eNR053: Virgule by Les Chroniques de l'Inutile
Claude Loxhay, JazzMania (16/11/2021)
Leader et compositeur de ces Chroniques, le guitariste électrique Benjamin Sauzereau, qu’on avait découvert au sein de l’Heptatomic d’Eve Beuvens, au sein du quintet de Bruno Vansina, de Philémon et de Homegrown avec Jordi Grognard. Il a fondé Les Chroniques de l’Inutile, mélange entre jazz, recherches contemporaines et jazz de chambre. A la flûte, l’aîné de l’équipe, Pierre Bernard, membre depuis le début de Rêve d’Eléphant Orchestra, de MikMâäk ou de l’Orchestre du Lion. A l’alto et à la clarinette, Erik Bogaerts, issu du Conservatoire de Bruxelles, (classe de John Ruocco et Jeroen Van Herzeele). Il a fondé un quartet avec ce dernier mais aussi Kwartet avec Alexi Tuomarila (p). Au ténor, Gregor Siedl qui a étudié à Vienne puis à Bruxelles, lui aussi avec John Ruocco. Il a fondé le duo Doko. Aux claviers, Eric Bribosa, qui fait partie de Rackam avec Toine Thys. A la contrebasse, Lennart Heyndels, formé au Conservatoire de La Haye. Il a fondé Howtown avec plusieurs vocalistes dont Sarah Klenes et fait partie du quartet de Ben Sluijs. A la batterie, Jens Bouttery, issu lui aussi du Conservatoire de Bruxelles. Avec Nicolas Kummert, il a enregistré l’album « Voices » et fait partie, avec Sauzereau et Heyndels, du Jens Maurits Orchestra.

La particularité du septet est de proposer, en dialogue avec une guitare aux sonorités mordorées, un trio de souffleurs sans cuivre, tout en nuances entre saxophones et flûte mutine de Pierre Bernard, le tout soutenu par la contrebasse lyrique d’Heyndels et le jeu percussif de Bouttery, tout au long de compositions aux titres souvent surprenants, de « La mauvaise raison » à « Mary, Molly, Bébert et Alcide », en passant par « Non vorei morire mai ». Une démarche et un arc en ciel sonore hors des sentiers battus.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Gert Derkx, 0pduvel (14/11/2021)
Die vrouwen met verschillende roots en opererend vanuit België en Frankrijk treffen elkaar in het trio lauoshilau. Het gaat om Audrey Lauro (saxofoon en preparaties), Yuko Oshima (drums) en Pak Yan Lau (speelgoedpiano’s, synthesizer en elektronica). Zij traden op 30 november 2018 op in het Centro d’Arte in de Italiaanse stad Padua. Van dat concert is in april van dit jaar een registratie op cd verschenen.

Saxofonist Lauro verdiepte zich eerst in de jazz en daarna in de hedendaagse muziek. De afgelopen tien jaar heeft zij haar muziek ontwikkeld in de experimentele Belgische muziekscene. De altsaxofonist gebruikt haar instrument in conventionele en onconventionele vormen. Oshima is een Japanse drummer en componist die sinds 2000 woont in Frankrijk. Zij heeft haar muzikale benadering op drums ontwikkeld door improvisaties en composities met zowel muzikanten als dansers en acteurs. Zij behoudt haar passie voor ritmes en grooves, maar haalt ook nieuwe geluiden uit haar drums en metalen objecten zoals Tibetaanse schalen. Pak Yan Lau, geboren in België en met roots in Hong Kong, is een geluidskunstenaar, improvisator en componist die door de jaren heen een boeiend klankenuniversum heeft ontwikkeld met gebruikmaking van speelgoedpiano’s, synths, elektronica en verschillende geluidsobjecten. Zij vermengt akoestische, elektro-akoestische en elektronische benaderingen, waarbij ze verschillende benaderingen en geluidsbronnen versmelt met poëzie, magie en finesse.

Drie muzikanten met een eigen(wijze) spelopvatting, dat kan spannende muziek opleveren. Maar het gebeurt zeker niet altijd. Bij lauroshilau is gelukkig wel sprake van spanning. Het drietal brengt die spanning in een 42 minuten durende elektro-akoestische improvisatie waarin het instant componeren voorop staat, veel meer dan de individuele expressie. Die is er uiteraard wel, maar staat in dienst van de samenklanken, de ter plekke gecreëerde compositie en de koers die spontaan en gezamenlijk wordt gevaren. Verwacht geen sterke ritmiek, melodieën of solistische escapades; bij dit trio draait het om samenspel, klankkleuren en spanning.

Dat laatste element komt tot uiting in de ingehouden manier van spelen, waardoor je als luisteraar het gevoel hebt dat het tot een uitbarsting moet komen. Een enkele keer is er een harde klap of een plotse verandering van het patroon, maar in grote lijnen bewandelen de muzikanten een weliswaar spontaan maar ook bedachtzaam muzikaal pad. De altsax, een solistisch instrument bij uitstek, fungeert hier niet zozeer als bovenop liggende stem, maar gaat regelmatig op in het gezamenlijke spel, waardoor het trio soms als één entiteit lijkt te opereren. Soms, want de verschillende elementen waaruit de muziek is opgebouwd, zijn wel degelijk te onderscheiden.

Mooi is hoe zo nu en dan de grens tussen akoestisch en elektronisch wordt geslecht. Beter gezegd: er is vaak helemaal geen grens. Beide aspecten komen in gelijke mate aan bod en opereren zodanig dat ze elkaar aanvullen of juist in elkaar opgaan. Zo weet de saxofoon net na de tiende minuut hoge korte stoten en lange ijle tonen te produceren die prima aansluiten op de grillige elektronische klanken. In die klanken zitten ook wat akoestische percussieklanken verstopt. Het is een uitdagende passage om naar te luisteren, om in de samenklanken de individuele elementen te ontdekken.

Daar staan passages tegenover waarin bijvoorbeeld de sax een repeterend motief speelt, daarop ook varieert, de snaredrum resoneert en een elektronisch zuigend geluid wordt geproduceerd, wat vervolgens leidt tot een gedeelte waarin freejazz even de kop komt opsteken. Hier zijn het de losse elementen die domineren, maar ook dan wordt de eenheid bewaard. Het akoestische aspect overheerst kort daarna, als Lau met haar speelgoedpiano’s in de slag gaat, Oshima wat steviger uit de hoek komt, haar toms bespelend met mallets en ook Lauro op sax in een robuuste bui verkeert. Aandacht verdient ook de zacht gespeelde tweede helft van de improvisatie, waarin onder andere met elektronische klanken een mysterieuze sfeer wordt geschapen die verder wordt ingevuld door behoedzame saxklanken en afwisselende percussie waarin ook een melodisch aspect komt bovendrijven.

Alles bij elkaar genomen zou je Live at Padova kunnen beschouwen als een lange geïmproviseerde, elektro-akoestische soundscape waarin de drie muzikanten elkaars mogelijkheden en die van het instrumentarium zorgvuldig aftasten, waarbij zo nu en dan ruimte is voor wat steviger frasen maar over het algemeen de muziek vanuit rust tot stand komt. De spanning kruipt onderhuids en de klankkleuren die worden gevonden zijn fraai en niet te voor de hand liggend. Het samenspel varieert van wonderschoon tot licht schurend. Ook de dynamiek van de muziek komt goed naar voren op een album waarop Lauro, Oshima en Lau spontaan en zelfbewust musiceren, zelfs als fluisterzacht wordt gespeeld.

eNR102: Black Sea Songs by Sanem Kalfa, George Dumitriu, Joachim Badenhorst
Gert Derkx, 0pduvel (14/11/2021)
Sanem Kalfa is een in Amsterdam gevestigde Turkse zangeres. Zij vermengt jazz, improvisatie en wereldmuziek tot een krachtige mix van emoties. Aanvankelijk studeerde Kalfa cello, maar zij kwam naar Nederland om zang te studeren. In 2014 verscheen haar debuualbum Nehir en in 2018 bracht zijn Dance uit, waarop zij in duoverband is te horen met George Dumitriu. Dat is een eveneens in Amsterdam wonende maar in Roemenië geboren altviolist, violist en gitarist. Hij studeerde af als klassiek violist en studeerde als gitarist jazz in Groningen, New York en Amsterdam, waar hij ook onderzoek deed naar live-elektronica. Joachim Badenhorst is een Belgische rietblazer die zich niet stijlgebonden acht en zich breed oriënteert. Zijn hoofdinstrument is de klarinet, maar op latere opnames is hij ook te horen als zanger, pianist, gitarist, percussionist en elektronica-muzikant.

Van deze drie muzikanten verscheen begin september het album Black Sea Songs. Kalfa is geboren in Trabzon, een Turkse stad aan de kust van de Zwarte Zee. Ook het oosten van Roemenië, Dumitriu’s geboorteland, grenst aan deze zee, hoewel de muzikant niet uit de kuststreek komt. Het album van het trio Kalfa-Badenhorst-Dumitriu bevat tien liederen afkomstig van plekken langs de Zwarte Zee waaraan door het drietal een eigen draai wordt gegeven, met een vrijzinnige spelopvatting maar met respect voor de traditie. Het leidt tot een album waarop de emoties en vibraties voelbaar zijn en waarop bovenal magnifiek wordt gemusiceerd.

Dat wordt direct duidelijk in opener ‘Babamin Atmalari’, dat opent met een melodieuze frase van de klarinet, waarna de stem van Kalfa meermalen, als een koortje, wordt weergegeven in een woordloos motief. Daaroverheen legt zij haar voordracht, die krachtig naar voren komt. Het trio speelt het stuk als een traditioneel werk, maar ruimt plek in voor experiment, in een gedeelte waarin elektronica, dissonante klarinetklanken en altviooldrones overheersen. Het is een wending die verrast, maar ook past en bovendien niet ten koste gaat van de connectie met de Zwarte Zee. Verderop tokkelt Dumitriu en mag Badenhorst zijn melodische kwaliteiten etaleren. Ondanks alle verschillende ideeën en experimenten blijft ‘Babamin Atmalari’ toch een heuse song.

Het is ook niet moeilijk een plek aan de kust van de Zwarte Zee voor te stellen bij het beluisteren van ‘Vertskhlis Tasadamts Maktsia’, waarin zuchtende en ruisende klanken met een beetje fantasie de zee vertegenwoordigen. De toonzetting van het stuk is somberder dan die van de openingstrack en Kalfa weet die somberte te vangen in een zangstijl die – zonder de woorden te kennen – tegelijkertijd berusting en droeve emotie uitstraalt. Bijzonder mooi is het tikkende ritme met een echoënd effect dat het hele stuk te horen is, dwars door de vocalen en de voornamelijk lange klarinet- en altvioolklanken heen.

Daar staat het veel vlottere ‘Nani Nani Oy’ tegenover, dat ritmisch wordt gevormd door akoestische gitaar en handclaps. De gezongen gipsy/balkanmelodie is aanstekelijk, maar het is Badenhorst die met zijn vrije melodische klarinetspel de kers op de taart legt. Kalfa’s heldere stem met een klein hees randje opent ‘Heyana’, een gedragen stuk met klaaglijk klinkende vocalen zonder ritme maar met stemmige klanken van de altviool en de klarinet. In ‘Ayna Ayna Ellere’ wordt een lichte vervorming op de zang gelegd. Met elektronica wordt een traag ritmisch patroon geschapen dat tevens zorgt voor een wat donkere sfeer. Dumitriu brengt op altviool gedoseerd vrij spel. De muziek is gedrenkt in een galm die het geheel een geheimzinnig karakter geeft.

Kalfa neemt de luisteraar als vanzelf mee in haar gezongen vertelling in ‘Cântec de la Marea Neagră’. Ook als je er niets van verstaat, komt de emotie over. Het lijkt een traditioneel verhalend stuk te zijn dat van generatie op generatie wordt doorgegeven, maar zeker is Opduvel hiervan niet. Het ingehouden altviool- en klarinetspel is weer prachtig en geeft de voordracht van Kalfa exgra glans. Waar nodig wordt de emotie door de twee muzikanten kracht bijgezet door even wat voller en robuuster uit de hoek te komen. Tegen het einde is er ruimte voor vocaal en instrumentaal experiment.

In ‘Oy Benim Sevdiceğim’ omspeelt Badenhorst de zangmelodie. Dumitriu is te horen op elektrische gitaar, waarmee hij niet zozeer een ondergrond legt als wel een eigenwijze derde partij toevoegt aan het spel van de andere twee. In het samenspel wordt een enkele keer van rol gewisseld. Een stuk grofkorreliger klinkt ‘Pipilomatina’, waarvoor met name Dumitriu verantwoordelijk is met ruig en experimenteel altvioolspel. Ook Badenhorst laat zijn klarinet af en toe gieren, terwijl Kalfa enkele kreten toevoegt. Daarmee in contrast staan het aanstekelijke ritme en dito melodie.

Elektronische klanken die een onderwater-gevoel geven zijn te horen in ‘Dereler’. De elektrische gitaar klinkt daarentegen helder. Kalfa zingt luid maar met nuance, omgeven door een lichte galm. De oorspronkelijke elektronische klanken worden vervangen door nieuwe geluiden, waarna ook Badenhorts zingende klarinet in het spel betrokken wordt. ‘Ay Dolayim’ laat de vocalen van Kalfa samengaan met lichte elektronische klanken, waaraan langzaam meer invulling wordt gegeven. De akoestische gitaar van Dumitriu mengt zich in het geheel, als een soort tegenwicht ten opzichte van de soms wat futuristisch klinkende elektronica. Ook Badenhorst biedt even later dat tegenwicht. Het stuk lijkt weg te drijven van de traditie maar maakt ook bewegingen ernaartoe.

Die verhouding tussen he traditionele en het moderne is overigens mooi in balans op dit album, waarop Kalfa, Badenhorst en Dumitriu in elk stuk een subtiele manier vinden om dat evenwicht te bewaren. De momenten waarop het experiment even de boentoon voert zijn welkom als contrast met de wonderschone oorspronkelijke melodieën. Black Sea Songs is een prachtig album dat zowel liefhebbers van oude liederen uit de streek als meer avontuurlijk ingestelde muziekliefhebbers moet kunnen aanspreken.

eNR099: L’occurrence (concert takes) by Les Chroniques de l’Inutile
Gert Derkx, 0pduvel (14/11/2021)
Het laatste te bespreken album is er een van een wat groter gezelschap, want Les Chroniques de l’Inutile is een sextet bestaande uit Benjamin Sauzereau (gitaar), Erik Bogaerts (saxofoons), Pierre Bernard (fluiten), Eric Bribosia (piano en keyboards), Lennart Heyndels (bas) en Jens Bouttery (drums en keyboards). Het tweede album van dit gezelschap, na Virgule uit 2017, is getiteld L’occurrence (concert takes) en bevat opnames van concerten die werden gegeven in De Krook in Gent op 6 april 2019 en Jazz Station in Brussel op 30 oktober 2019.

De muziek van Les Chroniques de l’Inutile is een kruising tussen jazz en kamermuziek. Voor het compositorische gedeelte is gitarist Sauzereau verantwoordelijk. Het sextet zoekt en vindt een balans tussen vrijheid en organisatie, waarbij naar eigen zeggen muzikale ongelukjes worden gevierd, meningsverschillen worden verwelkomd, vergissingen voer zijn voor creativiteit, toevalligheden een bron van plezier zijn en plezier een paspoort naar de essentie is.

De woorden ‘jazz’ en ‘kamermuziek’ kunnen bij dit gezelschap in ruime zin worden opgevat. De muziek kent geen genregrenzen en regelmatig worden elementen uit verschillende genres gebruikt. Bovenal weten de muzikanten steeds de balans te bewaren tussen serieuze en lichtere elementen. Er is mondjesmaat wat humor in de muziek te vinden. Opener ‘Le Duplicata’ vertrekt vanuit een gitaarmotief, waarop door de andere muzikanten op wordt voortgeborduurd. Er is ook plek voor ontregeling, getuige het gedeelte waarin fluit, bas en drums vrij spel hebben en de structuur even wordt losgelaten. De muziek klinkt helder en elk instrument valt op zijn plek, bewust of onbewust en precies in het spel van de anderen of juist – bijna pesterig – net ernaast.

In ‘L’autre Malentendu’ wordt een thema geïntroduceerd door de piano, niet precies volgens het voorschrift, zo lijkt het, maar met de vrijheid om dat thema ook te omspelen. Het stuk krijgt een ballad-karakter zodra Bogaerts op saxofoon een gloedvolle solo brengt, die een vrij volle begeleiding krijgt van de overige instrumenten, waarvan de drums de meest vrije rol vervullen. Het stuk bouwt fraai op en het gezelschap bewijst dat je een ballad ook een flinke kracht mee kunt geven, waardoor saaiheid nooit de kans krijgt om toe te slaan. Een stuk luchtiger klinkt daarna ‘Une Question Impertinente Est Une Question Pertinente’, dat een beetje lome groove heeft en waarin de instrumenten allemaal een duidelijk te onderscheiden invloed hebben. Sauzereau is de begenadigde solist en daarmee de meest opvallende muzikant, maar ook de percussieklanken van Bouttery komen sterk naar voren.

Waar vaak vanuit een thema de vrijheid wordt gezocht, daar werkt ‘Le Subterfuge’ andersom, want het groovende ritme en het thematische gedeelte volgen na een vrije start. Het ritme van bassist Heyndels en drummer Bouttery is bijzonder aanstekelijk en biedt de andere muzikanten volop mogelijkheden tot expressie. Bernard en Bogaerts cirkelen om elkaar heen, Sauzereau soleert afwisselend en Bribosia doet dat sprankelend. Soms neemt het sextet de tijd om aan een stuk te bouwen, zoals in ‘Presque Convive’, dat met aftastende keyboardklanken begint, waarvanuit de gitaar zich meldt met galmend spel. Pas na drie minuten worden drums en bas ingezet, in een traag tempo een aanzet gevend tot de structuur die daarna gevonden wordt. Langzaam nemen ook de zwaarte en de intensiteit toe.

Melodisch gitaarspel vormt de leidraad in ‘Bucuresti’, waarbij de ruggengraat wordt gevormd door het soepele bas- en drumspel. De muziek ademt, heeft een aangename vibe en een mooie dynamiek. ‘Joseph’ is daarna een stuk trager en doet in het eerste gedeelte qua klankkleur aan werk van Bill Frisell denken. Het spel is beheerst en de muziek heeft ook lucht op de momenten dat de totaalklank voller wordt. Mooi zijn de vrije invullingen van drums en bas. Na ruim drie minuten krijgt het stuk meer vorm, als het tempo wat omhoog gaat en een ritme wordt gecreëerd. De saxsolo van Bogaerts is verfijnd en past goed in het muzikale bed dat daarvoor door het ensemble is gemaakt.

Met bijna twaalf minuten op de teller is ‘Les Aventures d’Ignace Dabrowski’ het langste stuk op het album. Ook hier neemt het zestal de tijd om het stuk op te bouwen. In die opbouw heeft ieder zijn rol. In het begin valt het hoge basspel op. Na drie minuten komt iets van een thema naar voren, maar het is eenmalig en het bevindt zich midden in de opbouw naar een korte climax. Daarna volgt het thema nogmaals, maar nu als opmaat voor een saxsolo. Het is alsof een belofte wordt gedaan die verderop pas wordt ingelost, zodat je als luisteraar geboeid daarop blijft wachten. Maar er zijn meer verrassingen: na nogmaals kort het thema lijkt Bouttery een marsritme in te zetten. Dat wordt het uiteindelijk niet, maar het is zo’n moment waarop de oren zich extra spitsen. Het korte thema volgt nog een paar keer, het duidelijkst rond de negende minuut, waarna het stuk stemmig wordt uitgeluid, met een hoofdrol voor Bernard op fluit en Bribosia op piano.

Het album wordt besloten met ‘Robert Mikulandric’, een stuk waarin wordt gespeeld met starten en stoppen en soms met stilte, die dan weer wordt opgevuld door het geluid van een baby die zich kennelijk in het publiek bevindt. De muzikale invulling wordt redelijk klein gehouden, terwijl toch weer elk ensemblelid aan bod komt. Het is een fraai einde van een album waarop het sextet steeds de juiste wegen vindt om vanuit een basisidee tot spontane en gevarieerde muziek te komen. Nergens vervalt het zestal in flauw ensemblespel, want steeds is in de muziek een prikkel aanwezig die de aandacht trekt. 64 minuten is best lang voor een album, maar er staat geen seconde te veel op L’occurrence (concert outtakes).

eNR102: Black Sea Songs by Sanem Kalfa, Joachim Badenhorst, George Dumitriu
Mischa Andriessen, Trouw (12/11/2021)
Een juweel, deze verzameling traditionele liederen uit het gebied rond de Zwarte Zee. Rietblazer Badenhorst en gitarist/ altviolist Dumitriu zijn beiden meesters in het subtiel kleuren van de muziek en het zo onnadrukkelijk versterken van de emotionaliteit ervan. En ze geven alle ruimte aan Sanem Kalfa en haar onvergetelijk indringende stem.

eNR099: L’occurrence (concert takes) by Les Chroniques de l’Inutile
Jean-Pierre Goffin, JazzMania / Jazz'Halo (26/10/2021)
Guitariste français installé en Belgique depuis pas mal d’années, Benjamin Sauzereau se révèle avec son groupe « Les Chroniques de l’Inutile » comme un des compositeurs les plus aventureux de sa génération. Le premier volet de ce projet avait déjà aiguillé nos sens par la richesse de ses sonorités, son penchant pour l’improvisation et l’art de bien s’entourer : le trop rare Pierre Bernard aux flûtes, Eric Bogaerts aux saxophones, Eric Bribosia aux claviers, Lennart Heyndels à la basse et Jens Bouttery à la batterie. Seul le saxophoniste Gregor Siedl (1) n’apparaît plus dans cette deuxième mouture du projet intitulé « L’Occurrence », constitué de deux enregistrements en public, l’un à la bibliothèque « De Krook » à Gand le 6 avril 2019 lors des Belgian Jazz Meetings, l’autre à la Jazz Station en octobre de la même année. Huit compositions aux titres parfois énigmatiques – cherchez les traces de Robert Mikulandric ( un spécialiste du curling ?) ou de Ignace Dabrowski (un chercheur scientifique ?) – toutes du guitariste illustrent les inspirations surréalistes de celui-ci. « Le Duplicata » s’ouvre sur la guitare seule, comme le fil tendu sur lequel flûte, piano et sax jouent à l’équilibriste, avant que l’ensemble ne se retrouve dans un décor sonore plus dramatique. « L’Autre Malentendu », comme une trame lente et inexorable, culmine sur un solo de sax en crescendo. On découvre bien un petit côté latino sur « Une Question impertinente est une Question pertinente », un versant plus rock sur « Le Subterfuge », mais c’est bien là les seuls repères dans cette musique où les frontières entre écriture et improvisation sont mouvantes. La surprise est toujours au rendez-vous sans toutefois nuire à la cohérence. Dans chacun de ses albums – on pense au précédent « Chroniques de l’Inutile », mais aussi au « Solo » où on retrouve « Le subterfuge » – la patte du guitariste est singulière et captivante.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Franpi Barriaux, CitizenJazz France (24/10/2021)
Lauroshilau est une enclise, autant dire un de ces pliages complexes dont on n’aperçoit que la surface et qui livre ses secrets à mesure qu’on le déploie. C’est le sentiment qui s’impose lorsqu’on pénètre dans ce Live at Padova, longue plage unique d’une quarantaine de minutes qui se décline en plusieurs vagues, plusieurs nappes qui se superposent sans heurts : un clavier-jouet et de l’électronique qui se désagrège vers un silence inéluctable, un saxophone alto aux anches sifflantes et des percussions qui ombrent davantage qu’elles ne colorent. Nous sommes, à l’invitation du label belge El Negocito Records, dans un univers parallèle, en pleine expansion, où le saxophone de la talentueuse Audrey Lauro peut en un instant tracer des montagnes infranchissables en s’extirpant d’une brume électronique délibérément plaquée au sol, pour faire masse avec la batterie de Yuko Oshima.

