***PRESS 2023***

   

eNR101: The Monkey and The Monk – Concerto for Jazz Septet in 3 Movements by Augusto Pirodda Septet
Björn Comhaire, Luminous Dash (01/02/2023)
Pianist Augusto Pirodda ziet het graag groots, geen trio of kwartet meer voor de man, het mag deze keer wat meer zijn! Zeven man (m/v/x) dus en dan nog niet van de minste. Samen met Ben Sluijs, Sam Comerford, Laurent Blondiau, Lynn Cassiers, Manolo Cabras, Marek Patrman maakt hij met The Monkey and The Monk een gedetailleerd portret van zijn eigenste binnenste zelve en het interne gevecht tussen volwassen worden en kind blijven.

Hij doet dat in een Concerto for Jazz Septet in 3 Movements + The Unbearable Lightness of Freedom, en ja dat klinkt wat opgezwollen.

Maar wat we te horen krijgen is dan ook niet niets. Van bij de First Movement komt die innerlijke strijd van Pirodda namelijk onherroepelijk naar boven geborreld. Tien seconden lang houdt zijn volwassenheid het uit en denken we even dat we met een klassiek bigband nummertje te maken krijgen, maar dan steekt de jeugdige chaos en ongeremdheid de kop op. Lynn Cassiers haalt haar vocale trukendoos boven en we zijn vertrokken voor een 20 minuten durende trip die de ene keer tekeer gaat als een losgeslagen bende vandalen om enkele minuten later helemaal tot inkeer te komen.

Eigenlijk is elk van de drie movements een ep op zich met min of meer afgelijnde nummers die aan mekaar verbonden worden door improvisaties. Waar de basis voor het eerste deel echter wat klassieker klinkt (voor zover die term hier van toepassing is), gaat deel twee een stuk onheilspellender en abstracter van start. Energie is zeker in het begin van dit deel het kernwoord. En net wanneer je je begint af te vragen of en wanneer de batterijen op geraken, neemt een kabbelende piano het over. De stem van Cassiers kleurt de compositie wat later Lynchiaans in en de sfeer wordt ronduit creepy. En zo drijft deel twee 17 minuten lang op een gevoel van ongemak en dreiging.

Hop naar de derde beweging die begint met een meditatieve fluit die onze angsten komt bezweren. En ook wanneer de andere instrumenten invallen, kabbelt deel drie gezapig verder. Tot de Unheimliche zang van Lynn Cassiers onze gemoedsrust zachtjes komt verstoren en we ons langzaamaan klaarmaken voor acht minuten energieke waanzin. De Rilatine begint na een tijdje gelukkig zijn werk te doen en de rust in onze hoofden keert terug.

Maar het is nog niet gedaan want Pirodda trakteert ons ook nog eens op The Unbearable Lightness of Freedom een titel die ongetwijfeld knipoogt naar Milan Kundera. De pianist doet het in deze vierdelige contemplatie alleen met zijn piano. Niet gewoon wat pianospelen natuurlijk, dat zou te simpel zijn. Neen, de snaren worden nu en dan vakkundig mishandelt in de naam van de vrijheid. Compleet anders en een stuk minder van de pot gerukt dan Concerto for Jazz Septet in 3 Movements en eigenlijk opnieuw een ep op zich.

The Monkey and The Monk is een vrij monumentaal album, of beter een album + een ep. Dik 75 spannende minuten jazz variërend van solo, trio en kwartet bezettingen tot bigband en van de pot gerukte psychedelica. Vervelen doe je je nooit!

