Jan-Jakob Delanoye, Kwadratuur, ***1/2 (02/05/2013)
"In medische encyclopedieën is er niets over terug te vinden, maar er lopen mensen rond die in stilte nog altijd pubers zijn. Van acne hebben ze al jaren geen last meer, doch met de heersende normen blijven ze het fundamenteel oneens. De groep die contrabassist Manolo Cabras samenbracht voor een opname bij het Gentse El Negocito-label, bundelt dergelijke geesten die zich radicaal blijven afzetten tegen evidenties in het muzikale leven dat ze leiden. Lynn Cassiers is niet zomaar de sympathieke en frêle zangeres waarvoor men haar zou kunnen aanzien, ze is veel meer. Cassiers betovert, hypnotiseert en beklemt met haar minutieuze vocalen die van een psychologisch vernuft getuigen waar menig collega een puntje aan kan zuigen. Riccardo Luppi rijt het repertoire graag van binnenuit open en Oriol Roca op drums weigert een vloeiend beekje te zijn waarop zijn kompanen zorgeloos kunnen dobberen. De piano en keyboards van Matteo Carrus verlopen net als de percussie in horten en stoten: van top naar dal, van bevestiging naar ontkenning, voortdurend het spanningsveld onderhoudend en verleggend naar een nog niet ontgonnen terrein.
Zijn titel heeft dit album hoe dan ook niet gestolen. 'I wouldn't be sure' is wat de muzikanten voortdurend naar elkaar communiceren: simpelweg op zijn of haar pootjes terecht komen is immers een gegeven waar geen van de kwintetleden in geïnteresseerd is. Elk nummer opnieuw is een aftasten van het duister: beginnend bij een tabula rasa en langzaam maar zeker getekend worden door de commentaren waar de instrumentalisten hun makkers van voorzien. Vooral in de langere nummers, waarin de tijd wordt genomen om solistisch materiaal als het ware te laten bevruchten door het collectief, is de zoektocht beklijvend om volgen. Precies omdat er geen sleutel bestaat tot het sprookjesbos van Manolo Cabras & Basic Borg, is het een woud waarin het fijn verdwalen is: voor even valt het begrippenkader bestaande uit "juist" versus "fout" weg – waarom zou immers niet elke wending gepermitteerd zijn?
Waar het op 'I wouldn't be sure' om gaat, is de poëzie van de vrijheid. Wanneer star harmonisch denken en het structureel opbouwen van composities even worden opzij gezet, ontstaat de mogelijkheid om terug vanuit de intuïtie stem, elektronica en akoestische instrumenten naar elkaar toe te bewegen. Stilte en kreten die onbeantwoord blijven zijn de witregels van het gedicht dat dit album is: plaatsen waarop het aan de luisteraar is om het plaatje te vervolledigen of een moment op adem te komen. Natuurlijk is het speuren naar het onvindbare een opdracht die moet stranden waar hij ook begonnen is: dit album bereikt dan ook geen illuminerend slot. Deze vijf ontketende breinen begrijpen echter dat het onderweg zijn de ziel van de ervaring is. Een mooier eerbetoon aan de libertijnse basisprincipes van de jazz lijkt moeilijk denkbaar.
"

Jean-Claude Vantroyen, Le Soir, **** (02/01/2013)
"Cet album nous emmène dans des sphères différentes. La voix de Lynn Cassiers, les effets électroniques que la jeune chanteuse gère, la contrebasse et les compos de Manolo Cabras, le sax free de Riccardo Luppi, la batterie d'Oriol Roca et le piano de Matteo Carrus se conjuguent pour nous offrir une musique nouvelle, sensible, intelligente pour une nouvelle ère."