Lauroshilo est donc l’enclise de la saxophoniste Audrey Lauro, qu’on a pu entendre avec Grégoire Tirtiaux ou Guillaume Séguron à l’AJMI, de la percussionniste Yuko Oshima (fameux duo avec Eve Risser notamment), et de la pianiste et électronicienne Pak Yan Lau qui écume depuis de nombreuses années une scène improvisée très radicale (Chris Corsano, Akira Sakata). Soit l’alliance joyeuse de trois fortes têtes qui tournent pour la plupart autour de la riche scène de Bruxelles. C’est aussi un orchestre qui existe depuis de nombreuses années, après un premier album paru chez Creative Sources en 2013. Une musique à l’état gazeux, où le moindre détail peut renverser la table et faire partir le trio dans de nouvelles directions.

Car c’est bien d’un trio dont il s’agit, sans recherche d’individualité. Les musiciennes font corps, jusqu’à se fondre dans un seul corps sonore diablement compact, qui peut s’installer aux franges d’un silence souterrain, où les tintements des cymbales d’Oshima se mélangent tour à tour aux anches sous pression de Lauro et aux tintements du piano. Parfois, dans le dernier tiers du morceau, des vagues générées sur les peaux de la batterie viennent heurter quelques obstacles, un saxophone devenu plus incarné et acide par exemple. Mais ce qui compte, c’est bien la dimension et la dynamique collective, tout à la fois discrète et infime, tout en restant parfaitement radicale.

eNR099: L’occurrence (concert takes) by Les Chroniques de l’Inutile
Joris Preckler, Klara (19/10/2021) de keuze van Klara
Wat?
Na Virgule (2016) is er nu het album L'occurrence (concert takes). Materiaal live opgenomen tijdens twee concerten in 2019. Deze zeskoppige band klinkt als een hecht collectief en speelt composities van Sauzereau. Het is kamermuziek die laveert tussen jazz, vrije improvisatie, klassieke muziek en filmmuziek. Zo voelt hun muziek ook aan: heel organisch en continue in beweging. Ditmaal minder impressionistisch dan Virgule, deze livetakes getuigen van meer experiment en contrast voorzien van een grootse speelsheid. Je mag af en toe een stevige dreun verwachten. Na een stukje piano vol tegendraadse ritmes barst het sextet los in een kolkend geheel waarin akoestische soudscapes je opwachten. Muziek die tegelijkertijd klein en groots klinkt. Gebracht met veel overtuigingskracht, diepte en scherpte.

Waarom?
Les Chroniques de l'Inutile zijn al geruime tijd een vaste waarde maar ze zijn een band steeds in transitie, opzoek naar andere geluiden en formaties. Die openheid maakt hen net zo boeiend. Deze fascinerende musici hebben oog voor het muzikaal herbronnen, verdiepen en (her)ontdekken.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Franpi Barriaux, CitizenJazz France (03/10/2021)
Musicien rare, du moins en disque, le contrebassiste Paul Van Gysengem est fidèle au label El Negocito Records, et dans les quelques disques auxquels il a participé, on se souvient de Boundless, sorti en 2017 avec notamment le trompettiste Patrick de Groote que l’on retrouve ici. Mais l’histoire de Gysengem n’est pas récente : pour ce vétéran de la scène improvisée belge, elle commence chez Futura en 1971 avec Aorta en sextet. Sacré orchestre, avec quelques légendes néerlandophones, comme Jasper Van’t Hof ou Pierre Courbois, et déjà De Groote qui fait merveille sur les premières notes de « Shouts », pendant que l’archet de la contrebasse se fait baladeur et que le piano d’Erik Vermeulen trace quelques lignes vite brisées par les percussions de Marek Patrman. La ligne, l’espace, ce sont des univers familiers pour Paul Van Gysengem, par ailleurs sculpteur renommé ; et l’on peut légitimement considérer la musique du quintet comme une prolongation, une dimension supplémentaire de sa démarche plastique.

Square Talks, enregistré au JazzCase de Pelt en Belgique, est une démonstration d’improvisation collective entre des musiciens qui se connaissent par cœur. Même s’il est à la manœuvre, Van Gysegem ne prend jamais les devants. Lorsqu’il explore les infra-basses sur l’intense « Woodpecker », son propos ne cherche jamais l’épopée soliste, en témoigne sa belle discussion avec le piano de Vermeulen qu’on avait tant apprécié dans The Unplayables. De la même façon, beaucoup de place est laissée aux soufflants : De Groote est incontournable ici, toujours dans une position de relance des débats, tout comme le vieux compagnon de Fred Van Hove, Cel Overberghe, qui est lui aussi un éloge de la rareté. L’échange entre le saxophoniste [1] et le trompettiste sur le très beau « On The Edge » où la batterie de Patrman vient porter le fer, est l’un des points culminants de ce beau concert.

Entre citations avortées qui ancrent le quintet dans les traditions du free jazz et véritable dynamique collective sans idiome défini, Square Talks est un magnifique témoignage de la vigueur de la première avant-garde flamande, celle qui a permis à des musiciens des générations suivantes comme Bart Maris (avec qui Paul Van Gysengem a joué) ou Teun Verbruggen d’avoir les coudées franches et un sentier largement défriché. Ce disque est donc un témoignage précieux. Et rare, comme il se doit.

eNR099: L’occurrence (concert takes) by Les Chroniques de l’Inutile
Jean-Claude Vantroyen, Le Soir (22/09/2021)
Benjamin Sauzereau à la guitare, Pierre Bernard aux flûtes, Erik Bogaerts aux sax, Eric Bribosia aux claviers, Lennart Heyndels à la basse et Jens Bouttery à la batterie. Voilà les « inutiles » qui ne le sont vraiment pas : ils explorent la frontière entre musique écrite et musique improvisée et on le ressent magnifiquement dans cet album enregistré live à De Kroon à Gand et à la Jazz Station à Bruxelles en 2019. Benjamin compose tous les morceaux puis laisse de la liberté à chacun. « Ma musique est comme un Rubik’s Cube, il faut qu’on la manipule pour qu’elle existe. Dans cet album live, je crois que l’essence du groupe est capturée. » Il faut plonger dans cet album et s’y laisser aller comme on fait la planche sur la mer. La musique s’impose alors, dans toute sa sophistication et sa beauté. Et on plane… .

eNR107: s/t by Orange Moon
Neri Pollastri, All About Jazz (06/09/2021) ****
Formazione paritetica nata in Belgio, Orange Moon unisce l'esperienza del contrabbassista italiano Manolo Cabras e del batterista francese Mathieu Calleja con la freschezza del giovanissimo pianista belga Hendrik Lasure, inoltrandosi con libertà nell'esplorazione del piano trio.

Il lavoro, poco più di quaranta minuti, si compone di undici brani, composti due a testa (uno in più per Cabras), oltre quattro improvvisazioni; la cifra è sospesa e astratta, sempre su tempi medio lenti, con un uso ampio di pause e silenzi, caratterizzato da una produzione del suono costantemente interattiva che si esalta particolarmente proprio nelle tracce interamente improvvisate, ma che permane anche altrove.

Si ascolti per esempio "Tin Tin," a firma di Cabras, che ha un avvio peacockiano, con il piano che si produce in reiterazioni atte a congiungere e dare senso compiuto all'aggregarsi dei suoni del contrabbasso, che sgorga come dal profondo, e della batteria, che varia costantemente suoni senza un ritmo troppo definito. Il prosieguo è un crescendo sia dinamico, sia di senso, che tocca anche elementi melodici, ma resta sempre liberamente dialogico. Oppure si segua "To the Teacher," nel quale tutti e tre i protagonisti hanno spazi per farsi apprezzare nel dettaglio e che, come da titolo, sembra un omaggio ai grandi del piano trio, in particolare a Paul Bley e ancora Gary Peacock.

Ma il disco è pieno di splendidi momenti, come le cristalline cascate di note del piano sul materico battito del contrabbasso nella parte finale di "Moulin Le Retour," o l'intrecciarsi quasi casuali di rumori che compone l'intero "Last Call," o infine lo stridor di corde del contrabbasso sull'incedere drammatico di piano e batteria nella conclusiva, breve "Caronte."

Disco forse stilisticamente non innovativo, ma ricco di personalità e di qualità superiore.

Disco della settimana.

eNR097: LOI by Raf Vertessen Quartet
Tom Greenland, the New York City Jazz Record p.16 (09/2021)
A debut record as leader, a ‘maiden voyage’, is an exciting moment when most personal musical visions can be laid bare.
Ever since Belgian drummer Raf Vertessen relocated to our city in 2016 he has circulated in creative company: his quartet is tenor saxophonist Anna Webber, trumpeter Adam O’Farrill and bassist Nick Dunston and his inaugural album, LOI, was mixed and mastered by Jaimie Branch and Eivind Opsvik, respectively. The hour-long suite was recorded in Köln’s LOFT after a two-week tour. While the leader is certainly active, his playing vibrant, his tuneful yet elastic compositions the focal point, his input is nevertheless subservient to the overall sound, which has remarkable dialectic exchanges between Webber, the most adventurous of the four, and O’Farrill, who, despite his laid-back persona, exudes the ebullience of a latter-day Clifford Brown. Dunston, least audible of all, is nonetheless an essential cornerstone, completing the synergism of this delightfully listenable outing.

eNR099: L’occurrence (concert takes) by Les Chroniques de l’Inutile
Georges Tonla Briquet, Jazzenzo (03/09/2021)
Wie het Brusselse sextet Les Chroniques de l’Inutile nog nooit live aan het werk hoorde, kan deze schade nu deels inhalen door een verzameling concertopnamen opgebouwd als een ‘roman fleuve’.

Het sextet rond gitarist Benjamin Sauzereau (Book of Air, Warm Bad, Jens Maurits Orchestra) bracht in 2017 het debuutalbum ‘Virgule’ uit. Voor de aansluitende optredens gebruikten ze dit materiaal als startbasis om telkens af te wijken naar aansluitende filmische sfeerscheppingen. Details werden uitvergroot met toevoeging van andere verrijkende elementen.

Ondertussen componeerde Sauzereau heel wat nieuwe muziekjes die live opgenomen werden in de Gentse hippe bibliotheek De Krook (6 april 2019) en de Brusselse club Jazz Station (30 oktober 2019). Het is een logisch vervolg op ‘Virgule’, zij het met de nodige aanpassingen en vooral bredere uitvalshoeken.

Aan de hand van ‘Le Duplicata’ onthult het sextet opbouw en ontwikkeling van het scenario. Over de akoestische gitaarklanken, die aanleunen bij de klassieker ‘Estudio en Mi de Rubira’, wordt al snel een donkere sluier gehuld met licht zwevende pianonoten, donkere baslijnen en drumgeroffel. Verdraaide fluittonen en saxofoongewriemel verhogen vervolgens de onheilspellende setting. Meteen voldoende bouwstenen om hiermee verder aan slag te kunnen. Afwisselend kiezen de verschillende instrumentalisten voor nieuwe opties en vertakkingen. Zoals saxofonist Erik Bogaerts die het hele gezelschap steeds vervaarlijk dicht bij een afgrond voert (‘L’autre malentendu’!). In ‘Une question impertinente est une question pertinente’ is het Sauzereau maar vooral Bouttery die de weg openen naar een latin-getinte regio. Het is niet verboden hierbij te denken aan Marc Ribot Y Los Cubanos Postizos.

‘Le subterfuge’ klinkt dan weer als een handleiding over hoe de wisselwerking tussen rock en jazz te stimuleren. Via ‘Presque convive’ laten ze de luisteraar belanden in de nevelen van het onderbewustzijn vooral dankzij de spacy gitaarpartijen van Sauzereau. Alsof opnamebanden van Bill Frisell en Jimi Hendrix onderling gemixed werden en vervolgens vertraagd afgespeeld. ‘Joseph’ is het moment om de meer spirituele kant van het gezelschap te belichten terwijl ‘Les aventures d’Ignace Dabrowski’ en ‘Robert Mikulandric’ schoolvoorbeelden zijn van hoe een kluwen spielereien op langzaam voortschrijdende manier uiteindelijk toch tot een helder afgelijnd beeld om te vormen. Het ontledingsmechanisme van respectievelijk een (fictieve) schrijver en een (willekeurige) wetenschapper geïllustreerd aan de hand van een eigen muzikale grammatica die gebaseerd is op partituren specifiek geschreven om net hiervan te kunnen afwijken.

Elk nummer staat zo synoniem voor het openplooien van een andere dimensie zoals in 3D kinderboeken waarin decors en personages rechtop gaan staan bij het omdraaien van een bladzijde. Knap hoe Dries Van Ende alles aan elkaar laste als een lange suite.

Achter de (surrealistische) titels schuilen filosofische levensopvattingen van componist Sauzereau die hij soms al eens nader toelicht tijdens de concerten. Maar net als voor de muziek geldt hier dat de luisteraar zijn eigen fantasie de vrije loop mag en moet laten. Dat levert bij elke beluistering nieuwe beelden op, net als bij de optredens. Het continu verrassende element van jazz dus. Kunstig uitgegeven in digipack met grafisch werk van Gregor Siedl. Om Magritte te parafraseren, “Ceci n’est pas une musique de chambre“.

Het recente concert in het Mechelse gerestaureerde dominicanenklooster Het Predikheren (een organisatie van Jazzzolder Mechelen) was een illustratie van hoe Sauzereau en C° al deze microkosmossen manipuleren en omvormen tot nieuwe eenheden. Imponerend hoe ze telkens het publiek wisten te leiden en vooral misleiden.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Geert Ryssen, Jazz & Mo (09/2021)
Lauroshilau is een samentrekking van de namen van de muzikanten van dit trio.

De combinatie van akoestische instrumenten met elektronica is een groeiende strekking in de geïmproviseerde muziek. Deze cd bevat één lange improvisatie van 42 minuten met een ambient karakter.

Je waant je in het heelal waar het wetenschappelijk gezien niet-hoorbare toch hoorbaar wordt. Traag maar intrigerend ontvouwt zich een geluidscontinuüm dat telkens weer een spanningsboog weet te creëren die maakt dat je blijft luisteren. Dit is uitstekende omgevingsmuziek voor een exhibitie van experimentele kunst of een soundtrack voor een video-installatie. Het langzaam ontwikkelend geluidspalet laat zich echter ook puur degusteren en intrigeert door een uitstekende symbiose tussen akoestiek en 'elektriek'.

eNR095: s/t by Bloom
Patrick Auwelaert, Ohlalala Be!Music Magazine (10/08/2021)
De Belgische drummer-componist Raf Vertessen verkaste in 2016 naar Brooklyn, NYC. Hij maakt er sindsdien deel uit van de avant-garde downtown scene. In 2018 nam hij samen met tenorsaxofoniste Anna Webber, trompettist Adam O’Farrill en contrabassist Nick Dunston de cd 'LOI 'op. Die verscheen bij het Gentse El NEGOCITO Records.

Vreemd genoeg vonden de opnamen in Keulen plaats en niet in The Big Apple. Toch raast de geest van New York als een blizzard door alle negen de composities van Vertessen. Het hectische en neurotische leven van een grootstad die nooit slaapt: het zit allemaal in de muziek van het kwartet.

Sommige nummers beginnen bezonnen, maar nemen gaandeweg een steeds opzwepender karakter aan. Ze stevenen af op een climax die er eigenlijk geen is, want alle tracks vloeien in elkaar over, als gaat het om een suite of totaalcompositie. Vergelijk het met de grafieken van ritten in de Giro, de Tour de France en de Vuelta: torenhoge pieken wisselen af met kleine, nauwelijks waarneembare topjes.

De drijvende kracht achter het viertal? De meesterlijke drum- en percussiepartijen van Vertessen en de geoliede bas van Dunston, die soms ook de strijkstok hanteert. Zij vormen de basis waarop Webber en O’Farrill loos gaan. En dat doen ze met brille. Van subtiele passages en bekoorlijk harmonisch samenspel gaat het naar gefluit, gepiep, geknor, gekrijs en geraas: dierlijke geluiden in een stadsjungle. The Sound and the Fury van William Faulkner getoonzet.

Korte frasen van de sax en de trompet proberen een coherent verhaal te vertellen. Met horten en stoten gaat het vooruit. Staccato, staccato, staccato …

Nervositeit overheerst op dit album. Pogingen tot een beschaafd gesprek lijken nu eens te lukken, dan weer te falen. Soms klinkt de sax als een zwerm hinderlijk zoemende bijen en de trompet als een lastige bromvlieg die je vergeefs van je af probeert te slaan.

Toch, als je het totaalplaatje bekijkt, blijken alle muzikanten uiteindelijk op dezelfde golflengte te zitten. Ze creëren al spelend een sonische ruimte waarin voortdurend een elektrisch geladen spanning in de lucht hangt, als een naderend onweer. Ze dagen elkaar uit en dat resulteert finaal in een werkstuk van hoog niveau. Chapeau!

eNR102: Black Sea Songs by Sanem Kalfa, George Dumitriu, Joachim Badenhorst
Dick Hovenga, Written in Music (20/07/2021) ****1/2
"Een wel heel fraaie muzikale reis rond de gebieden van de Zwarte Zee wordt ons geboden door zangeres Sanem Kalfa, gitarist/violist George Dumitriu en klarinettist/elektronica-ist Joachim Badenhorst. Traditionele klanken op een prachtige manier naar deze tijd gebracht.

Zowel Kalfa als Dumitriu, oorspronkelijk van Turkse en Roemeense komaf, studeerden aan het conservatorium in Amsterdam en bleven daar wonen om hun muzikale carrières van de grond te krijgen. Samen spelen ze al 14 jaar in een opvallende duo-bezetting. Met Joachim Badenhorst, die vanuit Antwerpen een fraaie muzikale wereldreis aan het maken is, hebben ze een verrassend en intrigerend trio gevormd.

Opgenomen in Istanbul brengt Black Sea Songs een weelderig klankenpalet aan kleuren en sferen. Dat komt niet alleen omdat de stem van Kalfa een fraaie elasticiteit heeft en ze een zangeres is die naast heel mooi zingen ook veel durf in haar stem weet te leggen; daarnaast weet ze door electronics te gebruiken nog meer uit haar stem te halen.

Dumitriu gebruikt de akoestische en elektrische gitaar en viola om ingetogen en met beheersing de songs in te kleuren, rijkere sferen mee te geven. Dan weer met fijn ritmisch spel opwindend de songs uit weet te bouwen. Ook hij gebruikt effecten om zijn spel ruimte te geven, het klankbeeld nog verder te verruimen.

Badenhorst is de muzikant binnen de band die het meest nadrukkelijk in het bandgeluid zit. Juist ook omdat zijn klarinetspel steeds weer zo levendig en verrassend is. Wat een geweldig speler is hij toch ook. Ook hij gebruikt electronics om de songs met atmosferische klanken te verrijken.

Ondanks het feit dat alle drie electronics gebruiken is de sfeer die de songs uitstralen akoestisch en tijdloos. Juist ook doordat de zang van Kalfa zo rijk aan kleur is en de melodieën uit de rijke traditie van songs uit de gebieden rond de Zwarte Zee, een traditionele structuur hebben. Kalfa, Badenhorst en Dumitriu vinden op het album een prachtige vorm om deze naar een nieuwe tijd te tillen.

De songs werken juist door die samenballing en klinkt begeesterend en intrigerend. De rijkdom van de melodieën, de zang, de dromerige elementen van elektronica en het prachtige spel trekken je volledig naar een andere wereld. Een wereld vol verbeelding, verwachting, hoop, weemoed en nieuwe inzichten. Songs ook die een wereld laten horen waarvan de culturele waarden minder bekend zijn en zich via deze songs openbaren.

De Zwarte Zee die zowel aan Bulgarije, Roemenië, Turkije als Rusland, Georgië en Oekraïne grenst is dan ook een zeer interessant gebied om muzikaal te ontginnen. Black Sea Songs is een intense en emotionele reis langs de kusten van de Zwarte Zee en de eeuwenoude geschiedenis die zich daar (heeft) afgespeeld.

Juist door het prachtige spel van Dumitriu en Badenhorst en de magische zang van Kalfa openbaart zich een muzikale wereld die nog zoveel interessanter is als dat we de Zwarte Zee in onze gedachten hebben. Black Sea Songs is een album dat je wegtrekt uit je eigen wereld en je laat wegzweven over mystieke landen en eeuwenoude tradities. Black Sea Songs biedt muziek om volledig in te verdwijnen."

eNR107: s/t by Orange Moon
Patrick Auwelaert, Ohlalala Be!Music Magazine (10/07/2021)
Orange Moon is het trio van de Brugse pianist Hendrik Lasure, de Italiaanse contrabassist Manolo Cabras en de Franse drummer Mathieu Calleja. Lasure kennen we van bands als Schntzl en Hendrik Lasure Warm Bad. Hij speelt ook mee op albums van het An Pierlé Quartet en Thunderblender. Cabras is bekend van zijn samenwerkingen met Ben Sluijs, Erik Vermeulen en Chris Joris. Calleja, ten slotte, zet mee zijn schouders onder projecten van onder anderen Giovanni Di Domenico en Pak Yan Lau.

Orange Moon, het debuut van het trio, telt elf composities die samen 41 minuten beslaan. Het kortste nummer haalt net geen twee minuten, het langste blijft onder de vijfminutengrens. Lasure en Calleja tekenen elk voor twee composities, Cabras voor drie. Vier stukken zijn groepscomposities.

Hoewel de plaat een introspectief karakter heeft, klinkt ze toch erg down-to-earth. Lasure houdt er een licht toucher op na. Hij springt bovendien spaarzaam om met noten. De invloed van Thelonious Monk is nooit ver weg. Ook zijn begeleiders bereiken veel met weinig middelen. Gedrieën creëren ze als het ware een klankbel waarin goed in het gehoor liggende pianoriedels de toon aangeven. Wie aandachtig luistert, hoort hoe telkens opnieuw een haast geruisloze spanning wordt opgebouwd die je in de ban houdt.

De muziek van het trio doet soms denken aan een soundtrack, maar dan eerder bij een documentaire dan bij een speelfilm. Non-fictiemuziek, wars van sentiment, strijkers en ander suikergoed.

De improvisaties op Orange Moon sluiten naadloos aan bij de gecomponeerde gedeelten. Ze roepen herinneringen op aan freejazz, maar zonder het sonische geweld dat daar vaak mee gepaard gaat. Nergens wordt een hoge decibelgrens overschreden. Orange Moon is het levende bewijs dat zacht en bedachtzaam musiceren even spannend kan klinken als de met veel trommels en trompetten opgeluisterde muziek van sommige freejazzbands. Soms lijkt dissonantie de kop op te steken als Cabras de strijkstok hanteert en de snaren van zijn contrabas schrijnende tonen laat voortbrengen.