eNR110: Squaring The Circle by Heleen Van Haegenborgh
Peter Margasak, The Best Contemporary Classical on Bandcamp: January 2023 (31/01/2023)
For this sprawling percussion quartet piece, the Belgian pianist and composer Heleen Van Haegenborgh drew inspiration from a large-form drawing by the artist Johan De Wilde entitled Pi, a work that develops every year when De Wilde visits the S.M.A.K. (the Municipal Museum of Contemporary Art), the Ghent museum where it is displayed, to add new drawings. Its grid-like design is built from a theoretically endless series of stripes of changing colors and lengths. It's a nice rhyme with the concept of π or "pi," the infinite number used to calculate the area and the circumference of a circle. Van Haegenborgh thickens the plot with the title of this seven-movement work—performed here by GAME, a group comprised of Aya Suzuki, Anita Cappuccinelli, Lucas Messler, and Diego Sáenz Mateo. With an arsenal of more than 70 different percussion devices in addition to electronics, Squaring the Circle vibrates, floats, and writhes through a constantly shifting procession of atmospheres, episodes, and collisions. If there's any kind of narrative structure, I'm not getting it, but the measured flow of layered sound and the way it perpetually billows into fresh terrain is reward enough. The extensive array of percussion never sounds excessive, and the composer is far more interested in vivid evocations and dazzling sonic colors than virtuosity—even though this is anything but a technical cakewalk.

eNR101: The Monkey and The Monk – Concerto for Jazz Septet in 3 Movements by Augusto Pirodda Septet
Neri Pollastri, All About Jazz (31/01/2023)
Pianista sardo da molti anni trasferitosi in Belgio, Augusto Pirodda è nel tempo stato autore, con formazioni diverse, di assai pregevoli lavori, l'ultimo dei quali è il singolare duetto con la cantante Emilia Vancini And If You Fall, You Fall. Qui lo troviamo alla guida di un settetto composto, accanto alla ritmica, da tre fiati e una voce, che fa uso anche di elettronica. Il lavoro---definito nel sottotitolo "Concerto per settetto in tre movimenti"—include tutte composizioni del leader (unica eccezione la conclusiva "Gus"), si divide appunto in tre parti, ciascuna a sua volta composita e in forma di suite, ed è caratterizzato da una grande varietà di riferimenti stilistici e scenari sonori, anche in forza delle frequente frammentazione dell'ensemble in gruppi più ristretti.

Già l'avvio, la sezione del primo movimento che dà titolo all'album, si presenta variegato, con un breve tema di sapore tradizionale che si trasforma in un magma free nel quale si innestano la voce e l'elettronica di Lynn Cassiers, con modalità di tipo contemporaneo. Ma già l'abbrivo del frammento successivo, "Ola," vede un lungo e quietissimo solo del clarinetto di Sam Comerford, per poi proseguire, come il successivo ""Moving," in stile più jazzistico, sebbene con la voce ancora su modalità contemporanee. L'ultimo frammento del primo movimento, "Long Time No Sea," è invece una malinconica canzone che sarebbe potuta uscire dalla penna di Annette Peacock, condotta magistralmente in trio dal leader con i suoi collaboratori di lunga data Manolo Cabras al contrabbasso e Marek Patrman alla batteria, sulle linee dei quali s'innestano eccellentemente prima il sax contralto di Ben Sluijs, poi la voce della Cassiers.

La varietà domina poi anche negli altri due movimenti. Nel secondo a un inizio turbolento e collettivo segue un episodio sospeso, "The Irrelevance Of Wanting," nel quale si intrecciano la tromba sordinata di Laurent Blondiau , la voce della Cassiers e un prezioso lavoro sulle corde di Cabras, il tutto su un delicato e articolato procedere del pianoforte, che al termine si prende lo spazio per un magistrale assolo. Il terzo viene invece aperto da un lungo assolo del flauto di Sluijs, al quale si aggiungono in progressione gli altri fiati, che poi lasciano spazio a un nuovo spazio dominato dal pianoforte. I frammenti successivi, invece, tornano ad avere al centro il collettivo, in modo prima ordinato e pacato, poi più libero e irruente, prima di accedere alla conclusione (firmata da Cabras e Laura Mura), quasi una lenta dissolvenza guidata dal pianista assieme a tromba e contrabbasso.

Ambiziosa e moderna, The Monkey And The Monk è un'opera molto ricca di dettagli e sfumature, complessa ma fruibilissima, da scoprire e approfondire attraverso numerosi ascolti.

eNR114: Sous un ciel d'écailles by Audrey Lauro
Eyal Hareuveni, Salted Peanuts (28/01/2023)
French, Brussels-based experimental alto sax player devotes herself to improvisation practices that constantly question the language of her instrument, its phrasing and possible sonic events. She works according to the motto: «from phrase to sonic event through all kinds of atoms and particles».