Claude Loxhay, Jazzaround (09/12/2012)
"Depuis qu'il s'est installé à Bruxelles, le contrebassiste sarde Manolo Cabras s'est imposé très vite comme l'une des figures marquantes de la scène belge. Natif de Cagliari, il a d'abord suivi des workshops en compagnie de Dave Holland et Marc Johnson, avant de rejoindre le Conservatoire de La Haye où il étudie sous la férule de Hein van de Geyn. C'est là-bas qu'il fait la connaissance du batteur Marek Patrman grâce à qui il est rapidement entré en contact avec nos compatriotes Erik Vermeulen (album Live Chroma) et Ben Sluijs (trois albums dont Somewhere In Between) puis avec Chris Joris, Free Desmyter, Pierre Vaiana et Manu Hermia (à ce propos, lire l'interview de ce dernier). Pour Manolo Cabras, la Belgique constitue une réelle plaque tournante qui lui permet d'entrer en contact avec différents musiciens européens, comme le Portugais Joao Lobo ou le Sicilien Salvatore Bonafede. C'est cet esprit d'ouverture au jazz européen et ce désir de liberté comme de recherche qui animent son premier projet personnel, ce Basic Borg dont il parlait déjà, en 2008, dans une interview accordée au site Citizen Jazz. Ce Basic Borg résulte aussi d'un étonnant carrefour de rencontres. D'abord, celle de la vocaliste Lynn Casiers qui s'exprime dans un jazz expérimental aux frontières du rock alternatif, de l'improvisation comme de la musique électronique et dont le talent innovant s'est notamment illustré au sein des groupes Lidlboj du claviériste Jozef Dumoulin (album Trees Are Always Right en 2009) et Octurn du saxophoniste Bo van der Werf (7 Eyes en 2009) mais aussi au sein de son propre quartet avec le pianiste Augusto Pirodda et, déjà, Manolo à la contrebasse. Ensuite, la rencontre avec l'expérimenté saxophoniste italien Ricardo Luppi qui a collaboré plusieurs fois avec Nexus, l'une des meilleures formations italiennes (notamment pour We Did It, en hommage à Roland Kirk) mais qui a aussi enregistré à son nom, avec ses amis Daniele Cavallanti (saxophone ténor) et Tiziano Tononi (batterie), un très original Homage to Duke Ellington (un album chroniqué en 2003 dans le magazine Jazzaround). En 2006, ce saxophoniste avait fondé le groupe Mure Mure en compagnie de Manolo et, par la suite, de Lynn Cassiers. Au piano, on retrouve Matteo Carrus, jeune instrumentiste italien qui a notamment joué avec le trompettiste Mario Massa avant de rejoindre Basic Borg en 2009 pour des concerts au Sounds et au Negocito de Gand. Enfin, à la batterie, on retrouve l'Espagnol Oriol Rocca que l'on avait découvert, en compagnie de Manolo, au sein du trio de Giovanni Di Domenico et qui a vite rejoint Basic Borg. Au répertoire du quintet, six compositions originales de Manolo, deux de Lynn Cassiers, une de Matteo Carrus et deux compositions-improvisations collectives (le très court duo entre percussions et effets électronique de Scalar'e Bottulusu et It Should Be There sur lequel saxophone ténor et piano dialoguent avec une voix comme en écho dans une atmosphère très mystérieuse). La musique proposée par Manolo et Lynn marie, avec une réelle originalité, tradition (des lyrics chantés d'une voix limpide comme sur I Wouldn't Be Sure) et modernité (vocalises modulées par des effets électroniques comme sur Game Over ou Ti Recordi) et mélange, avec audace, musique mélodique très intimiste (G Whatever ou ce Plaça de Cristo Rey avec un beau dialogue entre piano et contrebasse) et fulgurances free (avec un ténor rageur et effets électroniques comme sur Pronti, Partenza, Via). Chacun devient soliste à son tour (très belle intro de contrebasse sur Dolce ou de piano sur A Ciascuno il Suo) sur la riche trame rythmique d'Oriol Rocca, batteur doublé d'un percussionniste à la recherche de colorations nouvelles. Voilà assurément une musique innovante, fruit d'une démarche très personnelle, qu'on se réjouit de découvrir en concert.

Georges Tonla Briquet, Jazzmozaiek p.41, zeer goed (2012/4)
"Intrigerende titel voor een intrigerend schijfje van de Italiaanse bassist met vaste stek in België die we vooral kennen als sidekick van o.a. Erik Vermeulen, Ben Sluijs en Manu Hermia. De groepsnaam verwijst naar de vij- anden van de Star Trek-bemanning. Geluiden uit de kosmos worden dan ook her en der tussen de plooien ge- schoven met dank aan vocaliste en electrotovenares Lynn Cassiers. Het vijftal musiceert en schippert vooral op heel open wijze in het schemer- gebied tussen free en improvisatie met als belangrijke stelregel: gun je muzikanten steeds een eigen uitweg. Ergens tussen Bobo Stenson, Ornette Coleman en de Miles Davis van Live At The Plugged Nickel maar wel getransponeerd naar de 21e eeuw. Stukjes pure spielereien rijgen de ideeënstroom aan elkaar. De opmerkelijk warme sound krijg je als bonus. De heel sterk verhalende opbouw met perfect middenstukje roept om een vinylrelease."