Al bij al is Orange Moon een rijk, toegankelijk en volwassen debuutalbum van een trio dat de kunst verstaat om van muzikaal prevelen een statement te maken dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: wij hebben gesproken. Hebt ú goed geluisterd?

eNR097: LOI by Raf Vertessen Quartet
Patrick Auwelaert, Ohlalala Be!Music Magazine (09/06/2021)
Vraag ons niet hoe Rogé Verstraete van het Gentse label El NEGOCITO Records het doet, maar opnieuw laat hij een debuutalbum op de wereld los dat staat als een bunker.

Bloom van het gelijknamige kwintet heeft een grotendeels Waalse bezetting. Sleutelfiguur van de band is de Luikse gitarist Quentin Stokart, die in meer bands speelt dan wij kunnen onthouden. Hij tekent voor alle composities, zes in totaal. De resterende vijf tracks zijn groepsimprovisaties.

Ook afkomstig van Luik is drummer Alain Deval, die meespeelt op het recent verschenen debuutalbum van The Potash Corporation of Saskatchewan, aan de zijde van niemand minder dan … (tromgeroffel) … Teun Verbruggen, Jeroen Van Herzeele en Geoffrey Burton!

Eveneens van Luik: altsaxofonist en basklarinettist Clément Dechambre, over wie we helaas maar weinig biografische info vonden. Wat we wel weten, is dat hij in 2020 het soloalbum Un uitbracht, waarop hij alle instrumenten zelf bespeelt.

Van vele muzikale markten thuis: tenorsaxofonist Bruno Grollet. Hij gebruikt de jazz als opening naar een maximum van artistieke werelden, waaronder dans en theater. Naast jazz speelt hij ook wereldmuziek, folk, feestmuziek (echt waar!) en hiphop.

Aan de contrabas, ten slotte, de Italiaan Manolo Cabras, die al jaren in België woont en werkt en hier een vaste waarde is geworden bij tal van bands.

Bloom is een album dat niet veel volume nodig heeft om een statement te maken. Het bevat zowel elegische als aanstekelijke muziek die zonder grote gebaren van zich laat horen. Beheerst samenspel en korte maar efficiënte solo’s geven de toon aan.

Tenorsax en basklarinet zorgen op sommige tracks voor een sonoor en ingedikt geluid, percussie en gitaar op andere dan weer voor een kristalheldere sound. In sommige nummers gebeurt zoveel op zo’n onnadrukkelijke wijze dat je je aandacht erbij moet houden om alle nuances te vatten.

Dit vijftal gedraagt zich als de volwassen (lees: mature) muzikanten die ze zijn. Niemand dringt zijn persoonlijkheid op, de muziek staat integraal in het teken van gezamenlijke expressie. De collectieve improvisaties zijn doorgaans experimenteler dan de composities, maar dat kan ook niet anders: bij improvisaties is nu eenmaal geen partituur als vangnet voorhanden. Op deze tracks tasten de heren dan ook meer de mogelijkheden van hun instrument af en – niet onbelangrijk – maken ze gebruik van stiltes om extra muzikale spanning te creëren.

En of ze daar in slagen! Bloom van Bloom is een bloemrijk werkstuk dat groeit bij elke beluistering.

eNR094: Ikebana by DOKO
Geert Ryssen, Jazz & Mo (06/2021)
Doko bestaat uit een geluidskunstenaar en een drummer. Bij de eerste geluiden kijk je even na of de cd-speler het wel doet. Ja dus. Twee mannen die zomaar wat doen? Niet dus. In 11 improvisaties wil het duo de luisteraar meevoeren in de botanische wereld van de wilde bloemen. Die pluk je niet, want dan verwelken ze dadelijk. Je proeft ze in hun habitat. Dat doen we ook met de muziek van Doko. Let it be. Doko klinkt choreografisch met goed getimede stiltes, sterk visualiserend. Vrije muziek die je meeneemt in een gefocust instrumentaal hoorspel: meeslepend, fragmentarisch, pulserend, verrassend en artistiek chaotisch. In Wild Indigo klinkt het duo als een drukke stad zonder verkeersregels. Wilde bloemen? Wellicht, maar gelukkig is er de vrijheid van beleving; vrije impro weet je wel. Sterk plaatje, 33 minuten lang.

eNR095: s/t by Bloom
Geert Ryssen, Jazz & Mo (06/2021)
Bloom bestaat uit vier improvisatoren met wortels in het Luikse L'Oeil kollectif plus de Brusselse gitarist en componist Quentin Stokart. Het is Stockart die met elf eigen composities zorgde voor de muzikale insteek. In feite zijn het zes gecomponeerde stukken en vijf collectieve improvisaties waarbij de gitarist de aanzet gaf. Daardoor krijgt het album een duale vorm.

Toch stoort de afwisseling tussen beeldende en desolaat of melancholisch klinkende composities met de minder gestroomlijnde improvisaties niet. Telkens bouwen de instrumentalisten een volgbare dialoog op.

Dit Brussels-Waals kwintet levert met Bloom een mooie zondagochtendplaat voor wie standaarddeuntjes liever inruilt voor inventieve hedendaagse jazz. De spanning tussen compositie en improvisatie maakt het geheel goed verteerbaar.

eNR073: Live At Dommelhof by Peter Hertmans Quintet
Mischa Andriessen, Jazz & Mo (06/2021)
In liefde – en wat is muziek anders? – is intimiteit essentieel. Tegelijk is er ook weinig dat zo gemakkelijk verdwijnt; zet een deur open en de warmte is binnen de kortste keren weg.

Op 18 oktober 2012 speelde gitarist Peter Hertmans met zijn kwintet in Dommelhof in Pelt. Ik was daar niet bij, ik ben tot mijn spijt zelfs nooit in Dommelhof geweest en toch geeft deze cd een onmiskenbaar gevoel van geborgenheid, een warmte die enkel een kleine zaal kan brengen en die zich direct vertaalt naar het spel van de musici.

Zoals de gitaar van Hertmans bij momenten nagenoeg samenvalt met de gloedvolle tenor van Steven Delannoye, of zijn sprankeling magnifiek weerspiegeld ziet in de pianoakkoorden van Nicola Andrioli; zoals bassist Jos Machtel en drummer Marek Patrman behoedzaam maar zeker hun maten overal naartoe dragen, dat is – we hebben er geen ander woord voor – liefde.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Fotis Nikolakopoulos, The Free Jazz Collective (25/05/2021) ****1/2
Paul Van Gysegem will turn 86 this year but he hasn’t been prolific, in a way remaining out of sight even for people, like me, who obsessively hunt older and more recent unknown treasures. Listening to Square Talks I must admit that is a pity. This live recording from September 2019 consists of Gysegem himself on double bass, Cel Overberghe on tenor and soprano sax, Patrick De Groote on trumpet and flugelhorn, Erik Vermeulen on the piano and Marek Patrman on percussion and trumpet on one track.

The five musicians declare right from the beginning their will to communicate and interact as a unity. Beginning with the first track, Haaks, they intend to make clear their collective approach. All of them are not newcomers in this risky game called improvisation. They know each for quite a while (decades actually) and they have played together in various formations and groupings.

As improvisers they try to stay focused in their collective approach: you will not hear solos or someone standing out as an individual. Instead they form small groupings within the quintet’s sound, leaving also silence and sparse noise making to lead the way. I loved the way they balance between bold aggressive audio choices from their acoustic instruments and at the same time providing lyrical statements. This needs experience and spending many-many hours (not just playing but also reflecting and discussing on it) trying to succeed.

But what is success in any case? In this quintet’s sound I think it’s the use of different ingredients that have dominated jazz based musics for the past five decades –but making them feel fresh anew. They improvise with a lyrical sense, using a collective language. The music (clocking in fifty fruitful minutes) is clearly hard to categorize, bringing me back to the initial thought (easy to describe it, really difficult to achieve) about balance. And an egalitarian way of playing.

For many of us who still love jazz but find it difficult to describe (and differentiate maybe) between what seems fresh and exhilarating while using some older codes and what is not, Square Talks is one of those albums that belong to the former category. What a nice surprise it was, a cd that I found solace in it. El Negocito is slowly -out of sight sometimes- building a great catalogue for those who want to listen outside of the hip sounds.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
baze.djunkiii, Nitestylez DE (23/05/2021)
Another most recent album outing coming in from the vaults of El Negocito Records these days is "Live At Padova", the November 30th, 2k18 recorded live performance by the Free Improv trio known as Lauroshilau which consists of Audrey Lauro, Yuko Oshima and Pak Yan Lau. Combining alto saxophone and preparations, drums as well as toy pianos, synths and various electronic devices the musical triumvirate embarks on a well fascinating, roughly 43 minutes spanning journey into a sonic dreamworld, an amalgamation of haunted and x or enchanted Ambient atmospheres accompanied by fluttering, microtonal sax additions and echoes of a Cosmic / Berlin School informed attitude later evolving into a combination of dark, brooding, tectonic low end shifts paired with intense, spiralling layers of FreeJazz-leaning saxophone lines as well as ominous and danger-heralding drums rolling up to the surface from the earths innermost core, subsequently breaking down to brittle, electroacoustic near silence and taking a turn towards an extended sequence of haunting UnAmbient and highly experimental electronic soundscapes for a closing. What a ride.

eNR096: Impermanent by Daniele Martini Quartet
Sergio Liberati, Jazzmania (24/05/2021)
Ses études achevées aux Pays-Bas, le saxophoniste romain Daniele Martini s’est établi à Bruxelles où il réside depuis de nombreuses années. Après avoir participé à quantité de projets assez éclectiques, il nous présente son premier album à la tête d’un quartet, entouré de la crème de la scène jazz belge contemporaine. Outre Martini (au ténor uniquement sur ce disque), on retrouve Bram De Looze au piano, Manolo Cabras à la contrebasse et Joao Lobo à la batterie. Il nous propose six compositions personnelles, assez mystérieuses de prime abord, mais d’une profondeur certaine. Il est très malaisé de définir sa musique qui, sur un fond cool, emprunte des chemins variés et tellement personnels. Le mérite en revient à tout le groupe dont la cohésion et l’interactivité sont peu ordinaires, avec des interventions délicates et inventives qui donnent cette ambiance particulière au disque. Cela peut donc aller de passages très lyriques (« For those Who Stay », « Auroshika » ou « Fang Song Song ») à des moments plus nerveux (« Born Work Sad Happy »), avec, par courtes séquences, des touches free du meilleur effet. On retiendra de ce disque sa retenue et sa délicatesse, mais aussi son intensité, voire sa sensualité. En tout cas, à chaque moment, sa justesse.

eNR094: Ikebana by DOKO
baze.djunkiii, Nitestylez Germany (21/05/2021)
Coming in from the Belgium-based headoffices of the El Negocito Records imprint only recently is "Ikebana", the latest album effort created by Doko, a duo project formed by Gregor Siedl and Nicolas Chkifi which are pairing real life instruments with analog synthesizers, drum sequencers and FX on this one which covers the most perfect overall runtime of 33 minutes and 33 seconds over the course of ten tracks; including the glitched out and spine-tingling high frequency Phonk of the hard hitting opener "Cattail 1" which could be used as a high octane battle routine weapon for advanced HipHop DJ's whereas "Sweet Violet" is on a more playful and galopping tip, "Rattlesnake Master" presents highly abstract, Jazz-leaning, yet digitally processed and decaying drum works for highly advanced listeners before "Wild Indigo" goes in hard with a mixture of driving drum loops and FreeJazz / Free Improv leaning sax improvisations. Furthermore "Switchwort" focuses on spatial, loose, intimate and hyperminimalist percussion / drum patterns recorded close up and from afar and therefore making use of the 3D realm whilst cut up and reprocessed vocal samples fire random numbers towards and into ones very own head, "Blue Violet" explores a crisp, carefully layered Minimal Ambient realm before "Cattail II" provides an ever densening crescendo of a digitally retouched freestyle improvised drum solo for die-hard drum and beat headz. The subsequent "Go-To-Bed-At-Noon" takes the amalgamation of FreeJazz and an undeniable Drill'n'Bass attitude to a new level - think: Bogdan Raczynski in Improv -, "Sneezeweed" is more rattling and tumbling than sneezing and the final cut that is the "Rough Blazing Star" weighs in a proper barrage fire of highly rhythmic, muscular and rolling drums for those who do appreciate a certain type of war music in their lives. Good stuff. We're in.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Patrick Auwelaert, Ohlalala Be!Music Magazine (17/05/2021)
De Gentse gitarist en componist Artan Buleshkaj is in de Arteveldestad geen onbekende: hij dwaalt er van muzikaal project naar muzikaal project zoals een kroegloper van café naar café. En Gent telt ontelbaar veel cafés…

Buleshkajs nieuwste project heet Anemic Cinema. Voor wie van taalspelletjes houdt: ‘anemic’ is een anagram van ‘cinema’.

Goed volk om hem kleurrijk te omringen vond hij in de figuren Rob Banken (altsax en klarinet), Steven Delannoye (tenorsax en basklarinet) en Matthias De Waele (drums). Net geen jonge honden meer, maar stuk voor stuk getalenteerde muzikanten met veel speeluren op de teller bij oude knarren in het vak.

Bij het onvolprezen Gentse label el NEGOCITO Records – ‘11 years of Radical Music’ – bracht het kwartet recent een ep uit met vijf nummers die samen afklokken op net geen 25 minuten. Compact als een kei of een ei.

Buleshkaj schreef alle composities. Een ideale gelegenheid voor hem, zou je denken, om te schitteren op gitaar en er met een van concentratie vertrokken tronie de ene solo na de andere uit te persen. Maar laat dat nu net niet het geval zijn. Geen ergerlijke egotripperij op dit album, maar ouderwetse team spirit!

‘Solenoid Creatures’ begint schijnbaar kakofonisch, maar is in werkelijkheid goed gestructureerd. Buleshkaj laat zijn gitaar hier van haar rauwste kant horen. Sommige recensenten gewagen van heavy metal, maar dat is flink overdreven. Delannoyes basklarinet voegt een aparte klankkleur toe aan het geluidspalet.

‘Poète Maudit’ klinkt bezadigder. Na een minuut of wat valt het nummer zelfs stil. Daarna volgt een plechtstatige passage die gaandeweg het geluid van een stuwmotor aanneemt. Volgen: opzwepende saxpartijen die elkaar de duvel aandoen en het maar niet eens raken over wie het meeste venijn in zijn staart heeft.

‘Lattices’ begint atmosferisch en ontwikkelt zich als een contemplatief nummer met bekoorlijk samenspel van de saxofonisten. Peis en vree in saxland.

‘Enmity’ is een track waarop de tempowisselingen elkaar snel opvolgen. Duellerende saxlijnen nemen het daarbij moedig op tegen de hypnotische gitaar van Buleshkaj. De drums lijken aangedreven door de motor van een F1-bolide.

Afsluiter ‘Shrines and Effigies’ klinkt als een soundscape bij een installatie van een beeldend kunstenaar wiens naam me maar niet te binnen wil schieten. Het donkere geluid van de baritongitaar contrasteert hier fraai met de ijle klank van Bankens klarinet.

De ep ‘Anemic Cinema’ bewandelt bezield de gulden middenweg tussen compositie en improvisatie en goochelt behendig met klankkleuren. De muziek beweegt zich elastisch op de grens van hedendaags klassiek en kamermuziekjazz, met een lekker ranzig rockrandje als toemaat. Ik kijk nu al uit naar meer werk van deze veelbelovende band!

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Jack Chuter, ATTN:Magazine UK (15/05/2021)
We begin on a magic rim. The cymbals of Yuko Oshima stir with restless potential, peering over the edge; the saxophone of Audrey Lauro leaks like the heavier outbreaths of someone on the verge of waking up; the electronics of Pak Yan Lau dance like the glow of oncoming ambulance lights. The improvisers stay right here, toes over the brink, foretelling a louder fate without ever stepping into it. Each sound like a cryptic detail that emboldens the prophecy, so vivid as to verge on the concrete while remaining within the realms of ethereal promise. Together they coat silence like dry ice, with all the theatrical anticipation that comes with it. This instrument configuration – drums, sax, electronics – feels somewhat primed for charging straight into explosive states, as if a certain alchemical math makes it inevitable. And while lauroshilau do eventually allow themselves to be pulled toward higher volume, they never cease to be mindful of this tension between gravitational obedience and resistance. Each player draws vigilance from the negotiation between these extremes.

Yet the irony is that the noisier moments, the spectre of which hang over the whole of live at Padova, are completely unexpected in form. Drums clunk and crash like buckled machinery gears, saxophone writhes into knots, while the toy pianos and synths arrive as splats of intensity. Occasionally the sudden arousal of one instrument – say, a burst of percussive pummelling – isn’t indulged by the others, with a solitary player stepping forth as the others observe cautiously from the corners, once again resisting the temptation to be dragged into collective blowout. This is improvisation projected from an unblinking, vigorous state of awareness, relentlessly shaking instinct loose from habit. There’s not one moment throughout these 40 minutes when lauroshilau loosen their grip on the moment.

eNR093: Rorschach
Slava Gliožeris, Music Archives (30/04/2021) ****
"Rorschach", or more precisely, "Rorschach test" is controversial psychological test developed in early 20s and named by its author Swiss Hermann Rorschach. It's based on psychological analizes of personal interpretation of inkblots and suggested to be used for examine a person's personality characteristics and emotional functioning. Such inkblot example is used as front cover art for unorthodox Belgian quartet named "Rorschach" debut album.

In combination with seven untitled free form compositions, subjoined with authors recommendation "title the music pieces with your own associations", it become obvious that the listener is offered to participate in such test of sort, just interpreting musical pieces, not inkblots.

Rorschach quartet is in fact existing Antiduo (teacher/pupil pianists duo Erik Vermeulen and Seppe Gebruers) expanded adding two drummers, Eric Thielemans and Marek Patrman. When all above said on paper sound quite confusing and even probably dready, in real life this album consists of seven beautiful etudes, very different from often hardly accessible free form improvisational music. Two pianos plays lot of melodic snippets, often with obvious roots in European romanticist classics, what builds very moody atmosphere, with touch of sentimentalism, almost dreamy. True, musical compositions has no special structure and develop unpredictably but somehow pianists control that process very well. Drummers are both delicate, with use of mallets more often than sticks, and are more responsible for adding some sound accessories to the whole music than for framing or anchoring the sound. Abstract and impressionistic, this music has more modernism spirit of 20th than of destructive and noisy fashion of more current experimentalism.

As album's authors suggested in their liner notes, I tried to interpret their offered sound-blots as I felt them. Short excursion to Rorschach testing evaluation analizes says as that interpretations of the same inkblots varies depending on many factors, even person's origin and cultural background. So, every listener will probably hear something different, but I expect many will like what they hear anyway.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
It’s Psychedelic Baby Magazine about track ‘Shrines and Effigies’(12/05/2021)
Chorales and medieval churches come to mind while listening to Anemic Cinema’s aptly titled ‘Shrines and Effigies’. The 5th and final tune off their recently released debut EP, the song is a perfect complement to their more jagged, heavy metal-inspired excursions. Clarinets install a dark and disquieting atmosphere which, as the tune progresses, becomes more and more hopeful. The pent-up tension finds its apex in a frantic clarinet improvisation, which is finally resolved by a humorous, court jester-like melody, leaving the listener wondering what just happened.

Combining jagged sonorities and riff-based passages from heavy metal (bands like Tyft, Zeus!, Meshuggah, … come to mind), metric structures and (freely) improvised sections inspired by (avant-)jazz, and harmonies reminiscent of modern classical composers such as Olivier Messiaen, Anton Webern, … the band creates an eerie atmosphere featuring intensely nervous and volatile passages that coexist with moments of disquieting reverie, combating monotony but also amplifying both ends of the musical spectrum.

The omission of a conventional bass instrument allows other instruments to assume this role (or not). This creates certain compositional/improvisational challenges which in turn bear new, exciting avenues of musical conception with ample room for freedom within clearly marked boundaries. This all results in a listening experience equal parts visceral, hard-hitting and unpredictable.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Eric Therer, JazzMania (11/05/2021)
Lauroshilau : contraction des patronymes d’Audrey Lauro, Yuko Oshima et Pak Yan Lau. A trois, ces demoiselles s’aventurent sur les routes de traverse, celles peu fréquentées d’une musique construite avec des embouts, des petits riens, des riens du tout même. Ces dernières années, leurs noms sont revenus de plus en plus régulièrement à l’affiche de petits clubs et d’espaces culturels de nos contrées mais, habituellement et il faut le déplorer, devant des publics initiés. Lauro explore les cavités et taquine les touches d’un saxophone alto. Oshima officie à la batterie en assignant à son instrument de bien étranges pulsations. Lau joue et se joue de ses pianos jouets et d’autres claviers encore. L’alchimie qui se dégage de cette combinaison improbable se révèle au fur et à mesure que l’écoute s’installe. Une écoute qui requiert une concentration sur des petits détails sonores mais qui réclame également une attention soutenue de la part de l’auditeur, l’invitant à laisser ses préjugés au placard. Totalement improvisée, cette seule et unique pièce d’une quarantaine de minutes a été enregistrée live au Centro d’Arte de Padoue. Pour peu, en fermant les yeux et en ouvrant bien les oreilles, on se croirait dans la salle, perdu quelque part au milieu de l’audience.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Yves Tassin, Jazzmania (06/05/2021)
Anemic Cinema vient s’ajouter à la (très) longue liste de groupes flamands qui confrontent les sons du jazz et du rock dans leur musique. On pense bien entendu à des formations comme Dans Dans (un dernier album fabuleux), Echoes of Zoo, Don Kapot, Nordmann ou encore HAST, dont deux membres (le guitariste / compositeur Artan Buleshkaj ainsi que le saxophoniste / clarinettiste Rob Banken) apparaissent ici. Un quartet que l’on complétera avec le batteur Matthias De Waele (Grand Picture Palace, avec la contrebassiste Anneleen Boehme) ainsi qu’un autre saxophoniste / clarinettiste bien connu, Steven Delannoye. Avec « Solenoid Creatures », ce mini-album (cinq plages) démarre dans le fracas : guitare saturée, batterie possédée, souffleurs free… le quartet s’en donne à cœur joie ! Et ne lâche rien, en enchaînant avec un « Poète maudit » tout aussi pugnace, à peine plus lent. Sous cette étreinte, Anemic Cinema dévoile clairement ses intentions : surprendre. Sans basse – à chacun de s’en charger à tour de rôle – ni convention, le quartet appuie à l’endroit précis où la douleur pourrait être la plus vive. Avant de retourner la plaque pour découvrir la face B, on entame une période de débranchement. « Lattices », puis les deux titres qui suivent, proposent des improvisations, certes moins dynamiques, mais avec, en embuscade, quelques changements de ton et de rythme qui donnent à la musique d’Anemic Cinema son caractère toujours aussi imprévisible. « Anemic Cinema » : on suppose qu’il s’agit d’une référence à un court-métrage de Marcel Duchamp par lequel le plasticien proposait une œuvre reposant sur un jeu d’illusion optique… traduit ici en sons. Une exploration intéressante!

eNR083: s/t by Duo Pour 454 Chordes
Grego Applegate Edwards, gapplegate music review (04/05/2021)
If you look at the cover above you can see why I might have had this on my "to listen" stack longer than I should have. It tells you less than usual about what could be contained within. Luckily I grabbed it this weekend and gave it a first listen. Wow! It is Pak Yan Lau and Lionel Malric on two prepared grand pianos doing inspired spontaneous improvisations they entitle Duo Pour 454 Chordes (el NEGOCITO Records 12" vinyl/CD or download Bandcamp). They start with two Erard mini-grand pianos from 1903 and 1908, respectively. They prepare the pianos with thought and care and then create a series of rather glorious soundscapes while playing with the keys, bowing, strumming and picking inside the pianos, using various plectrums on the open strings.