Her first solo album Sous un ciel d'écailles (under the sky of scales) was captured at la Chapelle du Grand Hospice in Brussels in February 2022, and features her «four short pieces for metal tube, deflected air column and 6 tape recorders». It was recorded, mixed and mastered by Belgian sound artist Christophe Albertijn.

The four short pieces (and three reprises) use the alto sax as a lively sound generator that talks and sings in unintelligible but highly expressive lingo and produces an array of subtle and abstract sounds, always investigating and challenging its sonorities within the spacious acoustics of the Chapelle du Grand Hospice. Lauro employs her saxophone – literally – as a metal tube that transforms and deflects streams of air, with an impressive command, great focus on detail and poetic sensibility. She extends the innovative work of like-minded sax players like John Butcher and often, her saxophone sounds as if it producing hazy electro-acoustic sounds, but with immediate, concise emotional impact.

Sous un ciel d'écailles becomes an exploratory personal journey of Lauro to renew and revitalize the hidden, fascinating sonic possibilities of the alto sax.

eNR114: Sous un ciel d'écailles by Audrey Lauro
Björn Comhaire, Luminous Dash (20/01/2023)
Wat gebeurt er als je onder een hemel van schubben staat? Vreemde vraag misschien, maar da's wel de titel van het album van de in Brussel gevestigde saxofonist en componist Audrey Lauro.

Vierentwintig minuten lang tovert Lauro een wonderlijke wereld gebouwd op geluiden die voortspruiten uit een altsaxofoon en verwerkt met een occasionele bandopnemer.

In de titeltrack wordt duidelijk dat de lucht in de wereld Sous Un Ciel d'Écailles bevolkt wordt door meeuwen en ander vliegend materiaal. Of dat lijkt toch zo want ook in de herneming van de titeltrack op het einde van het album krast de saxofoon geluiden bij elkaar die zweven tussen een bedelende marine vogel en schurend metaal.

Even trachten onze gevleugelde vrienden te ontsnappen aan de overkapping in Echappée du dôme. We krijgen echter niet de indruk dat de ontsnappingspoging een groot succes is. De vogels lijken tegen de dome aan te vliegen eerder dan dat ze kunnen wegvluchten. Treurnis en teleurstelling kenmerken Lamellar, hoe zou je zelf zijn! De ingetogen sfeer van Lamellar slaat helemaal om in Dome Speaker waarin de saxofoon van Lauro opgehitste energetische bokkensprongen maakt. Een wanhoopspoging?

In de herneming van Lamellar plooit de sax van Lauro helemaal terug op zichzelf terwijl in de herneming van Echappée du dôme nog maar eens de vleugels worden gestrekt, deze keer met meer stamina. We weten ondertussen echter wel hoe dat gaat aflopen.

Natuurlijk is wat hierboven staat een zelf verzonnen verhaaltje, geen idee wat er door Audrey Lauro's hoofd waarde bij het componeren en spelen van deze muziek. Het geeft echter wel weer hoe ze erin slaagt om met weinig middelen en zonder noemenswaardige melodie, je fantasie te stimuleren en zelf een denkbeeldige invulling te geven aan het album. Audrey Lauro creëert een enigszins gesloten, eigen wereld waarin het aangenaam en veilig toeven is en die wat ons betreft gerust een stuk langer had mogen blijven bestaan dan 24 minuten.

Applaus ook voor het mooie artwork van André Lauro dat zowel de hoes van het album als de poster die bij de cd wordt geleverd siert. Toch maar weer eens een reden om jezelf een fysieke kopie van het album cadeau te doen.

