy

"Born Work Sad Happy" is, behalve de titel van de zesde compositie en het meest 'happy' of uitbundige nummer op de cd, een quote die toegeschreven wordt aan Ornette Coleman. Dat adagium zou zijn hele leven samenvatten in slechts vier woorden. Wellicht omschrijft het ook het proces dat Martini doormaakte bij het schrijven en opnemen van de composities van: een idee wordt geboren en uitgewerkt, onderbroken door droefheid, maar verschijnt vier jaar na de opnames – hoera! – toch nog op cd.

eNR107: s/t by Orange Moon
Akim A.j. Willems, Cultuurpakt (21/01/2021)
SCHILDEREN MET EEN MISTIG PENSEEL

Student met gegroefde ziel

Hendrik Lasure ziet er uit als de letterenstudent die je kent als de barman van je hipsterkroeg. Hij is, gerekend in ordinaire Gregoriaanse kalenderjaren, nog een broekje. Maar in het hart van deze drieëntwintigjarige woont de gegroefde ziel van een oude jazzpianist die al minstens vijf decennia het klappen van de zweep kent. Wat. Een. Talent. Met SCHNTZL – daar kenden wij hem van – won hij in 2015 de jazzwedstrijd van Vrijstaat O in Oostende en in datzelfde jaar – hij was pas achttien – werd hij op het jazzconcours van Avignon onderscheiden als beste componist. Redenen genoeg om ons nieuwsgierige oor te lenen aan "Orange Moon" van Orange Moon – het trio met Lasure op piano, Manolo Cabras op contrabas en Mathieu Calleja op drums.

Finse sauna

"Orange Moon" telt elf composities – vier collectieve stukken, twee nummers van de hand van Lasure, drie tracks uit het brein van Cabras en nog eens twee composities die Calleja uit zijn mouw schudde – die een strak en intimistisch geheel vormen.

Wie het geheel open breekt, vindt elf miniaturen waarin de drie instrumenten afwisselend de leiding nemen om het plaatje te schilderen – maar altijd met zachte hand en mistig penseel.

De tracks op "Orange Moon" durven de tijd nemen, hoewel ze gemiddeld na ongeveer drie en een halve minuut op de klok afronden. De composities hebben alles behalve haast. Haast lijzig dralen ze van de eerste noot naar hun slotakkoord zonder dat de spanningsboog een keer inzakt. "Andante n° 2" – what's in a name – spant daarin de kroon. Maar ook "Moulin Le Retour" (waarin de percussie het trio bij momenten subtiel toch tot enige spoed lijkt aan te manen), "Last Call" (waarin het trio een atypisch piano-trio geluid zoekt en vindt) of opener "Viscositeit" zijn tracks die, wat ons betreft, de zweverige muzak die we doorgaans voor de kiezen krijgen in de Finse sauna definitief mogen vervangen.

"To The Teachers", "Propositions" en "Crystal baby" zijn wat nerveuzer van aard – voor zover "nerveus" geen overspannen term is binnen het intimistisch kader van de hele cd. Het zijn eerder kort en haastig wijzende vingers die de luisteraar er af en toe attent op maken niet te ver af te dwalen in de warme loomheid die je kan overvallen bij het beluisteren van het debuut van dit trio.

Duister en hees

Orange Moon laat met dit debuut een heel eigen stem – ze fluistert een beetje duister en hees – horen. En toont nu al een uitgesproken eigen identiteit. Wij zijn benieuwd wat er nog zal volgen tussen vandaag en de tijd waarin Lasure zelf die oude pianist zal zijn. Laat maar komen!

el NEGOCITO Records
nieuws, vi.be (20/01/2021)
"Gent en El Negocito Records scheren hoge toppen in All About Jazz-polls De gerenommeerde website All About Jazz lanceerde in 2020 enkele polls om te achterhalen wat voor hun lezers en de wereldwijde jazzscene de favoriete jazz platenlabels en favoriete jazzsteden zijn. De resultaten werden deze week gepubliceerd en ook België valt in de prijzen.

Proficiat Gent, proficiat El Negocito Records!

De polls zetten Gent op de wereldkaart van de jazzmuziek in de rij van wereldberoemde jazzsteden. Mensen konden stemmen op 300 steden van over de hele wereld. New York, Chicago en New Orleans blijven de belangrijkste steden, maar Gent staat veertiende en laat onder meer Detroit, Montreal en Kopenhagen achter zich."

eNR095: s/t by Bloom
Larsen magazine (12/01/2021)
Collectif réuni autour du guitariste et compositeur Quentin Stokart, c’est apparemment le goût de l’improvisation qui a menés ces musiciens, issus de génération différentes, à s’aventurer dans ce chemin commun. Un premier album a ainsi vu le jour quelques années après leurs premiers pas scéniques. Un style qui n’est pas sans rappeler le gaz rock progressif 70’s à la Hugh Hopper 5soft Machine, Centipede …), avec ces titres déstructurés et aux entremêlés de guitare. Bien, très bien!