Jan Granlie, Salt Peanuts  Denmark (26/07/2015)
Jeg har både piano og fløyte hjemme. Fløyta er det kona som spiller på, og pianoet får stort sett stå i fred, men jeg har aldri hørt maken til duo som Daelman og Troch. De to varierer stort mellom å være veldig melodiske og stemningsfulle, nesten som filmmusikk, til nesten frijazzaktige partier. For sikkerhets skyld gjerne i en og samme låt. Det til tross for at de 18 låtene aldri vil bli beskyldt for å tvære ut temaene. Den lengste av dem er på tre minutter og 45 sekunder. Det er tre minutter og fire sekunder lenger enn den korteste. Totalt klokker plata inn på så vidt over 29 minutter, og det må jeg vel innrømme er såpass lite, at det nærmest vil være bondefangeri å ta betalt som for en full CD for plata. Ikke for det. Musikalsk er det både sært og spennende med store innslag av noe som kan virke som atonal samtidsmusikk, mens de av oss som setter pris på audiofile utgivelser, vil bli veldig fornøyde. Både piano og fløyteopptaket holder referanseklasse. Særlig pianoet har voldsom dynamikk og gir en følelse av «virkeligheten» som man sjelden hører på plate. Det kan nok likevel tenkes at mange vil sette denne plata i kategorien jazz-plingplong eller hifi-plingplong, for det er neppe en plate man bør bruke for å lokke førstegangskjøperen av jazz med. Jeg har i hvert fall venner som ville påstått at det finnes profesjonell hjelp å få for dem som klarer å høre gjennom en slik plate fra begynnelse til slutt. Men at en plate er krevende og utfordrer deg som lytter langt mer enn en halvtime med Radio Norge eller P4, trenger ikke å være negativt. Snarere tvert imot."

Ben Taffijn, Draai om je Oren Blogspot, (28/02/2015)
"De combinatie piano–dwarsfluit is er een die je niet vaak tegenkomt in de jazz. Dat fluitist Jan Daelman en pianist Thijs Troch - samen Keenroh - dit aandurven is dus op zich reeds vermeldenswaard. Als het dan ook nog een goede cd oplevert is er helemaal reden tot opgetogenheid.

En dat is hier zeker het geval. De experimentele en subtiele miniatuurtjes, achttien in totaal, zijn evenzovele dansen van fluit en piano, zoals de instrumenten om elkaar heen cirkelen. Soms melodieus en welluidend, hun inspiratie halend uit de klassieken. Maar vaak ook dwars, atonaal en de grenzen opzoekend, verzandend in de meest bizarre klanken.

Zo kiest Daelman in de serie 'Jeoapis II t/m V' en 'Noise Gwaan' voor verschillende blaastechnieken, waarbij het regelmatig is alsof de fluit praat, terwijl Troch hier krachtige, repeterende pianoslagen tegenaan zet. In 'Mr Proper II' klatert de pianopartij als een waterval, terwijl 'Verkabeling' juist weer heel desolaat klinkt, met een spaarzame inzet van de piano en een jankende en kermende fluit. In 'Eisprong' klinkt de fluit juist weer als een druppelende kraan, terwijl ook hier de piano spaarzaam wordt ingezet."

Koen Van Meel, kwadratuur, ***1/2 (31/10/2014)
"Fluit en piano, het moet al erg vreemd lopen als zo'n combinatie niet resulteert in impressionistische dromerijen. Niet zo bij het duo van pianist Thijs Troch en fluitist Jan Daelman, want wat de twee als Keenroh laten horen gaat verder, al blijken ze even goed uiterst klankgevoelige muzikanten.

Eerder dit jaar wonnen ze de prijs Jong Jazztalent Gent 2014, een onderscheiding die meteen aangeeft dat Troch en Daelman eerder in de improvisatorische hoek gesitueerd moeten worden. Ook daar passen ze eigenlijk niet zomaar in, al was het maar omdat de twee spelen met een finesse die doorgaans alleen voor de groten gereserveerd is.

Op deze cd speelt het tweetal achttien miniatuurtjes waarvan zelfs het langste onder de vier minuten blijft. Hierdoor krijgt de muziek niet de kans om te vervelen, al is het maar de vraag of dat met langere stukken wel het geval geweest zou zijn. De muziek van Troch en Daelman is immers erg gevarieerd qua geluid. Troch maakt gevat gebruik van de verworvenheden van de prepared piano terwijl Daelman zich laat horen met een warme, klassieke fluittoon, maar ook alsof hij speelt op instrumenten van pvc of bamboe. Wanneer hij zo zacht speelt dat hij amper geluid produceert, klinkt hij dan weer als een klarinet en met de toonhebbende klepgeluiden van 'Eisprong' lijkt zijn spel meer op versnelde Afrikaanse percussie.