Je kan Sous un ciel d'écailles beluisteren en aankopen via de Bandcamp pagina van het album. Doen!

eNR105: Kobe Van Cauwenberghe's Ghost Trance Septet plays Anthony Braxton
Franpi Barriaux, Citizen Jazz France (15/01/2023)
Si rares sont les orchestres qui s’approprient la musique et la grammaire braxtonienne sur un album entier - en dehors d’un cercle large de musiciens étasuniens proches de la Tricentric Foundation - notons tout de même, avec un orchestre comme The Locals, que les initiatives se multiplient. Dernier exemple en date, le travail mené depuis 2020 par le guitariste belge Kobe van Cauwenberghe autour de la Ghost Trance Music (GTM), d’abord dans un saisissant solo, puis dans un album publié par les explorateurs de la scène flamande, El Negocito Records. Ghost Trance Septet Plays Anthony Braxton est un double album ambitieux et, pour tout dire, inattendu. Dès la « Composition 255 », que le saxophoniste avait enregistrée notamment dans la GTM (Iridium) 2007, un des enregistrements canoniques du genre, on comprend que Cauwenberghe est pleinement investi dans cette musique et qu’il entraîne ses compagnons dans une opulence de timbres et de chemins, bien aidé en cela par la rythmique solide de Teun Verbruggen (Flat Earth Society, Orchestra Della Luna...) et la basse puissante de Frederick Sakham. Ainsi, le trompettiste - et euphoniumiste - Niels van Heertum est très à son avantage dans cette construction musicale en cercles concentriques, caractéristique du genre, dont le guitariste s’affranchit parfois dans un feulement électrique.

Le petit train de la GTM est bien compris par Kobe van Cauwenberghe. La notion de mouvement inhérente à ce langage est très présente dans les quatre compositions choisies pour ce disque. Dans la 255, on retrouve le parti pris qui avait guidé Kyoko Kitamura dans son coffret GTM Choir en 2019, avec la répétition de phonèmes par les musiciens (ici des nombres) comme pour donner une articulation, et des pistes supplémentaires. Globalement, on perçoit que le travail de la chanteuse proche de Braxton a considérablement influencé le guitariste ; plus sans doute que Mary Halvorson, puisque van Cauwenberghe ne tombe jamais dans l’ornière de calquer son jeu sur celui de sa consœur, pourtant emblématique de la GTM. Mieux, dans la « Composition n°264 » qui semble n’avoir jamais été enregistrée par Braxton lui-même, sa guitare au jeu très tendu, très loin des brisures d’Halvorson, entre dans une mêlée d’où ressortent particulièrement le piano d’Elisa Medirulla et le violon d’Anna Jalving. On louera également le travail de Steven Delannoye, membre de l’Urbex d’Antoine Pierre, qui, bien que très présent, ne vampirise pas les morceaux et ne cherche pas à « jouer Braxton », laissant à Kobe van Cauwenberghe son rôle de maître d’ouvrage.

Cette « Composition n°264 » est un bel exemple du caractère très ouvert et enjoué du travail d’Anthony Braxton, et de la capacité pour des musiciens comme cette belle brochette de Belges d’en devenir de véritables passeurs. La nature de la GTM, c’est de raccrocher, à la manière de wagons, des compositions secondaires, souvent empruntées par des solistes, à un matériau primaire pour créer des multitudes de pistes, un multivers musical où chaque croisement est l’occasion d’un itinéraire inédit. Dans la « Composition n°264 », on retrouve donc notamment la « Composition n°40B » mais aussi la « Composition n°108A », deux pièces maîtresses du fameux quartet des années 80-90 avec Gerry Hemingway et Marilyn Crispell, manière pour Kobe van Cauwenberghe de se situer dans l’œuvre d’un artiste avec qui il a partagé la scène (Anthony Braxton était au piano) à Luxembourg il y a quelques mois. Un travail remarquable qui permettra une fois de plus d’apprécier l’approche idiosyncratique du grand compositeur étasunien.

eNR101: The Monkey and The Monk – Concerto for Jazz Septet in 3 Movements by Augusto Pirodda Septet
Aldo Del Noce, Soundcontest (11/01/2023)
Perveniamo al più recente album, molto diverso, e il cui titolo "The Monkey and the Monk" già ci fornisce indizi e provocazioni.

"The Monkey and The Monk" è il lavoro più coscientemente personale che abbia mai fatto.

Parlo della mia personale battaglia per la conquista' della libertà, la mia libertà mentale.

