Ken Waxman, Jazzword (17/04/2019)
"While, using an electric instead of an acoustic bass may be one common variant from the piano trio formula, Belgian pianist Seppe Gebruers comes up with another change on Time & Space by playing simultaneously with each hand two grand pianos tuned a quarter tone apart. The pianist who has been in Bambi Pang Pang and other bands, is joined in The Room by Portuguese in Belgium, Hugo Antunes, who plays prepared and unprepared bass, and veteran German percussionist Paul Lovens, longtime trio partner of Alexander con Schlippenbach and Evan Parker. An instance of The Room's complex design is best expressed on "Room 5b". Here Lovens' ambulatory slaps and Antunes' spiccato runs urge on the exposition, evenly divided between upwards dynamics from one keyboard and broken chord exploration on the other. Eventually, following auxiliary soundboard rattles and strummed internal strings, an impressionistic theme is revealed that resounds until the end. Supple or speedy note sprinkles or metronomic pacing are used on other tracks, as Gebruers' playing can be gentle and recital-ready at certain junctures or ruggedly expressive with clipping or uneven clusters on the keys as well as plucks or slides on the inner string set at others. At the same time this isn't a piano and accompaniment exhibition, but an instance of how ideas can be moved among the trio in a round robin fashion. Parallel to his improvisations are string and wood scraping from the bassist and a collection of perfectly time cymbal clashes or drum top hand-patting that fill the remaining spaces. "Room 2", the final track, is a pared-down adaptation of the trio program. Sweeps and clanks from the dual keyboards descend to tone hunting and pecking, Antunes contributes fragmented textures and Lovens jerks and joggles the percussion strategy until a blast of supple piano notes and abrasive cymbal rubs combine to end the performance"

Herman te Loo, Jazzflits nr. 313 p.8 (04/03/2019)
"Het regent merkwaardige pianoplaten in België. Na de speciaal gestemde vleugel van Bram De Looze ('Switch The Stream') en de geprepareerde piano's van Pak Yan Lau en Lionel Malric ('Duo Pour 454 Chordes') komt Seppe Gebruers nu met het trioalbum 'The Room: Time & Space'. De jonge pianist (die eerder indruk maakte met de groep Bambi Pang Pang) had voor een concert in Meche- len (februari 2016) de beschikking over twee pia- no's, die hij een kwarttoon van elkaar stemde. Hij nodigde de Portugese bassist Hugo Antunes en de Duitse slagwerknestor Paul Lovens uit voor een geheel geïmproviseerde set. De vijf improvisaties die op het album werden vastgelegd, laten een afgewogen gevoel voor subtiliteit en soberheid horen. Voor wie het werk van Lovens kent, hoeven we over zijn spel weinig te zeggen. Hij heeft zijn drumstel subliem gestemd, verricht wonderen met zijn bekkens, en spatieert zijn bijdragen nauwkeu- rig. De kwarttonen van Gebruers zijn verrassend in hun niet-Westerse esthetiek en alleen daardoor al uniek. Het resultaat is mysterieus en ongrijpbaar te noemen. Antunes heeft zijn instrument regelmatig geprepareerd (zoals Raoul van der Weide dat in onze contreien doet), waardoor het klassieke piano- bas-drumsgevoel nog eens extra ontregeld wordt."

Le Vif Focus no. 07 (14/02/2019)
"Réunissant trois générations -le batteur allemand Paul Lovens (69 ans), pionnier du free jazz européen, le contrebassiste portugais Hugo Antunes (44 ans) et le pianiste belge Seppe Gebruers (29 ans), The Room relie au présent, le passé et le futur d'un genre musical, l'improvisation libre, toujours aussi essentiel. Ce trio inattendu s'amuse, ici, à jouer le jeu des contraires. Hyperactif tout en frôlant le silence, il porte en lui des orages qui jamais pourtant n'éclateront. Dans ce jeu tendu comme la peau des tambours de Lovens, le pianiste est au centre de la musique et touche souvent simultanément, dans le même morceau, deux instruments dont un, à la voix de fausset, est accordé un quart de ton plus bas. Recommandé."

Guy Peters, Enola (11/02/2019)
"De magie van goede vrije muziek bestaat er niet enkel in dat er iets ontstaat vanuit het niets, maar dat dat iets in het beste geval kan zorgen voor een meeslepend of desoriënterend effect dat collectief ervaren wordt, maar verdomd moeilijk in woorden uit te drukken valt. Dit debuut illustreert die gedachte bijzonder mooi en eigenzinnig.