Zo klinkt het duo onverwacht rijk geschakeerd, iets dat mooi uitkomt in de verfijning waarmee ze spelen. Troch heeft een gemillimeterde aanslag en kan ook in de allerzachtste passages de piano laten zingen. Zijn collega speelt even precies, waardoor de klankeffecten niet als ongelukjes overkomen maar maximaal kunnen renderen. Bovendien werken de twee heel subtiel met dissonante harmonieën en vreemd gevormde melodielijnen, die steeds elegant blijven alsof alles op voorhand uitgedacht werd.

Om het helemaal af te werken lopen de twee elkaar niet voor de voeten en houden ze mekaar ook niet aan de leiband. Hoe vaag de links tussen de twee soms ook zijn, steeds klinken ze met elkaar verbonden. Die middelpuntzoekende kracht is soms ook duidelijker te horen, zeker wanneer Troch in 'Noise Gwaan' zijn pianopartij een duidelijke structuur meegeeft of hij in 'Ballade Maison' een afgelijnde harmonische onderbouw legt. Dat de subtiliteiten ook uitkomen in de meer energieke stukken als 'Jeoapis III' (met een impulsief duo dat maar net niet ontspoort) geeft aan hoe diep de verfijning bij het tweetal verankerd zit.

Met de nachtelijke rust van 'Meditatie' dooft de cd uit: aangehouden pianoklanken en een dwarsfluit op de grens tussen toon en ruis nemen de luisteraar mee naar de meest verfijnde regionen van het universum van Keenroh. Evident zal het er nooit worden, maar wie zijn improvisatie graag fijn gesneden heeft, kan niet rond deze release. Hij krijgt er het knappe artwork van Seppe Van den Berghe zomaar bij."

Danny De Bock, Jazzepoes, (25/10/2014)
"Als je de verpakking openvouwt om de cd er uit te halen, kijk je naar prachtig artwork van Seppe Van den Berghe. Als je de cd begint te beluisteren, ontvouwt zich een sprookjesachtige klankwereld. Zoals in sprookjes hoor je ongelooflijke en soms griezelige dingen. Hier en daar vind je de mooiste schittering, al voert de muziek ons toch langs vreemde plaatsen.

De 18 korte nummers die in iets meer dan een half uur voorbijtrekken, vormen samen geen duidelijk verhaal, maar wel een coherente cd. Hoe licht of donker dat half uur overkomt, schijnt zich deels te laten bepalen door het volume waarop je de muziek afspeelt. Op een zacht volume kunnen de korte stukjes poëtisch en fris overkomen, luider wint de poëzie aan intensiteit en wordt menig muziekstukje scherper of zelfs dreigender.

Jan Daelman en Thijs Troch wonnen in Gent de Prijs Jong Jazztalent 2014. Bij monde van Simon Korteweg wees de jury er op dat Louis Armstrong kort na het ontstaan van de jazz heeft bewezen dat duetten tot adembenemende muziek kan leiden. In Keenroh vermoedde de jury het talent en het doorzettingsvermogen om deze manier van muziek maken een spannende en eigentijdse invulling te geven. Zo vrijelijk als Jan Daelman en Thijs Troch noten en klanken uit respectievelijk fluit en piano halen, zijn spannend en eigentijds zeker gepaste adjectieven. Ze zijn ook toepasselijk voor de kleinoden die zij ermee opbouwen. Daarin kunnen Oosterse invloeden voorkomen en affiniteit met hedendaags klassiek. Mij herinneren ze ook aan de duo-cd 'Yokohama' van Aki Takase en Louis Sclavis, maar dat is weer een ander verhaal.

Hoe Daelman en Troch een eigen wereld scheppen maakt heel nieuwsgierig naar het verloop van een concert van Keenroh en hoe dit duo verder zal ontwikkelen."

Guy Peeters, Cobra.be (03/10/2014)
"Een stuk rustelozer en compromislozer is de verrassende eersteling van het duo Keenroh, fluitist Jan Daelman en pianist Thijs Troch. Hun compacte plaat jaagt er achttien (!) stukken door in een half uurtje, wat uitzonderlijk is voor dit soort improvisatiewerk.
Al snel wordt echter duidelijk waarom het tweetal uitgeroepen werd tot Jong Jazztalent Gent 2014, want de instant composing getuigt van een imposante durf en variatie. Soms zijn het net ruwe schetsen en halfafgewerkte aanzetten, wordt in de pianobuik gedoken met alarmerende gretigheid en niet geblazen, maar luidruchtig gezogen op die fluit. En dan valt het ineens stil in een zone tussen dromerigheid en surreëel ongemak, of slaat het plots om in een hoorspel vol ideetjes in een abrupte stuiptrekking. Meer dan zomaar een belofte."