L'occasione di riuscire ad arrivare prima o poi alla conquista del momento presente, all'accettazione totale della realtà e sopratutto della mia persona. Il mio è comunque un messaggio di speranza.

Ci vuole tempo ma ce la si può fare.

Credo che sia più importante dire questo piuttosto che dilungarmi sulla complessità tecnica sia a livello strutturale che compositivo che di orchestrazione che caratterizza questo "Concerto in tre movimenti" per scrivere il quale ho potuto contare su un universo di opzioni timbriche, vista la ricchezza di strumenti che avevo a disposizione.

Una cosa che posso dire è che, dopo un po' che ci lavoravo, mi sono reso conto che stavo in qualche modo cercando di riprodurre il mio approccio nel piano solo in un ensemble più grande.

Ovvero la possibilità di giocare anche con le strutture e non solo con le armonie ed il tempo.

Ma farlo da solo è semplice. Per farlo con altri musicisti bisogna scrivere, ed è ciò che ho fatto.

Solo dopo un po' mi sono accorto che stavo scrivendo una sorta di Concerto in più movimenti.

In effetti è già tutto un programma la copertina "a sorpresa"

Si, la copertina ha una doppia veste grafica, con un astuccio plastificato.

È una piccola sorpresa, ed ha anche un certo significato. Vuole essere un messaggio positivo di speranza.

Vedi la testa con tutto quel casino dentro, tiri fuori il disco ed il casino scompare, ed appare un fiore.

A volte basta un semplice gesto come un respiro, o togliere un disco dalla sua bustina, per fermare il flusso di pensieri. E una volta che riesci a farlo scopri che hai dentro la bellezza di un fiore.

Insomma, non sei così brutto come pensi: è questo il significato della copertina.

Il disco ci permette inoltre di parlare almeno in parte della tua terra d'adozione e del milieu di talenti con cui collabori e che hai potuto osservare.

Spenderei intanto due parole sui musicisti che fanno parte del mio settetto.

Lynn Cassiers, Laurent Blondiau, Riccardo Luppi (nel disco Ben Sluijs), Sam Comerford, Manolo Cabras e Marek Patrman. Grandi musicisti capaci di essere leader e gregari, che hanno arricchito notevolmente la mia musica capendone e rispettandone a pieno l'intenzione. Sono onorato di averli nel mio ensemble.

Per quanto riguarda la mia terra d'adozione, il Belgio, non ci sono veramente venuto. Piuttosto ci sono capitato.

Prima ero in fuga dalla Sardegna, poi andavo via dall'Olanda. Il Belgio in quel momento era l'opzione migliore e da allora non ho avuto nessuna ragione per andarmene, a parte la voglia di andare a vivere nella casa che ho in campagna in Sardegna, ma per il momento la vedo dura.

La scena musicale qui è estremamente variegata. C'è di tutto e il contrario di tutto. E non c'è il mare intorno! C'e' sempre qualche cosa che succede. Vivere a Bruxelles presenta i suoi vantaggi.

Ci sono tanti musicisti che vengono da ogni parte del mondo. Diversi universi che possono coesistere.

eNR106: s/t by Ocean Eddie
Tor Hammerø, Nettavisen Nyheter Norway (08/01/2023)
Belgisk frigang.
Blant alle de sakene jeg kan lite om er belgisk samtidsjazz om ikke i ei særstilling, så i alle fall høyt på lista. Trioen Ocean Eddie gjør et strålende forsøk på å rydde opp i dette avsindige misforholdet.

Hørt om pianisten og harmoniumisten Andreas Bral, trekkspilleren Stan Maris og saksofonisten Viktor Perdieus? Hvis svaret er nei, så er vi alle fall to. Siden jeg er så privilegert at jeg blir fora med musikk fra de fleste verdenshjørner, så er veien likevel ganske kort for min del til at jeg får stifta bekjentskap med musikere og musikk som ellers høyst sannsynlig ville ha gått meg hus forbi.

Her har vi med en unik kammertrio å gjøre med ei høyst sjelden besetning. Alle har bidratt som låtskrivere, enten hver for seg eller sammen.