Je hebt hier niet enkel te maken met een internationaal trio (België, Portugal, Duitsland), maar ook met drie generaties muzikanten die bij elkaar komen. Gebruers is een van de cruciale exponenten van de Belgische improvisatie en een muzikant die een heel eigen stijl en visie heeft ontwikkeld. Hugo Antunes hing jarenlang rond in Brussel en groeide uit tot een van de meest veelzijdige en complete bassisten van zijn generatie, met een indrukwekkende controle over diverse technieken. Percussionist Paul Lovens is een van de iconen van de vrije muziek, een enigmatisch figuur met een onwaarschijnlijk instinct en een volstrekt eigen taal (en set-up).

De drie kwamen op 17 februari 2016 samen in Kunstenscentrum Nona (Lovens noemt het in de liner notes een "gloomy little theatre") om dit album op te nemen en deden dat einde 2018 nog eens over om hun samenwerking voor te stellen. Dit is vrije muziek, maar geen freejazz. Als er al ergens aansluiting bij gezocht moet worden, dan eerder een vrije flank van de hedendaagse muziek, vooral dan door het pianowerk. Dat Gebruers gebruikt maakt van twee piano's, die bovendien gestemd zijn met een kwarttoon verschil, zorgt ervoor dat de onvoorspelbaarheid nog eens verdubbeld wordt. Het geeft de muziek een lichtjes uit de haak hangende flair, alsof er ergens een paar schroeven losgedraaid zijn en het boeltje wankel heen en weer schuifelt en in elkaar dreigt te stuiken in een benevelde waas.

De beste vrije muziek heeft een kwaliteit die je moeilijk uit kan leggen. Maar wil je het proberen, dan is het misschien een soort heimelijke synergie, een ongrijpbare coherentie, een voedende golf van inspiratie die door de ruimte tolt en sporen trekt op interactielijnen tussen muzikanten. Je hoeft nu ook niet zo ver te gaan om te beweren dat het een mystieke ervaring wordt, maar toch… je krijgt soms een spirituele geladenheid die je heel goed kan voelen, maar niet onder woorden kan brengen. Doorheen de vijf stukken, improvisaties van vier tot twaalf minuten, hoor je hoe geluid wordt rondgestrooid, met in "Room 1" meteen een combinatie van dwarrelende notenvlokken, rinkelende percussie en iele, fluitende strijkstokglijders op de bas. De overheersende indruk is er een van dosering, van drie kerels die samen voor een leeg canvas staan en simultaan en geblinddoekt kleur toevoegen.

Een leider is er niet, het is een voortdurende conversatie. Die gebeurt simultaan, maar zonder uit te draaien op spraakverwarring. Je luistert niet naar de dovemansgesprekken van De Zevende Dag, maar naar het eensgezinde gekwetter van een stel vogels die dwars door elkaar een gemeenschappelijke taal spreken. Lovens soms met tiktakkende herhalingen, hardnekkig en onvoorspelbaar als een savant, en Antunes met zijn houten klankengenerator die eindeloze variaties, accenten en kleuren blijft spuwen. In het langere "Room 6/7" wordt het spanningsveld nog duidelijker, met enerzijds een verhaal vol abstractie (strijkstokeffecten, inside piano-accenten, ruisende cimbalen en donderende basdrumstoten, dronende basgolven) die je meeneemt naar de zone van mysterie en dromen, en anderzijds de nadruk op fysieke kwaliteiten en pure tastbaarheid. Je kan je daar meteen ook Gebruers' intense, lijfelijke speelstijl bij voorstellen. Gaandeweg vervelt het samenspel dan tot het aanvoelt alsof je luistert naar een babymobiel.

In "Room 3" gaat het er directer aan toe, met bokkige pianoblokken, timmerateliergeratel en explosief snarengetrek, al ontwikkelt zich snel een tegendraadse actie die iets heeft van een gesjeesde ragtime-pastiche vol hoekigheid. Monk, maar dan doorgetrokken tot een extreme uithoek. "Room 5b" is nog meer recht voor zijn raap, ontwikkelt een enorme drive door maffe percussieve klanken die voorbereiden op een rauwe puls. Het is het trio ten voeten uit: onvoorspelbaar en ongrijpbaar, op wandel door een zelfgeschapen omgeving die voortdurend van vorm verandert. Dat vergt een inspanning van de luisteraar, bij voorkeur zelfs een soort mentale tabula rasa, maar wie verwachtingen en conditionering ook maar een beetje opzij zet kan zich hier laven aan een uitermate originele en diep tastende excursie voor open oren. Al blijft het aangewezen om de muzikanten live aan het werk te zien, want vooral dan wordt de link tussen ruimte en tijd maximaal ervaren."