What we get is seven ambient and evocative segments that show an enormously keen sense of sound color and adventure. It is a brilliant series of New Music-Free Music-New World Music contemplations-each one distinct, each one a fascinating and bracing fresh breeze of creative thrust. It may have been out for a while but it has a timelessness that makes it absolutely current for the world we are in and no doubt some future worlds as well.

Some have rhythmic pulsation, at times in a trance-hypnotic vein, all fill up the aural canvas with a keen sense of sound sculpting. None seem casually tossed-off or random in a non-Cagean sense.

It is a wonderful listen, landmark music for prepared piano! Very recommended.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Keith Prosk, The Free Jazz Collective (04/05/2021) ***1/2
Audrey Lauro (alto saxophone, preparations), Pak Yan Lau (toy pianos, synthesizers, electronics), and Yuko Oshima (drums) freely play tense, textural, whirling soundscapes on the setlength live at Padova. It is the overdue followup to the self-titled debut from 2014.

The trio language is tight, sticking close to each other in speed, volume, and timbre. So close sometimes that the ear might confuse fluted cymbals for shrill sax, saxophone bubblings and pops for cavernous synthesizer clicks, synth distortion for shimmering cymbals, so on. Movement is unhurried but constant, progressive but almost circular in the kind of tug and pull similar textures from dissimilar instruments. Volume is quiet - enough to hear a cough - but never silent and, while there are dynamic fluctuations perhaps familiar to the forty-minute free improv set, they are closer to hibernation and the onset of doom than ecstatic groove and climax. Textures come from a blend of traditional play and extended technique, languourous sax lines with air notes and chirpings, sparse tom hits and orchestral bass drum rumblings with parallel play, conventional synth sounds with alien ones and muted percussive piano. But the focus is always on the sound and its interaction with those from others, rather than melody. The tension never really releases, which only contributes to the kind of darker moods that Lauro seems to conjure up with much of her music.

eNR096: Impermanent by Daniele Martini Quartet
Ken Waxman, Jazzword (03/05/2021)
European takes on the classic reeds/piano/bass/drums combo show off the mature compositional skills of the saxophone/leader, but never edge too far past or out of the modern mainstream. More cosmopolitan and more experienced, the Belgium-based quartet on Italian tenor saxophonist Daniele Martini’s disc, include not only the leader who has played with the likes of Nate Wooley, but also fellow Italian bassist Manolo Cabras, Portuguese drummer João Lobo and pianist Bram De Looze, the only native Belgian.

Exhibiting as rhythmic freedom, the Martini quartet is democratic in space allocation on Impermanent with solo or quasi solo spots for each player. Establishing collective parameters on the first couple of tracks, the four maintain them to later add intense or relaxed motifs when needed. With an a capella saxophone emphasis at the top “Cells” is Martini’s feature, where his flutters and vibrations break the exposition into smaller bits as he pushes it forward backed by stop-time key clips from the pianist. De Looze’s turn comes on “Auroshika” where the saxophonist's smooth timbres attain Cool Jazz inferences when coupled with the pianist’s concentric and colored chording, Still modernist though, the saxophonist’s strategy moves between oozing tone spreading to sprightly high pitches. Meeting Martini’s spetrofluctuation, flattement and split tones and De Looze’s plinking keyboard patters with expressive string sweeps, scrapes and strops, Cabras establishes his identity on “Born Work Sad Hungry”. Meanwhile the energy expressed on “Fang Song Song” is the result of Lobo’s drum rumbles, pops and rebounds that encourage undulating reed slurs and double powered piano chords.

Impermanent serves as a proper definition of the group and the leader’s ability to craft respectable Jazz compositions. The CD doesn't break any new ground, but suggests anticipation that more exploratory work may be in the future for any combination of the players.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Slava Gliožeris, Music Archives (30/04/2021) ***1/2
Leaving aside stars of the past such as Django Reinhardt and Toots Thielemans, Belgian jazz is only fragmentarily known outside of their domestic scene. Besides classical music, most of what the outside world knows of Belgian music for the last couple decades is quirky non-conventional avant-rock bands.

Still, even for local jazz fans, seasoned bassist Paul Van Gysegem is hardly a household name. Omniscient Google says he's a sculptor and shows some examples of his art. Still, one can find out that in the magical, for jazz, year of 1971, Van Gysegem released a free jazz album on the renown French label, Fortuna, plus a few more albums during the next half-a-century.

"Square Talks" is Paul Van Gysegem's extremely rare release as a leader. Recorded live in 2019, he leads a sextet of seasoned Belgian musicians (trumpeter Patrick De Groote even played with Van Gysege on his above mentioned debut in 1971!) plus younger generation Czech ex-patriate drummer Marek Patrman.

I listened to this album during the last few days, when the weather outside was really freaky - the snow was falling day after day in the end of April, which isn't usual, even for us living in Northern Europe. It recalled for me the times when I was much younger, probably a teen, when winters were much colder and much longer. "Square Talks" music fitted pretty well to this deja vu feeling.

Van Gysegem's band doesn't demonstrate virtuosity or technical equilibristic at all. They play mature mid-tempo chamber avant-garde jazz as if it is still early 70s outside. Warm wooden bass, excellent sound and an almost non-existing anymore atmosphere of freedom, and escape with a touch of lyrical melancholy. Yeah, we all know that this world doesn't exist anymore, but what a beautiful world it was!

During some last years I found out some excellent artists, playing music without even a touch of some of the modern trends of the few last decades - fusion, hip-hop, electronics, even funk. Free-jazz, coming straight from the late 60s, plus some European chamber traditions, sometimes local folk elements. These artists are often based outside of the world's jazz capitols, as New York or London, and playing their own jazz in such different places such as Sardinia or Serbia. That absence of whole musical layers or decades of influence makes their music sound very special. Paul Van Gysegem's music works the same way, it's a nowadays recording but with a well-preserved spirit of European late 60s without being nostalgic or self-parodying at all. Not sure, if it works for those knowing about 70s from internet and movies only, probably to feel that spirit one needed to experience it in one way or another from living when it was the elixir of the day.

Those with still a strong memory will recognize it in this music quite soon , others can just try, why not?

eNR093: Rorschach
Geert Ryssen, Jazz&Mo' (30/04/2021)
Alleen al voor dit uit zeven geïmproviseerde stukken bestaande concept, verdient Rorschach twee jaar na datum nog een vermelding bij Jazz&Mo’. De rorschachtest die we kennen als projectietechniek in de psychologie wordt hier ingenieus getransfereerd naar de muziek. De bezetting vormt een perfect spiegelbeeld en de zeven stukken kregen geen titels, die mag de luisteraar zelf invullen. Een auditieve rorschachtest zeg maar.

Muzikaal scoort dit unieke kwartet hoog. Met vindingrijke improvisaties die altijd evocatief zijn en nooit ontaarden in oeverloos gepingel of gerommel, kunnen de vier actoren deze luisteraar bekoren. De vier slagen erin om mekaar perfect te vinden en dat maakt van Rorschach een experiment dat voor herhaling vatbaar is. Test gelukt.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Patrick Auwelaert, Ohlalala Be!Music Magazine (29/04/2021)
Paul Van Gysegem (1935, Berlare) is wat men noemt een dubbeltalent: hij blinkt uit in twee artistieke disciplines. Enerzijds is hij beeldend kunstenaar, anderzijds muzikant. Zijn instrument is de contrabas, die hij zelf leerde bespelen. Stilistisch is hij verknocht aan jazz, freejazz en vrije, geïmproviseerde muziek.

Van Gysegems kompanen op ‘Square Talks’ zijn Cel Overberghe (tenor- en sopraansax), Patrick De Groote (trompet en bugel), Erik Vermeulen (piano) en Marek Patrman (percussie/trompet op track 5). Stuk voor stuk doorgewinterde muzikanten die het klappen van de zweep kennen en over een grote dosis maturiteit beschikken.

‘Square Talks’ telt acht tracks die al improviserend tot stand kwamen op 19 september 2019 in jazzclub JazzCase in het Dommelhof in Pelt. Opvallend is dat geen enkele track de achtminutengrens overschrijdt. Voor vrije improvisaties is dat eerder uitzonderlijk.

Vrije improvisatie is een spel van vraag en antwoord, van actie en reactie. Een muzikant speelt enkele noten of een motiefje – zonder te steunen op een partituur – en een andere reageert daarop. Een derde spitst de oren en ‘mengt’ zich in de dialoog. Hij breit er een vervolg aan of laat het muzikale gesprek dat spontaan ontstaat een andere richting uitgaan. Zo ontwikkelt zich gaandeweg een muzikale structuur met – in het beste geval – het karakter van een compositie. Drukke passages wisselen daarbij af met meer contemplatieve. Beschouw het als een geanimeerd gesprek waarin zowel plaats is voor hoog oplaaiende emoties als voor redelijke argumenten. Maar dan vertaald naar muziek.

‘Square Talks’ laat een uitgebalanceerde indruk na. Op alle tracks hangt er een veelbelovende spanning in de lucht die doet uitkijken naar wat volgt. Avontuur is het sleutelwoord op dit album. Korte frasen en staccato passages, die een misleidend gevoel van onvoltooidheid oproepen, overheersen. Toch staan die nergens het vloeiende verloop van de muziek in de weg. Vergelijk het met het pianospel van Thelonious Monk. Daarin lijken tal van ‘gaten’ te zitten. Die momenten van stilte zijn echter zo suggestief dat de aandachtige luisteraar ze als het ware zelf invult met noten, zodat het geheel toch als een geheel klinkt.

‘Square Talks’ is een vitaal, toegankelijk en organisch klinkend album van vijf muzikanten die geen uren nodig hebben om hun ‘zegje’ te doen. Vijftig minuten volstaan voor acht beknopte muzikale gesprekken met een grote zeggingskracht. Top!

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Eric Therer, JazzMania (15/04/2021)
Les notes intérieures de la pochette l’indiquent à la façon d’un aimable avertissement : il ne faut pas juger l’homme par la taille de sa discographie ! De fait, celle de Paul Van Gysegem se réduit à une poignée de parutions. C’est peu au regard de son âge avancé (85 ans) et du parcours qu’il a suivi depuis plusieurs décennies, à la fois comme contrebassiste mais également comme compositeur. Actif au sein de la scène gantoise dès la charnière des années 60 et 70, on lui doit l’organisation de bon nombre de concerts mais aussi l’album « Aorta », paru en sextet sous son nom en 1971. Un disque qui avait fait l’objet d’une réédition il y a dix ans par le label Futura, tant son avant-gardisme free ne s’est pas estompé à ce jour. Il a joué notamment aux côtés de Steve Lacy, de Fred Van Hove ou encore de Mal Waldron. Parallèlement, Van Gysegem s’est forgé un nom comme artiste plasticien et certaines de ses sculptures sont visibles en plein air. Mais, c’est peut-être au sein de la formule du quintet qu’il (re)trouve la quintessence de son art. Accompagné par Cel Overberghe au sax, Patrick De Groote à la trompette et au cor, Erik Vermeulen au piano et Marek Patrman aux percussions, il dit se sentir comme « à la maison » avec ceux qu’il nomme ses comparses de route. Musicalement, les cinq évoluent dans les parages d’un jazz en grande partie improvisé (le disque est enregistré live au JazzCase à Pelt en septembre 2019), articulé par des petits phrasés libres, spontanés et contrastés qui parfois ne conduisent nulle part, mais qui peuvent aussi vous guider à des lieues de distance entre ce que vous aviez cru percevoir et ce que vous percevez réellement. Une musique ouverte, assurément, et ce dans tous les sens du terme.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Guy Peters, Enola (12/04/2021)
In de eerste coronazomer debuteerde gitarist Artan Buleshkaj met een eigen kwartet. Dat werd intussen Anemic Cinema gedoopt en heeft een kloeke debuut-EP klaar. Het resultaat is een mix van jazz en metal die anno 2021 bijna een vanzelfsprekendheid geworden is. Maar iemand moest het doen.

De jonge Belgische jazz tiert welig en valt op door de gretigheid waarmee genremuurtjes gesloopt worden. Dat zorgt automatisch voor adrenaline, het besef dat er iets gebeurt, maar natuurlijk loert daar ook het gevaar dat het boeltje verwatert, een kunstje wordt en dat oppervlakkig geharrewar zich een air van zeggingskracht aanmeet of bestempeld wordt als een instant meesterwerk. Maar: als het goed is mag het gezegd worden en Anemic Cinema voegt weer een nieuwe tint toe aan het veelkleurige muzieklandschap van deze contreien.

Dat centrale spil Buleshkaj een poging doet om jazz, metal en nog wat invloeden (hier en daar een pastorale tint of kamermuziekstatigheid) bij elkaar te brengen hoeft eigenlijk niet te verbazen. HAST, waarin hij een tweespan vormt met Roeland Celis en ook materiaal aandraagt, zit soms ook al te roeren in dat potje, alleen is dit duidelijk het project van een gitarist. Die hanteert hier een grofkorrelige, regelmatig met vuile distortion rotzooiende baritongitaar die inderdaad zelden ‘jazz’ klinkt, én hij laat zich bijstaan door goed volk: Rob Banken (voorman/saxofonist van HAST en onlangs ook in de weer met Grand Picture Palace, John Ghost en Rapidman), drummer Matthias De Waele (ook Grand Picture Palace en Rapidman) en rietblazer Steven Delannoye (o.a. Chasing 8 Penguins, DelVita Group...), die intussen al even een vaste waarde binnen de Belgische jazz is.

Het is alleszins een kwartet waar Buleshkaj veel kanten mee uit kan. Bij de combinatie van jazz en metal wordt snel gedacht aan de jazzterreur van Naked City en co. Zo hysterisch gaat het er niet aan toe, en het is evenmin de wilde woestheid van The End of het proggy fileerwerk van bands à la Shining. Misschien doet de sound nog het meest denken aan Tyft of AlasNoAxis, bands waarin gitarist Hilmar Jensson ook aardig van leer kan trekken. Maar Anemic Cinema is duidelijk jonger, moderner en zelfbewuster. Er is volop vrijheid, maar binnen duidelijk afgebakende zones, terwijl bewaakt wordt dat herrie en kalmte, nervositeit en rust elkaar regelmatig afwisselen. Niet enkel om de monotonie te vermijden, maar ook om die uitersten beter te kunnen versterken.

“Solenoid Creatures” opent straf, met verkrampend samenspel dat gierende, losbandige vrijheid opzoekt en gaandeweg eensgezind op de rails belandt. Troef: het contrast tussen de gedempte, maar grove gitaartoon van Buleshkaj en de fladderende altsax van Banken. Een bas komt er niet aan te pas, maar waarom zou je ook, als je die bijvoorbeeld kan vervangen door een lekker meeronkende basklarinet (Delannoye)? Samengevat: potig, hoekig als een heavy hinkelspel én een klinkende opener. Misschien nog beter: “Poète Maudit”, met twee saxen die vrijen op een tegel en een gitaar die daarna naderend onheil aankondigt. Dan: klets, een turboversnelling, strak gestuiter tussen HAST en wijlen X-Legged Sally, met een driftige Q & A van de saxen (let er ook op hoe de alt- en tenorsax in een paar nummers vaak lijken te versmelten).

Tijd voor rust: “Lattices” lijkt aanvankelijk vooral voor zacht aanzwellende gitaar en cimbaalgetik te kiezen, maar schiet dan toch wakker. Vief en fris, al is het meer cinema dan metal. Ook afsluiter “Shrines And Effigies” kiest voor de beheersing, met klarinet en basklarinet die dromerig omspeeld worden door meerdere gitaarlagen en subtiel kleurende brushes. Ertussen zorgt “Enmity” voor een energiestoot met krappe start/stop-dynamiek, een vrije uitweiding en een wringende spanning die wordt gecreëerd met woelig drumwerk, dreigende gitaar en soms lange saxlijnen. Het doet uitkijken naar een onderhuids dreigende explosie. De beloning: een punkversnelling en goedmoedige aai over de bol.

Dat alles maakt van Anemic Cinema een prima visitekaartje en de band eentje om in het oog te houden. Anemic Cinema kan immers liefhebbers van uiteenlopende genres bij elkaar brengen, en daar kan geen mens iets op tegen hebben. Er wordt dezer dagen al genoeg teruggekropen in de duffe saaiheid van het eigen gelijk.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Philippe De Cleen, Dansende Beren (08/04/2021) ***
Gent blijft een bruisend vat van nieuwe, spannende muziek. Nadat gitarist Artan Buleshkaj als sideman deel uitmaakte van verschillende spannende projecten, kreeg het idee stilaan vorm om eens iets anders te gaan uitproberen. Muziek met een eigen kwartet, waarbij hij de primaire aandrijver van zou zijn, is nu het resultaat, in de vorm van ep Anemic Cinema.

Bij het componeren en uitwerken kwam hij al gauw terecht bij een aantal usual suspects, zoals saxofonist/klarinettist Rob Banken (H A S T, John Ghost) en drummer Matthias De Waele, maar evengoed ging hij samenwerken met Steven Delannoye (tenorsax en basklarinet). Samen vormen ze een jonge en hongerige bende avonturiers die de muziekwereld een frisse schop geven.

Al van bij opener “Solenoid Creatures” word je gewaar dat de groep een bende muzikale vrijbuiters is. Het viertal speelt er lustig op los en legt daarbij vaak erg filmische accenten. Zo valt onder meer op dat de focus op deze Anemic Cinema helemaal ligt op samenspel en het kundig in elkaar doen vlechten van verschillende instrumenten in een geheel.

Misschien wat vreemd is de energieke heavymetal-factor, die zich onder meer uit in het robuustere drumwerk. Bovendien, en dat is wel wat uitzonderlijk, laat deze groep de bas vallen, maar vangt die op door scheurende klanken via onder meer basklarinet. Ook valt er her en der een tintje klassiek op te vangen, zoals in het initieel rustig openbloeiende “Poète maudit” dat gaandeweg dan wel stevig aan rockflair wint.

Knap is ook hoe Anemic Cinema de spanning tussen rustigere passages en ronduit schurende, opwindende tracks zoals “Enmity” verder weet op te rekken. Een meer dan prima debuut-ep dus, die soms erg onverwachte en daarom ook behoorlijk spannende wegen inslaat. Anemic Cinema, onthou die naam maar voor als er weer concerten kunnen doorgaan.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Philippe Elhem, Le Vif Focus (08/04/2021)
Lauroshilau mêle les noms des musiciennes qui forment cet étonnant trio: les Belges Audrey Lauro, saxophoniste alto, Pak Yan Lau, pianiste jouant des toys piano, synthés et diverses électroniques, et la batteuse et percussionniste japonaise Yuko Oshima. Leurs deux pièces totalisant 42 minutes, enregistrées lors d'un concert donné à Padoue en novembre 2018, offrent une musique improvisée à partir d'un cadre prédéfini qui, au cri, substitue une exploration basée sur une écoute intériorisée dont la retenue peut frôler le murmure. Cette traversée musicale entremêle chacune des intervenantes dans un tissu sonore continu relevant d'une forme de minimalisme qui constitue une évolution formelle parmi les plus passionnantes apparues ces dernières années dans le domaine de l'improvisation libre. Au final, Live at Padova se révèle être une petite merveille qui, à chaque nouvelle écoute et selon l'attention que l'on porte à l'une ou l'autre des musiciennes, change la perception que nous avons de cette fascinante aventure sonore tout en la renouvelant.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Georges Tonla Briquet, Jazz'Halo (05/04/2021)
Hij is de gitarist die het verschil maakt bij groepen als H A S T en Mòs Ensemble maar Artan Buleshkaj wilde nog net iets meer. Onder de naam Anemic Cinema laat hij in het gezelschap van saxofonisten Rob Banken en Steven Delannoye samen met drummer Matthias De Waele horen tot wat dit zoal kan leiden.

Artan Buleshkaj is duidelijk een veelzijdig gitarist. Zo duikt hij op bij onder meer Brain//Child, Mòs Ensemble (binnenkort nieuw werk), Madame Blavatsky, H A S T (van wie recent nog het overtuigende ‘Ubi Sunt’ verscheen) en in het gloednieuwe project van zijn vroegere comboleraar Pierre Vaiana (‘Amuri & Spiranza’). Dat zijn composities voor Anemic Cinema gelaagd en ingenieus klinken, heeft niet alleen te maken met deze uiteenlopende activiteiten maar is ook deels te danken aan het analytisch denken dat Buleshkaj overhield aan zijn IT-verleden. Toch klinkt het werk van Anemic Cinema heel organisch. De doorgedreven jazzharmonieën zijn gekoppeld aan een rockdrive zonder het noodzakelijke buikgevoel te verwaarlozen.

Het zit allemaal verwerkt in de vijf nummers te horen op dit debuut. De verschuiving naar heavy metal en prog is daarbij tekenend. Stevige kost dus maar met subtiele links naar zijn andere stratosferen. Daartussen zit bovendien zijn voorliefde voor sciencefiction met als goeroe wetenschapper en schrijver Isaac Asimov. Dit aspect komt het sterkst naar voor in het ‘Solenoid Creatures’, een clash van saxen en gitaar gelardeerd met kosmische storingen en kubistische drumpartijen. Alsof Morphine als een feniks uit zijn as herrijst en een verbond aangaat met MDCIII. In ‘Poète Maudit’ (toeval of niet, Baudelaire de “poète maudit” bij uitstek werd honderd jaar geleden geboren) neemt het kwartet de tijd om hun sonische grammatica uiteen te zetten en er vervolgens mee aan de slag te gaan. ‘Lattices’ is een rustpunt als aanvulling van het achterliggende gedachtegoed waarmee ze goochelen. De kolkende energie van ‘Enmity’ is typisch Anemic Cinema en de perfecte soundtrack als opstap naar het BIFFF (Brussels International Fantastic Film Festival of Fantastic Film) dat doorgaat tijdens het paasverlof, zij het in digitale versie. ‘Shrines And Effigies’ is tenslotte nog eens een ingetogen en beknopte ontrafeling van de krachtlijnen die voorafgingen.

Vergeet de download en ga voor de vinyl met het buitengewone artwork van grafisch ontwerper Benoit Vangeel dat helemaal aansluit bij de psychedelica van de twee videoclips die tot nu toe verschenen. Anemic Cinema is op die manier een lust voor oog en oor in Technicolor en Sensurround. En nu maar hopen dat die concerten er zo snel mogelijk aankomen.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Marc Alenus, daMusic (03/04/2021)
Twee Violen En Een Bas, misschien kent u het oude kinderliedje wel. Hoe dan ook maakt het duidelijk dat in elk bandje of orkestje een bas zou moeten zitten. Maar niet volgens deze jongens.

Anemic Cinema trekt zich daar niets van aan. Zij doen het zonder conventioneel basinstrument. Dit avontuurlijke gezelschap laat een ander instrument die rol op zich nemen. Of ook helemaal niet. En ze houden zich ook niet aan ongeschreven wetten in verband met songstructuren of genres. Dit moet dus wel een freejazzgezelschap zijn.

