Le Vif Focus (26/04//2018)
"Gunda Gottschalk (violon, alto, voix), Xu Feng Xia (guzheng, voix) et Peter Jacquemyn (contrebasse, voix) forment un trio né de la fréquentation de l'un des grands contrebassistes de l'Histoire du jazz et de la musique improvisée. Personnalité charismatique, pédagogue inspiré, Peter Kowald a été le maître informel et bienveillant de nombreux musiciens qui perpétuent aujourd'hui, pour les plus créatifs, l'esprit plutôt que la lettre de la free music. Ce disque, réunissant trois de ses disciples, tous improvisateurs de haut vol, est un splendide hommage au disparu (en 2002, à 58 ans), décliné en douze parties (en duo, trio et solo) d'une qualité musicale née de l'extrême attention que chacun porte à l'autre. Splendide et incontournable."

Guy Peters, Enola (06/12/2017)
"Je kan moeilijk spreken over Jacquemyn zonder het over Peter Kowald (1944-2002) te hebben. De basgigant was niet alleen een cruciale schakel in de ontwikkeling van de Europese vrije improvisatie, maar ook Jacquemyns mentor en een van degenen die hem naar de vrije muziek lokte. Kowald was ook een bruggenbouwer, een figuur die mensen bij elkaar bracht, ook al hadden die soms compleet verschillende achtergronden. Dat is ook wat gebeurde met deze drie muzikanten, stuk voor stuk satellieten rond planeet Kowald. Een van diens projecten was Global Village, een regelmatig van bezetting wisselend gezelschap dat een tijdlang bestond uit hem, Xu Feng Xia (op de Chinese guzheng, een 21-snarig instrument dat verwant is aan de Japanse koto en, dichter bij ons, de zither-familie) en Gunda Gottschalk (viool/altviool). Met dit trio stapt Jacquemyn in Kowalds voetsporen, om samen met twee zielsverwanten een ode te brengen aan de meester.

Zelfs bij een eerste oppervlakkige beluistering valt op dat het album een enorme variatie kent. Vrije albums zijn daar zelden van verstoken, al kunnen ze net door die spontane insteek ook een indruk van ondoordringbaarheid wekken. Dat is hier geenszins het geval. De stukken zijn doorgaans kort, kennen sterke onderlinge verschillen qua temperament, densiteit en instrumentatie, en kregen titels die je als luisteraar regelmatig al op weg helpen. "Intro" klinkt ook zo, als een voorstelling van de drie hoofdrolspelers, die voorzichtig en aarzelend hun aanwezigheid kenbaar maken, alsof ze de luisteraar eerst willen laten wennen aan de (nu nog) zachte individuele klankkleuren voor het register helemaal opengetrokken wordt.

De stukken die genoemd zijn naar de drie voornamen van de muzikanten, zijn solostukken. "Gunda" laat een intimistisch, zoekend en aarzelend geluid horen: een reeks van aanzetten, vaak gedempt of grillig van textuur. "Peter" is pittig en daadkrachtig, met een bas die door een hardhandig gebruikte strijkstok klinkt als een nest horzels. Dit is uitgesproken assertieve muziek, rijk in tonen en harmonieën, een muzikale kleurenweelde. In "Feng Xia" worden de klanken van de guzheng onophoudelijk verbogen, met een even desoriënterende als filmische folklore als resultaat, en een stem die eerst klinkt als een voice-over, maar snel bezwering uitwasemt.

En dat is nog maar het begin. In "Ladies Dialogue" is het vingervlugge gepluk van Jacquemyn de scheidsrechter bij de conversatie tussen de driftig op elkaar inpikkende vrouwen. "All Sing" gaat van start met diepe ritualistische keelzang van de bassist. Feng Xia reageert met lange, soms pulserende klanken, en Gottschalk met een excentriek hoorspel van amechtig gekir en Phil Minton-achtige wartaal. "Rain On The Roof", een van de absolute hoogtepunten, is daadwerkelijk een meerstemmige, percussieve plensbui die gaandeweg aan reikwijdte wint, terwijl "Brij" uitpakt met een dikke puree van metaalgekletter en houtgeratel.

Het is duidelijk dat het er bij momenten behoorlijk uitdagend en excentriek aan toe gaat, maar uiteindelijk word je ook wel beloond, of gerustgesteld, met het mooie "In Memoriam", dat een contemplatieve ingetogenheid heeft, ondanks de muzikale golfvorm. Met deze muzikanten zit je in de flank van de vrije muziek in z'n meest pure en veeleisende vorm, maar het transparante geluidsbeeld — met Jacquemyn die links en rechts geflankeerd wordt door twee zulke individuele stemmen, — en de veelheid aan tactieken maken van In Memoriam: Global Village een verrassend toegankelijk album."

Georges Tonla Briquet, Jazz'Halo (04/07/2018)
Voor wie zich eens wil wagen in de Bermuda driehoek gevormd door hedendaags klassiek, Chinese avant-garde en improvisatie met een punkrandje, tippen we op deze opname. Drie snarenspelers elk met hun instrument (viool, ghuzeng, contrabas) zoeken toenadering vanuit verschillende invalshoeken. Er ontspint zich een wirwar van denkpistes maar als echte sjamanen weten de drie steeds een remedie te vinden. Onwillekeurig duiken beelden op uit de film 'Die Blechtrommel'. Om maar te zeggen dat dit zeker niet de soundtrack is van een onderhoudende gezinskomedie.

eine von vier best-of-cds der Monate März/April, Felix, freiStil #77 Österreich (03/2018)
"Saiteninstrumente in allen Kombinationen, Stimmungen, Schattierungen, dynamischen, rationalen und ekstatischen Zuständen werden von Gunda Gottschalk, Xu Feng Xia & Peter Jacquemyn zu Ehren der großen Musikerpersönlichkeit Peter Kowald ins Glühen versetzt, ihre Inspiration ins Blühen. Kowald, der unvergessene Kontrabassist, hatte bekanntlich in Wuppertal den "Ort" als internationalen, international beachteten Kunstumschlagplatz etabliert und mit Musizierenden so gut wie aller Herkünfte und Vorbildung das "Global Village" als offenes Orchester formiert. Gottschalk & Feng Xia waren – wie schon Holger Pauler in freiStil #74 im Gottschalk-Porträt herausarbeitete – seit jeher im "Ort"szentrum daheim, Kowalds Instrumentalkollege Jacquemyn stieß später dazu und hat fürs Booklet bzw. den Innenteil des vorliegenden Tonträgers eine so intelligente wie berührende Würdigung des Gründervaters verfasst. Er versinnbildlicht die Offenheit Kowalds beispielhaft an den Stilrichtungen, aus denen das hier vereinte Trio einst kam – Gottschalk aus der klassischen Violinausbildung, Feng Xia aus der traditionellen chinesischen Musik, Jacquemyn selbst aus diversen Punkbands. Er erinnert daran, wie die drei Anfang der 90er Jahre zum ersten Mal im Global Village aufeinandertrafen, wie sie 2002 zum Begräbnis Kowalds musizierten – und dass kein Tag vergehe, an dem er nicht wenigstens einen Moment lang Kowalds Vermächtnis reflektiere. In memoriam Global Village ist sohin beides, eine tiefe Verbeugung vor der Person und Kunst Peter Kowalds und zugleich eine Fortführung avancierter Tradition als unwiderstehlich intensives, komplexes, aus vollem Herzen gewachsenes zwölfteiliges Stück Musik, das schöner nicht vorstellbar wäre. Respekt!"