Avantscena (06/01/2019)
""The Room: Time And Space" is an album of "El Negocito" records, which was released on 2018. Album was recorded by Seppe Gebruers (two grand pianos, tuned a quarter tone apart), Hugo Antunes (prepared and unprepared double bass) and Paul Lovens (drumset with cymbals and gongs). These three musicians are creative and innovative jazz musicians. They are the central figures of European and Scandinavian, as well as international avant-garde jazz scene. All three have driving, energetic and suggestive playing style. Unheard tunes, sparkles, twisting and ambitious decisions, sharp and aggressive sounds, active and dynamic mood, spontaneous bursts of energy and colorful surprises – that's just a part of the base of their playing style. All music is based on wide stylistic variety. European, especially Scandinavian, and American avant-garde jazz is connected all together with own styles, unique sound and fascinating musical decisions. Musicians like to make innovative and experimental ways of playing or decisions – they construct new forms, refuse the old rules and make evocative and modern instead of them. The basics of 1960's and 1970's roots of experimental jazz also are brought here along with pure, unique and original elements, originally created by each musician.

"The Room: Time And Space" is filled with adventurous and bright musical decisions and innovations. The music is based on avant-garde jazz and its various traditions, but has some intonations of experimental music and academic avant-garde. Academical intonations are brought in here by specific combos and prepared instruments. The synthesis between avant-garde jazz, experimental music and a little bit of academic avant-garde creates bright, exotic and interesting sound. Musicians are experimenting in all sections, but the most – at instrumentation's section. Exotic combo, special effects, quarter tone, prepared and unprepared instruments – all these elements effect whole sound and bring a little of academical or experimental music tunes to it. The instrumentation is made organically, with impressive and professional methods. Traditional ways of playing are grouped all together with sound experiments, special effects, electronics, synthesized tunes, crazy, home-made or weird playing techniques or simply gorgeous sounds. The music is based on open form, abstract structure and rich facture. It contains colorful, polyphonic and bright musical pattern – it has dozens of colors, expressions, rhythms, timbres and other elements of musical language. Seppe Gebruers creates the main mood and gives the main tune to the improvisations by using two pianos, who are tuned a quarter tune. It's an interesting and exotic combo, who isn't used frequently at avant-garde jazz. Two piano solos are based on silmunateous changes and turns of moods. From abandoned and depressive it gets straight to expressive and vivid, dramatic or luminous solos or light and gentle excerpts. Sometimes music is very similar to cosmic, subtle, meditative or relaxing mood. Sharp chords, aggressive and effective playing manner, bright expressions, energetic solos, flowing and dizzy passages, roaring roulades – these and other elements are used here in spontaneous and impressive way. The academical playing techniques are connected with wild free improvisations, surprising and luminous solos, adventurous culminations and other similar elements. Piano melodies are colorful and tremendous – it's sparkling and twisting with special effects, shocking experiments, bright and fresh sounds, colors and rhythms. A special combo is created with prepared and unprepared bass. It makes an interesting and evocative combo with piano. Hugo Antunes is fusing together contemplative, deep and electric tunes, tight and solid bass line, ambient timbres, weird and strange sounds, who go directly to dramatic culminations and passionate solos. These elements are combined in delicate and organic way – it creates effective, driving, or cosmic and surrealistic mood. Bass melodies are on the middle of the solid and engaging melodic line and bright rhythmic section. It suits well with active and sparkling piano, and with energetic, tremendous and luminous drums. Paul Lovens creates real roaring and terrific storm – numerous of timbres and rhythms are used for that. Perturbating, breaking and impressive free improvisations, expressive and scandalous culminations, dramatic risings, bright drum rolls, effective sessions or subtle, gentle and sensible excerpts form marvelous sound. The music is moving, engaging and innovative – it's made by three great jazz masters in turbulent, wild and simply crazy collective improvisation."