En ja hoor, de motor van dit zootje ongeregeld is Artan Buleshkaj, de man die met de gitaar als angel gif spuit in de sound van H A S T, de band waarin ook saxofonist-klarinettist Rob Banken (ook bekend van John Ghost, Bravo Big Band, Kleptomatics, Bardo en RaPiDManzit) resideert. Geen wonder dat Buleshkaj (baritongitaar) hem wist te overhalen om ook hier mee te spelen. Steven Delannoye (tenorsax en basklarinet) en drummer Matthias de Waele maken het kwartet compleet.

De vier delen een liefde voor improvisatie, onvoorspelbaarheid en noise en dat is te horen aan de vijf songs tellende debuut-ep. Eerder bekropen ons al Solenoid Creatures en omhelsden we het nochtans stekelige Enmity, de twee singles uit de plaat. Dat was stevige kost met een mix van jazz- en heavy metal-elementen en het ontbreken van enige houvast. Uit deze songs kruipen was onmogelijk door de steeds van structuur veranderende muren die wel vloeibaar leken.

Platgebeukt door opener Solenoid Creaturs volgt Poète Maudit, dat meer ingehouden begint en ook meer geleidelijk opbouwt. Tot de gitaar van Buleshkaj het na dik drie minuten welletjes vindt en de blazers meetrekt in een eclectische finale. De drums ondersteunen het gebakkelei, dat lekker verder gaat in Enmity, klaterlachend.

Lattices en afsluiter Shrines And Effigies leunen in alle ingetogenheid meer aan bij Poète Maudit. De eerste laat vooral Banken en Delannoye voor het voetlicht treden, die de instrumenten vrijelijk rond elkaar laten dansen in een geïmproviseerde choreografie. De afsluiter is al helemaal peis en vree met alle instrumenten in perfect symbiose, heerlijk kuierend als over een sacraal aanvoelend soldatenkerkhof en met op een bepaald moment de klarinet fladderend als een vlinder daaroverheen.

Wie rustig in het universum van Anemic Cinema wil afdalen, speelt de ep van achter naar voor af. Dat gaat net zo goed als de bandnaam van achter naar voren lezen. Wie niet bang is voor de hoge springplank, mag gerust de normale volgorde volgen. Beide afspeelwijzen leveren een spannende zwembeurt op door de vloeiende composities van Buleshkaj.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Björn Comhaire, Luminous Dash (02/04/2021)
Het zijn moeilijke tijden voor de gemiddelde bioscoop en haar gangers. Er verschijnen momenteel nauwelijks films en als ze al verschijnen, dan kan je ze enkel bekijken als je een abo hebt bij Netflix, Disney+ of een andere streamer. Algehele cinematografische bloedarmoede als het ware. Een soort van anemic cinema, toevallig (ahum) ook de naam van de nieuwe band rond gitarist Artan Buleshkaj… Voor zover de vergezochte intro voor deze bespreking.

Artan Buleshkaj kennen we van H A S T, de improviserende jazzband rond Rob Banken. En ja, diezelfde Rob Banken staat nu ook naast Artan te blinken in Anemic Cinema net als saxofonist Steven Delannoy en drummer Matthias de Waele. Een kwartet vrijgevochten jazz muzikanten die zich graag eens laten beïnvloeden door andere, wat ruigere genres en die er geen enkele moeite mee hebben zich improviserend een weg te banen door moeilijke akkoordprogressies. Improvisatie en freewheelen zijn de sleutelwoorden op deze eersteling.

Dat hoor je meteen in de eerste minuut van opener Solenoid Creatures. Wild om zich heen slaand het stof uit de luidsprekers blazen om daarna in min of meer geordende slagorde de ingedommelde jazz fan wakker te schudden. Poèt Maudit moet het hebben van een eerder filmische openingsscène met veel "plump and circumstance" die pas ruim in de helft van het nummer uitmondt in een energieke jongleer act. Borden vliegen in het rond, de messenwerper durft al eens wat minder accuraat te mikken en de clowns stuntelen zich een breuk. Nog een geluk dat er geen doden gevallen zijn!

Puin ruimen doen we in Lattice waarin het viertal hun gevoeliger kant laat horen. Ingehouden, afgemeten en met de blazers in de hoofdrol. In Enmity loopt het echter opnieuw helemaal uit de hand. Een hoogoplopende discussie leidt tot een stevig handgemeen. Er wordt over en weer geschreeuwd tot de strijdende partijen vermoeid uit mekaar gaan en de strijd onbeslist eindigt.

De bezinning volgt in afsluiter Shrines And Effigies. En hoewel Matthias de Waele op zijn drums blijft meppen alsof zijn leven ervan afhangt, brengt het nummer rust en een gevoel van afsluiten.

Anemic Cinema gaat door op het elan van wat we kennen van bij H A S T. Energie, improvisatie en instrumentale virtuositeit zoals wij die wel kunnen smaken. Een ijzersterke eerste van muzikanten die bij lange na niet aan hun proefstuk toe zijn. Het album verschijnt bij el Negocito Records en werd opgenomen en gemixt door Jonas Everaert in de Dunk!Studios. De mastering gebeurde door Karel de Backer.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Jordi De Beule, jazz & Mo (01/04/2021)
Belanden we binnenkort in moshpits op jazzfestivals? Steeds meer jonge Belgische bands injecteren hun muziek met rauwe gitaarklanken en de nodige punch. Denk recent nog aan de oproep tot revolutie van Echoes of Zoo en de afropunk van Don Kapot. En ook H A S T blies ons de voorbije jaren zonder uitzondering van onze sokken.

Met Artan Buleshkaj en Rob Banken vinden we twee leden uit die laatste band nu terug in het nagelnieuwe Anemic Cinema. Dit kwartet daagt zichzelf uit door te spelen zonder conventioneel basinstrument, waardoor alle leden deze rol kunnen opnemen onderweg. Dynamiek troef dus op de 5 stukken op deze EP.

Openen doen we met Solenoid Creatures, een schermutseling tussen metal en freejazz die gaandeweg eerder een verhitte discussie wordt. Na deze korte, energieke introductie is het aanvankelijk uitblazen in Poète Maudit, waar de blazers mekaar prachtig invullen. Hier klinkt ongetwijfeld de invloed van modern klassiek door, maar niet zonder dat alles halverwege een stevig rockrandje krijgt. Jazz met knaldrang.

Een echt rustpunt krijgen we pal in het midden van de plaat met Lattices: sfeer en klankkleuren halen het even van energie, de blazers worden haast romantisch, van de drums horen we vooral zingende cymbalen. Het is de stilte voor de storm die Enmity heet. Het kwartet, met Buleshkaj voorop, ontbindt hier al zijn duivels in een nummer vol tempowisselingen alvorens uit te doven in het open, gelaagde Shrines and Effigies - een dromerig duet tussen klarinetten om deze veelzijdige plaat af te ronden in schoonheid.

Een stevig genreslopend plaatje.

eNR095: s/t by Bloom
Claude Loxhay (01/04/2021)
Le quintet Bloom est en partie une émanation de L'Oeil Kollectif, groupe de musiciens en résidence à l'An Vert. C'est le cas du saxophoniste Bruno Grollet qui fait partie du Double Quartet de L'Oeil Kollectif, est membre d'un quartet avec Quentin Stockart et d'un quintet avec Louis Frères (qui, depuis peu, fait partie du septet Rêve d'Éléphant Orchestra). C'est aussi le cas de Clément Dechambre (as, bcl), membre aussi du Double Quartet de L'Oeil Kollectif et de l'Orchestre du Lion, avec Michel Massot et Michel Debrulle. A la contrebasse, Manolo Cabras, fondateur de Basic Borg avec Lynn Cassiers et d'un quartet avec Jean-Paul Estiévenart, mais aussi membre du quartet de Ben Sluijs, d'Heptatomic d'Eve Beuvens, du trio de Manu Hermia, du trio d'Erik Vermeulen et sideman de l'Américain Charlie Gayle. A la batterie, Alain Deval, membre de L'Oeil Kollectif, de Collapse, du Random House de Thomas Champagne. Enfin, à la guitare, Quentin Stockart, membre d'un trio avec le contrebassiste Nicola Lancerotti, d'un duo avec le guitariste Benjamin Sauzereau et fondateur d'un quartet avec Bruno Grollet, Tom Malmendier et Audrey Lauro au saxophone. Pour cet album, six compositions de Stockart qui alternent avec de courtes séquences d'improvisation collective. De belles séquences à deux saxophones (alto-ténor) dont certaines trames mélodiques rappellent la rencontre entre Ornette Coleman et Dewey Redman, notamment pour l'album « Paris Concert » (« De Nouveau », « Quantum »), ou parfois avec une sonorité écorchée (« Tuft ») mais, à certains moments, plus apaisée (« Kimchi »). Parfois, le ténor dialogue avec la clarinette basse (« Response »). La guitare peut aussi se faire plus violente (« Quasi Electric Response ») et certaines séquences d'improvisation collective se font bruitistes (« Hum »). Une photographie d'un jazz en pleine évolution.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Dick Hovenga, Written in Music (31/03/2021) ****1/2
Artan Buleshkaj is weer zo'n geweldige en jonge gitarist uit het Vlaamse. De meesten zullen hebben kennen als één van die twee gitaristen uit het geweldige HAST die de band niet alleen hete pepers maar ook buskruit geven. Met Anemic Cinema heeft hij nu ook zijn eigen kwartet en hun eerste EP verdient alle aandacht.

Mooi om naast die zo geweldig getalenteerde Buleshkaj ook Rob Banken op altsax/klarinet (natuurlijk ook van HAST maar ook John Ghost en zoveel meer), Steven Delannoye op tenorsax/basklarinet en Matthias de Waele op drums in de band te zien. Een heerlijke verzameling beloftevolle muzikanten bij elkaar dus weer.

De muziek van Anemic Cinema stuitert op hun eerste EP lekker door elkaar. Juist omdat er twee blazers in de band zitten en de drums en gitaar als ze er voor gaan ook echt voor gaan komt er een verrukkelijke dynamiek los. Als ze de diepe jazz induiken al net zo. Anemic Cinema is echt weer zo'n Vlaamse band die jazz een volstrekt nieuwe kant opduwen.

De EP opener Solenoid Creatures met z'n stevig, tegen metal aanleunende, gitaarpartij, luid klapperende drums en heerlijk vrij spelende saxen (en klarinet als relaxte tegenreactie) klinkt als het overdonderende dwarse begin waar we al op hoopten. Het door de 2 saxen opgezette Poète Maudit (miskende of maatschappelijk onaangepaste schrijver) doet volledig recht aan de titel van de compositie. Rustig in opbouw, volledig door het dak gierend in uitwerking. Fantastisch gespeeld en buitengewoon aanstekelijk.

Lattices is de derde van de vijf, mooi lange, stukken die de EP kent en is en ingenieus tegelijk meer ingetogen vrije compositie waarin de impro geest van de mannen vrij spel krijgt. Machtig spel van Banken en Delannnoye. Enmity start daarna dan weer zo overrompelend als de openingstrack met Buleshkaj excellerend naar de metal leunend om vervolgens met zijn mannen naar introspectief terug te keren om alvorens luid gierend o zo ingenieus met geweldig spel uit de bocht vliegen. Verrukkelijk!

EP afsluiter Shrines and Effigies drijft dan weer op het fraai ingetogen spel van Buleshkaj en de twee blazers, met prachtig klarinet soleerwerk, waar De Waele met wederom lekker gevarieerd drumspel fraai op aanvult.

Van HAST wisten we al dat Buleshkaj, naast de al net zo geweldige Edmunt Lauret, een geweldige gitarist is die met avontuurlijk spel dat vaak flink uit de metal put, en hemelhoog talent is. Ook als componist imponeerde hij daar al (Op Elk Potje Past Een Dekseltje) maar wat hij voor zijn nieuwe band schreef is al net zo indrukwekkend.

Anemic Cinema is een heerlijke nieuwe band die met hun eerste EP volop overtuigt. Zalig hoeveel er steeds in elke compositie gebeurt en hoe de muzikanten hun vrijheid vinden om tussen alle structuren heen te bewegen. Wij zijn alweer helemaal om. Anemic Cinema rules!

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Bart Cornand, Knack (31/03/2021)
Enkele weken geleden kwamen de gekken van HAST nog voorbij met hun album Ubi Sunt. De helft van die bende, baritongitarist annex scheurijzer Artan Buleshkaj en altist-klarinettist Rob Banken hadden kennelijk nog een ander ei te leggen, en nodigden twee kleppers uit de improscene uit: Steven Delannoye (tenorsax en basklarinet) en Matthias de Waele (drums). U merkt: geen bas, maar aan gegruizel geen gebrek. Het resultaat, Anemic Cinema, slaat je eerst de kop in met een mix van metal en vrije improvisatie (Solenoid Creatures, Poète Maudit), maar zalft ook met Lattices, een ingetogen stuk met welkom contrapunt tussen de gitaar en de blazers. Enmity danst even liefelijk verder, maar springt dan laffelijk in je nek. Shrines and Effigies rijkt naar het hogere. Kortom: Buleshkaj en co. trokken hun ogen tot spleetjes samen toen ze dit album maakten. Van venijn, maar ook van speelplezier.

eNR097: LOI by Raf Vertessen Quartet
John Sharpe, All About Jazz (29/03/2021) ****1/2
Belgian drummer Raf Vertessen's quartet unites a mouth-watering array of talent, and he keeps them busy on his leadership debut LOI. Since arriving in Brooklyn, in 2016, Vertessen has dug in deep, enlisting saxophonist Anna Webber, trumpeter Adam O'Farrill and bassist Nick Dunston, all acclaimed leaders in their own right, to realize his charts in a way which allows them full expression while at the same time respecting compositional boundaries drawn largely from the free jazz vernacular.

Opening with the title cut, Vertessen offers the first intimation of the jostling camaraderie between the horns which illuminates the album. It begins as an aural stretching exercise, sustaining long sounds which repeat and fray until unfolding into measured colloquy. From there a catchy riff emerges, around which tenor saxophone and trumpet cavort and color. The interaction between Webber and O'Farrill comes in a variety of guises—conversational, supportive and in simultaneous flight—but continually morphs between the different modes, even during the course of a single piece.

Smart programming engenders a suite-like vibe, as the early tracks—often working with skeletal thematic elements which surface gradually and unexpectedly—hold something back, barely reaching the boil. As a result, the longer pieces, with their harder edges and greater individual opportunities, later in the program pack an even bigger punch. Several numbers run together into extended blocks successfully melding together diverse feelings into an overall rich and satisfying tapestry, cloaked in ambiguity and surprise.

Cameos pepper this ensemble music. Vertessen nudges, hints and, occasionally, attacks but, in keeping with the collective ethos, only takes the briefest of solos on the final "#2," which transmutes into a spacious duet with Dunston's elongated tone elaborations. Elsewhere the bassist toggles between pizzicato punditry and insistent patterns which reinforce the structural foundations. Morse-coded urgency erupts on "Layers" as Vertessen taps into Webber's flair, so well showcased on her own Rectangles (OOYH, 2020), for using limited material to generate seemingly endless possibilities. O'Farrill serves as a potent foil to the saxophonist, sometimes more melodic, but often venturing equally far out.

Whether it is the clattery percussion framed by abstract murmurs, scrapes, and flurries on "#4," the lurching staccato unisons of "Fake 3:7," or the woozy late-night atmosphere invoked as trumpet and tenor sax circle around each other on "#14," Vertessen's ghostly frameworks hit the sweet spot while retaining freshness and looseness. It makes for a carefully plotted excursion which lands with the laid-back glow of a saunter in the park.

eNR107: s/t by Orange Moon
Georges Tonla Briquet, Jazzenzo Nederland (25/03/2021)
Orange Moon is een pianotrio dat musiceert ver van de gebruikelijke typeringen. Niet echt verwonderlijk wanneer je drie totaal verscheiden persoonlijkheden als Manolo Cabras, Hendrik Lasure en Mathieu Calleja bij elkaar plaatst.

Gedurende een paar jaar had Brussel er vorig decennium een jazzlaboratorium bij. Onder leiding van Lionel Cataldo was Bravo goed op weg een even belangrijke rol te vervullen als de legendarische Kaai vijfentwintig jaar eerder. Zowat iedereen kwam er over de vloer, tot grote namen uit de internationale scene. Maar de plek in de Aalststraat was vooral een Belgische aangelegenheid. Het was daar dat heel wat groepen uit de jonge lichting ontkiemden. Gasten als Antoine Pierre, Igor Gehenot, Jean-Paul Estiévenart en Bram De Looze brachten er vele avonden en nachten door. Maar ook de oudere garde van de Kaai zakte graag af naar Bravo met Fabian Fiorini, Ben Sluijs, Erik Vermeulen en Manolo Cabras voorop. Het was deze laatste die het idee kreeg om samen met de piepjonge toetsenist Hendrik Lasure en polyvalente drummer Mathieu Calleja een eigenzinnig trio te vormen.

Helaas sloot Bravo in 2016 de deuren maar Cabras, Lasure en Calleja bleven gelukkig in hun trio geloven. In 2019 kwamen ze drie dagen samen in de home studio van Cabras. Uit die sessies werd 'Orange Moon' gedistilleerd. Het zoveelste pianotrio? Denk maar anders, aldus Cabras: "Orange Moon verschilt dag en nacht met bijvoorbeeld het trio van Marek Patrman, Erik Vermeulen en mezelf in die zin dat de ritmesectie meestal de pianist volgt. Hier is het drummer Calleja die hoofdzakelijk de richting bepaalt. Die gast is een heuse colorist. Ik vergelijk hem met Eric Thielemans. Daarnaast heb je dan Hendrik Lasure die voor de gelegenheid plaatsneemt achter een akoestische piano en alle elektronische snufjes achterwege laat. Dat hij, net als Bram DeLooze, grote fan is van Jozef Dumoulin en de New Yorkse scene met Craig Taborn, komt hier goed van pas. Ik stel mij op als de 'missing link' tussen die hedendaagse stroming en de 'oldskool' improvisatie".

Zo klinkt deze cd ook. De basispartituren worden omzichtig schuifelend ingevuld en verrijkt met de improvisatietechnieken van deze drie muzikanten met een heel aparte achtergrond. Toch mondt hun samenspel nooit uit in een kunstzinnige stijloefening van diverse generaties. "Play like water," zei Miles Davis ooit tegen Airto Moreira toen deze hem vroeg hoe hij het best kon spelen. Een raad die dit trio deskundig opvolgt bij de uitvoering van vier pure improstukken en zeven eigen composities van de verschillende groepsleden. Ze passen daarbij op sublieme wijze de (architectuur)wetten van de tensegrity (tension-structural integrity) toe.

Noem het desnoods kamerjazz maar dan wel met de nodige branie en originele invalshoeken. Alsof ze de 'Poetics of Relation' van de Caraïbische filosoof Edouard Glissant extrapoleren naar jazz en vrije improvisatie. Hoog tijd dat dit trio terug op een podium staat.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Herman te Loo, Jazzflits Nederland nummer 354 p.7 (22/03/2021)
Van de uit Hong Kong afkomstige (maar in Brussel woonachtige) toetsenspeelster Pak Yan Lau besprak ik al eerder een intrigerende cd met de Franse (prepared) pianist Lionel Malric ('Duo pour 454 Chordes'; zie Jazzflits 310). Samen met altsaxofoniste Audrey Lauro en drumster Yuko Oshima vormt ze het trio Lauroshilau, dat met dit live-album debuteert. Net als op dat eerder genoemde album wordt er voluit geïmproviseerd, met als doel het neerzetten van intrigerende, surrealistische soundscapes. De drie dames werken aan een totaalgeluid waarin de afzonderlijke elementen van ondergeschikt belang zijn. De afzonderlijke noten worden zelden scherp aangezet, waardoor het gevoel van één doorgaande flow versterkt wordt. Lauro is soms even herkenbaar in de stroom met minimalistische, Evan Parker-achtige figuren, en soms horen we van Oshima iets van een doorgaand ritme. Maar het grootste deel van de 42 minuten durende improvisatie is het raden naar wie wat speelt. Het is volstrekt irrelevant. De luisteraar moet zich maar laten meevoeren en de plaat gebruiken als een soundtrack voor een imaginaire film in het hoofd.

eNR095: s/t by Bloom
Herman te Loo, Jazzflits Nederland nummer 354 p.8 (22/03/2021)
Op het titelloze debuutalbum van het Belgische kwintet Bloom staan de composities (van de hand van gitarist Quentin Stokaert) en de vrije improvisaties keurig om en om. Dat is misschien een flauwe constatering, maar er is echt een hoorbaar verschil tussen de tracks waar gecomponeerd materiaal het uitgangspunt was en daar waar dat niet het geval was. De jonge Stokaert (bouwjaar 1988) schrijft weliswaar geen doorwrochte composities, maar levert wel aardige thema's en soms ook tempo- en maatwisselingen en andere vormen die de stukken interessant maken. Neem nu de opeenvolging van 'Kimchi' en 'Quasi electric response' bij wijze van contrast. In het eerste stuk pakt Manolo Cabras het vriendelijke, elegante thema op om er een lenige, melodieuze bassolo mee op te bouwen. In het tweede stuk horen we sobere, pointillistische impro waarin eigenlijk niet zoveel gebeurt en die richting ontbeert. Nu is het niet zo dat alle improvi- saties op het album aan dit euvel lijden, maar het verschil is wel opvallend. Als beide samengaan, is het resultaat extra boeiend. 'Chi' lijkt in het begin een open improvisatie, maar dan ontwaken gitaar en contrabas om samen op te trekken richting een liedje. Een mooie vorm, die zonder al te veel dwang tot een boeiend improvisatieresultaat leidt.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Georges Tonla Briquet, Jazz'Halo (19/03/2021)
Achter de naam Lauroshilau gaan drie eigenzinnige madammen schuil die al een decennium lang de internationale improvisatiewereld afschuimen en overal hun stempel zetten met een doorgedreven mix van electro acoustics. Zo deden ze dat op 30 november 2018 in Padua (Italië) maar ook recent nog in Werkplaats Walter (Brussel).

Lekker in het oor klinkende deuntjes of vlotte melodieën moet je niet verwachten bij dit trio gevormd door Audrey Lauro, Yuko Oshima en Pak Yan Lau. Met respectievelijk saxofoon, drums en allerlei (speelgoed)toetsen opteren ze om de meest bedwelmende soundscapes te creëren, liefst instant. Ze doen dit af en toe aan de hand van basisvoorbereidingen op gebied van klank en textuur maar bovenal verkiezen ze de interactie van het moment. Vrijheid maar nooit teveel is daarbij hun leidraad. Door beperking kan je de focus scherper stellen is nog zo een van hun motto’s.

Wat deze theorie concreet oplevert, valt te beluisteren op deze live cd. Een lange uiteenzetting van zo een veertig minuten waarbij ijle klanken, scherpe tonen, doelgerichte luchtverplaatsingen en percussiefantasieën vloeiend in elkaar overgaan. Ze nemen de tijd om hun verhaal uit te rollen en reiken hints aan maar echt zekerheid krijg je nooit als luisteraar. De drie bepalen samen telkens de definitieve richting. Langzaam worden de contouren van hun plannen net iets duidelijker maar het blijft steeds gissen naar het eindresultaat. Af en toe plaatsen ze een uitroepteken in deze abstracte schijnwereld zoals hier na een kwartier wanneer Lauro vlijmscherpe saxofoonriedels uit haar instrument tovert.

