Herman te Loo, Jazzflits nummer 282 p.7 (14/08/2017)
" Bands met meer dan één baritonsax zijn uiterst dun gezaaid. Eind jaren tachtig kon Groningen bogen op de knorrende beesten van Baritone Madness, maar verder wil me niet veel te binnen schieten. Alleen dat al maakt het Belgische duo Gabbro bijzonder. Hanne De Backer en Marc de Maeseneer bespelen allebei de zware toeter en scheppen er hun eigen genre mee. De zeven tracks op hun titelloze debuut-cd zijn pure improvisaties, die een heel breed spectrum bestrijken.

'Ze bestrijken een heel breed spectrum' De twee dagen elkaar melodisch en ritmisch uit, trekken naar elkaar toe, swingen soms dat het een aard heeft, en buiten bovenal de sonoriteiten van de twee baritons uit. Dat levert soms hypnotische grooves op die in het domein terechtkomen dat we kennen van bassaxofonist Colin Stetson. Toch zijn de Belgen bepaald geen kopieën van de populaire Amerikaan. De jankende uithalen in 'Sterna paradisaea' en de onbekommerde swing in combinatie met Brötzmanniaanse bronstigheid in 'Minor swing' zijn daar overtuigende voorbeelden van."

Philippe De Cleen, Da Music (26/07/2017)
"Gabbro is de naam van een Pools stollingsgesteente, zegt Wikipedia. Maar het is ook de groepsnaam van twee Belgische saxofonisten die hun debuut op El Negocito Records uitbrengen.

Dat duo saxofonisten, dat zijn Hanne De Backer (Dottir Slonza) en Marc De Maeseneer (Admiral Freebee, The Whodads, Olla Vogala en BackBack). Zij maakten in september 2016 een reeks opnames in een expositieruimte in Het Bos. Ideaal als setting want op die manier kon de resonantie van de respectievelijke baritonsaxen perfect gecapteerd worden door Filip Wauters.

Deze plaat is een onderzoek naar de mogelijkheden van de baritonsax; bijzonder omwille van het opzet waarbij twee baritonsaxofonisten à l'improviste met elkaar duelleren. Dat levert een aparte luisterervaring op. Zeven stukken zijn er te horen, maar eigenlijk moet je dit vooral als een album, een verzameling van aan elkaar hangende composities, beschouwen.

Beide muzikanten grasduinen, ondanks de uiteenlopende voorkeuren, door de (free) jazz om er iets heel eigens mee te doen. Diep, donker en intens. Hoor bijvoorbeeld hoe opener Sterna Paradisaea naar je aandacht hengelt. Dat nummer ligt niet toevallig in het verlengde van de geluidswereld die Colin Stetson laat horen. Maar dat is slechts één van de vele referenties.

Het album klinkt avontuurlijk, maar ook eigentijds. De duidelijke, improvisatorische insteek van beide muzikantenf bewijst dat. Er zijn meer speelse passages zoals afsluiter Hellh Olé, waarin ze tussen de regels door Trump een schop tegen zijn achterste verkopen, maar daartegenover staat dan weer het drone-achtige van For The Souls Of Nauru.

Live wordt er al eens de hulp van de immer fantastische drumster Karen Willems (Inwolves) ingeroepen. Niet dat dat strikt noodzakelijk is, maar het levert ongetwijfeld een andere dynamiek op. Het illustreert ook goed dat dit debuut slechts een vertrekpunt vormt.

De verzameling filmische verhalen vormen hoe dan ook een fraai samenhangend geheel, een eigentijdse luistertrip. Van harte aanbevolen luistergoed."

Christophe Verbiest, Flanders Today (09/07/2017)
"The rich, deep tone of the baritone sax is one of music's most beautiful sounds, and the two intertwined that make up the Flemish duo g a b b r o (the name refers to a form of magmatic rock) are a prime example. The seven tracks that Hanne De Backer and Marc De Maeseneer play on their debut are hard to categorise, though there are obvious links with (free) jazz and contemporary classical music. Both frivolous and daring, this beguiling album reveals a great talent."

Dave Sumner - Jazz Recommendations - 2017 releases, Bird is the Worm (02/06/2017)
"GABBRO isn't sold as something it's not. This duo baritone saxophone collaboration has all the fireworks and explosiveness and volatility one would expect. There is nothing subtle here. The GABBRO duo, long-time collaborators Marc De Maeseneer and Hanne De Backer don't mess around. There's an immediacy to this music that is as dramatic as it is fun. Yes, there's plenty of variation between tunes. The pulsing "Minor Swing" contrasts nicely with the slow drone and melodic yawns of "For the Souls Of Nauru." Despite a motion all its own, the the pinball action of "Hellh Olé" snaps neatly into place with the kick back and wail of "We've Seen Life On Mars!?" The slow eruption of "821 DARK" walks the earth with an entirely different gait than the strangely tuneful "Kravaal Bos," and yet they fly in unison like birds-of-a-feather. The album opens with a track that incorporates all of these qualities, and more, and by setting the tone immediately for everything that is to follow, "Sterna Paradisaea" behaves, in some very essential ways, as the introduction, the conflict and the denouement of this very animated recording."

Claude Loxhay, Jazzhalo (06/2017)
"Avec Gabbro, Hanne De Backer et Marc De Maeseneer proposent une alliance de sonorités peu courante: un duo de saxophones barytons pur et dur.

Hanne De Backer a mené ses études au Conservatoire d'Anvers, étudié aussi l'instrument avec Vincent Brijs, le leader du groupe BRZZVL et membre du Jazz Station Big Band comme de Zygomatik de Piet Verbist. Elle a aussi rejoint l'Académie Sibelius d'Helsinki pour parfaire sa formation avec Mikko Innanen, un saxophoniste qui a enregistré avec John Tchicai et Han Bennink et elle a souvent collaboré avec le KVS (Koninklijke Vlaamse Schouwburg).

Marc De Maeseneer, de son côté, a poursuivi sa formation au Conservatoire de Gand avec Frank Vaganée. Musicien très sollicité, il a participé à différents projets: Lady Linn and her magnificient seven (album Here we go again), Olla Vogala de Wouter Vandenabeele et le trio BackBack, en compagnie du guitariste Filip Wauters et du batteur Giovanni Barcella (albums Backo et BackBack III).

Au long des 7 plages de l'album, les deux complices livrent un dialogue de saxophone baryton à la limite entre jazz contemporain et free, mais sans les déferlement échevelés d'un Mats Gustafsson, par exemple.

Ils explorent ainsi tout le spectre sonore du baryton. Tandis que l'un tisse une ligne mélodique, l'autre propose différents effets: bruit de clés (821 DARK), souffle (For the soul of nauru) ou couinements répétitifs (Hellh olé, la composition-improvisation la plus énergique de l'album)."