Stef Gijssels, The Free Jazz Collective (05/01/2019) ****1/2
"And now for something completely different. The trio are Seppe Gebruers on piano, Hugo Antunes on bass and Paul Lovens on drums, or a Belgian, a Portuguese and a German; or a 28-year old, a 44-year old and a 73 year old ... and none of this matters. Quite to the contrary, the trio perform as if they have played together for ages. Lovens is one of the icons of free improvisation, a master of percussive effect and story-telling, and Antunes also no longer needs introduction to our readers, maybe with the exception that he did his bachelor both in Amsterdam and later in Brussels, where he currently lives. Gebruers is one of the up and coming musicians in Belgium, and part of the "Live In Ljubljana" album with Luis Vicente and Onno Govaerts.

On this album, the music is equally mysterious, combining an inherent weightlessness with a real physical presence of the instruments, creating both intimacy and a sense of space. Gebruers plays on two grand pianos which are tuned with a quarter tone difference, leading to a strange dissonance, that sounds fresh and appealing (at least to this guy), and at times imitated by both bass and percussion. Nobody takes the lead, and they allow the music to grow and develop by itself, clearly listening carefully what the other two are doing, resulting in a very focused and cohesive sound of sonic particles and splinters locking into each other, creating a forward moving dynamic in the process.

Paul Lovens explains the title in more length in the album sleeve, but here's the last paragraph : "There are rooms that invite you to seek shelter whereas other rooms seem to help you to concentrate, or they pull out of you thoughts and behaviour that has been waiting inside you to be awakened. Seppe, Hugo and myself met in this little gloomy theatre, and because we were ready to receive, the room took power over us. It is impossible to describe what it did to the three of us, but I find comfort in what Ludwig Wittgenstein told us: "Whereof one cannot speak, thereof one must be silent". Still, you can do what we did: listen".

The result is pure magic."

Rui Eduardo Paes, Jazz.pt (12/2018) *****
"Durante os anos em que esteve radicado em Bruxelas e depois do seu regresso a Lisboa, o contrabaixista Hugo Antunes tem estado envolvido em alguns dos mais cativantes projectos que nos chegam aos ouvidos, seus ou em colaboração com outros músicos, nacionais (caso da sua associação a Rafael Toral) e de outros países (por exemplo, com Giovanni Di Domenico). Um em particular se destaca, o do trio que formou com o pianista belga Seppe Gebruers e o baterista alemão Paul Lovens, e logo pelo facto de se dedicar a uma prática exploratória da improvisação com uso de microtons. Gebruers utiliza dois pianos em simultâneo, afinados entre si com distâncias de quartos-de-tom, de modo que funcionam, nessa relação, como um só instrumento. Em concordância, o contrabaixo de Antunes, tocado com e sem preparações, e a bateria de Lovens, a que este acrescenta outros recursos percussivos, colocam-se à partida fora das convenções da música ocidental dos nossos dias, e inclusive as da improvisada e do jazz criativo, dando-nos uma outra perspectiva das suas respectivas identidades. No caso do interveniente da cidade de Aachen, tal circunstância é especialmente relevante, pois trata-se de um veterano que esteve na Globe Unity Orchestra de Alexander von Schlippenbach no início dos anos 1970, com este gravando também o referencial "Pakistani Pomade", e que na década seguinte surgiu ao lado de Cecil Taylor em "Leaf Palm Hand" e "Regalia".

Mas se é a microtonalidade que distingue "The Room: Time & Space", o próprio título deste álbum gravado ao vivo indica-nos que o conceito por detrás da música é outro e bem menos definível tecnicamente: a influência que o espaço de uma actuação tem no acto criativo. Como escreveu Paul Lovens nas "liner notes": «As salas têm uma parte central e misteriosa em muitas manifestações da imaginação humana.» Aspectos enumerados pelo baterista como a forma de uma sala, o tamanho, a luz, as cores, a acústica, os cheiros, a temperatura ambiente, a humidade, etc., podem «criar um certo "espírito"». Pois toda esta música é o espírito de um lugar, o do ke nona de Mechelen, um «pequeno e sombrio» teatro belga. Se os "Rooms" que nos vão sendo apresentados numericamente, na sua introspectividade (a introspecção enquanto actividade, porque é impossível ouvir estas cinco peças passivamente), convidam a um mergulho no interior das nossas mentes, o que aqui vem documentado (sem posterior edição de estúdio, como na ficha técnica se salienta) é, na verdade, a ocupação do espaço que circunscrevia o ar e os corpos dos presentes, entre músicos e público assistente, como se a arquitectura fosse uma mente simbiótica, apenas determinável pelos contornos das paredes, algo que se ia construindo na comunhão das consciências e dos corpos individuais, algures em muitos pontos de intersecção. Algo de metafísico até, o que faz deste um disco deveras especial."