Basis van alles is een esthetische vorm van suggestie die ze hanteren aan de hand van diverse technieken en tegenstrijdigheden in dynamiek. Stilte maakt daarbij deel uit van de muziek, evenals plotse harde uitvallen. Opmerkelijk in Padua was dat er zelfs geen akoestische piano was, Pak Yan Lau ging aan de slag met synthesizer en haar wonderdoos boordevol speelgoed. Alle drie hanteren ze natuurlijk gretig electronics en effecten al dan niet geplukt uit hun eigen archief.

De kracht van dit trio is dat elk optreden anders uitdraait, zoals recent (7 maart 2021) vastgesteld kon worden tijdens een streaming concert vanuit Werkplaats Walter. Om in dergelijke omstandigheden niet te verzanden in triviale concepten of readymades waardoor je als kijker na tien minuten naar een magazine of biertje grijpt, moet je van goeden huize zijn zoals deze drie dames. Bovenal dient vooral ook de regie met de nodige fantasie en branie uitgewerkt worden. En dat is steeds het geval bij Werkplaats Walter.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Bernard Lefèvre, Jazz'Halo (19/03/2021)
In de jaren 60 was de Gentse beeldhouwer, schilder, graficus en jazzbassist Paul Van Gysegem (1935) het boegbeeld van de freejazz. Samen met Patrick De Groote en Cel Overberghe groeide de aanzet van het Avant-garde festival in het Gravensteen in Gent.

Met ‘Boundless’ (El Negocito Records 2017) kwam Paul Van Gysegem na zovele jaren opnieuw in de kijker, samen met Patrick De Groote en Chris Joris. En in september 2019 nodigde hij de vertrouwde rasmuzikanten van het eerste uur uit en verruimde zijn kwintet met pianist Erik Vermeulen en drummer Marek Patrman voor een opname in september 2019 bij Jazzcase (Pelt). Die fijne locatie van Cees van de Ven moest intussen helaas de deur sluiten.

En natuurlijk past dit bij het alternatieve label van Roger Verstraete. Hij brengt de opname nu uit met een hoesafbeelding uit het werk ‘Scores’ (2016) en binnenin een schilderijweergave (2018) van Paul Van Gysegem.

Laat je niet afschrikken door de sixties referenties, Paul van Gysegem toont zich als herboren en blikt niet terug op het verleden. ‘Square Talks’ klinkt vanaf het begin ontvallend fris en open (‘Haaks’), leidt tot verkennende met wisselende conversaties (‘Brisk’, ‘Wings’), wervelende expressie (‘Shout’, ‘On The Edge’), en zelfs vrij poëtische en introspectieve uitdieping (‘Woodpecker’, ‘Melancholia’ - met Cels persoonlijke herinnering aan Joske), maar is zeker vrijgevochten en free (‘Square Talks’).

Pianist Eric Vermeulen bewijst hoe inventief en raak hij met toetsen omgaat. Patrick De Groote en Cel Overberghe zijn de kleurrijke bruggenbouwers, Paul Van Gysegem de drijvende inspiratie en Marek Patrman de subtiele finesse (‘On The Edge’).

‘Square Talks’ vraagt een onvoorwaardelijke benadering, eens je in het muziek verzeild geraakt, kun je je er moeilijk van losmaken en valt er telkens opnieuw wat te ontdekken. Uiteraard is een livebelevenis de beste voorwaarde om de diepte van deze muziek te ervaren!

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Marc Alenus, daPremière daMusic Telex (19/03/2021)
Exact een maand geleden deelden we met u Solenoid Creatures, de eerste single van Anemic Cinema, het project van H A S T-gitarist Artan Buleshkaj waarin Rob Banken de altsaxofoon en de klarinet bespeelt, Steven Delannoye te horen is op tenorsax en basklarinet en Matthias de Waele de drumvellen geselt. Vandaag hebben we de première van de clip van Enmity.

De titel betekent zoveel als “diepgewortelde haat”, maar in vergelijking met Solenoid Creatures gromt de basgitaar van Buleshkai hier minder dreigend. Niet dat deze improvisatie volledig gespeend is van enige metal-invloed, maar het gaat toch meer om tandenknarsen dan om een niets ontziende uitbarsting, ook al omdat het vooral de blazers en de drums zijn die de hoofdrol opeisen. Anemic Cinema klinkt hier dus minder visceraal, maar nog altijd verrassend zoals een plots uitbarstende vulkaan.

De clip bij Enmity is net als bij Solenoid Creatures van de hand van Benoit Vangeel die ook al werkte voor o.a. Peenoise, Doodseskader en Steiger. Hij ging aan de slag met beelden van lava, die hij zo fel bewerkte dat ze bijna onherkenbaar waren, maar toch nog altijd dat vloeiende en knarsende hebben dat ook in de muziek zit.

Daal mee af in de ziedend hete wereld van Anemic Cinema.

eNR107: s/t by Orange Moon
Ferdinand Dupuis-Panther, Jazz'Halo (17/03/2021)
Orange Moon – das sind der von SCHNTZL bekannte Pianist Hendrik Lasure, der Kontrabassist Manolo Cabras und der Drummer Mathieu Calleja.

Dabei hören wir auf dem vorliegenden Album nicht nur Kompositionen der einzelnen Musiker, sondern auch Gemeinschaftsarbeiten wie „Last Call“, „Propositions“, „Let's Dance“ und „Carote“, der Schlusstitel. Eröffnet wird das Album mit der Komposition von Henrik Lasure namens „Viscositeit“. Das „Andante N°2“ und „To The Teachers“ stammen hingegen von Manolo Cabras und „Crystal Baby“ sowie „Moulin Le Retour“ von Mathieu Calleja.

Weiche Tastenwellen treffen in „Viscositeit“ auf langwellige Bass-Schwingungen. Hendrik Lasure entwickelt nach und nach ein perlendes Klangband, derweil Mathieu Calleja sein Schlagwerk sehr zurückgenommen einbringt, mit Blechrauschen vor allem. Und „solistisch“ lässt der Pianist des Trios den Track ausschwingen. In ähnlichem Duktus kommt „Andante N° 2“ daher. Dabei lässt der Bassist sich mit tiefer sonorer Stimme vernehmen. Lyrisch angelegt ist das Spiel von Henrik Lasure. Man hat beim Zuhören das Bild von fein rieselnden Schneeflocken vor Augen. Dieses Bild wird weggewischt, sobald Manolo Cabras mehr in den Vordergrund drängt.

Und doch ist es der Pianist, der immer wieder im musikalischen Mittelpunkt steht, auch im Fortgang des Stücks mit zerbrechlich-kristallinen sowie rollenden Klangbildern. Auch wenn „Moulin Le Retour“ aus der Feder des Bassisten stammt, heißt das nun nicht zwangsläufig, dass die Klanglinien allein vom Bassisten bestimmt werden. Zu Beginn hören wir eher ein Wechselspiel zwischen dem Tieftöner und dem Schlagwerker, der es klappern und klirren lässt. Danach steigt Henrik Lasure ins Geschehen ein, verhalten und Klänge mit Pause durchsetzend. Der Musik wohnt dabei eine gewisse Trägheit inne, so als würde eine sommerliche Hitzewelle das Leben verlangsamen.

Gemeinsam erarbeitet wurde „Last Call“: Im Zwiegespräch vernehmen wir anfänglich den Bassisten und den Pianisten. Beide lassen kurze Klangtropfen hören. Dabei gibt es keinen richtigen Spannungsbogen, scheint ein Höhepunkt nicht angesteuert zu werden. Schrill sind die Töne, die wohl der Schlagzeuger durch das Langstreichen seines Sticks an Blechrändern erzeugt. Das lässt kurz aufhorchen, aber das war es dann. Zum Schluss noch ein Wort zu „Crystal Baby“. Mathieu Callejas steht dabei im Fokus, durch Taktaktak und Blechschrillen. Dazu röhrt der Bass von Manolo Cabras, ehe dann gleichsam aus dem Off bedächtiger Tastenfluss wahrnehmbar ist.

Wie auch die anderen Stücke hat man den Eindruck, das Trio verharre in ihren Kompositionen und Improvisationen in der allgegenwärtigen Kontemplation. Klangvolle Eruptionen sind nicht festzustellen. Zu entwickelnde Höhepunkte sind nicht Teil des musikalischen Konzepts. Die Klanglandschaft, die vor dem Hörer ausgebreitet wird, bleibt eben und flach, selbst kleine Klangkuppen sind nicht vorhanden. Das muss man als Konzept wirklich mögen, oder?

eNR097: LOI by Raf Vertessen Quartet
Eric Therer, Jazzaround magazine (15/03/2021)
De l’adolescence de Raf Vertessen passée dans les Flandres, on ne sait rien ou pas grand chose. Sa brève biographie nous indique un déménagement à Brooklyn en 2016, à la fois un point de chute et un point de départ d’une nouvelle aventure, aux côtés de figures tutélaires bienveillantes telles celle des deux Joe : McPhee et Morris. C’est là que notre gaillard prend son envol véritable. Ce premier disque en quartet le voit sceller des relations initiées et nourries au sein de la scène avant-gardiste new-yorkaise. Ainsi, avec la saxophoniste (ténor) Anna Webber, le trompettiste Adam O’Farrill et le contrebassiste Nick Dunston. Batteur inventif, industrieux, Vertessen a de toute évidence été bercé et influencé par la musique émanant de son voisinage immédiat mais aussi celle léguée par le formidable héritage free et progressif des années 60. Oscillant entre élans énergiques et moments plus introspectifs, à l’image de la plage finale d’une grande quiétude retrouvée, il signe l’ensemble des neuf pièces alignées ici. Agé à peine de 27 ans – un âge à la fois miraculeux et fatal en musique – Raf Vertessen aura beaucoup à dire et à remuer dans les années à venir. Ceci n’est qu’un début. Mais un début assurément remarqué et remarquable.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Ferdinand Dupuis-Panther, Jazz'Halo (14/03/2021)
Paul Van Gysegem ist nicht nur Musiker, sondern auch Bildhauer und Maler. So verwundert es nicht, dass das Cover von ihm gestaltet wurde. Es stammt aus der Serie „scores“ aus dem Jahr 2016. Zu sehen sind schlierige über horizontalen Linien, die an Notenlinien denken lassen. Insgesamt scheint die Arbeit der Richtung des Informel zugeordnet werden zu können. Auch an die „Kritzeleien“ von Cy Twombly muss man beim Anblick der Coverkunst denken. Doch im Weiteren soll es nicht um den bildenden Künstler Van Gysegem gehen, sondern um den Kontrabassisten, der sich der freien Improvisation verschrieben hat. Seit 1965 ist er mit verschiedenen Musikern in Belgien aufgetreten, darunter Fred Van Hove und den beiden im jetzigen Quintett vertretenen Musikern Patrick De Groote (trumpet/flügelhorn) und Cel Overberghe (tenor and soprano saxophone). Die Band wird vervollständigt durch den Pianisten Erik Vermeulen und den Perkussionisten Marek Patrman. Zu erwähnen ist außerdem, dass Van Gysegem Mitbegründer des Avantgarde-Jazz-Festivals auf dem Gravensteen (Gent) war.

Aus den Liner Notes von Guy Peters scheint mir nachstehende Bemerkung besonders erwähnenswert: „Don't judge a man by the size of his discography. Paul Van Gysegem can only be heard on a handful of releases, but he played a crucial role in the development and visibility of improvised music in Belgium. More than half a century ago, he started inviting international heavyweights to Ghent and performed with many of them. Aorta, recorded by his Sextet in 1971, was one of the key documents of that turbulent era and was rightfully reissued by French Futura label in 2011. However, let's not focus too much on accomplishments of the past. As the music on this new album confirms, Van Gysegem has never been one to look back on the 'good old days' and rehash what has been done before.“

Nach langer Zeit liegt nun Van Gysegems neuestes musikalische Werk als CD und als Vinyl vor. Und die Fachpresse ist voll des Lobes: "De leider zelf imponeert met sonoor strijkwerk en solistische bijdragen die ademen. Hij plaatst zich hiermee in een categorie van leeftijdsgenoten als Barre Phillips of de onlangs overleden Gary Peacock." [Herman te Loo, Jazzflits NL nummer 353 p.11 (08/03/2021)] Und eine andere Stimme: "Deze cd is dus een absolute aanrader, puur luistergenot ! Voor mij al cd van het jaar 2021, en er zal veel moeten gebeuren om deze te overtreffen!" [Kris Vanderstraeten, Jazzepoes (08/02/2021)]

„Haaks“ und „Brisk“ sind zu Beginn des Albums zu hören. Des weiteren wurden Titel wie „Shouts“, „Wings“ und „Woodpecker“ eingespielt. Das Titelstück „Square Talks“ bildet den Abschluss des Albums. Alle Kompositionen entstanden im Moment und aus dem Moment heraus und wurden live aufgenommen. Zum harten Schwingen der Saiten vernimmt man bei „Haaks“ eine aufgeregte und aufgebrachte Trompetenstimme. Zwischentöne setzt der Pianist mit energievollen Tastensetzungen. Dazu gibt es ein kurzes Taktaktak des Schlagzeugers. Aufbrausend in der Stimme ist nach wie vor Patrick de Groote, der auf einen in Erdfarben getönten Bass trifft. Zeitweilig „duellieren“ sich Bass und Schlagwerk, als wären sie Ja- und Neinsager. Cel Overberghe tritt mit seinem Holzbläser hinzu, der sich stimmlich hier und da überschlägt. Gelegentlich vernimmt man aber auch weichgezeichnete Saxofonpassagen. In toto klingt das, was wir hören, eher nach Aufschrei, auch in der Melange aller Beteiligten.

Für Beruhigung sorgt nicht einmal der Bass. Wirrwarr wird bis zum letzten Takt zelebriert. Unordnung wird zur Ordnung gemacht, oder? Bewegt und mit gewissen Redundanzen zeigt sich der Pianist Eric Vermeulen in „Brisk“. Man hat im Übrigen den Eindruck, dass nicht nur der Pianist das Bild von rasch dahin ziehenden Cirruswolken malt. Nur der Bassist Van Geysegem setzt auf Bodenständigkeit. So gibt es widerstreitende Stimmen im Ensemble, in dem auch dramatisches Drumming für Bewegung sorgt, mal ganz abgesehen von Cel Overberghe an den Holzbläsern. Im weiteren Verlauf sind es nicht nur Cirruswolken, die wir als Bild aus der Musik destillieren können, sondern auch Windböen, die durch das Kronendach von Laubbäumen streifen. Man hört gleichsam auch die im Wind schwirrenden Oberleitungen. Für eine gewisse Entspannung sorgt der Bassist, knurrend mit tiefer Stimme. Wie ein Rufer, der wichtige Botschaften zu verkünden hat, hört sich Patrick de Groote in „Shouts“ an. „Hört mal her!“ ist der Beginn der Botschaft, in die auch der Saxofonist des Quintetts eingebunden ist. Kurze Entrüstungen hören wir hier, dort eher Beschwichtigungen. Selbst der Pianist, der sich im Diskant versteigt, tritt als Mahner und Rufer auf, wenn auch nicht so lautstark wie der Trompeter und der Saxofonist des Ensembles. Zwischenspiele des Pianisten Eric Vermeulen bringen Entspannung mit linearen Klanglinien.

Atemrauschen spielt bei „Wings“ eine nicht unwesentliche Rolle im Klanggemälde. Dieses Rauschen endet in hochtönigen Klangeruptionen, zu denen der Bassist tiefe Akzente setzt. Aus dem Rauschen kristallisiert sich schließlich eine lineare Trompetenstimme heraus, ehe dann Eric Vermeulen rinnende und sprudelnde Klangelemente aneinanderfügt. An „Flügel“ und „Fliegen“ – so wie es der Titel verheißt – muss man beim Zuhören nicht unbedingt denken. Bei „Woodpecker“ lauscht man nicht dem distinkten Klopfgeräusch, das der Specht bei der Nahrungssuche macht, und wenn dann nur gelegentlich, dank des Bassisten. Stattdessen hören wir einen röhrenden Bass und das Tastenrinnsal, das uns Eric Vermeulen präsentiert. Zudem hören wir ein nervöses Saitenzupfen. Nur mit viel Fantasie kann man im weiteren Spiel von Vermeulen das Tok-Tok des mit dem spitzen Schnabel in die Baumrinde schlagenden Spechts vernehmen. Sirrend äußert sich Patrick de Groote mit gedämpfter Trompete. Aber wo ist der Specht? Zum Schluss verstricken sich die Musiker in „Square Talks“. Doch was sind eigentlich „Quadratische Gespräche bzw. Platzgespräche“? Die Bläser sind lautstark und überschlagen sich in ihrem Sprechfluss. Eric Vermeulen scheint mit seinen akzentuierten Tastenklängen auf Bedacht hin orientiert. Derweil scheinen sich die beiden Bläser nicht grün zu sein. Rede und Gegenrede wechseln sich ab. Argumentationsfäden werden gesponnen, ob nachvollziehbar oder auch nicht. Irgendwann beruhigt sich der Bläserzwist und es ist an Eric Vermeulen zu reden. Doch dazu hat er nur kurz Gelegenheit, ehe dann wieder die Bläser am Zuge sind. Insgesamt hat man das Bild vor Augen, dass nicht miteinander gesprochen wird, sondern gegeneinander.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Eddy Westveer, Jazzradar Nederland (14/03/2021)
Paul Van Gysegem heeft vanuit zijn veelzijdige persoonlijkheid een manier gevonden om de actuele jazzmuziek te verweven met zijn werk als kunstschilder en beeldhouwer. De vormentaal die hij hanteert staat dicht bij de geest en de structuur – de manier van denken – van de muziek die hij speelt. In de geïmproviseerde muziek vindt hij het belangrijk om een verwante ingesteldheid te ontdekken bij hen die samenkomen om muziek te maken. Hij geeft vanaf 1965 als bassist talrijke concerten in zowat heel België en richt in de loop der jaren ook meerdere groepen op met wisselende bezettingen. Hij is medebezieler van de Avant Garde Jazzfestivals in het Gentse Gravensteen eind jaren ‘60 en van vele Jazzconcerten. Hij musiceert samen met Belgische toonaangevende muzikanten alsook buitenlandse markante jazzmusici waarmee hij een nauwe band heeft (bv. Fred Van Hove) of had (bv. Mal Waldron).

DOMMELHOF
De Dommelhof met de ambtelijke en weinig uitnodigende toevoeging “Provinciaal Domein” is de instelling voor podiumkunsten, cultuur en sport van de Belgische provincie Limburg. Het enigszins besloten complex herbergt onder meer theater-, vergader-, expositie- en repetitieruimte plus verblijfsgebouwen met restaurant en hotelfaciliteiten. Ook het omliggende klankenbos behoort tot Dommelhof. Tussen de bomen ligt daar een unieke verzameling spannende klankinstallaties verborgen. De 17 installaties van internationale klankkunstenaars staan verspreid in het Provinciaal Domein Dommelhof en hebben tot de verbeelding sprekende titels: Aandacht, Composed Nature, Fluisteroren, Houses Of Sound, Muziekdozen, Oor van Noach en Schwungbumm om er maar eens wat te noemen.

JAZZ CASE
Gepassioneerd jazzliefhebber en -fotograaf Cees van de Ven organiseert er sinds 2006 zijn JazzCase-concerten. Bij JazzCase ontstonden fraaie samenwerkingen doordat muzikanten vaak in residentie verbleven. Het accent bij deze concerten lag vooral op de avontuurlijke muziek. En daarmee zijn we in deze uitgebreide inleiding beland bij de oudste (85) actieve improvisator in Vlaanderen –Paul Van Gysegem– die met de opname Aorta (1971) met zijn sextet met o.a. Pierre Courbois en Jasper van ’t Hof de Europese improvisatie op de internationale kaart zette. En vijftig jaar na dato heeft de muziek van zijn Quintet aan zeggingskracht niet ingeboet. De op 8 februari 2021 gereleasde Square Talks werd live opgenomen op 19 september 2019 op het podium van Dommelhof in Neerpelt. Met geestverwanten Cel Overberghe op saxen, Patrick De Groote op trompet en flugelhorn, de gelauwerde pianist Erik Vermeulen en slagwerker Marek Patrman klinkt deze opname misschien wel als in de nieuwsgierige begintijd van de free-jazz. De nummers die ter plekke ontstonden zullen nooit meer hetzelfde klinken. De acht nummers klinken vreedzaam en beeldend (Woodpecker), dan weer donker en onheilspellend (Shouts), maar altijd op zoek naar de volgende noot, naar nieuwe muzikale routes en het contact met de andere muzikanten. Het verloop van de muziek is vaak onvoorspelbaar en wispelturig (Haaks). De interactie tussen de muzikanten is altijd spontaan en onderzoekend op het scherp van de snede. Samenwerking is het uitgangspunt in alle nummers. Subtiele en korte solo’s gaan snel weer over in samenspel. Van Gysegem bepaalt met een zachte basmelodie vaak de atmosfeer en laat de luisteraar zich inleven in de ziel van de scheppende muzikant (Melancholia).

Beoordeel een man niet op de omvang van zijn discografie. Paul Van Gysegem is slechts op een handvol releases te horen, maar hij speelde een cruciale rol in de ontwikkeling en zichtbaarheid van geïmproviseerde muziek in België. Met Square Talks deelt hij een prachtig concert!

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
United Mutations (13/03/2021)
September 19, 2019, the Paul Van Gysegem Quintet performed at JazzCase at the Dommelhof in Pelt, Belgium.
Next to Paul Van Gysegem (double bass), the ensemble featured Cel Overberghe (tenor and soprano sax), Patrick De Groote (trumpet and flügelhorn), Erik Vermeulen (piano) and Marek Patrman (percussion and trumpet).

This is improvised music at its best. Spontaneous, interacting, both giving and taking space. Beautiful.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Jacques Prouvost, Jazzques (11/03/2021)
The best way to listen to a free jazz record is to start from the beginning. It seems obvious. But that's my theory to understand, follow and let myself be surprised by getting a foot not possible. Still, of course, musicians need to get along, talk to each other, exchange, build, deconstruct, doubt, get lost, get back together...
Well, with "Square Talks", Paul Van Gysegem quintet album, this is what happens. And it's enjoyable!
So let's start from the beginning. The 85-year-old double bass player (who was one of the pioneers, at the time, of this music in Belgium) launches the first notes on which his old accomplice, trumpeter Patrick De Groote bounces. Then come join them Cel Overberghe (other monument) at the raging sax or nervous and pinch soprano, then Marek Patrman at drums and the untenable pianist Erik Vermeulen, more inspired than ever. It's popping everywhere!
Recorded live at JazzCase in Pelt, the quintet unfolds spontaneous compositions and improvisation as incandescent as unlikely with an amazing verve. Nothing can stop these five!
Ideas - not as abstract as one might imagine - follow each other. Every track, to evocative tracks, - from "Haaks" to ′"Melancholia (for Joske)" (the most ′"jazz" of them all) to "Brisk", "Shouts" or "On The Edges" - are built in straight up. Instant Creation! Freedom! Trance!
And we end with the explosive "Square Talks" where everything is (even more) allowed!
This album, witnessing an indestructible feist, takes you to the guts from start to finish! And it's amazing!