Det har ført til stemninger, strøminger og/eller samtaler mellom tre likeverdige partnere som aldri lar det flyte ut. De elleve låtene er relativt korte - når de har sagt det som er å si så er samtalen over.

Noe av musikken er usedvanlig melodisk, nedpå og vakker - noe er åpent, fritt og søkende. Hele tida er det uansett retning i det Ocean Eddie holder på med.

Dette har blitt et fint, overraskende og annerledes møte. Herlig!

eNR101: The Monkey and The Monk – Concerto for Jazz Septet in 3 Movements by Augusto Pirodda Septet
Bruce Lee Gallanter, the Downtown Music Gallery NY (06/01/2023)
None of the musicians here are very well known, although each can be found by on other discs for Clean Feed (Cassiers), JazzwerkStatt (Pirodda), DeWerf (Sluijs) and Negocito (Charles Gayle Trio). Ms. Cassiers has two fine discs out on Clean Feed which also include the bass & drums from this project. The music on the first movement is tight, spirited and well-written (by Mr. Pirodda, perhaps). The first section featuring some quick, spinning freeish horns (2 saxes & trumpet), with crazed electronic enhanced vocals over a spirited, daredevil piano-led rhythm team. On “Movement Two”, things calm down to a haunting, ballad-like reverie with soft, spacious, sensuous vocals over a skeletal somber cushion. On the third movement, Mr. Pirodda’s piano plays this one insistent lick at the center while each horn takes a solo in turn. Ms. Cassiers’ sly voice doubles up the piano line in the latter part of this section, and then it morphs into a haunting ballad with some especially enchanting vocals near the end. A good deal of preparation has gone into the making of this disc since all of it flows together nicely with each movement shifting between written themes, freeish bits and a number of well-inspired solos. If any of you have a problem with vocals, let me say this: Ms. Cassiers’ electronically enhanced voice is kept to a minimum and fits these pieces like all of the members of the septet just right. She only gets one chance to solo at length and her altered voice sounds like a ghost from another dimension.

eNR106: s/t by Ocean Eddie
Björn Comhaire, Luminous Dash (04/01/2023)
Waar twee oceanische stromingen samenkomen, durft al eens een draaikolk of anderzijds circulair stromende watermassa ontstaan. Massa’s die vechten om de overhand te halen, een (heel klein) beetje zoals wanneer je verschillende instrumenten die in hetzelfde timbre- en toonbereik zitten, in competitie laat gaan met elkaar. Of da’s toch het idee achter de debuutplaat van trio Ocean Eddie waarin Stan Maris (accordeon), Andreas Bral (piano, harmonium) en Viktor Perdieus (saxofoon).

Drie instrumenten die al eens flink durven overlappen en een combinatie die in de jazz wereld dan ook niet echt euh… populair is. Maar zoals dat gaat in diezelfde jazz wereld, is er altijd wel weer een groepje muzikanten dat dit soort ogenschijnlijke incompatibiliteiten eerder ziet als een uitnodiging dan als iets dat te vermijden valt.

Met z’n drieën gaan de heren van Ocean Eddie op zoek naar manieren om vredig samen te leven in het middentoongebied en daarvoor hanteren ze allerlei strategieën. De ene keer wisselen de instrumenten mekaar af en de andere keer spelen ze in harmonie of gaan ze zelfs op zoek naar onderlinge interferenties. Maar evengoed speelt de piano in de hogere octaven terwijl de saxofoon of het accordeon de lagere octaven opzoekt en vice versa. En wie zegt dat een instrument altijd tonen moet voorbrengen, een beetje geklop en geschuur kan ook best interessant klinken!

Je hoort het al, Ocean Eddie houdt wel van experiment en dat de drie zich geamuseerd hebben tijdens de opnames van dit album is er dan ook aan te horen. Soms vertrekt een nummer vanuit een melodie waarop, in klassieke jazz traditie, duchtig wordt geïmproviseerd. Maar niet overal ligt het zo simpel en vormt een geluid, een gevoel of een beeld de aanleiding voor iets wat we eerder als een klankschets dan als een traditioneel ‘lied’ zouden bestempelen.

Beslist een band om eens live aan het werk te zien