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Herman te Loo, Jazzflits NL nummer 353 p.11 (08/03/2021)
Bij velen zal de naam van de Belgische bassist Paul van Gysegem geen luide bellen doen rinkelen. Behalve een heruitgave, in 2011 van een lp (‘Aorta’ uit 1971) en een cd uit 2017 (‘Boundless’), is er op plaat weinig van hem te horen. Maar wie hem op ‘Square Talks’ met zijn kwintet aan de slag hoort, kan niet anders dan concluderen dat de tachtiger een formidabel instrumentalist is. Voor het album (live opgenomen in Neerpelt in 2019) omringde hij zich met twee generatiegenoten (trompettist Patrick de Groote en saxofonist Cel Overberghe) en twee relatieve ‘jonkies’: pianist Erik Vermeulen (61) en drummer Marek Patrman (50). In hun geheel geïmproviseerde muziek doen ze wat je van zulke ervaren muzikanten mag verwachten: heel goed naar elkaar luisteren. Het vijftal laat elkaar aan het woord en gaat niet woest tekeer zoals je dat in de hoogtijdagen van de free jazz zou verwachten. Bovendien etaleert de groep een fraai gevoel voor lyriek, waarbij vooral De Groote het voortouw neemt. Een warme, vocale trompetstijl, waar geen enkel embouchureprobleem vat op lijkt te hebben gekregen. Helaas geldt dat niet voor het sopraan-saxspel van Overberghe, dat af en toe over het randje van de zuiverheid gaat. Op tenor is hij wel degelijk een krachtige blazer die met brede streken zijn verhaal schildert. Vermeulen is al jaren een lyrische grootheid in de Belgische jazz en de drumpartner uit zijn trio, Patrman, weet hij blindelings te vinden. De leider zelf imponeert met sonoor strijkwerk en solistische bijdragen die ademen. Hij plaatst zich hiermee in een categorie van leeftijdsgenoten als Barre Phillips of de onlangs overleden Gary Peacock.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Eyal Hareuveni, Salt Peanuts (07/03/2021)
The trio lauroshilau – Belgian alto sax player Audrey Lauro and sound artist and toy piano player Pak Yan Lau (who has roots in Hong Kong) and Japanese, France-based drummer Yuko Oshima, explores highly personal strategies to free-improvisation, ranging from minimalist and electro-acoustic, ambient soundscapes to free-form bursts of energy. The trio was founded in 2013 and «Live in Padova» is the sophomore album of the trio, following the self-titled debut album (Creative Sources, 2014), and was recorded live at Centro d'Arte Padova in November 2018.

Lauro has a wealth of experience in the Belgian experimental music scene, having played with Marc Ribot, Veryan Weston, Peter Evans, Carlos Zingaro and Sabu Toyozumi. Pak Yan Lau has shared music with wonderful musicians such as Chris Corsano, Akira Sakata, Mette Rasmussen, Eve Risser. These gifted improvisers refuse to surrender to any established music form or convention, but follow their very own strong but enigmatic logic, simply letting the music happen.

The 40-minute piece negotiates patiently and slowly with silence, extended breathing techniques and other extended percussive techniques and subtle, mysterious sounds, often sketching tense cinematic narratives. This bewitching piece develops, shifts and morphs in an organic flow between quiet and contemplative segments and restless, disquieting ones, stressing highly attentive and conversational interplay, and with a strong focus on timbre and pure sound. The live setting, as well as the profound, mutual understanding of Lauro, Yan Lau and Oshima, promises that every sound seems inevitable and beautifully strange, and all these sounds accumulate into fascinating labyrinthine textures.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Guillaume Belhomme, Le Son du Grisli FR (07/03/2021)
Avec Audrey Lauro (saxophone alto et préparations) et Pak Yan Lau (piano-jouets, synthétiseurs et électronique), Yuko Oshima forme Lauroshilau, formation-valise, de ces valises qui auraient ému Petiot : imaginez, trois corps à l'intérieur. C'est ainsi un trio qui fut enregistré le 30 novembre 2018 au Centre d'Arte de Padoue.

C'est ici la seconde référence de la discographie du trio. Les toiles que tendent l'électronique et les éléments de batterie invitent à prendre dès le début de l'improvisation un peu de distance avec l'écoute même. Les sons prendront place autour d'elle : fonte, approche, fuite, toutes en équilibre, et qui tournent. Ici et là, les trois musiciennes se permettent une incartade : c'est d'abord le saxophone qui invective, puis un tambour qui gronde, enfin l'électronique qui avale l'entière composition. Si les cartes n'en sont pas brouillées, elles s'envolent. Nous les regardons retomber, disparaître.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Cees van de Ven, Draai om je Oren (05/03/2021)
Met Lauroshilau visa versa Mars
De cd schuift in mijn speler juist op het moment dat Marsrover Perseverance geland is op Mars. Deze gaat de komende jaren ondermeer op zoek naar sporen van vroeger leven. Spannend !
Over consistentie gesproken, wat een toeval. Vanaf het begin van de cd is de associatie van wat je hoort en de verbeelding van het desolate Marsoppervlakte langdurig aanwezig.

Het onbekende, vreemde en spannende van deze missie en wat het nog teweeg gaat brengen is ook van toepassing op wat deze muzikale thriller met je doet.

Het is fascinerend dat je in deze lange soundscape totaal geen behoefte hebt te weten welk instrument je hoort maar enkel gefocust bent op geluid, klankbeeld en de subtiele detailleringen ervan. Minimal electro acoustic soundscapes met doorzicht en fijnzinnige, zachtaardige geluiden allerhand. Pure schoonheid !

Hoewel je dit concert maar wát graag live had willen meebeleven, maakt de door Giovanni Di Domenico uitstekend gemasterde cd je aangenaam deelgenoot van wat de musici aan saamhorigheid, intense interacties en empathie tot stand hebben gebracht.

Na ruim veertig minuten land je, een zalige muzikale belevenis rijker, weer terug op aarde.

Wederom een parel in de el Negocito Record collectie.

eNR095: s/t by Bloom
Dani Heyvaert, Rootstime (04/03/2021)
Voor een niet-kenner als ondergetekende, is dit een nieuwe naam. Mensen die het wereldje wel kennen, weten dat dit vijftal enkele jaren geleden al een mini’tje uitbrachten met dezelfde titel en dezelfde hoes, maar niemand zal het me kwalijk nemen, als ik deze full-CD als “debuut” bestempel. Enfin, dat hoop ik toch…

Bloom is de groepsnaam waarachter zich vijf mensen uit de impro-scene schuilhouden. Eentje van hen, gitarist Quetin Stokart, kan je kennen van bij Edi Olvitt of als kompaan van Tom Malmendier en Frans Van Isacker. Hij is op deze plaat verantwoordelijk voor de even nummer, terwijl de oneven nummers het resultaat zijn van collectieve improvisaties van alle bandleden samen. Op tenorsax is er Bruno Grollet, in wiens Quartet Stokart ook gitaar speelt. Altsax en basklarinet zijn in handen van Clément Dechambre en aan de bas bepaalt Manolo Cabras het verloop der gebeurtenissen. Zijn naam kennen we dan weer van bij zijn eigen Quartet en van opnames met Lynn Cassiers, Eve Beuvens en Erik Vermeulen, terwijl we drummer Alain Deval wel eens aan het werk zagen met Toine Thijs en destijds met Collapse. Best wel wat ervaring bijeen dus en dat uitte zich die 17de en 18de april van 2019, toe de vijf in Werkhuis Walter aan de slag gingen, eerst met de zes composities van Stokart en gaandeweg, om niet te zeggen tussendoor, sloeg de collectieve impro-bacil toe en daaruit resulteerden nog eens vijf -eerder korte- stukken, zodat de hele oogst precies de twee kanten van een elpee vult.

Ik vermeldde het al; de nummers van Stokart worden netjes met de collectieve improvisaties afgewisseld en dat doet de plaat veel goed. Je mag immers niet onderschatten welke inspanning muziek als deze vergt van de luisteraar. Opener “De Nouveau” lijkt een beetje op de openingstoespraakjes, die je wel eens hoort bij een vormingssessie: iedereen stelt zich voor, het afsprakenkader wordt overlopen en zodra alles voor iedereen duidelijk is, worden de echte werkzaamheden aangevat. Op het collectieve vlak is dat “Monotone” een flikkerende, hyperkinetische track die zijn titel niet helemaal gestolen heeft. Dat is trouwens iets wat ik me al langer afvraag: hoe verzint een artiest een titel voor iets dat hij net gecomponeerd heeft? Bij “Kimchi” kan ik mij iets Koreaans voorstellen, maar “tuft”, “Kale”, “Hum” en “Chi”…? Ik ken dan weer wel net voldoende Luikse dialectwoorden om te weten dat “Tchinisse” zoveel betekent als “klein dinhetje”, iet wat zeker gepast is voor een nummertje van nauwelijks 76 seconden.

Soit, dat neemt allemaal niet weg dat de vijf heren enkele heel straffe dingen ineen wisten te draaien: dat lijken in het begin momentopnames of snapshots te zijn, maar als je een paar keer opnieuw luistert, merk je dat de dingen toch iets geraffineerder ineen zitten dan dat. De vijf zijn weliswaar ieder met zijn eigen ding bezig, maar ze verliezen nooit uit het oog dat het uiteindelijk om het groepsresultaat zal draaien en dat ze dus best als één team spelen. Dat doen ze en zo leveren ze een heel fijne, absoluut niet te moeilijke plaat af, die uitnodigt om de band live te gaan bekijken.

eNR098: live at Padova by lauroshilau
Dani Heyvaert, Rootstime (04/03/2021)
Een van de vele, vaak al te goed bewaarde geheimen uit de Belgische jazz-scene bestaat uit drie dames die vanuit Brussel langzaamaan bezig zijn zich naar de wereldtop van de improvisatiewereld te spelen. Saxofoniste Audrey Lauro, drumster Yuko Oshima en toetseniste Pak Yan Lau zijn van die typische muzikale duizendpoten, die in meerdere projecten te bekijken en beluisteren zijn, en dus af en toe ook samen optreden. Dat gebeurde dus ook die30ste november 2018, toen ze aan de slag waren in de Centro d’Arte in het Italiaanse Padua. Dat concert werd opgenomen en bleef in de lade liggen tot ergens in mei 2020 iemand aan de masters begon te werken en nu, een dik half jaar later het Gentse El Negocito Records -huis van vertrouwen voor muzikanten die ver van de platgetreden paden actief zijn- de plaat uitbrengt.

Eén nummer slechts op de CD, maar dan wel eentje van ruim 42 minuten, waarin de drie muzikanten , zonder zich aan enig vormvoorschrift te houden, een heel eigen muzikale taal weten te ontwikkelen. Dat schuurt en wringt, dat streelt en bijt, dat doet vanalles, maar het resultaat is wel heel bijzonder: beginnend bij een minimale electro-akoestische soundscape, wordt langzaam toegewerkt naar een uitbarsting van energie, die al evenmin aan vormvereisten lijkt te voldoen, aar die wonderwel de weg bereiden voor enkele ronduit raadselachtige passages, waarin klanken en stiltes vrolijk over elkaar heen buitelen.

Voor veel mensen zal dit als “herrie” overkomen, maar wie wil luisteren, zal ontdekken dat de drie zorgvuldig het stuk opbouwen en een spanningsboog weten te creëren, die een heus muzikaal verhaal overspant. Doordat het hier om live-opnames gaat, ben je als luisteraar getuige van iets heel bijzonders: er is de interactie tussen de drie muzikanten, die elkaar blindelings lijken aan te voelen, maar er is evengoed de onuitgesproken interactie met het publiek. Kennelijk voelen de muzikanten dat dat publiek verwachtingen heeft en spelen ze in op het aanvoelen dat zij van die verwachtingen hebben.

Dat subtiele, haast onmerkbare en bij momenten nauwelijks hoorbare samenspel van elementen -je voélt als het ware hoezeer de aanwezige luisteraars op het puntje van hun stoel zitten- leidt tot een heel bijzondere luisterbeleving. Dit is 42 minuten haast ademloos luisteren, want als je even niet oplet ben je één of andere noot of lijn kwijt en je moet dit dus meermaals kunnen beluisteren, voor je de hele gebeurtenis doorhebt. Jammer genoeg is dit geen DVD geworden, want ik ben er van overtuigd dat ook het visuele aspect nog voor een extra had kunnen zorgen.

eNR107: s/t by Orange Moon
Bart Cornand, Knack Magazine (03/03/2021)
Toen in het najaar de gordijnen van de Belgische podia opnieuw werden dichtgetrokken, verdwenen ettelijke projecten in de plooien van de geschiedenis. Zo verging het ook Orange Moon, een album van het trio Hendrik Lasure (piano), Manolo Cabras (contrabas) en Mathieu Calleja (drums). Omdat dat al te jammer is, leggen wij de tijd even in een lus. Orange Moon laat namelijk een andere Lasure horen, weg van de speelse tegendraadsheid van zijn band Schntzl. Cabras en Calleja maken in de jonge Bruggeling een zin voor lyriek wakker die we niet van hem hadden verwacht. Luister naar zijn compositie Viscositeit, de perfecte opener met zo veel gravitas dat je de plaat gegarandeerd wilt uitzitten tot het einde. Kortom, een uitstekende band die een tweede kans verdient. Misschien wel op een beroemd jazzfestival in - we zullen voorzichtig zijn - midden augustus?

eNR097: LOI by Raf Vertessen Quartet
Ken Waxman, Jazzword.com Canada (26/02/2021)
Shining example of modern mainstream improv except for those who figure Jazz evolution ceased around 1960, this maiden voyage by Belgium-born, Brooklyn-based drummer Raf Vertessen showcases his compositional skills as much as his drumming. That's serendipitous since the drummer, who has also worked with the likes of Ches Smith and Ingrid Laubrock is a colorist rather than a basher.

His choice of associates shows his good taste as well. Trumpeter Adam O' Farrill and bassist Nick Dunston are busy with many New York ensembles, as is tenor saxophonist Anna Webber, who additionally leads her bands. Actually a suite rather than a collection of random tunes, each of the performances blends into and sets up the subsequent tracks. Rambling and harmonized the group moves at various tempi exposing flashes of capillary high pitches and reed slurs, string clumps and woody drum splats, rumbles, rim shots and cymbal claps. Attaining more unity as the program evolves, mid-range bass string rubs and drum bounces help amplify more exploratory impulses from the horn players encompassing contrapuntal variants from top-of-range whistles and renal scoops from Weber that explode into glossolalia met by O'Farrill's packed flutter tonguing. The place-marking stop-time march that is "FAKE" accents the dramatic elation that characterizes the second half of the suite.

Climax and resolution comes with "Cardinali 2+3" and "#2", the final tracks, as brassy whines and reed split tones move up and down the scale finally reaching concordance when Webber's double tongued exposition joins with O'Farrill's sharp arpeggios and Vertessen's cymbal slaps and drum clumps. This turns the melancholy theme into a final expression of up-tempo triumph. That noun could probably define LOI in general. Hopefully soon there will be a follow-up to this impressive debut.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Le Focus Vif (25/02/2021)
apreciation 10 Né aux États-Unis au début des années 60, le free jazz a bouleversé tout ce que l'on savait de la musique afro-américaine. Très vite, l'Europe apportera sa pierre à un édifice toujours vivace et auquel la Belgique a contribué, comme le démontre cet album live où l'on retrouve trois musiciens qui bousculèrent leur époque. Le leader et bassiste du groupe Paul Van Gysegem, le (merveilleux) saxophoniste Cel Overberghe et le trompettiste, Patrick De Groote -trio dont l'âge cumulé atteint aujourd'hui presque deux siècles et demi- en furent les pionniers inventifs. Square Talks, capté sur scène en 2019, est une merveille aussi surprenante qu'inattendue. Surprenante car loin de se livrer à un revival free, les trois fantastiques s'y réinventent sans renier ce qu'ils furent. Inattendue parce que sous la forme de compositions instantanées, ils ont enfanté, ici, d'une musique libre à la musicalité tout bonnement enthousiasmante. Complété par les talentueux Marek Patrman (batterie) et Erik Vermeulen (piano), le quintette nous offre avec Square Talks rien de moins que le premier chef-d'oeuvre discographique de cette année.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Tijs Delacroix, Dansende Beren (20/02/2021)
The gift that keeps on giving: de Belgische jazzscene. Vooraleer je het weet, is er in een oogwenk een nieuwe formatie opgestaan. Ditmaal presenteren wij je op een stijlvol dienblad het project rond veelgevraagd gitarist Artan Buleshkaj: Anemic Cinema. Een broeierige mix van modern klassiek, metal en (vrij) geïmproviseerde muziek. Buleshkaj laat zich in dit project omringen door drie van de meest avontuurlijke jonge muzikanten uit de Belgische jazz/impro-scene: Rob Banken (altsaxofoon, klarinet), Steven Delannoye (tenorsaxofoon, basklarinet) en Matthias de Waele (drums).

Debuutsingle "Solenoid Creatures" begint wat als een duistere metaltrack, krakende frequenties, wachtend op een rammende drum en schorschreeuwende grunt. Dit verwachtingspatroon lost de band niet in, want na welgeteld tien seconden rolt er een wall of basloze-sound uit onze luidsprekers. Basloos, zeg je? Een bewuste zet van de band om zichzelf zo uit te dagen om de andere instrumenten het van fundament van een traditioneel basinstrument op zich te laten nemen. Op deze single is er van muzikale bloedarmoede (vertaling: anemic) helemaal geen sprake; fragmentarisch- en improgewijs horen we ruim vier minuten lang een stevige, volle brok freejazz. Kernmerkend in deze track is de vervaarlijke tweestrijd tussen de vettige, vuile gitaarsound en de kermende sax en klarinet. Een strijd die pittig lang standhoudt zonder aan intensiteit in te boeten.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Georges Tonla Briquet, Jazzenzo jazzmagazine Nederland (19/02/2021)
Stel, je leest een boek over de verscheurde kunstschilder Francis Bacon en je hebt daarbij nood aan een passende soundtrack. Deze ‘Square Talks’ van contrabassist Paul Van Gysegem en zijn kwintet is precies dat.

Wat losse basnoten, trompettist Patrick De Groote die zijn verhaal schoorvoetend afsteekt en een eerste vinnige uitwisseling met pianist Erik Vermeulen. Om beurten argumenteren ze hun standpunt en gunnen ze elkaar wat denktijd. Saxofonist Cel Overberghe stapt naar voren als moderator met extra themapunten, aanvankelijk bedaard maar nadien toch wel geanimeerder.

Alhoewel af en toe heel scherp, chargeren de vijf betrokkenen nooit om hun gesprekspartners volledig in de hoek te duwen. Ze houden zich weliswaar niet aan de traditionele regels van een huiselijk gesprek maar suggereren aan de lopende band bizarre aanverwante ideeën, liefst op de meest onverwachte momenten. Aan de anderen om hun akkoord te betuigen of hier regelrecht tegenin te gaan. Op die manier maakt het rationele van de traditionele jazzetiquette plaats voor de ongebonden stellingnames van de improvisatie.

Assertief maar nooit agressief, verontrustend maar nooit puur choquerend, rauw en bruut maar tevens verlucht met een eigenzinnige poëtica, verwrongen maar ook met plotse rechtlijnige structuren. Inhoud primeert sowieso op de vorm. Vijf heren die de taal van de improvisatie beleven zoals het hoort: ze zijn zowel uitvoerder als luisteraar. Het blijft zo dat een geluidsdrager deze kunstvorm kadreert en beperkt. De live beleving in het moment zelf blijft de aangewezen manier om hier optimaal van te genieten.

Dat was het geval op 19 september 2019 in de JazzCase-Dommelhof voor deze ‘Square Talks’. Helaas zal dat niet meer mogelijk zijn wegens het definitief sluiten van dit podium in het Belgische Neerpelt. Een waardig souvenir aan een legendarische plek.

eNR103: s/t by Anemic Cinema
Marc Alenus, daPremière daMusic Telex (19/02/2021)
Artan Buleshkaj, gitarist bij o.a. H A S T en Madame Blavatsky legt ook nog muzikale eieren met eigen groep Anemic Cinema met Rob Banken van H A S T op altsaxofoon en klarinet, Steven Delannoye op tenorsax en basklarinet, Matthias de Waele op drums en hijzelf op baritongitaar.

Op 2 april debuteert dat kwartet met een ep die ook de naam van de band draagt. Daarop combineren de vier improvisaties, hedendaagse klassieke muziek en... metal. Maar door het ontbreken van een conventioneel basinstrument worden de muzikanten uitgedaagd en geprikkeld.

Waartoe dat leidt, verraadt de eerste single Solenoid Creatures. Deze wezens laten zich duidelijk niet temmen. Ze grommen en knappen, kronkelen rond elkaar heen en bijten in de eigen staart om dan weer poeslief en verleidelijk om een aaitje te bedelen.

Toch maar op je vingers letten! Wij mogen als eersten de kooi open zetten:

eNR107: s/t by Orange Moon
Ben Taffijn, Nieuwe Noten Nederland (18/02/2021)
Maar laten we beginnen met het titelloze debuut van Orange Moon, ofwel pianist Hendrik Lasure, bassist Manolo Cabras en drummer Mathieu Calleja. Wat direct al opvalt is dat dit trio een neutrale naam draagt en niet die van de pianist, iets wat we bij pianotrio’s nogal eens tegenkomen, verder leverden ook alle drie de leden composities. En dat hoor je terug in de muziek, waarin de rolverdeling zeer gelijkwaardig is. Verder valt op dat het allemaal zeer ingetogen, dromerige stukken zijn. Lesure’s speelt afgewogen, zijn bijdrage nauwkeurig doserend, Cabras vinden we melodieus plukkend aan zijn bas, hij heeft weinig noten nodig om te zingen, zie ‘Andante No2’. Iets dat we ook kunnen zeggen van Calleja, in de meeste gevallen beroert hij zijn trommels nauwelijks, met als mooi voorbeeld ‘Moulin Le Retour’. Muziek dus die uitstekend past bij deze maanden van mistroostigheid, regen, wind en lockdowns. Orange Moon houdt ons overeind.

el NEGOCITO Records
Ben Taffijn, Nieuwe Noten Nederland (18/02/2021)
De Belgische jazz staat in volle bloei, dat merkten we reeds eerder op. En dat ondanks het feit dat ook daar de musici natuurlijk zwaar zijn getroffen ten gevolge van alle beperkingen. Cd’s worden er gelukkig nog wel gemaakt, bijvoorbeeld door het onvolprezen El Negocito, dat eigenzinnige label uit Gent.

eNR097: LOI by Raf Vertessen Quartet
Ben Taffijn, Nieuwe Noten Nederland (18/02/2021)
Raf Vertessen verruilde in 2016 België voor de VS en kwam terecht in Brooklyn, New York. Vandaar dat we op het in de Loft in Keulen opgenomen ‘LOI’ tenorsaxofoniste Anna Webber tegenkomen, trompettist Adam O’Farrill en bassist Nick Dunston. Het titelstuk, ‘LOI’ klinkt direct al prachtig strak maar ook zeer spannend: hier staat iets te gebeuren! Een belofte die na een vrij ingetogen frase, let hier op de bijdrages van de blazers, volledig wordt ingelost. Als het vuurwerk dan los breekt, is het ook niet meer te stuiten. Een patroon dat we ook in ‘#4’ ontwaren, hier na trillende blazerslijnen, waarbij het geluid veel wegheeft van een zwerm insekten. Het gaat over in een schroeiende spanning, bijna stroef slagwerk van Vertessen, gruizig spel van Dunstun en heftige klanken van de blazers. Wat het meest kenmerkende is aan dit album is die strakke wijze waarop Vertessen zijn nummers vormgeeft. Het zit in de groove die deze drummer, samen met Dunston creëert, maar vooral ook in de blazers, die opvallend vaak unisono optrekken. Naast de voorgaande stukken moet in dit verband ook ‘FAKE 3:7’ worden genoemd. Het begin van ‘Layers’ is in feite een klanksculptuur, elektronica wordt hier niet ingezet, maar de klankwereld doet er zeker aan denken. Dan zetten de blazers in met repetitieve patronen, vooral de bijdrage van O’Farrill, met demper valt daarbij, op en loopt het tempo gestaag op.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Ben Taffijn, Nieuwe Noten Nederland (18/02/2021)
‘Square Talks’ is een tribuut aan de man die JazzCase mogelijk maakte: Cees van de Ven. Een beter album om die tien jaar te gedenken is moeilijk denkbaar want dit was in alle opzichten een memorabel concert. Ik prijs mijzelf nog altijd gelukkig dat ik erbij kon zijn die avond in september 2019. In de eerste plaats memorabel omdat daar met bassist Paul van Gysegem, trompettist Patrick de Groote en saxofonist Cel Overberghe drie iconische musici op het podium stonden, alle drie gaven ze mede vorm aan de Belgische avant-garde van de late jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. En in de tweede plaats om de wijze van musiceren van dit kwintet, verder bestaand uit pianist Erik Vermeulen en percussionist Marek Patrman en die ik destijds beschreef als: “een taal die gericht is op de schoonheid van de klank, het leggen van verbindingen, het zoeken naar nieuwe wegen in het nu en waarbij het zoeken van de schijnwerpers volledig afwezig is. Egoloze muziek.” Ach, ik ga het allemaal hier niet herhalen, lees het terug, beluister dit album en oordeel vooral zelf.

eNR093: Rorschach
Herman te Loo, Jazzflits Nederland nummer 352 p.17 (16/02/2021)
Dat de Rohrschachtest, waaraan dit kwartet zijn naam dankt, dit jaar zijn honderdjarig bestaan viert, is vermoedelijk toeval. De opnamen van het titelloze debuutalbum vonden namelijk al plaats in de zomer van 2017. De vrije associatie, die de test in gang zou moeten zetten naar aanleiding van een inktvlek op een dubbelgevouwen stuk papier, is natuurlijk een metafoor voor de vrije improvisatie. De zeven stukken op de cd kennen dan ook geen namen van componisten – sterker nog, ze hebben zelfs niet eens een titel. Die mag de luisteraar er zelf bij associëren. Het kwartet van twee pianisten (Seppe Gebruers en Erik Vermeulen) en twee drummers (Eric Thielemans en Marek Patrman) biedt daartoe voldoende gelegenheid, want de muziek is gevarieerd. Zelden stappen de twee instrumentenkoppels in de valkuil van het volspelen. Het geheel blijft open en helder, zelfs in de heftigste Cecil Taylor-achtige passages. Met de op- en afbouw en de dynamiek zit het wel snor, zoals je van deze ervaren improvisatoren mag verwachten. Vaak zoekt het viertal de abstractie op, maar ze schrikken er ook niet voor terug om stuwende ritmes en lyrische momenten in te bouwen. Of de groep het in zich heeft om een ‘working band’ te worden, valt te betwijfelen. Jazzclubs met twee gelijkwaardige vleugels zijn immers niet zo dik gezaaid.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Dani Heyvaert, Rootstime (11/02/2021)
Wat is het fijn, vast te stellen dat Paul Van Gysegem een nieuwe plaat gemaakt heeft! Dat is namelijk niet iets, wat hij om de paar kaar doet: in bijna een halve eeuw, zijn de releases met zijn naam erop, op de vingers van één hand te tellen en toch is hij zowat de deken van de vrije jazz in onze contreien. Hij heeft ongeveer alles en iedereen begeleid, van overal ter wereld en voor jonge muzikanten is zijn werk een ijkpunt, een instituut en met deze plaat bewijst hij alweer hoe terecht die reputatie is. Free jazz, of improvisatie) jazz is werkelijk alleen voor de allergrootsten weggelegd en misschien ligt het daaraan, dat de muziek weleens als “moeilijk” of “hermetisch” weggezet wordt. Ik ga mezelf absoluut niet tot kenner uitroepen, maar mettertijd heb ik wel geleerd dat, naast het technisch vernuft van de uzikant, er voor de luisteraar eigenlijk alleen een “open oor” nodig is om van het genre te kunnen genieten.

Van Gysegem kent zowat de hele wereldscène in zijn vakgebied en dus is het nauwelijks te verwonderen, dat hij, voor de residentie, waar deze plaat het resultaat van is, een kwartet geweldige collega’s wis te strikken om met hem mee te gaan naar het Peltse Dommelhof en daar een week lang op zoek te gaan naar wat vrije improvisatie vandaag zou kunnen betekenen. Naast Van Gysegem zelf en zijn bas, horen we hier dus Cel Overberghe op saxen, de herrezen Patrick De Groote op trompet en flügelhorn, Erik Vermeulen op piano en zijn kompaan Marek Patrman op percussie en één keertje ook op trompet. Dat is een verzameling talent, waar je als luisteraar al bij voorbaat je petje voor afneemt, maar, zodra je de plaat een paar keer gehoord hebt, kun je niet anders dan daar een paar diepe buigingen aan toevoegen.

De kunde van die heren en hun vermogen om wat in hen opkomt ogenblikkelijk in klanken om te zetten, zijn simpelweg indrukwekkend en iets zegt me, dat zulks goeddeels te danken is aan wat je “ervaring” zou kunnen noemen, of “bevrijding”: je hoort en voelt dat dit gezelschap geen vaststaand kader nodig heeft, geen conventies behoeft, om de muziek, inclusief de stiltes, voor zich te laten spreken: elke noot, die de vijf produceren wordt door de anderen met liefde en respect ontvangen en behandeld. De vijf voelen kennelijk ook geen enkele behoefte om individueel te schitteren, al bevat de plaat menig moment, waarop één van hen, of een paar, de ruimte krijgt en inneemt, om geraffineerde en inventieve solo’s neer te zetten, die nochtans nergens het collectieve opzet verstoren. Deze heren communiceren via hun muziek in een taal die je misschien niet bij aanvang beheerst, maar die, na een paar luisterbeurten, helemaal open plooit en niet alleen vernuftig klinkt, maar, jawel, maturiteit en doorleefdheid etaleert.

Acht nummers maken van deze 50 minuten durende verzameling muziekjes een heuse luisterervaring, die misschien ongebruikelijk is in haar vorm, maar net daardoor, of alleszins mede daardoor, bijzonder klinkt en naar (veel) meer doet verlangen. Er zijn best wel wat stukjes op het web terug te vinden, die je een idee kunnen geven van wat de hele plaat voorstelt. Ik zou u aanraden bij opener “Haaks” of bij de afsluitende titeltrack. Wil u echt het neusje van de zalm, zoek dan even “Melancholia (for Joske)” op en dompel jezelf onder in het bijzondere universum van een kwintet dat, zo helemaal aan het begin van dit jaar, een waar meesterwerk neerzet. Paul Van Gysegem is 85 en vijfentachtig is prachtig!

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Jean Claude Vantroyen, Mad Le Soir p.16 (10/02/2021)
Paul Van Gysegem est un peintre et sculpteur renommé. C’est aussi un contrebassiste apprécié. Dans cet album, le premier en tant que leader depuis 50 ans, Van Gysegem, 85 ans, entre-tisse son travail de plasticien et celui de musicien. C’est-à-dire que derrière des structures qui, pour un non-musicien comme moi, paraissent quasiment absentes, il se laisse aller à des improvisations collectives et spontanées avec les potes de son quintet : Cel Overbergh aux sax, Patrick De Groote à la trompette, Erik Vermeulen au piano et Marek Patrman à la batterie. Tous des musiciens avides d’ouverture et d’aventure. Je vous l’avoue, ce jazz libéré des formes et des contraintes me laisse les oreilles froides et peu sensibles. Malgré des fulgurances soudaines et certaines, mon amour du jazz ne va pas jusque-là.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Peter De Backer, de Standaard (09/02/2021) ****
De schoonheid blijft komen.

Nu al tien jaar blijft het Gentse El Negocito Records koppig tegendraadse muziek uitbrengen. Deze cd van bassist (en beeldend kunstenaar) Paul Van Gysegem, zijn eerste onder eigen naam in bijna vijftig (!) jaar, past als gegoten bij de avant-garde-esthetiek van het label. In acht geïmproviseerde stukken, live opgenomen in september 2019 bij Jazzcase (Pelt), gaat Van Gysegem het gesprek aan met Patrick De Groote (trompet), Cel Overberghe (sax), Erik Vermeulen (piano) en Marek Patrman (drums). Dat leidt in het openingsnummer ‘Haaks’ meteen al tot prikkelende conversaties – met De Groote en Overberghe speelde de bassist ook al samen eind jaren 60, toen hij mee de befaamde freejazzfestivals in het Gentse Gravensteen organiseerde. ‘Brisk’ start als een storm, met wervelend pianospel van Vermeulen – de hele cd lang in grote doen. De muziek is vaak hoekig, een zeldzame keer lyrisch – ‘Melancholia’ doet zelfs wat aan ‘Lonely woman’ van Ornette Coleman denken. Boeiende cd waar je bij elke luisterbeurt meer schoonheid in ontdekt.

eNR107: s/t by Orange Moon
Eric Therer, Jazzaroundmag (09/02/2021)
Un premier disque dépourvu de titre en guise de carte de visite pour ce trio qui demeure, pour l’heure inconnu, même si chacun de ses musiciens aligne moult références. Au piano, le Brugeois Hendrik Lasure qui a collaboré, entres autres, avec le quartet d’An Pierlé et le combo pop jazz Bombataz et qui a écrit la musique de plusieurs pièces de théâtre. A la contrebasse, le Sarde Manolo Cabras, établi à Bruxelles et opérant régulièrement aux côtés de Ben Sluijs, Manuel Hermia, Eve Beuvens, Erik Vermeulen, Lynn Cassiers… A la batterie, le Français Mathieu Calleja, également basé à Bruxelles et actif entre autres au sein du collectif de percussions Sysmo. Chacun des trois participe à part égale à la composition de la petite douzaine de morceaux réunis ici. Aucun ne s’arroge un rôle tutorial ou ne cherche à prendre l’ascendant sur les autres. Tout est affaire ici d’équilibre et de respiration. Une démarche qui percole d’ailleurs sur un style aéré et délicat. On a rapproché leur musique de celle émanant des trios de Paul Motian ou de Jimmy Giuffre. Cette comparaison n’est pas sans fondement, elle s’avère même pertinente.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Kris Vanderstraeten, Jazzepoes (08/02/2021)
De prachtige muziek op de cd "Square talk" verdient alle aandacht en muzikale superlatieven die ik in huis heb. Alles is aanwezig : stijl, veel subtiliteit, concentratie, emotie, swing en ruimte, timing, creatieve ideeën en dat allemaal door de grote unieke muzikale verbondenheid tussen deze muzikanten. Ieder van deze acht korte nummers zijn dan ook schitterende juweeltjes ! Dit is geen heftige militante freejazz met schreeuwende blazers ,bonkende pianisten en zwetende drummers. Eerder "onderkoelde" vrije muziek met klare abstracte improvisaties waarin iedere muzikant eigen ruimte tot expressie heeft. Soms hoor ik er zelf een soort soundtrack in voor zwart-wit kunstfilms uit de sixties of seventies ! Bassist Paul Van Gysegem schetst en strijkt sierlijke abstracte lijnen en puntige klanken, met veel intensiteit en gevoel voor detail, zijn ingebeelde partituur is de geweldige schilderij op de kaft van deze cd. Vol vuur, zacht en high pitch glijden de dialogen, solos en abstracte klanken van de creatieve trompet van Patrick De Groote en dito tenor en sopraan saxofonist Cel Overberghe over de prachtig lyrische pianoklanken van pianist Erik Vermeulen, met jazzy touch ! Het fris en zéér subtiel percussiewerk van percussionist Marek Patrman in voortdurende dialoog met de bas schittert met zingende cimbalen, juist geplaatste tikjes en takjes en helder snaar en trommelwerk. (voor mij een ontdekking !) En heel belangrijk ook, is de geweldig mooie live opname van Piet Vermonden, noem hem zesde muzikant van dit quintet.

Deze cd is dus een absolute aanrader, puur luistergenot ! Voor mij al CD van het jaar 2021, en er zal veel moeten gebeuren om deze te overtreffen !

eNR097: LOI by Raf Vertessen Quartet
George W. Harris, Jazz Weekly US (08/02/2021)
Anna Webber plays tenor sax, Adam O’Farrill is on trumpet, Nick Dunston plays the bass with Raf Vertessen leading from the drums on this collection of originals by the stick man. The horns puff like cirrus clouds on the mournful “LOI” and hover with long tones during “#1”. Things get a bit squawky with some mouthpiece musings and tonal trials on “Layers” and the horns get into a Neopolitan traffic jam during the rush hour of “#4” with buzzing, bowing and crashes on fender benders. Some loose Mingusy moments pop up on “Cardinali 2+3” and the team hobbles along like a three legged race to “FAKE 3:7”. Dangling conversations.

eNR079: Square Talks by Paul Van Gysegem Quintet
Pierre Dulieu, Dragonjazz (08/02/2021)
Entrelacer sa musique avec sa propre peinture et/ou sculpture n'est pas une chose banale. C'est pourtant ce que tente de faire régulièrement le contrebassiste Paul Van Gysegem. Surtout connu du grand public pour sa monumentale sculpture à la Station Saint-Pierre à Gand, Paul est aussi une figure importante du jazz avant-gardiste depuis au-moins 1965 ainsi qu'un peintre renommé de formes abstraites qui excitent l'imagination (voir le dessin de la pochette de Square Talks, pensé comme une partition, qui fait partie de la série "Scores").

Pour cet album en quintet avec le saxophoniste Cel Overberghe, le trompettiste Patrick De Groote, le pianiste Erik Vermeulen et le batteur Marek Patrman, le contrebassiste dessine des formes musicales qui émergent lentement du chaos. Sur Haak par exemple, les musiciens agissent comme des sculpteurs qui, partant d'un bloc de pierre brute, révèlent progressivement l'objet qui y était caché. Mais ici, il s'agit d'une œuvre collective, chacun attaquant la matière à sa façon pour finalement contribuer à une forme sonore dense et précise même si elle rend obsolète toute rassurance mélodique et toute tentative de définition.

Ce free-jazz varie d'un titre à l'autre. En dépit de leur déconstruction, certains morceaux accaparent par leur climat apaisé comme Malancholia For Joske qui sonne presque comme un jazz improvisé normal. D'autres comme Shouts, dont le nom affiche clairement les intentions, sont l'expression d'une esthétique radicale qui provoque mais intrigue. D'autres encore, comme Woodpecker, inventent des bruits en se jouent des codes du jazz pour finalement développer une atmosphère évocatrice.

Cette musique abstraite qui conviendrait parfaitement comme bande sonore d'une exposition des œuvres de Paul Van Gysegem plaira surtout aux amateurs de jazz libre ou aux fidèles des galeries d'art contemporain (comme le S.M.A.K. - Stedelijk Museum voor Actuele Kunst - à Gand) qui exposent les secrets et les déchirures du monde réel plutôt que ses apparences visibles.

eNR093: Rorschach
Akim A.j. Willems, Cultuurpakt (02/02/2021)
RORSACH ROERT JE ZIEL (OM)

Achtenveertig Uren

Twee pianisten (Seppe Gebruers en Erik Vermeulen) en twee drummers (Eric Thielemans en Marek Patrman) met een grote voorliefde voor improvisaties sluiten zichzelf gedurende twee dagen (31.07/01.08.'17) op in een studio en wandelen nadien buiten met zeven auditieve vlekken onder de armen waarmee ze je ziel willen omroeren en naar de donkerste plekken in brein willen peilen.

Doe-Het-Zelfhulp

De in 1921 in de psychiatrie geïntroduceerde Rorschach-test bestaat uit tien platen met inktvlekpatronen waar patiënten vrij bij moeten associëren; de psycholoog of psychiater van dienst interpreteert op zijn beurt die associaties.

"Rorschach" telt slechts zeven auditieve vlekken, maar vergis u niet: het is minstens evenveel een psychologische test dan een cd om te beluisteren.

De zeven tracks op "Rorschach" bleven titelloos. "Please, title the music pieces with your own associations. Thanks." staat er op de achterzijde van de hoes. Wij trokken onze schoenen uit, legden ons op de fauteuil en vroegen onze psy om op 'play' te drukken.

eNR096: Impermanent by Daniele Martini Quartet
Akim A.j. Willems, Cultuurpakt (28/01/2021)
JAZZ ALS MEMENTO MORI

In Memoriam

"My warmest feelings go to everyone who gave me support during the extraordinary events that were unfolding while this music was being written", lezen we in de liner notes van "Impermanent". En ook: "In loving memory of Francesca Martini". Daniele Martini – de Romeinse, maar al geruime tijd in Brussel wonende, tenorsaxofonist – verloor zijn jongere zus tijdens het schrijven van de muziek voor deze cd. Dat verlies wordt weerspiegeld in tracktitels als "For those who stay" of "Impermanent" – de twee composities waar de cd mee opent – en wordt vertaald in de contemplatieve sfeer van de cd.

Niet uit de band

Daniele Martini schreef zes sterke composities; de inherente kracht ervan wordt versterkt door de interactie tussen Martini en zijn medemuzikanten in het kwartet: Bram De Looze op piano (die tijdens de opnames in 2016 nog als een 'aanstormend talent' door het leven ging), Manolo Cabras op contrabas en Joao Lobo op drums.

De derde compositie is de meest in het oog springende compositie op "Impermanent". Het fundament van deze track is de geïmproviseerde jazz die kenmerkend is voor Martini, maar gebracht op getemperde wijze. "Cells" springt in het oog, maar zeker niet uit de band.

Meditatie

Met de vierde en vijfde compositie sluipen meditatie en spiritualiteit de cd binnen. "Auroshika" klinkt zoals dit bekende, Indiaase wierookmerk ruikt en de "Fang Song Song" geeft in de titel mee wat je het best doet tijdens het luisteren: 'fang song' – wat zich uit het Chinees laat vertalen als 'ontspannen'.

Born – Work – Sad – Happy

"Born Work Sad Happy" is, behalve de titel van de zesde compositie en het meest 'happy' of uitbundige nummer op de cd, een quote die toegeschreven wordt aan Ornette Coleman. Dat adagium zou zijn hele leven samenvatten in slechts vier woorden. Wellicht omschrijft het ook het proces dat Martini doormaakte bij het schrijven en opnemen van de composities van: een idee wordt geboren en uitgewerkt, onderbroken door droefheid, maar verschijnt vier jaar na de opnames – hoera! – toch nog op cd.

eNR107: s/t by Orange Moon
Akim A.j. Willems, Cultuurpakt (21/01/2021)
SCHILDEREN MET EEN MISTIG PENSEEL

Student met gegroefde ziel

Hendrik Lasure ziet er uit als de letterenstudent die je kent als de barman van je hipsterkroeg. Hij is, gerekend in ordinaire Gregoriaanse kalenderjaren, nog een broekje. Maar in het hart van deze drieëntwintigjarige woont de gegroefde ziel van een oude jazzpianist die al minstens vijf decennia het klappen van de zweep kent. Wat. Een. Talent. Met SCHNTZL – daar kenden wij hem van – won hij in 2015 de jazzwedstrijd van Vrijstaat O in Oostende en in datzelfde jaar – hij was pas achttien – werd hij op het jazzconcours van Avignon onderscheiden als beste componist. Redenen genoeg om ons nieuwsgierige oor te lenen aan "Orange Moon" van Orange Moon – het trio met Lasure op piano, Manolo Cabras op contrabas en Mathieu Calleja op drums.

Finse sauna

"Orange Moon" telt elf composities – vier collectieve stukken, twee nummers van de hand van Lasure, drie tracks uit het brein van Cabras en nog eens twee composities die Calleja uit zijn mouw schudde – die een strak en intimistisch geheel vormen.

Wie het geheel open breekt, vindt elf miniaturen waarin de drie instrumenten afwisselend de leiding nemen om het plaatje te schilderen – maar altijd met zachte hand en mistig penseel.

De tracks op "Orange Moon" durven de tijd nemen, hoewel ze gemiddeld na ongeveer drie en een halve minuut op de klok afronden. De composities hebben alles behalve haast. Haast lijzig dralen ze van de eerste noot naar hun slotakkoord zonder dat de spanningsboog een keer inzakt. "Andante n° 2" – what's in a name – spant daarin de kroon. Maar ook "Moulin Le Retour" (waarin de percussie het trio bij momenten subtiel toch tot enige spoed lijkt aan te manen), "Last Call" (waarin het trio een atypisch piano-trio geluid zoekt en vindt) of opener "Viscositeit" zijn tracks die, wat ons betreft, de zweverige muzak die we doorgaans voor de kiezen krijgen in de Finse sauna definitief mogen vervangen.

"To The Teachers", "Propositions" en "Crystal baby" zijn wat nerveuzer van aard – voor zover "nerveus" geen overspannen term is binnen het intimistisch kader van de hele cd. Het zijn eerder kort en haastig wijzende vingers die de luisteraar er af en toe attent op maken niet te ver af te dwalen in de warme loomheid die je kan overvallen bij het beluisteren van het debuut van dit trio.

Duister en hees

Orange Moon laat met dit debuut een heel eigen stem – ze fluistert een beetje duister en hees – horen. En toont nu al een uitgesproken eigen identiteit. Wij zijn benieuwd wat er nog zal volgen tussen vandaag en de tijd waarin Lasure zelf die oude pianist zal zijn. Laat maar komen!

el NEGOCITO Records
nieuws, vi.be (20/01/2021)
"Gent en El Negocito Records scheren hoge toppen in All About Jazz-polls De gerenommeerde website All About Jazz lanceerde in 2020 enkele polls om te achterhalen wat voor hun lezers en de wereldwijde jazzscene de favoriete jazz platenlabels en favoriete jazzsteden zijn. De resultaten werden deze week gepubliceerd en ook België valt in de prijzen.

Proficiat Gent, proficiat El Negocito Records!

De polls zetten Gent op de wereldkaart van de jazzmuziek in de rij van wereldberoemde jazzsteden. Mensen konden stemmen op 300 steden van over de hele wereld. New York, Chicago en New Orleans blijven de belangrijkste steden, maar Gent staat veertiende en laat onder meer Detroit, Montreal en Kopenhagen achter zich."

eNR095: s/t by Bloom
Larsen magazine (12/01/2021)
Collectif réuni autour du guitariste et compositeur Quentin Stokart, c’est apparemment le goût de l’improvisation qui a menés ces musiciens, issus de génération différentes, à s’aventurer dans ce chemin commun. Un premier album a ainsi vu le jour quelques années après leurs premiers pas scéniques. Un style qui n’est pas sans rappeler le gaz rock progressif 70’s à la Hugh Hopper (Soft Machine, Centipede …), avec ces titres déstructurés et aux entremêlés de guitare. Bien, très bien!